Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

‘In plaats van het eeuwige moeten, gaat het om mijn eigen keuzes, om wat ik wil en kan’

Samenleving

Dana Ploeger

Ronnie van Diemen © Merlijn Doomernik
Levenslessen

Ronnie van Diemen (61), hoogste baas van de Inspectie gezondheidszorg, pleit ervoor fouten toe te geven. ‘Laatst stuurde ik een excuusbrief naar een arts die we niet goed hadden behandeld.’

1. Je afkomst vormt je

Lees verder na de advertentie

“Ik ben opgegroeid tussen de tulpen en gladiolen in een katholiek gezin. Mijn vader, een warme persoonlijkheid, werkte als knecht op een bollenbedrijf. Ik was de jongste van zeven en het enige meisje; voor mij werd altijd gezorgd. Ik droeg mooie jurkjes, maar werd altijd door mijn zes broers op sleeptouw genomen, ik was veel buiten en voelde me altijd beschermd. Een vrije, liefdevolle jeugd met veel warmte. Bij ons thuis was het belangrijk dat je er in het leven voor zorgt dat het met de ander ook goed gaat. Die overtuiging draag ik met me mee.

Als kind in een arbeidersgezin ervoer ik ook druk. Ik moest wel iets bereiken. Dat was een diepe wens van mijn moeder; zij moest als twaalfjarige al gaan werken en hamerde altijd op studeren voor onze toekomst. Ik zat op een nonnenschool en was best onzeker, maar dat merkte niemand. Ik liet juist van me horen. Op mijn Citotoets scoorde ik onverwacht slecht.

Ik draaide werkweken van tachtig uur. Bij ons thuis klonk vaak: ‘Mama is werken!’

Mijn moeder was boos op de uitspraak van de nonnen dat ‘ons soort kinderen beter af was op de mavo’, ik vooral verdrietig. Wat ze ook probeerde, de nonnen stuurden me toch naar de mavo. Daar ontdekten de docenten al snel dat ik er niet thuishoorde en ging ik in mijn eentje naar de havo in Leiden. De eerste maanden kwam ik elke dag huilend thuis omdat ik me zo alleen voelde. Binnen een jaar stroomde ik door naar het atheneum, toen moest ik helemaal laten zien dat ik het kon. Dat eeuwige bewijzen dat je iets voorstelt, kennen veel mensen uit arbeidersmilieus, maar ook vluchtelingen en derdegeneratie-migranten hebben die ervaring. Je afkomst vormt je.”

2. Goed luisteren geeft betekenis

“Dat heilige moeten zat diep bij mij. Tijdens mijn studie geneeskunde was ik bloedserieus, werkte keihard en studeerde cum laude af. Ik wist al snel dat ik kinderarts wilde worden, dat waren betrokken en bevlogen artsen, dat wilde ik ook zijn. Ik was 25 toen ik voor het eerst een vader zag huilen om zijn doodzieke kind aan de nierdialyse. Totaal ontredderde ouders, die zich machteloos en verdrietig voelden. En tegelijk zo veerkrachtig. Het maakt zoveel uit hoe je als arts omgaat met mensen in hun diepste verdriet; toen leerde ik, van ouders en mijn opleider, dat je met oprechte betrokkenheid echt betekenis kunt geven.

Ik nam de ontreddering van ouders altijd serieus. Als je goed luistert kun je hun angst beter begrijpen. Een baby of klein kind kan zelf niets uitleggen, je moet als arts al je zintuigen openzetten. Voelen, luisteren, je intuïtie volgen, steeds anders kijken naar zo’n ziek kind en proberen te achterhalen wat er mis is. Die ervaring zet ik nog dagelijks in, ook bij ingewikkelde cases binnen de Inspectie. Ik zet dan al mijn zintuigen open, wil alles horen, zien, voelen, alle perspectieven belichten en daarna neem ik een beslissing.”

3. Denk altijd in mogelijkheden

“Mijn drie kinderen zijn de grootste verandering in mijn leven. Ze houden mij met beide benen op de grond, bij hen moet ik niet aankomen met mijn artsen- of bestuurderstoontje. Ik ben op alle drie zo trots. Genietend om wie ze als mensen zijn, hoe ze in het leven staan. Kort na de geboorte van mijn jongste zoon, bleek dat hij in mijn buik een hersenbloeding had gehad. Toen zat ik ineens aan de andere kant van de tafel, was ík de machteloze, verdrietige moeder. Als kinderarts wist ik dat zijn toekomst er anders uit zou zien, ik kende de impact van dergelijk hersenletsel maar al te goed.

Hij laat mij ten diepste zien wat het werkelijk betekent om kwetsbaar te zijn in deze maatschappij. Ons gezin is anders, hechter, ik denk omdat we dit met elkaar hebben meegemaakt. De oudste twee hebben een innige band met hun jongste broer - en hij met hen. Hij is een vechter, net als ik, en hij wil niet anders zijn. Toen hij wilde gaan hardlopen, zei ik eerst: ‘Dat kan niet met je moeilijke voeten en onhandige been.’ Ik wilde hem beschermen tegen de pijn dat hij het niet zou kunnen. Maar een cliënt die ik ontmoette in de psychiatrie hield mij een spiegel voor en zei altijd te denken in mogelijkheden. Mijn zoon op deze manier beschermen, hielp hem niet. Ik gaf hem speciale schoenen. Uiteindelijk hebben we samen de halve marathon gerend. Een fantastische ervaring. Net zo’n mooie prestatie als de marathon van Berlijn die ik vorig jaar samen met mijn dochter liep. Het leven komt zoals het gaat, maar je hebt wel invloed op hoe je ermee omgaat.”

4. Een gezin runnen doe je samen

“Ik heb altijd hard gewerkt: tijdens mijn eigen opleiding waarin ik ook promoveerde, als kinderarts, hoofd van de kinderafdeling en als opleider. Ik was actief in allerlei landelijke commissies, deed rustig tien activiteiten tegelijk. Intussen vroeg mijn gezin ook de nodige aandacht. Dit kon ik allemaal doen doordat mijn man mij alle ruimte gaf, hij werkte toen parttime in het onderwijs en was thuis in de schoolvakanties. Ik draaide werkweken van tachtig uur. Bij ons thuis klonk vaak: ‘Mama is werken!’

© Merlijn Doomernik

Dat had nooit gekund als mijn man zijn eigen carrière op nummer 1 had gezet. Ik heb geluk gehad dat ik op hem verliefd werd. Hij weet dat ik de continue uitdaging nodig heb, dat ik veel vreugde haal uit steeds weer iets leren. Wat dat betreft zie ik mijn leven als een grote leerschool. En ik draag mijn kennis graag over op jonge mensen, ik laat vaak arts-assistenten een dagje meelopen, of ik neem ze mee naar mijn gesprekken met de minister. Ik geniet ervan als ik eraan kan bijdragen dat mensen zich blijven ontwikkelen. Nu ik 61 ben heb ik die drive nog steeds, al is het wel evenwichtiger. Ietsje evenwichtiger, zou mijn man zeggen.”

5. Werken betekent veel, maar niet alles

“Toen ik als kinderarts stopte, ervoer ik dat als een rouwproces. Ik moest mijn identiteit als arts loslaten en vond dat niet eenvoudig. Ik werd directeur van het opleidingsinstituut van het VUmc in Amsterdam en gaf er geen aandacht aan, ik stopte het weg. Ik werkte hard, was weer succesvol, maar niet echt gelukkig.

Toen kreeg mijn man ernstige hartklachten en zijn cardioloog vertelde me dat hij net zo goed dood naast me in bed had kunnen liggen. Ik schrok enorm dat ik het zelf niet gezien had en stopte acuut met werken. Vanaf dat moment kwam er meer ruimte, ook voor alles wat ik had weggestopt. Ik ging praten met een coach en kon gebeurtenissen in mijn leven meer betekenis geven. Naast dat deze periode onze relatie verdiept heeft, was dit ook een keerpunt in mijn leven. In plaats van het eeuwige moeten, leerde ik dat het gaat om mijn eigen keuzes, om wat ik wil en kan. Het raakt me niet meer zo wat anderen daarvan denken.”

6. Een goede dokter wil altijd blijven leren

“De zorg die je je eigen familie gunt, is mijn hele carrière mijn diepste drijfveer, het fundament in mijn werk. Sinds mijn aantreden zes jaar geleden werk ik aan een inspectie die niet functioneert vanuit macht, maar vanuit vertrouwen. Onze inspecteurs kijken steeds meer door de ogen van de patiënt en de zorgverleners, ze gaan vaker met hen in gesprek, en waar nodig grijpen we in. Het is niet erg als het schuurt, sterker nog, als iets schuurt gaat het echt ergens over. Lastige gesprekken leiden altijd tot iets, als je maar in alle openheid met elkaar kunt praten.

Een arts die zich open opstelt naar patiënten en zijn collega’s, en die kan toegeven dat hij vermoeid was en daardoor een diagnose miste, maar daarvan wil leren, is in mijn ogen een goede arts. Van fouten maken leer je. Dat geldt net zo goed voor ons als inspectie. Zo stuurde ik vorige maand een excuusbrief aan een orthopeed (Piet van Loon, die in het Arnhemse ziekenhuis Rijnstate werkte, red.), bij wie we in het onderzoek als inspectie niet correct hadden gehandeld.”

7. Geloof niet in macht, maar in gezag

“Af en toe kan ik wakker liggen van mijn werk. Als ik de volgende dag ouders op gesprek krijg, die hun kind verloren hebben door een medische fout, bijvoorbeeld. Of laatst met die toestand rond de failliete ziekenhuizen in Amsterdam en Lelystad. Dat waren geen gemakkelijke gesprekken. Ik zat aan tafel met specialisten, zorgverzekeraars, patiëntvertegenwoordigers, bestuurders, en allemaal hadden ze een eigen visie, een eigen belang. Op zo’n moment ben ik uiterst serieus. Ik luister naar alle kanten van het verhaal, vat het samen en probeer oplossingen in kaart te brengen.

Ik heb formeel wel macht om dingen te bepalen, maar ik geloof meer in gezag. Als ik dan rust kan creëren en merk dat we er met elkaar uitkomen, ga ik met hernieuwde energie naar huis. Eenmaal thuis praat ik er weinig over, dat deed ik als arts ook niet. Als ik ergens mee zit, schakel ik eerder mijn vriendinnen in met wie ik elke zondagochtend hardloop. Wij noemen ons de ‘Magnificent Seven’: zeven bevlogen vrouwen, de meesten actief in de zorg. Met hen kan ik goed praten over dingen die mij raken, en waar ik mee worstel. Tijdens het hardlopen verdwijnen de emoties en worden zaken altijd helder.”

Ronnie van Diemen

Ronnie van Diemen (Noordwijk, 1958) is sinds 2012 Inspecteur-generaal Gezondheidszorg en Jeugd. Ze begon haar opleiding kindergeneeskunde in het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht en promoveerde in 1989 op hemodialyse en niertransplantatie bij kinderen. Later werkte ze tien jaar als opleider en afdelingshoofd kindergeneeskunde in het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein. Van Diemen bekleedde diverse adviesfuncties rond medisch opleiden. Daarna werd ze hoogleraar-directeur van het Instituut voor onderwijs en opleiden van het VUmc in Amsterdam. Zij stopte daarmee toen haar man ernstig ziek werd. In 2008 werd ze bestuurder bij GGZ Oost Brabant tot ze in 2012 werd benoemd tot Inspecteur-generaal. Ronnie van Diemen is getrouwd en heeft drie volwassen kinderen.

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd? Eerdere afleveringen vindt u op trouw.nl/levenslessen.

Deel dit artikel

Ik draaide werkweken van tachtig uur. Bij ons thuis klonk vaak: ‘Mama is werken!’