Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

‘Wij Palestijnen haten elkaar meer dan we de Joden haten’

Samenleving

Els van Diggele

Beperkte feeststemming op een bijeenkomst in Gaza-stad, maandag. Hamas had Palestijnen opgetrommeld om Egypte te bedanken voor zijn inspanningen om Hamas en Fatah te verzoenen. © HH

De rivaliserende Palestijnse autoriteiten van Hamas en Fatah drijven op westerse miljardensteun. Ze zijn in gesprek over hun vete. Maar weinig Palestijnen hebben enige fiducie in hun leiders, schrijft auteur Els van Diggele.

Gelukkig is het gemeentehuis van Jericho makkelijk te vinden. Loco-burgemeester Adnan Hammad gaat er echt voor zitten. In de twee uur waarin ik in de opgeruimde burgemeesterskamer met hem spreek, blaast hij de rook van dertien sigaretten uit.

Lees verder na de advertentie

Hammad zegt dat hij ongelovig is. “Dat hoor je hier nooit”, zegt hij zelf. Hij wil een parlementaire democratie, scheiding van godsdienst en staat, zoals zijn partij, de Palestijnse Democratische Unie dat bepleit.

“Dat moet je niet geloven”, luidt het commentaar van een Palestijn later. “Dat zeggen ze tegen Europeanen. Ze willen grondwettelijke scheiding van godsdienst en staat, en een democratie omdat ze uit zijn op Europees geld. Maar ze weten best dat zoiets hier niet kan. En die PDU stelt niets voor.”

Fatah of Israël, een van hen zet je in de cel

De loco-burgemeester, die ook bij de politie werkt, beheerst het ‘Belestinian Engels’ in onvervalste vorm. Palestijnen kennen de letter ‘p’ niet en de bolice, zo vertelt hij, vindt het imbortant dat agenten lang zijn, dat levert meer resbect op. Vanuit die grote sigarettenwolk klinkt het ook dat Arabieren veel liegen. Dat heet hier ‘voorzichtig zijn’, en voorzichtigheid is volgens Hammad geboden: iedereen weet dat Palestijnen bij kritiek gewelddadig kunnen worden. “Uit angst houden we onze mening vaak voor ons.”

Die voorzichtigheid blijkt ook tijdens een gesprek dat ik in het kantoor van Hamas-parlementariërs voer met de voormalige minister van Vrouwenzaken, Myriam Salah. Bij de parlementsverkiezingen in 2006 was ze kandidaat voor de lijst Hervorming en Verandering. Iedereen weet dat dit een politieke afdeling van Hamas is, maar dat ontkent ze, en dan zegt ze: “Ik wil niet dat mijn naam op schrift ergens met Hamas is verbonden. Ik ben dol op Hamas, maar aantoonbaar lidmaatschap is op de Westoever gevaarlijk: Fatah of Israël, een van de twee zet je in de cel. Fatah doet wat de bezetter wil.”

De angst is volgens Hammad een gevolg van het dictatoriale regime van Arafat, de leider van Fatah, die de Palestijnen veertig jaar lang in zijn greep had. De tweede oorzaak van de angst is de mentaliteit van Hamas. “Voor Hamas zijn ongelovigen, en eigenlijk ook democraten, kafir”, zegt Hammad. Uitgemaakt te worden voor ‘godslasteraar’ of ‘ongelovige’ lijkt me het ergste dat je in Palestijns gebied kan overkomen. Hammad beaamt dat dit kwetsend is, en voegt toe dat alleen verzetshelden die veel voor de Palestijnse zaak hebben gedaan openlijk kunnen zeggen dat ze ongelovig zijn.

Op een feestje van een groep ruimdenkende christelijke en islamitische Palestijnen ontmoet ik een sympathieke politicoloog die in Duitsland heeft gestudeerd. Hij vertelt me tussen het dansen door over zijn proefschrift over interne politieke conflicten, waarbij hij ook de Palestijnen heeft betrokken. Fijn, dacht ik, met hem kan ik onbezorgd over politiek praten. Politiek is namelijk een Arabisch taboe, net als seks en religie.

Onze eigen leiders knijpen ons uit, en nu krijgen we ook die weldoeners er nog eens bij

Eenmaal aan tafel in een rokerig café vraag ik hem naar de kans op verzoening tussen Fatah en Hamas. Ze verkeren op voet van oorlog, maar alsof dat niet zo is vraagt hij waarom een dergelijke verzoening wenselijk is. “Dat doen de Duitse CDU en SPD toch ook niet? En de ruzie tussen Hamas en Fatah,’ vervolgt hij, ‘is veroorzaakt door Europa, Israël en de VS, die de verkiezingsuitslag van 2006 verwierpen.”

Eenvoudige eetgelegenheid 

Met Mohammed ga ik naar Jenin, een restaurantje in Ramallah dat wordt gedreven door een echtpaar uit Jenin. Mohammed, een leraar geschiedenis uit Hebron die in Ramallah op het ministerie van Religieuze Zaken werkt, houdt van deze eenvoudige eetgelegenheid. Ramallah is Ramallah niet meer, met al die fancy cafés en die pizza’s, vindt hij.

“Het komt allemaal door die weldoeners uit de hele wereld die hier neerstrijken. We hebben hier per vierkante kilometer het grootste aantal ngo’s ter wereld. Ik zit in een armoedige woning met lekkages, maar verderop woont een Deense directeur van een hulporganisatie als God in Frankrijk. Iedereen wil ons gebruiken om er zelf beter van te worden, z’n geweten te sussen en z’n eigen zak te spekken. Onze eigen leiders knijpen ons uit, en nu krijgen we ook die weldoeners er nog eens bij.”

Ramallah drijft als een kosmopolitische zeepbel op buitenlands geld. Je drinkt er arak of whisky in westerse cafés met wifi en airco, en je waant je in Berlijn of Amsterdam. Je rookt een waterpijp en je vergeet dat er twee kilometer verderop een wegversperring is.

Maar in restaurant Jenin ben je gewoon bij de Palestijnen, vindt Mohammed, die hier in zijn element is. Geen muziek, buitenlanders, sfeerverlichting, design, culinaire fusion of andere poespas, maar een eenvoudige maaltijd met een lepel. Vlees eet je met je vingers, de saus zit in een apart bakje en die giet je niet over de rijst.

De eigenaar heeft nooit geloofd in het verdrag van Oslo uit 1993, waarin Israël en de Palestijnen overeenkwamen dat een Palestijnse autoriteit over Gaza en de Westoever zou worden opgericht. “Onze leiders willen geen verzoening tussen Fatah en Hamas. Het Palestijns Gezag is corrupt en onbetrouwbaar. Arafat was goed, maar ook corrupt”, zegt hij - iets wat je vaak hoort.

Palestijnen zijn geobsedeerd door spionnen en col­la­bo­ra­teurs. We denken dat zij ons verzwakken en maken dat we altijd verliezen

 Intelligencefobie

Tijdens het gesprek sta ik toevallig met mijn rug naar de enige andere gast, die kennelijk denkt dat we iets te verbergen hebben. Ineens geeft deze de avond een vreemde wending wanneer hij tegen Mohammed zegt: “Je kunt hier gewoon vrijuit met een spion praten”.

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

omslag © rv

Meteen staakt Mohammed het gesprek. Hij wil even iets rechtzetten. De woorden spionagedienst, Jood en spion vliegen door de ruimte. “Als we een buitenlander zien”, zegt hij, “is het altijd direct een spion of een collaborateur. We moeten hiervan genezen. Palestijnen zijn geobsedeerd door spionnen en collaborateurs. We denken dat zij ons verzwakken en maken dat we altijd verliezen. Dat is niet zo. We zijn gewoon zelf zwak, en dat komt vooral door onze interne meningsverschillen.”

Op weg naar huis zegt Mohammed: “Dit was een voorbeeld van onze intelligence-fobie. Volgens die gast ben jij een spion. Punt uit. Waarom? Omdat je buitenlandse bent. Deze opvattingen en redeneringen horen bij onze geschiedenis en bij de omstandigheden (lees: de bezetting). Waar de omstandigheden als verklaring voor onze malaise eindigen? Je weet toch dat we hier geen eigen verantwoordelijkheid kennen? Dat je als individu verantwoordelijk bent voor je eigen leven, dat leren we niet. De hele wereld wordt voor ons uitgelegd, maar we leren niet dat je leven afhangt van je eigen daden.”

Een cabaretier, Imad Farajin, nodigt me op een avond uit voor een paar baantjes in een zwembad. Hij zwemt en drinkt om ‘soms even niet te denken’. Hij zegt dat Ramallah booming lijkt met al die dure auto’s, gekocht van geleend geld. “Ze zouden onze wonden moeten helen, maar dat is niet genoeg. We hebben een serieuze operatie nodig.”

We lijden onder Arafats erfenis, het Fa­tah-syn­droom. Iedereen hekelt Fatah, maar iedereen staat bij de partij in de rij voor een baan

Imad Farajin

Censuur

Farajin vertelt over zijn onlangs verboden televisieshow, waarin vooral Fatah (het Palestijns Gezag) het moest ontgelden. Hij stelde de censuur en het cliëntelisme aan de kaak als de grootste vijanden van de democratie. Toen het verbod bekend werd, durfde niemand iets te zeggen, zegt Farajin: “We lijden onder Arafats erfenis, het Fatah-syndroom. Iedereen hekelt Fatah, maar iedereen staat bij de partij in de rij voor een baan. Iedereen bleef thuis voor mijn show, maar de volgende dag op het werk sprak iedereen er schande van. En zolang niemand durft te vechten voor onze vrijheid, blijven we ziek en worden we nooit democratisch.”

Na een paar glazen zegt hij even later in een café dat hij zijn volk niet wil afvallen. Met vrienden uit hij zijn woede over de dictatuur van president Mahmoed Abbas en over de censuur, maar, zegt hij, ‘ik vertel jou ook niet alles.’

Ik heb hier eigenlijk voortdurend het gevoel dat ik voor de gek word gehouden. “Denk niet dat je de enige bent”, zegt Walid, een vrijdenkende journalist. “Wij hebben dat gevoel dagelijks. Arabische regimes lichten hun burgers nooit in. We zijn overgeleverd aan de grillen van onze leiders, en juist die willekeur maakt het lastig. Het Palestijns Gezag heeft weinig gezag. Het is verroest”, zegt Walid. “Er is een minister van Justitie en hij heeft een ministerie, maar moordenaars lopen gewoon vrij rond.”

In Gaza sprak ik de Palestijnse psychiater Iyad el-Sarraj, kort voor zijn overlijden in december 2013. Hij was meer dan eens door Palestijnen vastgezet om zijn kritiek op Palestijnse instituties. In zijn tuin vol bloemen in Gaza-Stad vroeg hij zich af hoe het zo mis heeft kunnen gaan tussen Hamas en Fatah. Ter verklaring haalt Sarraj een spreekwoord aan: ‘Mijn broer en ik tegen mijn neef, mijn neef en ik tegen een vreemde.’ “Dit betekent dat we ons eerst altijd tegen de buitenstaander keren, maar dat we vervolgens tegen elkaar gaan vechten. Dit was zo in de burgeroorlog van 2007, maar ook tijdens de Arabische opstand en de twee intifada’s.”

Hij verwijst naar de burgeroorlog in 2007, toen Hamas twee jaar nadat het Israëlische leger de Joodse nederzettingen in Gaza had ontruimd, met geweld de macht in Gaza van het Palestijns Gezag overnam. Het ambtelijk apparaat werd gezuiverd: leden van Fatah vervangen door vertrouwelingen van Hamas; aanhangers van Fatah standrechtelijk geëxecuteerd, in een ziekenhuis neergeschoten of van een gebouw naar beneden gegooid. Sommigen vluchtten naar de Westoever. “Als patriot gaat het mij aan het hart, maar we haten elkaar meer dan we de Joden haten.”

Broederstrijd

De Palestijnse organisaties Hamas, die de lakens uitdeelt in Gaza, en El Fatah, baas op de Westoever, proberen hun vete bij te leggen. Fatah-premier Rami Hamdallah hoopt maandag Gaza te bezoeken. Maar hun aloude broederstrijd staat verzoening ernstig in de weg.

De tekst loopt door onder de afbeelding.

Els van Diggele © rv

Els van Diggele (1967) bestudeerde jarenlang de Palestijnse samenleving. Ze beschrijft hoezeer de Palestijnen lijden onder hun eigen leiders in ‘We haten elkaar meer dan de Joden’,. Dit boek is het laatste van haar drieluik over interne conflicten in de regio.

‘We haten elkaar meer dan de Joden. Tweedracht in de Palestijnse maatschappij’, Athenaeum; 320 blz, € 22,50. Verschijnt 10 oktober.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel

Fatah of Israël, een van hen zet je in de cel

Onze eigen leiders knijpen ons uit, en nu krijgen we ook die weldoeners er nog eens bij

Palestijnen zijn geobsedeerd door spionnen en col­la­bo­ra­teurs. We denken dat zij ons verzwakken en maken dat we altijd verliezen

We lijden onder Arafats erfenis, het Fa­tah-syn­droom. Iedereen hekelt Fatah, maar iedereen staat bij de partij in de rij voor een baan

Imad Farajin