Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'We denken in Nederland over van alles na, maar niet over de bevolkingsgroei. Onbegrijpelijk'

Samenleving

Hans Marijnissen

© Werry Crone
INTERVIEW

Het aantal inwoners van Nederland groeit snel, zegt Jan Latten bij zijn afscheid van het Centraal Bureau voor de Statistiek, maar niemand denkt goed na over het bevolkingsvraagstuk. Frappant, vindt hij. 'Niets doen is geen optie.'

Het is duidelijk dat Jan Latten zijn dozen bij het Centraal voor Bureau voor de Statistiek al heeft ingepakt. Als hoofddemograaf van het onafhankelijke CBS moest hij zich beperken in de duiding van de migratiecijfers of de analyse van armoede. Het CBS verstrekt immers cijfers, meer niet. Maar nu hij met pensioen gaat, kan hij zeggen waar het op staat.

Lees verder na de advertentie

Nou smokkelde Latten al wel eens als hij werd aangesproken op iets te stevige uitspraken. 'Maar die heb ik als hoogleraar gedaan', zei hij dan handig, met een verwijzing naar zijn baan bij de Universiteit van Amsterdam. Hij waste zijn uitspraak achteraf als het ware wit. Toch maakt zijn definitieve vertrek het praten makkelijker.

Maar waarom buigt niemand zich over de be­vol­kings­groei? Die overkomt ons gewoon

Jan Latten

Latten is bezorgd over de migratie naar Nederland en het taboe om daarover te spreken. Hij vreest wat hij de 'ontmixing' van de samenleving noemt. En hij waarschuwt voor het grootste tekort dat in de toekomst dreigt: het tekort aan persoonlijke aandacht. Dat laatste komt ongetwijfeld ook ter sprake op het symposium dat vandaag voor hem is georganiseerd, rond het thema 'alleen wonen en eenzaamheid'. Daar wordt ook de vraag behandeld of werken na je 65ste een taboe is. Latten: "Wat mij betreft niet!"

Om maar meteen de koe bij de horens te vatten, begint Latten met een lange vraag. "Hoe kan het dat er in Nederland wél wordt nagedacht over hoeveel de CO2-uitstoot in 2050 moet zijn, hoeveel woningen er in dat jaartal van het gas af moeten zijn, hoe hoog de zeespiegelstijging zal zijn en wat dit weer betekent voor de hoogte van de dijken? Maar waarom buigt niemand zich over de bevolkingsgroei? Die overkomt ons gewoon. Elk jaar staan we er weer van te kijken. We zijn een rationele samenleving waarin alle zaken worden bedacht en gepland. Maar op dit gebied gebeurt er niets. Er is geen visie. Nada. Onbegrijpelijk."

De tekst gaat verder onder de afbeelding

John Latten in Den Haag in gesprek met een inwoonster. © Werry Crone

En dat terwijl het hard gaat, vervolgt Latten. "Harder dan de meeste mensen denken." Er is sprake van gelijktijdige ontwikkelingen die tegengesteld zijn. De Nederlandse bevolking groeit onverwacht snel, met honderdduizend per jaar tot inmiddels meer dan 17,2 miljoen mensen. Tegelijkertijd begint het aantal autochtone Nederlanders te krimpen. "Dat zijn er nu nog maar 13,2 miljoen en dat aantal neemt richting 2060 af tot 12,1 miljoen. Rara, hoe kan dat?"

Daar moet je het volgens Latten dus met elkaar over hebben. "De focus ligt ook nu weer op de Europese vluchtelingencrisis, terwijl we in wezen moeten nadenken over iets veel groters: een heus bevolkingsvraagstuk. Hoe ziet de ideale bevolkingsomvang er uit, en hoe de opbouw?"

Is het bijvoorbeeld denkbaar dat Nederland in de toekomst 20 miljoen inwoners telt, of is 25 miljoen wenselijk? Of moeten we juist terug naar 16 miljoen? "Waarom denken we niet na over een optimale bevolkingsdichtheid, terwijl we wél als doel hebben een kennissamenleving te worden die duurzaam is. Maar met welke mensen gaan we die bouwen?"

Opvallend genoeg werd in de jaren zeventig wel over zulke vraagstukken nagedacht. De Nederlandse bevolking dreigde ook toen al te groeien tot 20 miljoen en een Staatscommissie Bevolkingsvraagstukken (de commissie-Muntendam), pleitte toen voor een afvlakking tot 16 miljoen. Latten: "Maar toen kwam de anticonceptiepil op, en die 20 miljoen raakte uit zicht. Bij aanhoudende hoogconjuctuur gaan we tegen 2050 opnieuw richting 20 miljoen mensen, maar niemand maakt zich zorgen. Dat vind ik frappant. Niets doen is geen optie."

'Gemiddeld' is sowieso een zinloos begrip aan het worden, omdat er zo veel gegevens beschikbaar komen

Latten pleit daarom voor het instellen van een nieuwe staatscommissie. Maar er ligt een taboe op het bevolkingsvraagstuk, want Nederland vindt het moeilijk om te spreken over de wenselijkheid van migratie. Maar, zegt Latten, ook de huidige dertigers dragen bij aan dat taboe: die vinden dat ze zelf wel uitmaken hoeveel kinderen ze nemen. "Dat is hun goed recht", zegt Latten. "Maar dat neemt niet weg dat er ook een collectief belang in het spel is. Er bestaan beleidsinstrumenten om gedrag te stimuleren of de ontmoedigen."

IJzeren Gordijn

Latten is zelf de zoon van een immigrant. De demograaf van de zachte 'g' (hij is geboren in de heuvels van het Limburgse Eygelshoven) heeft een Tsjechische moeder die in de Tweede Wereldoorlog in Duitsland te werk was gesteld. Daar ontmoette ze de man die later de vader van Jan zou worden. Die Tsjechische roots hebben hem de ogen geopend voor de verschillen tussen mensen.

"Ik bracht als kind de zomers door op het Tsjechische platteland, achter het IJzeren Gordijn in een communistische wereld waar de Nederlanders in de jaren vijftig niets van wisten. Maar ik kon vergelijken, en dat vond ik interessant. Ik heb het niet zo bewust ervaren, maar sociologisch gezien maakte ik toen al gebruik van de methodiek van de participerende observatie. Ik zag de verschillen met thuis, en kon daarover reflecteren." Terwijl Latten op het gymnasium in Kerkrade in de klas zat met pubers die heel trendgevoelig Che Guevara ophemelden, dacht hij: 'Jullie weten niet dat dit systeem een ontzettende puinhoop heeft opgeleverd'.

Via zijn studie sociologie in Nijmegen kwam Latten uiteindelijk bij het CBS terecht, waar hij ruim 35 jaar maatschappelijke trends beschreef. Heeft hij zelf de kenmerken van de gemiddelde Nederlander? "In het geheel niet. Want hoeveel Nederlanders zijn van beroep hoogleraar, om maar iets te noemen?"

'Gemiddeld' is sowieso een zinloos begrip aan het worden, omdat er zo veel gegevens beschikbaar komen. "We hebben steeds meer gedetailleerde informatie over elke subgroep", zegt Latten. "Kijk bijvoorbeeld naar de AOW-gerechtigde leeftijd. Die kon je vroeger genderneutraal op 65 jaar zetten, vanaf die leeftijd had iedereen gemiddeld nog zo'n vijftien jaar te leven." Maar nu blijkt dat iemand met een lage opleiding een aantal jaren minder heeft, en iemand met een hoge opleiding een aantal jaren meer. En mannen leven korter dan vrouwen. "Dus dan wordt het verschil tussen een laag opgeleide man en een hoogopgeleide vrouw wel extreem." Om het nog maar niet te hebben over de effecten van 'zwaar' en 'licht' werk.

Voorzichtig formulerend: "Als de cijfers zo'n groot verschil laten zien, kun je niet volhouden dat het rechtvaardig om iedereen op dezelfde leeftijd AOW te geven." Met andere woorden: laagopgeleide mannen met zwaar werk zouden eerder recht moeten krijgen op AOW. "Dat hoef ik niet te vínden. Dat debat openbaart zich de komende jaren vanzelf", zegt Latten.

Boemerang-singles

De migratie, de kloof tussen verschillende bevolkingsgroepen, ze zijn ook niet los te zien van die andere sociaal-demografische ontwikkeling: de individualisering, die Latten bij het CBS vaak in neutrale termen als 'trend' beschreef.

Nu gaat hij een stap verder. "Aan de individualisering zit ogenschijnlijk iets moois: we kunnen kiezen. Vroeger groeide je als kind op in een gezin, daarna leefde je als partner in een gezin", zo steekt hij van wal. "Familiebanden waren er altijd, de sociale context was vanzelfsprekend."

Subgroepjes hebben altijd bestaan, maar het is nooit zo geweest dat iedereen het oneens is over de basis

Jan Latten

Maar tegenwooordig, vervolgt hij, moeten Nederlanders zelf naar geborgenheid zoeken. Is iedereen daar wel toe in staat? "De een kan die zelfstandigheid beter aan dan de ander. De afgelopen veertig jaar hebben we het aantal scheidingen zien toenemen. Relaties zijn 'try-out-relaties' geworden. Die luxe hebben we, we kunnen ervoor kiezen om een relatie te beeindigen. We zijn van 'blijvend' naar 'tijdelijk' gegaan. We zijn boemerang-singles geworden, met dan weer een relatie, dan weer niet. Tot je op je zestigste denkt: ik heb mijn schaapjes op het droge en neem het risico van een klappende relatie niet meer, ik blijf lekker alleen."

Even de CBS-cijfers erbij. In 1947 bestond 5 procent van de huishoudens uit één persoon, nu is dat 22 procent en in 2047 zal dat één op de vier huishoudens zijn. "Als je ook de alleenstaande ouders met kinderen daarbij optelt", rekent Latten voor, "woont tegen die tijd achter elke derde voordeur een volwassene alleen."

Een derde van de Nederlanders moet in 2047 dus zelf zijn contacten verzorgen. "Formeel heet het dat zij hun eigen 'verbinding' tot stand moeten brengen. Maar ik zeg het nu liever zo: iedereen heeft aandacht nodig. Als je dat ontkent, ben je niet eerlijk. Als kind wil je aandacht van je ouders, als volwassene van je partner en van vrienden en collega's. En ik nu van een journalist. Aandacht is essentieel. Het is het sociale cement van de samenleving. Komende decennia zal het zoeken naar deze levensbehoefte echt een ding worden."

Ontmixen

Daaruit zal vanzelf de vraag naar collectiviteit ontstaan, naar de deelcultuur. Niet noodzakelijkerwijs omdat we zo graag aardig zijn voor de ander, maar als overlevingsstrategie. "Je zal dat bijvoorbeeld terugzien in de woningbouw. De hofjes keren terug, de gemeenschappelijke tuinen, de groepswoningen."

Dat betekent volgens Latten ook dat mensen vaker zullen willen wonen onder gelijkgestemden. Hoe meer diversiteit in een buurt, hoe minder mensen zich er thuis voelen, concludeerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid laatst nog. Latten onderzoekt momenteel als hoogleraar hoe Nederlanders die diversiteit ontvluchten. "Een vaste partner moet bij je passen, en daarna kies je je buren: die mogen bij voorkeur ook niet te extreem verschillen. Mensen die meer of minder verdienen dan gemiddeld vertrekken als eerste, om in een buurt te gaan wonen die beter op hun inkomen aansluit. Hetzelfde zie je bij leefstijlen. In buurten met traditionele gezinnen, met mannen vooral aan het werk en de vrouwen vooral thuis, zie je de koppels die evenveel dagen werken als eerste verhuizen." Mensen ontmixen, noemt Latten dat. Ze zoeken naar gelijken.

Daarmee is de stap naar segregatie zo gezet. "Daarom is dat ontmixen ook een risicovolle ontwikkeling, op alle vlakken", zegt Latten. Zeker in een samenleving met zoveel verschillende nationaliteiten en culturen. Iedereen trekt zich terug op het eigen eiland, de sociale samenhang staat onder spanning, en dat is ernstig. "Subgroepjes hebben altijd bestaan, maar het is nooit zo geweest dat iedereen het óneens is over de basis. En dat dreigt nu. Kijk naar al die conflicten over details: de zwartepietendiscussie, de Coentunnel, het Boekenweekgeschenk over 'moeder de vrouw'. Nederland mag veelkleurig zijn, maar daaronder moet wel een fundament liggen van sociale gemeenschappelijkheid." Daar moet volgens Latten de komende jaren álle aandacht naar toe.

Lees ook: 

CBS: in 2047 is bijna één op de vier Nederlanders alleenstaand

We hoppen van relatie naar relatie tot we het op ons zestigste genoeg vinden. Dan gaan we alleen wonen, liefst in een hofje. De dertigers van nu zijn gewaarschuwd: als de trend zich voortzet, is in 2047 bijna één op de vier Nederlanders alleenstaand. Vooral ouderen die alleen wonen, gaan niet meer zo snel samenwonen of trouwen, uit angst voor de gevolgen als het wéér misgaat.

Deel dit artikel

Maar waarom buigt niemand zich over de be­vol­kings­groei? Die overkomt ons gewoon

Jan Latten

'Gemiddeld' is sowieso een zinloos begrip aan het worden, omdat er zo veel gegevens beschikbaar komen

Subgroepjes hebben altijd bestaan, maar het is nooit zo geweest dat iedereen het oneens is over de basis

Jan Latten