Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Vrijheid van onderwijs is juist heel liberaal'

Samenleving

Gerrit-Jan Kleinjan

© ANP
Interview

Heeft vrijheid van onderwijs, een eeuw geleden ingevoerd, nog wel toekomst? Onderwijshistoricus John Exalto hoopt van wel, maar is er niet gerust op. ‘De islam plaatst ons voor een heel nieuw probleem.’

John Exalto maakt er geen geheim van: hij is een groot een voorstander van de vrijheid van onderwijs. “En dat ben ik alleen nog maar meer geworden”, zegt de historicus in zijn werkkamer in de Vrije Universiteit in Amsterdam. In zijn onlangs verschenen boek ‘Van wie is het kind?’ gaat Exalto in op de vraag hoe Nederland de afgelopen tweehonderd jaar omging met de vrijheid van onderwijs. Exalto is universitair docent historische pedagogiek en begeeft zich in zijn onderzoek vaak op het snijvlak van opvoeding, onderwijs en levensbeschouwing. Dit jubileum is dan ook een kolfje naar zijn hand. In 1917, dit jaar honderd jaar geleden, kwam er een einde aan de sterk ideologisch geladen schoolstrijd (zie kader). Sindsdien is de vrijheid van onderwijs vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet.

Lees verder na de advertentie

Waarom bent u er zo’n fan van?

“De visie van de liberale premier uit 1917 Cort van der Linden, over hoe de samenleving ingericht kan worden, dat spreekt mij aan. De overheid speelt in dat ideaal een kleine rol, de samenleving organiseert zichzelf. Ik denk dat dit waarborgen biedt voor een vitale samenleving.”

Dat de schoolstrijd gewonnen is door de confessionelen is een hardnekkig misverstand

Opmerkelijk dat u het liberale karakter zo prijst. De onderwijsvrijheid wordt vaak gezien als overwinning van de christelijke partijen. U zet daar kanttekeningen bij.

“Een van de belangrijkste dingen die ik van dit onderzoek heb geleerd, is dat het een hardnekkig misverstand is dat de schoolstrijd eindigde in een overwinning van de confessionelen. Abraham Kuyper, de leider van de antirevolutionairen, had voor zijn eigen gevoel de schoolstrijd verloren. Hij vreesde staatsinvloed in ruil voor geld. Hij wilde dat de overheid zich nog verder terug zou trekken.”

Wat is er precies zo liberaal aan de bijzondere scholen en de vrijheid van onderwijs?

“Van der Linden heeft in 1917 eigenlijk een heel pragmatische oplossing bedacht voor de schoolstrijd, een kwestie die toen al zo’n zestig jaar speelde. Als liberaal vond hij dat de overheid een kleine rol diende te spelen en de samenleving zichzelf moest organiseren. De diversiteit in de samenleving moest in zijn ogen gefaciliteerd worden. Met dat argument kreeg hij uiteindelijk de confessionelen mee.

“In het liberale ideaal zou dit stelsel niet alleen ruimte moeten bieden aan levensbeschouwingen maar ook aan pedagogische opvattingen. In 1917 werd er zelfs gesproken over de mogelijkheid dat er ruimte moest zijn voor een humanistische en een anarchistische school. 1917 is de erkenning van de diversiteit en pluriformiteit in de samenleving. Het recht om verschillend te zijn werd wettelijk gewaarborgd. De onderwijsvrijheid is een kroonjuweel van de liberalen en past eigenlijk meer bij D66 en de VVD dan bij de ChristenUnie of het CDA.”

Toch speelde de wet vooral christelijke scholen in de kaart.

“De uitwerking van die wet was heel sterk confessioneel bepaald, er was sprake van verzuiling waarin de confessionele volksdelen zeer sterk vertegenwoordigd waren. Al snel kwam er weinig terecht van het ideaal om alle richtingen ruimte te bieden. Het geld was er niet om iedereen een plek te geven, zo bleek al in de jaren dertig tijdens de crisis.”

Meer dan de helft van de scholen behoort tegenwoordig tot het bijzonder onderwijs: protestants, katholiek, antroposofisch, islamitisch. Is door ontzuiling en secularisatie de basis niet verdwenen voor deze scholen?

“Een potentieel probleem van dit stelsel is inderdaad dat het uit een verzuilde tijd stamt waarin de scheidslijnen duidelijk waren. We zijn sinds de ontzuiling steeds meer op elkaar gaan lijken. Reformatorische en islamitische scholen zijn eigenlijk de enige twee die zich in religieus opzicht nog sterk profileren.

“Alleen, de paradox is dat dit schoolsysteem nog steeds bestaat. Ouders blijven hun kinderen naar protestants-christelijke en katholieke scholen sturen. Er is wel onderzoek gedaan naar hun motieven. Die lopen uiteen van ‘dit is een school om de hoek’ tot ‘goede onderwijskwaliteit’, maar er zijn ook nog steeds ouders die de waarden waar dit soort scholen voor staan nog steeds heel belangrijk vinden.”

Pedagogische stromingen zouden een kans moeten krijgen om zich via een eigen school te vestigen

Critici van bijzonder onderwijs stellen dat het voor verdeeldheid zorgt en de verschillen in de samenleving vergroot.

“Dat is nog niet zo duidelijk. Op een school met een levensbeschouwelijke basis - daar zijn diverse onderzoeken over bekend - is de tolerantiegraad van de leerlingen minstens zo groot als daarbuiten. Hoe dat komt? Zo’n school bevindt zich in een minderheidspositie ten opzichte van de hele samenleving en de kinderen leren daar juist ook om met verschillen en diversiteit om te gaan. Juist omdat de school vanuit een minderheidspositie opereert.

“Als je het hele systeem om zeep helpt, dan wis je juist de winst van 1917 uit. Namelijk dat je diversiteit een plek geeft. Sinds de ontzuiling zijn er ook allerlei nieuwe stromingen bijgekomen. Denk aan scholen voor moslims en hindoes. Juist zij hebben ook een plek gekregen in dat bestel.

“Het systeem heeft ook om een andere reden nog steeds waarde. De historicus Piet de Rooy wees onlangs op een belangrijk neveneffect. Hij stelt dat hoewel de verzuiling is uitgewerkt het duale stelsel ervoor zorgde dat onderwijsvernieuwingen gedempt worden. Schoolbesturen fungeren als een soort filter tussen Den Haag en de klas. Vernieuwingen, die nogal eens negatief uitpakken, kunnen niet een-op-een ingevoerd worden doordat scholen een grote mate van autonomie hebben.”

Sommige christelijke en islamitische scholen dragen opvattingen uit die op gespannen voet staan met andere grondrechten zoals de gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

“Zolang onderwijsinstellingen binnen de kaders van de wet blijven moeten scholen de ruimte krijgen. Als je ingrijpt kan het zijn dat opvattingen ondergronds gaan, dan zie je ze niet meer en heeft de overheid er ook geen grip meer op. De winst van dit systeem is dat iedereen een plek heeft en zichtbaar is. En bovendien, een neutrale school bestaat niet. Een levensbeschouwing kun je niet op je nachtkastje laten liggen. De pedagoog Philip Kohnstamm, die leefde in de tijd van de pacificatie, was een sterk voorstander van openbaar onderwijs omdat kinderen met diverse levensbeschouwingen in aanraking komen. Maar, zei hij, zo’n school is gemengd, niet neutraal.”

Krijgen behoudende scholen met omstreden opvattingen zo niet een stempel van goedkeuring van de overheid?

“Zo zou ik het niet zeggen. De overheid geeft geen stempel van goedkeuring, maar ze faciliteert stromingen die er in de samenleving zijn. Natuurlijk is het wenselijk dat scholen aandacht besteden aan bijvoorbeeld lhbti, begrijp me niet verkeerd. Maar scholen moeten het recht hebben om daar op hun eigen manier invulling aan te geven en hun visie op te geven.”

En als die visie dan haaks staat op wat de maatschappelijke norm is?

“Mijn vraag is dan: wie bepaalt de maatschappelijke norm? Is dat de meerderheid? Dat vind ik toch een ingewikkelde figuur.”

Een neutrale school bestaat niet. Een le­vens­be­schou­wing kun je niet op je nachtkastje laten liggen

Je zou kunnen zeggen dat de school bij deze vrijheid gebaat is, maar niet het individu.

“Artikel 1 van de Grondwet biedt in mijn optiek voldoende bescherming. Er is de algemene wet gelijke behandeling, die het bijvoorbeeld op een orthodox-gereformeerde of islamitische school onmogelijk maakt om een samenwonende homoseksuele docent te ontslaan.”

De opening van een islamitische school in Amsterdam zorgde onlangs voor discussie. Is die maatschappelijke onrust een bedreiging voor het systeem?

“Wat in 1917 totaal niet aan de orde was, waren de geloven die niet in de westerse beschavingen geworteld waren. Moslims kende men destijds alleen vanuit Indonesië. Daar was in 1938 overigens wel een antirevolutionaire onderwijzer die vroeg wat hij moest doen met de70 procent niet-christelijke kinderen op zijn school. Toen was het verstandige antwoord van de antirevolutionaire briefbeantwoorder dat hij gewoon les moest geven en niets moest veranderen.

“Ik denk dat de islam ons voor een heel nieuw probleem plaatst. Hoe ontwikkelen deze scholen zich verder? Ik zou dan vooral denken aan onderwijs dat tegen de democratische rechtsorde ingaat. Het afwijzen van andere gelovigen en een van de meerderheid afwijkende visie op seksualiteit geldt overigens ook voor orthodox-christelijke scholen. Dit soort kwesties worden de test of het stelsel de komende twintig jaar in de huidige vorm houdbaar blijft.

“Wat ook nog een rol speelt bij islamitische scholen is dat hun kwaliteit nog steeds niet heel hoog is. Maar corrigeer je dit naar sociaal-economische status, dan blijkt dat hun score relatief goed is. In die zin zou je kunnen zeggen dat dit het voorzichtige perspectief biedt dat de gedachte achter het bijzonder onderwijs nog steeds toepasbaar is.”

Tekst loopt door onder de afbeelding.

© Hollandse Hoogte / Joost van den Broek

Hoe zou de toekomst voor het bijzonder onderwijs er volgens u uit moeten zien?

“Er zou meer ruimte moeten komen voor nieuwe richtingen. Ook allerlei pedagogische stromingen zouden een kans moeten krijgen om zich via een eigen school te vestigen. Dat is ook in de geest van de wet van 1917. De richting van de school is nu altijd levensbeschouwelijk bepaald. Zo heb je openbaar of katholiek montessorionderwijs. Ik voel veel voor het idee van richtingvrije planning, zoals de voormalige staatssecretaris van onderwijs Sander Dekker door wilde voeren.

“Daarvan was tot in de jaren dertig feitelijk ook sprake, want toen pas werd onder invloed van bezuinigingen de richting voor een bijzondere school een bekostigingsvoorwaarde. Een groep die een welomschreven en gefundeerd idee heeft voor de stichting, richting en inrichting van een school en die voldoende maatschappelijk draagvlak heeft, zou aan de slag moeten kunnen.

“Ik denk dat het tot een revitalisering van het stelsel zou kunnen leiden. Het doet namelijk recht aan de verschillen die er in de samenleving bestaan en komt tegemoet aan de wensen van ouders.”

Het christelijke onderwijs zou zijn gevestigde belangen tussen haakjes moeten zetten

Juist christelijke partijen en scholen zijn tegen deze oplossing.

“Het christelijke onderwijs zou zijn gevestigde belangen tussen haakjes moeten zetten. Misschien moet ze iets inleveren aan anderen. Maar is dat erg? Ik denk het niet. Christelijke scholen worden juist uitgedaagd om hun eigen levensbeschouwelijke en onderwijskundige profiel te laten zien.”

Pacificatie door financiële steun

De vrijheid van onderwijs is te danken aan katholieken en protestanten die decennialang vochten om hun ideeën in de klas te krijgen. In 1917 kwam er een einde aan deze schoolstrijd. Concreet betekende deze ‘pacificatie’ (eigenlijk een politieke deal tussen liberalen, socialisten, katholieken en protestanten) dat ook christelijke (‘bijzondere’) scholen recht kregen op financiële steun van de overheid. Sindsdien is het Nederlandse onderwijs verdeeld in drie hoofdstromen: rooms-katholiek, protestants en openbaar. Daarbinnen zijn allerlei varianten mogelijk, zoals montessorionderwijs en jenaplanscholen. Meer dan de helft van de Nederlandse scholen is tegenwoordig een bijzondere school.

John Exalto, Van wie is het kind? Twee eeuwen onderwijsvrijheid in Nederland, Uitgeverij Balans, 256 blz., €19,99.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Dat de schoolstrijd gewonnen is door de confessionelen is een hardnekkig misverstand

Pedagogische stromingen zouden een kans moeten krijgen om zich via een eigen school te vestigen

Een neutrale school bestaat niet. Een le­vens­be­schou­wing kun je niet op je nachtkastje laten liggen

Het christelijke onderwijs zou zijn gevestigde belangen tussen haakjes moeten zetten