Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

‘Meneer Pleij, het zou toch gaan over de schaduwkanten van de Gouden Eeuw?’

Samenleving

Willem Pekelder

© Willem Pekelder
KLEIN VERSLAG

Waar ik het vandaan had, weet ik niet meer, maar in de vaste veronderstelling dat hij zou  komen spreken over de schaduwkanten van de Gouden Eeuw, ging ik naar een lezing van Herman Pleij in Delft. 

Theater De Veste was half gevuld, voornamelijk met een wat ­ouder publiek, dat vol ontzag de emeritus hoogleraar middeleeuwse letterkunde zag verschijnen achter het spreekgestoelte. Pleij tuurde de zaal in, hief zijn handen ten hemel en sprak de historische woorden: “Ik ga het vanavond hebben over de koektrommel.”

Lees verder na de advertentie

Er volgde een waterval van woorden, steeds ondersteund door weidse armgebaren. Over de koektrommel als symbool van verbondenheid, ging het, en over onze open gordijnen. Maar ook over hoe moeilijk het desondanks is om bij Nederlanders binnen te komen. Dat er vier agenda’s aan te pas komen, ­enzovoorts. Dat we voorts erg van caravans houden, en van verkleinwoorden: hotelletje, terrasje, wijntje, biertje. “Ik word er doodziek van”, mopperde Pleij. Dat bovenstaande allemaal te maken had met onze gezinscultuur, een collectieve mentaliteit, die er, volgens Pleij, voor zorgt dat vrouwen nog altijd achterlopen in leidinggevende functies, de getuinbroekte huisman van vroeger ten spijt. Na twintig minuten zei de causeur: “Ziezo, dit was mijn inleiding.”

Suizebollend van de informatie laafde het publiek zich aan het drankenbuffet

Nederlandse identiteit

Want eigenlijk wilde hij ‘iets kwijt’ over de Nederlandse identiteit. Sinds de verzuiling bestaat die niet meer, ­betoogde de bekende tv-prof. Dat zijn grootmoeder in Rijssen hem vroeger aanstootte en uitriep: “Herman, daar loopt een roomse”, het is zelfs in de bijbelgordel voorbij. We vinden elkaar tegenwoordig in het compromis, voortkomend uit onze koopliedengeest. En ook die geest is weer een collectieve mentaliteit, net als het gezin. 

© Willem Pekelder

We hebben dus wel een mentaliteit, zo doceerde Pleij, maar geen identiteit. Oké, dacht ik, en nu op naar de schaduwkanten van de Gouden Eeuw! Maar Pleij had op dat moment alweer een volgende anekdote uit de trommel getoverd. Over zijn andere grootmoeder die bij zijn ouders inwoonde en daar een wollen zwembroek voor de kleine Herman breide, waarmee het ventje wel de zee ín kon lopen, maar niet eruit, omdat het ding loodzwaar werd. Waarom Pleij dit vertelde, herinner ik me eigenlijk niet meer. Wat ik wel weet, is dat hij het wollenzwembroekdrama opgewekt afsloot met: “Dit was deel twee van mijn inleiding.”

Het was negen uur ’s avonds, Pleij had drie kwartier gepraat. Hoe lang zou hij het nog volhouden? Op het podium ging het inmiddels over een hotel in Leeuwarden, waar spreker logeerde en een medewerkster hem vroeg of hij goed had geslapen, hetgeen hij met ‘ja’ had beantwoord, waarop zij zei: “Ik ook.” En daarmee belandde Pleij bij ­onze volgende collectieve mentaliteit: egalitair denken. Jij lekker geslapen, ik lekker geslapen, denk maar niet dat je beter bent dan ik. Ach, Pleij kon er nog zo veel meer over vertellen. Dat geloofden we graag, maar toen was het pauze. Suizebollend van de informatie laafde het publiek zich aan het drankenbuffet.

Na de break was het publiek aan zet. Ik stond op en stamelde: “Dank voor uw prachtige betoog, meneer Pleij, maar het zou toch gaan over de schaduwkanten van de Gouden Eeuw?”

Dat had ik beter niet kunnen zeggen. Pleij keek opzij naar de coulissen, en vroeg verlangend: “Hebben we nog even...?”

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Deze dagen vervangt Willem Pekelder hem. Lees meer afleveringen van Klein Verslag op trouw.nl/kleinverslag.

Deel dit artikel

Suizebollend van de informatie laafde het publiek zich aan het drankenbuffet