Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

‘Wapen u tegen de almacht van Google, Amazon, Facebook en Apple’

Samenleving

Marijke Laurense

© AFP
Interview

De almacht van technologiebedrijven als Google, Amazon, Facebook en Apple is geen natuurverschijnsel. We moeten ons weren, is de boodschap van Franklin Foer.

Denkt u vooral niet dat Franklin Foer niets van internet moet hebben. Als knulletje van tien fantaseerde hij al over een manier om op elk gewenst moment elk tv-programma te kunnen bekijken en elk boek te lezen, dus toen hij ruim twintig jaar later zijn eerste e-reader kocht, was dat een magisch moment. Ook zult u hem niet romantisch horen terugverlangen naar het smartphoneloze tijdperk: als zijn dochtertje (12) alweer vergeten is haar telefoon mee te nemen (‘ze gebruikt hem nooit!’), dan krijgt ze een standje van haar ouders, die willen weten waar ze haar in noodgevallen moeten ophalen.

Lees verder na de advertentie

Maar tegen bedrijven als Google, Apple, Facebook en Amazon (afgekort tot GAFA) gaat hij vol in de aanval in zijn boek ‘World Without Mind’, vertaald als ‘Ontzielde wereld’. Het is een gedetailleerde aanklacht tegen de (bijna) almachtige monopolisten uit Silicon Valley, die nauwelijks belasting betalen, verkiezingen beïnvloeden en op grote schaal auteursrechten schenden - naar eigen zeggen uit idealisme.

Uw boek heeft een nogal alarmerende boodschap.

“Toen ik eraan begon, keken mensen me aan of ik gek was: waarom zou je deze bedrijven aanvallen? Ze zijn toch het mooie gezicht van het Amerikaanse kapitalisme? Maar het probleem is dat ze ons denkvermogen uithollen. Ze maken je verslaafd aan apparaten waarmee ze data over je verzamelen en een portret maken van de binnenkant van je hoofd. Ze kennen je gewoontes, weten wat je leuk vindt en waar je bang voor bent en proberen zo je menselijke zwaktes te exploiteren.”

Als je mobieltje elders ligt, voelt dat voor veel mensen alsof hun arm eraf gehakt is

Is dat echt hun opzet? Je verslaafd te maken? Bent u niet een beetje erg achterdochtig?

“Zijzelf noemen het verbondenheid, ik noem het verslaving. Neem je mobieltje. Als die elders ligt, voelt dat voor veel mensen alsof hun arm eraf gehakt is. ‘Fantoomzoemen’ is ook zo’n verschijnsel: dan denk je dat je telefoon gaat, terwijl dat niet zo is. Ook het gevoel dat je iets mist als je niet steeds je Facebookaccount checkt, duidt op verslaving.”

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Franklin Foer. © Patrick Post

Facebook en Google zelf beweren anders dat ze de democratie dienen: er is nog nooit zo veel informatie voor zo veel mensen zo toegankelijk geweest.

“Google is inderdaad een van de grootste creaties van de mensheid: je kunt alles in een milliseconde opzoeken en het is indrukwekkend wat een iPhone kan. Ik zeg niet: gooi je telefoon maar in de oceaan. Maar het is net als met de auto: een geweldige uitvinding, maar als je er geen regels voor maakt, krijg je ongelukken en buitensporige milieuschade. Daarom hebben we stoplichten en snelheidsbeperkingen en dwingen we mensen autogordels te dragen. Voor internet zijn er nog maar heel weinig regels. En de macht daar is zo ongelooflijk geconcentreerd, dat ik er bang van word. De grote techbedrijven hebben een enorme controle over de markt en de publieke opinie.”

En u ziet dat als een bedreiging van de democratie?

“Een van de belangrijkste redenen waarom Trump is verkozen, is dat Facebook en Google het gezag van de traditionele media hebben aangetast: mensen weten niet meer wat het verschil is tussen geloofwaardige informatie en fake-nieuws, propaganda en demagogie. Voor twee derde van de Amerikanen is Facebook hun belangrijkste nieuwsbron. Maar Facebook is een feedbacklus: het geeft je alleen maar wat je wilt. De exploitatie van emoties op Facebook is intussen zelfs al een belangrijk onderdeel van het bedrijfsmodel van iedere nieuwszender en krant in de VS: in elke newsroom laat een reusachtig scherm, de ‘chartbeat’, zien hoe populair een artikel op internet is, en kunnen je collega’s zien dat jouw stuk ‘geëxplodeerd’ is.

“Natuurlijk, als journalist jaagde je altijd al op roem, op een primeur. Maar in dit systeem jaag je altijd populariteit na, en ook The New York Times en de Washington Post doen hieraan mee. Na verloop van tijd moet je daar als instituut een prijs voor betalen.”

U spreekt uit ervaring?

“Tot voor waren maar weinig mensen zich bewust van de gevaren van deze monopolistische bedrijven. Iedereen vond ze geweldig, ook ik. Er waren wat schokkende ervaringen nodig om daar anders over te gaan denken. Die kreeg ik bij de New Republic, waar ik als redacteur aan het werk >>

ging voor de nieuwe eigenaar, Chris Hughes. Toen ik hem leerde kennen, was hij 28 jaar en 700 miljoen dollar waard en wilde hij geld uitgeven voor serieuze journalistiek. Maar niet lang nadat we gestart waren, zei hij: ik wil inkomsten gaan genereren. We moesten stukken produceren die succes zouden hebben op Facebook: snackable, hapklare inhoud, iets snels en grappigs voor lezers die verveeld aan hun computer zitten, chips en snoep voor het brein.

“Dat was een verschuiving, want ons tijdschrift was een eeuw oud, had nooit een grote lezerskring gehad en we waren altijd trots geweest op de originele, onconventionele inhoud. En toen Chris een datagoeroe van Yahoo! als CEO inhuurde, wist ik dat ik…”Foer haalt zijn hand langs zijn keel. “Niet lang daarna hoorde ik via een collega dat ze iemand hadden aangenomen om mij te vervangen. Ik heb daarop ontslag genomen.”

Welke rol speelde uw artikel over Amazon daarbij?

“Ik geloof niet dat ik daarom ontslagen zou zijn, want dat artikel trok aandacht. Mijn verhaal ging over hoe monopolist Amazon zijn macht misbruikte om een eigen, lage boekenprijs te bepalen, en de verkoop van boeken staakte van uitgevers die daarmee niet akkoord gingen. Dat werd een coverstory, waarop Amazon mailde dat ze niet langer bij ons konden adverteren. Ik wilde vervolgens schrijven over hoe Amazon ons probeerde te pesten, maar dat wilde Chris niet.”

Foer grinnikt: “Helaas was ik indiscreet, en haalde het verhaal The New York Times. Dat heeft wel zijn tol geëist in mijn relatie met Chris.”

U beschrijft dat deze bedrijven een spirituele, bijna religieuze manier van denken hebben: ze bedienen zich veelvuldig van woorden als harmonie, heelheid, openbaring en gemeenschap. Hoe komt dat volgens u?

“Een interessant punt uit hun geschiedenis is dat ze van het schiereiland ten zuiden van San Francisco komen, waar je de Greatful Dead en lsd had. Ik denk dat ze hun succes mede te danken hebben aan de geest van die tegencultuur: die maakte innovatief en gaf frisse ideeën. Niet dat ze hippies waren, maar ze zien zichzelf wel als idealisten. Hun ambitie maakt hoogmoedig, ze geloven echt dat ze de mensheid aan het verbeteren zijn. Ik heb voor mijn boek bijna elke toespraak van Larry Page en Mark Zuckerberg bekeken en het echte nieuws daarvan is niet dat ze een nieuwe camera of smartphone uitbrengen, maar wat ze zeggen over de menselijke natuur en toekomst daarvan. Dat is een wereld waarin alles en iedereen verbonden is met internet en begrepen wordt door computers. Die daarvoor alles, dus ook heel gecompliceerde menselijke emoties, moeten reduceren tot data of een algoritme. Dat maakt je als mens plat, tweedimensionaal. Het gaat ook over privacy: we zeggen dat we privacy willen, maar het is verbijsterend welke geheimen we zonder het te beseffen aan machines toevertrouwen, dingen die we een ander mens nooit zouden vertellen.”

Waardoor Google jou beter kent dan jij jezelf…

“Dat zeggen ze. De baas van Google beweert dat hij op basis van zijn data weet waar jij de komende 24 uur bent, de data zijn machtig. Hij ziet het dan ook als zijn verantwoordelijkheid om de grens naar het griezelige niet over te steken. Ik denk niet dat we die macht in de handen moeten laten van een of twee bedrijven, waar een onzichtbare tovenaar zonder enige democratische verantwoordelijkheid bepaalt waar die grens ligt. Ze weten dat ze flirten met verschrikkelijke dingen, maar geloven in hun eigen goedheid. Ook dat is hybris, hoogmoed.’’

Uiteindelijk zijn ook wij mensen machtig: we kunnen keuzes maken en ons matigen

Wat denkt u: valt het tij nog te keren?

“Ja, maar we dreigen uit balans te raken: ik heb mijn boek geschreven vanuit die urgentie. Bij technologie denk je als individu vaak dat je geen invloed hebt, dat je je niet kunt verzetten tegen wat je niet bevalt. Dus accepteer je de gebruiksvoorwaarden maar en klik je zonder ze te lezen op ‘ja’; het is immers graag of niet. Maar uiteindelijk zijn ook wij mensen machtig: we kunnen keuzes maken en ons matigen, net zoals met eten en drinken en andere dingen die zowel belangrijk als verslavend kunnen zijn. Kinderobesitas bijvoorbeeld is een probleem waarvan steeds meer mensen zich bewust worden, en het ontstaan van een beweging daartegen stemt mij optimistisch. En verder moeten we regels opstellen voor de bescherming van belangrijke waarden zoals privacy, creativiteit en intellectueel eigendom.”

U besluit uw boek met een liefdesverklaring aan het papieren boek, verwijzend naar Thomas a Kempis, die in een hoekje met een boekje het geluk vond. Toch heimwee?

“Ik lees al jaren geen elektronische boeken meer. Niet dat ik bewust besloten heb om terug te gaan naar papier, maar doordat ik mijn leven op een scherm leef, ben ik steeds meer waardering gaan krijgen voor de privacy en intellectuele ruimte die papier me geeft. Het is het enige moment waarop ik geen meldingen krijg, niemand me kan afleiden en ik niet aangesloten ben op een webwinkel.

“Ik ben opgegroeid in een wereld waarin boeken tekens waren van je persoonlijke ambities: zonder boeken kun je je moeilijk ontwikkelen. Mijn ouders hebben dat indertijd heel slim aangepakt: ze gaven ons een creditcard die we alleen in geval van nood mochten gebruiken; we mochten er dus geen hamburgers ofzo mee kopen. ‘Maar,’ zeiden ze, ‘er is één plaats waar je er wel geld mee uit mag geven en dat is de boekwinkel.’

Voor mij betekende dat: ik kan dingen hebben, dingen kopen! En we gaven niet eens zoveel geld uit, tot mijn broer thuis begon te komen met dure kunstboeken… Zo heb ik geleerd dat als je een waarde wilt overdragen, je dat ook economisch moet waarderen, dat je daar een structuur voor dient te creëren. En dat houdt in dat je ook schrijvers fatsoenlijk betaalt. De stelling dat informatie gratis wil zijn, is echt hol gezwets.”

De Amerikaanse journalist Franklin Foer (1974) schrijft voor tijdschriften als Slate en The Atlantic. Als redacteur van het literair-politieke opinietijdschrift New Republic publiceerde hij in 2014 een kritisch artikel over Amazon. Ook streek hij tegen de commerciële haren in van de nieuw aangetreden eigenaar van dit tijdschrift. Daarop nam Foer ontslag, net als een groot deel van zijn collega’s.

In ‘De wereld draait om de bal’ besprak Foer globalisering aan de hand van het mondiale voetbal. Franklin heeft twee broers: Joshua (eveneens journalist) en Jonathan Safran, de auteur van ‘Extreem luid & ongelooflijk dichtbij’.

© Uitgeverij

Franklin Foer,
Ontzielde wereld.
De existentiële dreiging van Big Tech. Vert. Fred Hendriks
Bezige Bij; 286 blz. € 22,99



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Als je mobieltje elders ligt, voelt dat voor veel mensen alsof hun arm eraf gehakt is

Uiteindelijk zijn ook wij mensen machtig: we kunnen keuzes maken en ons matigen