Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Abel Herzberglezing: Hoe gaan we om met de gast?

Samenleving

Arnon Grunberg

Schrijver Arnon Grunberg spreekt de 27ste Abel Herzberglezing uit. © Patrick Post
Vluchtelingen

Een Europa waar geen plaats is voor de vreemdeling zal ­uiteindelijk een Europa zijn waar geen plaats is voor mensen. Dat betoogde schrijver Arnon Grunberg zondag tijdens de 27ste Abel Herzberglezing.

In 'Het zionisme bij nader inzien', vier opstellen over het zionisme die Hannah Arendt tussen 1945 en 1950 schreef, merkt ze op: 'Na tweeduizend jaar van 'galoet-mentaliteit' is het Joodse volk ineens opgehouden te geloven in overleving als ultieme waarde op zich en is in een paar jaar tijd overgestapt naar het tegenovergestelde extreme idee. Nu geloven Joden in vechten tegen elke prijs en denken dat 'ten onder gaan' een verstandige methode van politiek bedrijven is.'

De galoet-mentaliteit, ook wel genaamd getto-mentaliteit, is de mentaliteit van de diaspora; overleven is het doel. Men moet de middelen grijpen die dat doel behulpzaam kunnen zijn. Daartegenover staat de Masada-mythe. In 66 na Christus begon de Joodse opstand tegen het Romeinse Rijk. In 73 na Christus was die opstand vrijwel geheel verslagen, alleen op de berg Masada nabij de Dode Zee hield een kleine groep opstandelingen, mannen, vrouwen en kinderen, stand. Uiteindelijk besloten zij liever zelfmoord te plegen dan zich over te geven aan de Romeinen.

Dit alles is gedocumenteerd door Flavius Josephus en Masada is een belangrijke, symbolische rol gaan spelen in het Israëlische leger en in de Israëlische samenleving. Veel soldaten daar maken een verplichte pelgrimstocht naar Masada. Liever waardig sterven dan onwaardig overleven, een opvatting waarmee Arendt grote moeite had. En zij had ook, nog veel meer dan Abel Herzberg, moeite met Herzls idee dat het antisemitisme de Joden ervan weerhouden heeft geheel en al op te gaan in wat ik maar even zal noemen de autochtone Europese bevolking.

Zij weigert te geloven dat de Jood, en daarmee ook het Joodse volk zelf, een uitvinding zou zijn van de antisemiet. Zij stelt dat de zionisten weliswaar de conclusie hadden getrokken dat 'het Joodse volk zonder antisemitisme in de landen van de diaspora niet overleefd zou hebben.' Maar deze gedachte vindt Arendt terecht gevaarlijk en die leidde er volgens haar toe dat sommige zionisten in de antisemieten bondgenoten zagen. De zogenoemde 'eerlijke antisemieten' zouden het zionisme moeten toejuichen, omdat dat Europa uiteindelijk toch Judenrein zou maken.

Lees verder na de advertentie

Romantische relikwie
Arendts andere bezwaar tegen het zionisme zoals het zich ontwikkelde was dat het in haar ogen een negentiende-eeuws, romantisch relikwie was. Een combinatie van nationalisme en socialisme - voor een deel van de vroege zionisten was het zionisme ook een poging een klassenloos arbeidersparadijs in Palestina te stichten. Volgens Arendt had de Eerste Wereldoorlog nu juist bewezen dat de natiestaat, en vooral de kleine natiestaat, geen toekomst had, dat het bestaan van de natiestaat zelfs een gevaar was voor de soevereiniteit ervan.

Het zionisme was geboren uit de conclusie dat gastvrijheid niet bestond, althans niet voor de Europese Jood, dat de vlucht ergens moest eindigen, in een thuisland, bij voorkeur een thuisland in Palestina, al werd ook Madagascar nog even overwogen.  

Curieus genoeg is het negentiende-eeuwse ­romantische relikwie van de natiestaat opgestaan uit het graf dat al voor hem was gedolven en waart het spook van het nationalisme weer lustig door Europa. De neo-nationalisten menen dat een volk niet gelukkig kan zijn zonder natiestaat en dat het volk uiteindelijk iets is wat gedefinieerd wordt door afkomst, door bloed; het volk is historisch gezien verbonden aan een bepaalde plek op deze aarde en indringers zijn niet welkom.

Deze neo-nationalisten zijn een soort zionisten, zij het zonder de socialistische component. Zij wensen een nationaal tehuis voor zichzelf op te richten of beter gezegd te behouden. Daarom doen ze ook met graagte alsof zij, eerlijke en hardwerkende Nederlanders of eerlijke en hardwerkende Fransen, een vervolgde minderheid zijn. Nationalisme gaat altijd gepaard met het al dan niet op waarheid berustende idee dat de nationalist een slachtoffer is van verraderlijke krachten. En zoals de vroege zionisten, deels uit oprechte naïviteit, waren vergeten dat er toch al wat Arabieren in Palestina woonden en sommige zionisten zich schuldig hebben gemaakt aan verdrijvingen en moordpartijen, zo willen de neo-nationalisten de Arabieren en Noord-Afrikanen uit hun natiestaten weren om eindelijk weer onder elkaar te zijn.  

Het zionisme was geboren uit de conclusie dat gastvrijheid niet bestond, althans niet voor de Europese Jood

Na de Abel Herzberglezing volgde een gesprek met hoofdredacteur Cees van der Laan van Trouw. © Patrick Post

Amor fati
Ik wil benadrukken dat de Joden, anders dan hedendaagse autochtone Nederlanders of Fransen, een lange geschiedenis van vervolging achter de rug hadden, waar Herzberg aan het einde van 'Amor fati' aan refereert. Sterker nog, als de Europeanen de Joden iets minder hartstochtelijk hadden gehaat en iets vaker naar het bordeel waren gegaan in plaats van weer een pogrom te organiseren, dan was het zionisme nooit tot stand gekomen.

Arendt merkt nog iets interessants op: dat het zionisme aanvankelijk een project was van geassimileerde Joodse intellectuelen die merkten dat er ondanks hun assimilatie geen plek was voor hen in Europa. Zo schijnt mij het huidige neo-nationalisme ook een project van teleurgestelde en ontheemde intellectuelen, veelal teleurgestelde socialisten en andere idealisten, die merken dat zij minder gepriviligeerd zijn dan ze ooit dachten te zijn.

Het nomadendom rukt op en dat maakt ook de intellectueel die zich vast wil klampen aan de eigen kerktoren angstig. Het zionisme kwam zoals gezegd voort uit het besef dat de Jood vreemdeling zou blijven in Europa en dat voor de vreemdeling geen plaats was op dit continent, dat de vreemdeling altijd opnieuw verdreven, vervolgd en vermoord zou worden. Het huidige nationalisme komt voor uit de bezwerende gedachte dat het verloren paradijs in ere hersteld kan worden, dat de tijd kan worden stilgezet, dat veranderingen ongedaan kunnen worden gemaakt als de vreemdeling maar buiten de poorten blijft.

Het neo-nationalisme slaat echter Arendts waarschuwing dat de natiestaat de vijand van soevereiniteit is in de wind en het lijkt zich niet bewust te zijn van het feit dat elk nationalisme een vijand nodig heeft. Zo doet het nieuwe nationalisme alsof de gast de gastheer tot vijand heeft gekozen, terwijl het eerder omgekeerd is: de gastheer heeft de gast uitgenodigd als vijand om gastheer, om heer des huizes te kunnen blijven. Hoeveel gastvrijheid kunnen wij opbrengen? Weinig vermoedelijk als men blijft geloven dat de vreemdeling uit is op werelddominantie.  

Universele wet
In zijn colleges over gastvrijheid verwijst de Franse filosoof Jacques Derrida nadrukkelijk naar deze bekende tekst van Kant: 'Definitieve artikel voor de eeuwige vrede. Het burgerrecht moet zich beperken tot de voorwaarde voor een universele gastvrijheid.' Derrida erkent de spanning die noodzakelijkerwijs zal bestaan tussen gastheer en gast, tussen de vreemdeling en hij die denkt dat niet te zijn. De categorische imperatief van Kant die oproept tot universele gastvrijheid, die vaststelt dat geen enkel met rede behept wezen meer recht heeft op een stukje van deze aarde dan een ander stuit op de noodzakelijke corrumpeerbaarheid van meer praktische wetten.

De universele wet valt uiteen in wetten die soms op gespannen voet staan met die universele wet. Derrida plaatst het gebod tot universele gastvrijheid tegenover een andere tekst van Kant, over de vraag of je mag liegen, 'Über ein vermeintes Recht aus Menschenliebe zu lügen'. Dat gebeurt aan de hand van het bijbelse verhaal over Lot. Lot, zelf een vreemdeling, ontvangt gasten. Mannen van Sodom wensen deze gasten uitgeleverd te zien om hen te penetreren - met de komst van de vreemdeling komen zoals gezegd de seksuele angsten en verlangens los - maar in plaats van deze gasten uit te leveren biedt Lot de mannen zijn twee maagdelijke dochters aan.

De universele wet van de gastvrijheid, hier genoemd de abrahamitische gastvrijheid, dwingt Lot zijn gasten te beschermen ten koste van zijn dochters, tegenwoordig een voor veel mensen absurde en allicht ook immorele keuze.

Het nomadendom rukt op en dat maakt ook de intellectueel die zich vast wil klampen aan de eigen kerktoren angstig

© Foto: Patrick Post

Het andere verhaal staat in 'Richteren'. Het gaat over een vreemdeling uit Efraïm, een Leviet, die in Gibea belandt en onderdak vindt bij een oude man, waarop misdadige lieden uit Gibea het huis omsingelen om de vreemdeling te penetreren. De oude man zegt dat zoiets slecht en schandelijks niet met de gast mag worden gedaan. Hij biedt de lieden zijn ongetrouwde dochter en de vrouw van de vreemdeling, maar de lieden nemen geen genoegen met dit aanbod. Zij willen de vreemdeling zelf. Daarop duwt de Leviet zijn eigen vrouw naar buiten, die volgens de Bijbel de hele nacht door wordt verkracht. De volgende ochtend vindt de Leviet zijn vrouw - het is een bijvrouw, maar dat is een detail - levenloos voor de deur van zijn gastheer. Er staat althans dat hij geen antwoord kreeg toen hij tegen haar zei dat ze gingen vertrekken.

Thuisgekomen snijdt de man het lijk van zijn vrouw in twaalf stukken en stuurt die stukken rond in het hele gebied van Israël. Iedereen die die stukken zag zei: 'Zoiets hebben we nog nooit gezien. (...) Hierover moeten we met elkaar overleggen.'  

Gastvrijheid
In beide gevallen wordt er niet gelogen om de gast te redden, in beide gevallen worden vrouwen geofferd om te voorkomen dat mannen, vreemdelingen, gepenetreerd worden. In beide gevallen werpt de anekdote de vraag op: welke verplichtingen heeft de gastheer tegen over zijn gasten? En wat betekent het eigenlijk om een vreemdeling te zijn? Wat is het wezen van de gastvrijheid?

Derrida geef een aantal antwoorden. Een vreemdeling is iemand die vragen moet beantwoorden. Wie ben je? Hoe heet je? Waar kom je vandaan? Maar de vreemdeling is ook iemand die vragen stelt. Altijd wordt om uitlevering van de vreemdeling gevraagd. Wat moet de gastheer doen om de vreemdeling te beschermen?

Niet liegen, zegt Kant. En verwijzend naar Levinas zegt Derrida dat het wezen van taal vriendschap en gastvrijheid is. Derrida eindigt dit college over gastvrijheid met de vragen: 'Zijn wij de erfgenamen van ­deze traditie van de wetten van de gastvrijheid? En in hoeverre zijn wij dat? Wat is de constante, zo die al bestaat, in deze logica en in deze verhalen?' De seksualiteit uiteraard. De verhouding tussen gastheer en gast beschrijft Derrida als die tussen gijzelaar en gegijzelde. Het is onduidelijk wie wie gegijzeld houdt, omdat er wederzijdse afhankelijkheid bestaat; de gastheer blijkt zijn gast net zo nodig te hebben als de gast zijn gastheer, al was het maar omdat de gastheer alleen maar gastheer is dankzij de gast.

Een vreemdeling is iemand die vragen moet beantwoorden. Wie ben je? Hoe heet je? Waar kom je vandaan?

De vreemdeling als redder
Ook bericht Derrida over de vreemdeling als redder, de vreemdeling die zich, zie Oedipus, opwerpt als redder van de stadsstaat. Als wij erfgenamen zijn van een traditie - en wij beweren dat te zijn, wij beroepen ons voortdurend op de joods-christelijke traditie, dat is de abrahamitische traditie, dat is Kant, en dat is ook de Griekse mythologie waarnaar Derrida uitvoerig verwijst - zouden wij de vreemdeling als zodanig moeten aanvaarden.  

Dat de vreemdeling zich onzichtbaar moet maken, is geen gastvrijheid. Wat is gastvrijheid als de vreemdeling niet langer vreemd mag blijven maar moet opgaan in de massa, moet veinzen dat hij er altijd al was? De geschiedenis heeft nu juist geleerd, of beter gezegd zou hebben kunnen leren, dat te gretige, al dan niet afgedwongen assimilatie een heilloze weg is; het zionisme was het antwoord op het echec van de assimilatie, het antwoord van de vreemdeling die dacht geen vreemdeling meer te zijn tot zijn omgeving hem van die illusie beroofde. Kant stelt dat de gast zich aan de wetten moet houden, maar nergens stelt hij dat de gast zich moet vermommen en moet doen ­alsof hij een zoon of dochter is van de gastheer. Ik kan het anders en korter zeggen: een ­Europa waar geen plaats is voor de vreemdeling zal uiteindelijk een Europa zijn waar geen plaats is voor mensen. Dát zou de werelddominantie van het barbarendom betekenen.  

Wij hebben de in stukken gesneden resten van de lijken gezien, maar hebben wij ook gezegd: 'Zoiets hebben we nooit gezien. Hierover moeten we overleggen.'? Of hebben we alles al gezien? Een studente van Derrida, Anne Dufourmantelle, zegt het in haar nawoord bij de col­leges over gastvrijheid poëtischer: 'Er bestaat geen andere waarheid dan die van een poolvos in de sneeuw, die alleen door zijn bewegingen wordt verraden en door zijn sporen benoemd.' Dat hebben wij die al dan niet terecht geen vreemdeling denken te zijn hoe dan ook met hem gemeen: onze bewegingen verraden ons, door onze sporen worden wij benoemd.

Wat is gastvrijheid als de vreemdeling niet langer vreemd mag blijven maar moet opgaan in de massa, moet veinzen dat hij er altijd al was?

Deel dit artikel

Het zionisme was geboren uit de conclusie dat gastvrijheid niet bestond, althans niet voor de Europese Jood

Het nomadendom rukt op en dat maakt ook de intellectueel die zich vast wil klampen aan de eigen kerktoren angstig

Een vreemdeling is iemand die vragen moet beantwoorden. Wie ben je? Hoe heet je? Waar kom je vandaan?

Wat is gastvrijheid als de vreemdeling niet langer vreemd mag blijven maar moet opgaan in de massa, moet veinzen dat hij er altijd al was?