Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Regels bepalen de waardigheid van het levenseinde'

Samenleving

Edwin Kreulen en Alwin Kuiken

© Gemma Pauwels
Interview

Met de aankondiging van maar liefst vier onderzoeken naar mogelijk strafbare euthanasie stapt het Openbaar Ministerie uit de coulissen. "Bij euthanasie moet een arts niet louter varen op zijn eigen kompas", zegt procureur-generaal Rinus Otte.

Het sluitstuk van de euthanasiewet is de rechter. Dat werd vijftien jaar geleden al geroepen toen Nederland de nieuwe wet kreeg. Euthanasie door artsen bleef in beginsel strafbaar, tenzij de dokter kon aantonen dat hij of zij zorgvuldig had gehandeld. De Regionale toetsingscommissies euthanasie - met daarin artsen, ethici en juristen - bekijken sindsdien elke zaak en sturen de mappen met het stempel 'niet zorgvuldig' door naar het Openbaar Ministerie. Dat moet beslissen of de betrokken dokter voor de rechter komt.

Lees verder na de advertentie
Er zijn indringende gesprekken gevoerd met artsen. Daar kon uitkomen dat men zei 'ik heb nieuwe inzichten gekregen, de volgende keer doe ik het anders'. Dat is ook een resultaat

Functioneerde dat sluitstuk? Die vraag werd steeds prangender. Het OM liet vrijwel nooit van zich horen. Zo'n negentig mappen gingen de eerste vijftien jaar richting de landelijke leiding van het OM in Den Haag. Tot vervolging kwam het nooit.

"Dat wil niet zeggen dat wij er niets mee deden", zegt procureur-generaal Rinus Otte, namens het college belast met medische zaken en ook euthanasie. "Er zijn veel indringende gesprekken gevoerd met artsen. Daar kon uitkomen dat men zei 'ik heb veel nieuwe inzichten gekregen, de volgende keer doe ik het anders'. Dat is ook een resultaat. Soms was er sprake van een waarschuwing." 

In een paar zaken volgde een zogeheten voorwaardelijk sepot: geen vervolging, mits de betrokken dokter niet in korte tijd opnieuw het oordeel onzorgvuldig zou krijgen.

"Wij waren zeker actief, maar in de coulissen", zo vat Otte het samen. Vorig jaar stapte zijn organisatie al een stuk het podium op, met de aankondiging van een eerste strafrechtelijk onderzoek naar de levensbeëindiging van een wilsonbekwame patiënte. Vandaag staat het OM vol op het toneel, met maar liefst vier nieuwe strafrechtelijke onderzoeken.

Is dat nieuw beleid?

"Ik ervaar het niet als breuk. Wij werken al sinds jaar en dag hieraan. Op de 6500 euthanasiezaken die er ongeveer jaarlijks zijn, is vier keer een strafrechtelijk onderzoek nog steeds weinig. We vinden bij deze zaken dat het erop lijkt dat er iets is fout gegaan, en dat willen we onderzoeken. Of dat ook daadwerkelijk leidt tot vervolging, dat weet ik nu nog echt niet. Het zijn bijzondere zaken. Alleen bij euthanasie is het aan het college om te beslissen tot een onderzoek. Het college heeft geen eigen opsporingsapparaat. Daarom moet er een onderzoek volgen. Dat doet een officier van justitie. Als het is afgerond, beslist het college of de arts wordt vervolgd of dat de zaak op een andere wijze - bijvoorbeeld met het opleggen van een (on)voorwaardelijk sepot - wordt afgedaan."

Maar dat kon toch al heel lang?

"Zeker, en we hebben ook zonder vooronderzoek naar zaken gekeken. En toen volstaan met bijvoorbeeld een waarschuwing."

Zijn deze zaken dan ineens ernstiger dan vroeger?

"Daarover heb ik geen algemeen beeld, dat is casuïstiek. Wij hebben sinds vorig jaar een nieuwe aanwijzing voor vervolging, maar dat was meer een actualisering dan een koerswijziging. Daarin staat nog duidelijker dat wij scherp letten op wat wij substantiële zorgvuldigheidseisen noemen."

Of iemand weloverwogen besluit tot euthanasie en of hij of zij ondraaglijk en uitzichtloos lijdt?

"Dat klopt, een eis zoals de goede medische uitvoering vinden wij ook belangrijk. Maar bij de substantiële eisen die u daar noemt gaat het om de waardigheid van het levenseinde. Bij de vier onderzoeken die we nu doen, gaat het om het oordeel onzorgvuldig vanwege een van die substantiële eisen. Over een wilsverklaring die misschien niet actueel was, over een behandeling die het lijden misschien nog had kunnen verlichten. Dat willen we onderzoeken."

De tekst loopt door onder de afbeelding.

© TRBEELD

In het verleden ging dat ook weleens mis. Waarom nu dan ineens vier onderzoeken?

"We kennen een euthanasiepraktijk die zich in zeer hoog tempo uitbreidt, er zijn veel meer zaken dan een paar jaar terug. Daardoor is het mogelijk dat er meer zaken uitspringen waarbij je vragen moet stellen. Wij denken dat het goed is vinger aan de pols te houden."

Zoeken artsen tegenwoordig meer de randen van de wet op?

"Dat zou kunnen. Ik kan het niet goed overzien. Het is wel goed om het signaal te geven dat het handelen van artsen deels is vastgelegd in het strafrecht. Dat geldt voor meer beroepsgroepen, neem piloten. In dat geval zijn de regels over hoe men moet handelen niet alleen vastgelegd door de beroepsgroep, maar ook door het strafrecht. Dat is het signaal dat wij willen geven."

Zegt u tegen dokters: 'Kijk niet alleen naar je beroepsopvattingen, kijk ook naar de wet'?

"Het is nog wat sterker, we zeggen vooral: kijk niet alleen naar je empathische opvatting van dat moment. Dat wil ik graag benadrukken: je moet als arts bij euthanasie niet louter varen op je eigen kompas, maar ook op wat je vakgenoten hebben afgesproken en op de wet. Als er meer momenten zijn waarop artsen vooral op hun eigen oordeel varen en niet op hun beroepsgenoten of op de wet, dan hebben wij daarvoor bij deze gewaarschuwd."

Je kunt wel zeggen dat een onderzoek sneu is voor een persoon, maar daarmee ontzeg je de samenleving het recht om wetten toe te passen op zijn beroepsgroep

Gaat het om deze vier zaken, of om het signaal ofwel het hogere belang?

"Dat onderscheid kun je niet maken. Wij beoordelen iedere zaak op zijn merites. Die vier zaken roepen hoe dan ook vragen op."

Deze vier artsen wilden goed doen.

"Dat geldt heel vaak. Zeker als je een langdurige relatie met de patiënt hebt. Maar je hebt, net als ieder ander, altijd te handelen naar het grotere kader. We hebben in Nederland een heel bijzondere euthanasiepraktijk. Als we die willen ondersteunen en zorgvuldig willen houden, dan zullen we die moeten beoordelen naar het recht."

U doet dit werk nu twee jaar. Bent u strenger dan uw voorgangers?

"Ik zie mezelf niet als streng. Natuurlijk, je moet duidelijk maken waar je staat. Professionals zoals artsen - maar ook hoogleraren, rechters, noem maar op - kunnen de neiging hebben hun eigen vak te verbijzonderen. Jij bent toch degene die ervoor heeft doorgeleerd. Je stijgt in professionaliteit misschien wel boven het ene oordeel van die rechter uit. Maar nogmaals, er is ook een groter belang waaraan je je hebt te houden. Ook als dat niet helemaal spoort met een individuele zaak waarmee je te maken hebt."

Zijn artsen dat wellicht vergeten?

"Dat vind ik lastig te beoordelen. Alle artsen die ik heb gesproken hebben naar eer en geweten gehandeld. De integriteit van de beroepsgroep staat daarom buiten kijf. Je kiest niet voor niets dat beroep en zeker niet dit soort zaken. Maar je maakt iemand dood en dat is in beginsel strafbaar.

"Je kunt in die situaties in een heel lastig vaarwater komen. Je hebt te maken met familie, die er zeer emotioneel in kan staan. In dat emotionele krachtenveld, zeker als je de patiënt goed kent, kan het eigen oordeel over wat goed is voorop komen te staan. Ik vraag me af in hoeverre de eigen beroepscode bij artsen die dit werk doen, is ingeprent. Als men het vaker doet, zal dat eerder het geval zijn, vermoed ik. Maar zeker weten doe ik dat niet."

Moeten artsen zich bij euthanasie minder laten leiden door empathie met de patiënt?

"In het algemeen: als je er niet van overtuigd bent dat een wilsverklaring actueel is en je kunt hem nog actualiseren, dan moet je daar de energie op richten. Hetzelfde geldt als er mogelijkheden zijn voor toch nog een behandeling. Ook al geeft de patiënt aan dat hij daarvoor niet kiest."

Is het dan wel nodig die gewetensvolle artsen nader te onderzoeken? Dat is belastend.

"Dat beseffen wij zeker. Tegelijkertijd vinden wij dat duidelijk moet zijn dat artsen, net als anderen, in dit geval een goed verhaal moeten hebben. Je moet je kunnen verantwoorden bij een belangrijke beslissing als euthanasie. Dat hoort bij het vak van een hoogstaande beroepsbeoefenaar die met leven en dood heeft te maken. En het is cruciaal voor de samenleving. We kunnen wel zeggen dat een onderzoek sneu is voor een persoon, maar daarmee ontzeg je de samenleving het recht om die wetten toe te passen op die beroepsgroepen, maar ook de collega-artsen het zicht op wat wel en niet is toegestaan."

Of een patiënt een behandeling of opname in een verpleeghuis terecht weigert, daarover staat niets in de wet. Een arts moet dat invoelen. Dat is een grijs gebied.

"Wat de wet wél zegt is dat er een procedure is om tot een juiste afweging te komen. Een arts kan raad inwinnen bij een onafhankelijk specialist. En dat dient volgens de regels te gebeuren. Je kunt zo'n advies naast je neerleggen. Dan moet je dat echter goed motiveren."

Dat is niet de kern van de kwestie.

"Nee, dat begrijp ik. Maar ik betwist dat er sprake is van een grijs gebied. Want als je informatie inwint..."

Als je met veel mensen naar het grijze gebied kijkt, dan wordt het nog niet wit.

"Nee, dat bestrijd ik dus. Als het beeld na het advies inwinnen grijs blijft, dan kan er nog meer advies ingewonnen worden. Blijft het grijs, dan kan een arts tóch overgaan tot het verlenen van euthanasie, maar dan moet hij zijn keuze wel heel sterk onderbouwen. En niet te beroerd zijn om er verantwoording over af te leggen."

De tekst loopt door onder de afbeelding.

© Gemma Pauwels

Toetsingscommissie, strafrechtelijk vooronderzoek, misschien vervolging: dat duurt lang. Is dat niet onnodig belastend voor artsen?

"Jacob Kohnstamm, de voorzitter van de toetsingscommissies, heeft in april vorig jaar voorgesteld om het buiten het Openbaar Ministerie te regelen, met cassatie in het belang der wet. De Hoge Raad oordeelt dan direct over bepaalde vragen. Ik ben daarvan geen voorstander. Dat ontzegt het systeem het recht om dit op de gebruikelijke manier op te lossen, via een strafrechtelijk onderzoek.

Ik proef wel eens bij be­roeps­be­oe­fe­na­ren de redenering: je hebt naast elkaar mijn vak, mijn beroepsnormen én de wet

"Het debat over euthanasie speelt zich af in vele arena's: maatschappelijk en politiek. We zien tot nu toe een arena over het hoofd, de rechtszaal. Daar kun je op fatsoenlijke wijze, met hoor- en wederhoor en met getuigen-deskundigen, duidelijkheid krijgen over wat we binnen de wet vinden passen. Het geeft ons, nog meer dan de toetsingscommissie, de mogelijkheid om aan feitenonderzoek te doen. In strafrechtelijk onderzoek of vervolging wordt de nieuwe koers van de samenleving mede duidelijk gemaakt. Na een uitspraak keert vaak de rust weer, men weet waar men aan toe is."

Welke duidelijkheid kan een onderzoek als nu aangekondigd extra bieden?

"Als een wilsverklaring er niet is, of niet geactualiseerd is, of als het lijden nog verlicht kan worden: dat zijn allemaal punten die uitgezocht kunnen worden.

"Het kan best zijn dat uit zo'n onderzoek, dat breder is, de conclusie komt dat de toetsingscommissie een euthanasie onzorgvuldig vond maar dat dit in werkelijkheid toch niet zo is, dat de arts wel zorgvuldig heeft gehandeld."

Bent u niet bang dat artsen terugschrikken voor euthanasie of minder zorgvuldig gaan melden uit vrees voor vervolging?

"Dat zou mij verbazen, wij komen als Openbaar Ministerie in ruim 99,9 procent van de zaken helemaal niet in actie. Dus daarvoor lijkt me geen reden."

De praktijk is anders. De Levenseindekliniek heeft psychiaters opgeroepen om meer ingewikkelde euthanasievragen in behandeling te nemen en ze niet allemaal door te sturen naar de Levenseindekliniek, zoals nu. Artsen vrezen ingewikkelde vormen van euthanasie. Die vrees neemt vermoedelijk toe als ze over strafrechtelijke onderzoeken lezen.

"Dat is niet primair de verantwoordelijkheid van het OM. Wij ontvangen alleen de zaken waarin de toetsingscommissie tot het oordeel is gekomen dat de arts niet overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen heeft gehandeld en hebben vooral te letten op het juridische aspect.

"Wat er verder aan medische, maatschappelijke en intermenselijke discussie plaatsvindt, is voor het OM nog niet direct doorslaggevend."

Er is toch het opportuniteitsbeginsel, waarmee het OM afweegt of de voordelen van vervolging opwegen tegen de nadelen?

"Er is een scheiding tussen dit stadium van het vooronderzoek en het stadium straks, van een eventuele vervolging waarbij we dat heus allemaal zullen meenemen."

Waait er bij het OM een nieuwe wind? Kijk naar Albert Heringa, de man die zijn 99-jarige stiefmoeder bij haar zelfdoding hielp en die laatst ongenadig hard schuldig werd bevonden.

"Ik vind dat geen nieuwe wind. Bij euthanasie niet, zoals ik al stelde. Ik heb de zaak-Heringa zelf als voormalige rechter gevolgd, het draait daar vooral om de vraag of iemand die geen arts is dat mag doen, hoe goed de bedoelingen zijn, of dat de grenzen van het recht dat niet toelaten. Ik hecht aan de grenzen van de wet.

"Ik proef wel eens bij beroepsbeoefenaren van verschillende achtergrond de redenering: je hebt naast elkaar mijn vak, mijn beroepsnormen, en je hebt de wet. Dan denk ik, hoor eens, je moet wel dat beroep uitoefenen binnen de grenzen van die wet. Dat zijn spelregels. Dat is een wezenlijk onderdeel van het werk van het Openbaar Ministerie. Als je geen spelregels hanteert kun je niet eens Monopoly spelen met je kinderen."

Artsen kunnen nu zeggen: we spelen al veertien jaar Monopoly en nu zwaait die Otte ineens met de spelregels.

"Die regels waren er al, ik lever geen nieuwe inzichten. De uitvoeringspraktijk kan verschillen. De overheid bedient zich van verschillende interventies om te zorgen dat die spelregels worden nageleefd. Nu is dat het strafrecht.

"De regels bepalen de beschavingsgraad van het spel dat je speelt. En die bepalen weer de waardigheid van in dit geval het levenseinde. Die is belangrijk niet alleen voor de patiënt, maar ook voor de samenleving."

Lees ook:  Het OM start vier nieuwe onderzoeken naar mogelijk strafbare euthanasie.

Bert Keizer bij de toetsingscommissie: 'Je zit met vijf mensen te praten over de vraag of de overleden vrouw wel had mogen overlijden. Op alle gestelde vragen heeft de euthanaserende arts maar een antwoord: ja natuurlijk, wat dacht u nou?'

De euthanasiewet is nu ruim 15 jaar oud. Eraan sleutelen hoeft niet. Maar nu je op internet dodelijke pillen kunt kopen, moeten artsen wel hun rol herzien, betoogt Boudewijn Chabot.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel

Er zijn indringende gesprekken gevoerd met artsen. Daar kon uitkomen dat men zei 'ik heb nieuwe inzichten gekregen, de volgende keer doe ik het anders'. Dat is ook een resultaat

Je kunt wel zeggen dat een onderzoek sneu is voor een persoon, maar daarmee ontzeg je de samenleving het recht om wetten toe te passen op zijn beroepsgroep

Ik proef wel eens bij be­roeps­be­oe­fe­na­ren de redenering: je hebt naast elkaar mijn vak, mijn beroepsnormen én de wet