Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'We onderschatten wat de leraar kan'

Samenleving

Petra Vissers

© TRBEELD

We verwachten steeds iets nieuws van het onderwijs, maar zonder dat de oude verwachtingen verdwijnen, schrijft emeritus hoogleraar Piet de Rooy in zijn nieuwe boek. 'Dat een kind zich prettig moet voelen op school, is een tamelijk recente gedachte.'

Een kafkaëske toestand was het, die bijeenkomst over het afschaffen van regels in het onderwijs. Emeritus hoogleraar Nederlandse geschiedenis Piet de Rooy leunt achterover in zijn bureaustoel, naast hem licht het scherm op van de computer, achter hem een staalblauwe winterlucht boven de grachten van Haarlem. "Krijg je dus nieuwe regels om de oude af te schaffen."

Lees verder na de advertentie
Er is geen on­der­wijs­kun­di­ge die zegt dat het slim is om kinderen al op zo'n jonge leeftijd te scheiden

Terwijl, is zijn overtuiging, het onderwijs het meest gebaat is bij 'heilzame verwaarlozing'. "We overschatten de kracht van beleid en onderschatten de kracht van de leraar." Die conclusie trekt hij na uitvoerig onderzoek naar de geschiedenis van het onderwijs in Nederland. Onderzoek dat heeft geresulteerd in een boek dat vandaag uitkomt.

De Rooy vervlecht zijn eigen leven en dat van zijn vader - die geboren werd 'in een schamele boerenfamilie' - met de geschiedenis van het onderwijzen in Nederland. Via de Thora, het klassieke klaslokaal van de Grieken en Romeinen, staatsman Thorbecke en de Mammoetwet komt hij uiteindelijk uit bij de nieuwste loot aan de stam van de onderwijsvernieuwing: Onderwijs 2032.

We verwachten te veel van het onderwijs, schrijft De Rooy meteen al in de inleiding. "De voorstellen voor beter onderwijs buitelen over elkaar heen", zegt hij. "Leraren worden daar gek van. Ik vind dat mensen zich te gemakkelijk een oordeel vormen. Ik wilde niet de zoveelste zijn die met een oplossing komt. Ik wilde de knoop ontwarren. Ik dacht: laten we nu eens kijken naar de verwachtingen die we hebben van het onderwijs."

'Beproefde kennis'

Die zijn historisch verklaarbaar, beargumenteert de Rooy. Een leraar in de Griekse oudheid had het redelijk simpel. Die hoefde alleen maar 'beproefde kennis' over te brengen. "Beproefde kennis, dat was een combinatie van retorica en ethiek. In essentie de kern van de klassieke beschaving. Als je beschikte over degelijke kennis, was je een deugdzaam mens", zegt hij.

Het idee dat kinderen zich moeten ontplooien, dat ze slechts begeleid hoeven te worden in hun natuurlijke ontwikkeling en dat ze zich ook nog een beetje prettig moeten voelen, is vrij recent. Eind negentiende eeuw kwam die gedachte op. "En die verspreidt zich tot op de dag van vandaag", zegt De Rooy. "Je ziet het bijvoorbeeld in de weerstand die sommige ouders voelen tegen het jaarklassensysteem, of tegen de Citotoetsen."

De derde verwachting van het onderwijs is nog recenter en is volgens de Rooy gestoeld op de gedachte dat onderwijs efficiënt moet zijn. "Je hebt een kind, daar stop je iets in en dan kun je meten wat de output is. Die gedachte is in de VS tot bloei gekomen en veelvuldig overgenomen in Europa en Nederland."

Het ingewikkelde is: met elke nieuwe verwachting verdween de vorige niet. "Deze drie concepten uit de geschiedenis zijn als lagen die over elkaar heen schuiven. Er is er altijd een dominant, maar allemaal hebben ze invloed op wat we nu van het onderwijs verwachten en vragen."

Internationale ranglijsten

Op dit moment is het idee dat onderwijs efficiënt moet zijn dominant, zegt De Rooy na enig nadenken. "Dat zeg ik omdat we nog altijd veel belang hechten aan internationale vergelijkingen en ranglijsten." Een probleem daarmee is, zegt de emeritus hoogleraar, dat lang niet alles wat op school gebeurt goed meetbaar is. "Of een kind zich prettig en veilig voelt in de klas, is niet of nauwelijks te onderzoeken."

De behoefte aan nationale eenheid is de belangrijkste reden voor invoering van het lager onderwijs

In het heden is nog steeds de vroegste ontwikkeling aanwezig, schrijft De Rooy in zijn boek. De geschiedenis toont wat ouders nu belangrijk vinden. Neem bijvoorbeeld de scheiding tussen beroepsonderwijs en hoger onderwijs. De Rooy: "De gedachte dat een theoretische opleiding altijd beter is dan een vakopleiding, is ontzettend Nederlands. In de Griekse cultuur werd werken met je hoofd vele malen hoger aangeslagen dan werken met je handen. Met je handen werken was iets voor slaven. Die gedachte is in de Nederlandse geschiedenis meermaals bestendigd en verankerd. In ons omringende landen is dat niet gebeurd."

Dat gebeurde bijvoorbeeld toen Thorbecke vastlegde dat het middelbaar onderwijs geen praktisch nut mocht hebben maar ook toen bij de invoering van de Mammoetwet, in 1968, het verschil tussen vakonderwijs en algemeen vormend onderwijs bleef bestaan. Dat gegeven resulteert in nog een typisch Nederlands fenomeen: de indeling van twaalfjarigen naar onderwijstype. "Er is geen onderwijskundige die zegt dat het slim is om kinderen al op zo'n jonge leeftijd te scheiden", zegt De Rooy. "Maar de politiek wil niet aan verandering. Waarom niet? Ik heb daar geen sluitende verklaring voor. Het is historisch verklaarbaar maar een eenduidig antwoord heb ik niet."

De leraar heeft niet alleen te maken met verwachtingen over wat hij kinderen moet leren, hij moet ook goede burgers kweken. Anno 2018 bijvoorbeeld door les te geven over democratie, seksualiteit of verkeersveiligheid.

Te verleidelijk

Voor wie iets wil veranderen in de samenleving is het onderwijs 'een gouden middel', zegt De Rooy. "Het is bijna te verleidelijk. Omdat jonge kinderen manipuleerbaar zijn en ze op school met zijn allen bij elkaar zitten." Toen eind achttiende eeuw de eerste natiestaten ontstonden, moest men ook een nationale eenheid gaan bevorderen. De Rooy: "Dat kan door zwaar in te zetten op onderwijs. De behoefte aan nationale eenheid is de belangrijkste reden voor invoering van het lager onderwijs."

Die behoefte aan een socialisatie via het onderwijs ziet De Rooy nu, omdat Nederland door migratie verandert, opnieuw. "Neem de voorschool. De gedachte waarmee die wordt verkocht, is een beetje hypocriet. Jonge kinderen gaan daar heen met het argument dat ze geen taalachterstand mogen oplopen. Terwijl uit onderzoek blijkt dat er wel enig effect is op de taalontwikkeling, maar dat dit snel weer verdwijnt. Wat er in feite gebeurt is dit: hoe eerder kinderen uit gezinnen worden gehaald en elders worden opgevangen, hoe eerder ze in hun gedrag gesocialiseerd worden."

En de leraar? Die moet in de stroom van verwachtingen en eisen maar zien hoe hij alles in een schooldag krijgt. "Als je als school wordt afgerekend op effectiviteit dan is de druk om terug te gaan naar de basis groot. Dan is er geen tijd om kinderen ook nog op te voeden. Ik wil niet in de val trappen dat ik me voeg in het koor van mensen met een mening, maar mijn boek is denk ik wel te lezen als een als een oproep aan leraren om zelfstandig te zijn."

Al te romantisch wil hij er niet over doen, zegt hij. Maar toch: "Het geven van onderwijs is het resultaat van een eeuwenlang ervaringsproces. Die ervaring wordt onderschat." Vandaar het geloof in 'heilzame verwaarlozing'. Laat de leerkracht ruimte voor eigen afwegingen, voor het doorgeven van ervaring. "In het onderwijs zelf zit een enorme verbeterkracht. Ik heb nog meegemaakt dat kinderen met een liniaal een tik kregen, dat komt nu niet meer voor. Mijn rapporten van de lagere school zien er heel anders uit dan die van mijn kleinzoon. Dat is niet het gevolg van beleid. Het is in hoge mate het gevolg van aanpassingen die leraren zelf bedenken. Reuze interessant vind ik dat."

Ontzettend goed

Zijn boek eindigt De Rooy met een zin waarmee hij ook begint. 'De geschiedenis van het onderwijs laat zich lezen als een succesverhaal.' Het is een citaat van twee historici uit 1987.

Mijn boek is denk ik wel te lezen als een als een oproep aan leraren om zelfstandig te zijn

Want het Nederlandse onderwijs is ontzettend goed, eigenlijk. En dat vergeten we regelmatig. "Sinds 1980 heeft de samenleving last van een permanent crisisgevoel", zegt De Rooy. Dat resulteert nogal eens in de gedachte dat vroeger alles beter was. Maar in internationaal vergelijkende onderwijsonderzoeken komt Nederland altijd als een van de beste uit de bus, zowel als het gaat over kennis van leerlingen als wat betreft het vermogen van het onderwijs om verschillen op te heffen en ook de dubbeltjes mee te krijgen in de vaart der volkeren.

Het is nog niet eens zo lang geleden dat arbeiderskinderen niet konden doorleren of dat voor vrouwen alleen de moedermavo was weggelegd. "Mijn vader heeft zich dankzij het onderwijs ontworsteld aan een heel eenvoudig boerenmilieu", zegt De Rooy. "Ik doe wel een beetje ironisch over van alles, maar zie eens hoe snel het kan gaan. Vandaar dat ik schrijf, en dat vind ik belangrijk: niet elk ideaal is een illusie."

Tekst gaat verder onder de afbeelding

© TRBEELD

Piet de Rooy (1944)

Was tot 2009 hoogleraar geschiedenis van Nederland aan de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceerde over talloze onderwerpen. Bij Uitgeverij Wereldbibliotheek verschenen onder andere 'Openbaring en openbaarheid' (2009), 'Republiek van rivaliteiten' (2014), 'Ons stipje op de waereldkaart' (2014, bekroond met de Prinsjesboekenprijs voor het beste politieke boek) en 'De Nederlandse Darwin, Bernelot Moens en het mysterie van onze afkomst' (2015). 'Een geschiedenis van het onderwijs in Nederland' komt vandaag uit.

Lees ook:

Uit protest gaan de leraren niet aan het werk. Niet alleen voor henzelf, benadrukken ze, maar ook om het vak voor de toekomst aantrekkelijker te maken.

Op middelbare scholen stoppen veel startende docenten binnen enkele jaren met lesgeven. Dat is schrijnend gezien het grote tekort aan leraren. Hoe kunnen we die beginnende docent behouden? Vier tips uit het veld.

Deel dit artikel

Er is geen on­der­wijs­kun­di­ge die zegt dat het slim is om kinderen al op zo'n jonge leeftijd te scheiden

De behoefte aan nationale eenheid is de belangrijkste reden voor invoering van het lager onderwijs

Mijn boek is denk ik wel te lezen als een als een oproep aan leraren om zelfstandig te zijn