Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Media zijn onnodig ver gegaan in berichtgeving rond Anne Faber'

Samenleving

Isabel Baneke

Leden van een dregteam vorige week aan het werk in de vijver van het Blookerpark bij Huis ter Heide. In de vijver werd de fiets van Anne Faber gevonden. © ANP

Trouw-ombudsman Adri Vermaat vindt dat media onnodig ver gingen. Ook zijn eigen krant.

Groene stukken bos zijn op het beeld te zien, enkele personen in witte pakken, en blauwe hekken. Die had de politie er neergezet om haar werkzaamheden af te schermen. Op de pagina's van deze krant prijkte gisteren een luchtfoto van de plek waar het levenloze lichaam van Anne Faber uiteindelijk werd gevonden.

Lees verder na de advertentie

Op de redactie ontstond discussie, de politie had dringend verzocht niet boven de plaats delict te vliegen. Onfatsoenlijke journalistiek, noemt Adri Vermaat, ombudsman van Trouw, het maken en afdrukken van de foto. "De politie zoekt daar naar een mens. Dit soort berichtgeving raakt de ethiek van ons vak, de privacy van betrokkenen, en belemmerde de opsporing van Faber."

De afgelopen anderhalve week werd de politie vaker gestoord tijdens de zoektocht naar de verdwenen studente. Onder meer RTV Utrecht en het AD deden live verslag van het dreggen in de vijver bij Huis ter Heide, waarin de fiets van Faber was aangetroffen. Regelmatig werd er ingezoomd op hulpverleners en het water. En De Telegraaf publiceerde dat er in Zeewolde een lichaam was gevonden voordat de politie de kans kreeg om dit wereldkundig te maken.

De journalistieke waarden lijken op te schuiven naar steeds bedenkelijkere grenzen

Adri Vermaat, ombudsman Trouw

De eerste zijn

"Media zijn onnodig ver gegaan", stelt Vermaat. "En het ergste is nog: dat is niet voor het eerst. De journalistieke waarden lijken op te schuiven naar steeds bedenkelijkere grenzen. We springen van incident naar incident. En hoewel een krant zich juist onderscheidt door niet mee te doen, door een zaak als deze juist fatsoenlijk te verslaan, neemt iedereen steeds weer deel aan de jacht."

Mark Deuze, hoogleraar mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam, sluit zich daarbij aan. Hij noemt de zaak-Faber een klassiek voorbeeld van een mediahype. "En in zulke gevallen nemen journalisten beslissingen die niet altijd even gelukkig zijn."

Dat is kwalijk, vindt hij, maar ook zeer begrijpelijk. "Publiceer jij die foto niet, dan doen tien andere media het, en gaat de lezer zijn informatie elders halen. Heel Nederland wilde immers alles weten over het lot van deze jonge vrouw, die zomaar, zonder enige verdachte omstandigheden, spoorloos verdween. Het was een uniek incident, dat veel mensen raakte."

Zodoende ontstond er een zichzelf versterkende kracht, stelt Deuze. Dit verlaagde de drempel tot publicatie stukje bij beetje. "Dat heeft ook alles te maken met de digitale wereld waarin we leven. Het internet heeft de karaktertrekken van de journalistiek versterkt."

Niet alleen het tempo waarmee verslaggevers het publiek bedienen is hierdoor flink omhooggeschroefd. "Verslaggevers voelen van nature de drang om met hun neus bovenop het nieuws te zitten, ertussen te staan. En de mogelijkheid tot live-streams, opnamen met smartphones en drones, vergemakkelijkt dat."

Begrijpelijke reflex

En er is nog iets. De stroom beelden en berichten die iedereen op sociale media plaatst stuurt onbewust de reguliere media. De informatie op Facebook of Twitter is voor een journalist lastig te negeren, eenvoudigweg doordat mensen erover praten.

Over verreweg de meeste vermissingen horen we nooit iets

Mark Deuze, hoogleraar mediastudies

Die wisselwerking vindt ook andersom plaats. "Mede door de enorme media-aandacht voor deze verdwijning is er op internet een klopjacht ontstaan op de verantwoordelijken voor de vrijlating van de dader." De naam, foto en contactgegevens van de bestuursvoorzitter van de ggz-kliniek waar Michael P. verbleef, zwerven inmiddels rond op Twitter.

"En ook dit is een begrijpelijke reflex", stelt Deuze. "In een ideale wereld zou iedereen, van journalist tot burger, tot tien tellen voordat ze een bericht plaatsen. Maar de realiteit is weerbarstig. We kunnen met onze vinger zwaaien, maar dit is nu eenmaal de digitale mediacultuur waarin we leven." En hij weet zeker: "Zo'n emotionele mediahype herhaalt zich."

Al helemaal wanneer het de vermissing van een blanke, jonge vrouw uit de middenklasse betreft, benadrukt hij.

"Over verreweg de meeste vermissingen horen we nooit iets. Jongens die spoorloos zijn, arme mensen, of vluchtelingen die uit een azc verdwijnen. Het is belachelijk, en er is geen goede verklaring voor, maar uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat vooral vermiste personen met een profiel als Faber massale aandacht van de media krijgen."

Lees ook:
De rauwe werkelijkheid achter vermissingen
- De rechter vond dat de samenleving ‘langdurig’ tegen verdachte Michael P. moest worden beschermd

Deel dit artikel

De journalistieke waarden lijken op te schuiven naar steeds bedenkelijkere grenzen

Adri Vermaat, ombudsman Trouw

Over verreweg de meeste vermissingen horen we nooit iets

Mark Deuze, hoogleraar mediastudies