Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

‘Docenten moeten juist níet iedereen gelijk behandelen’

Samenleving

Amber Dujardin

Lector Machteld de Jong: Ga in gesprek. Dat lijkt simpel, maar is het niet. © Maartje Geels
Interview

Docenten zijn wit, hun studenten vaak niet. Stel vragen, leer ze kennen, raadt Machteld de Jong, onderzoeker op het gebied van diversiteit, hun aan.

Als witte, hoogopgeleide vrouw weet ze heus wel dat ze nooit in de schoenen van iemand met een migratieachtergrond kan staan. Maar dat betekent niet dat ze zich niet met diversiteit bezig kan houden, vindt Machteld de Jong, onderzoeker aan de Hogeschool Inholland. Vandaag spreekt zij daar haar lectorale rede uit. “Het is belangrijk dat er ruimte is voor iedereen die wil meedoen aan het gesprek over diversiteit, ongeacht achtergrond, kleur en geslacht. Dus ook voor een witte vrouw om lector diversiteitsvraagstukken te zijn.”

Lees verder na de advertentie

Wat zijn op het gebied van diversiteit nu de grootste uitdagingen voor onderwijsinstellingen?

“Kansengelijkheid bevorderen en zorgen dat alle studenten zich thuis voelen. Veel docenten zeggen: ik behandel iedereen gelijk. Maar dat moet je juist níet doen! Je moet maatwerk leveren. Jongeren met een migratieachtergrond komen vaker uit kwetsbare gezinnen. Met name jongens zijn vaak onderpresteerders. Docenten moeten veel vragen stellen: hoe gaat het met je? Waar word je gelukkig van?”

Veel docenten worstelen met de omgang met jongeren met een migratieachtergrond, stelde u vier jaar geleden al vast. Is er iets veranderd?

“Niet veel. Voor mijn boek ‘Help, mijn school is gekleurd’, dat eerder dit jaar verscheen, heb ik met Huub Nelissen nieuw onderzoek gedaan. We zijn heel Nederland doorgereisd, ook langs basis- en middelbare scholen, om met jongeren en docenten te praten. Er is nog steeds veel handelingsverlegenheid – een afschuwelijk woord trouwens – en we zien veel kansenongelijkheid. Diversiteit blijft een ingewikkeld thema en het debat is heel erg gepolariseerd.”

Hoge werkdruk en aandacht voor diversiteit gaan niet goed samen

Hoe komt dat? Hebben docenten veel vooroordelen?

“Jammer genoeg wel. Ze kennen hun leerlingen niet goed en wisselen weinig uit. De docenten die dat wel doen, behoren vaak tot de eerste generatie hoogopgeleiden binnen hun familie. Die staan meer open voor wat er buiten hun eigen kring gebeurt.”

U zei jaren geleden al dat de woorden allochtoon en autochtoon moeten worden afgeschaft. Is dat een verbetering?

“Eigenlijk niet. Jongeren zeggen nog steeds allochtoon en autochtoon. En wat ervoor in de plaats is gekomen, is óók geen neutraal begrip. Het is gekunsteld. Met ‘mensen met en zonder migratieachtergrond’ wordt precies hetzelfde bedoeld als met allochtoon en autochtoon. Dat weet iedereen. Er zit een gevoel in van ‘niet Nederlands zijn’ dat vaak wordt geassocieerd met achterstand of gedoe. Ik zou zeggen: maak er Marokkaanse en Turkse Nederlanders doen.”

Veel hogescholen en universiteiten stellen een medewerker diversiteit aan. Helpt dat?

“Ja, maar die kunnen niet in hun eentje een hele organisatie veranderen. Bijna 90 procent van de docenten is wit en heeft geen migratieachtergrond. Vaak hebben ze ook geen vrienden met een migratieachtergrond, blijkt uit onderzoek. Dan leer je andere leefwerelden niet kennen en snap je de humor niet. Daarnaast is de werkdruk in het onderwijs enorm toegenomen. Hoge werkdruk en aandacht voor diversiteit gaan niet goed samen.”

Hoe kunnen scholen dan toch zorgen dat iedereen zich thuis voelt?

“Ik merk dat jongeren veel behoefte hebben aan het delen van verhalen. De belangrijkste boodschap in mijn lectorale rede is: we kennen elkaar niet en bevragen elkaar ook niet in een echte dialoog. Veel jongeren met een migratieachtergrond denken bijvoorbeeld dat witte Nederlanders alles komt aanwaaien. Dat is natuurlijk niet zo. Zorg nou eerst voor dialoog en ga van daaruit samen aan de slag. Dat klinkt simpel, maar het is in de praktijk heel erg moeilijk.”

Kansenongelijkheid in Nederland

Uit onderzoek van de Onderwijsinspectie en het SCP blijkt dat sociaal-economische klasse in Nederland nog altijd zeer bepalend is voor de kans op succes in de samenleving. Een greep uit de cijfers:

- Van de Turks- en Marokkaans-Nederlandse kinderen gaat 75 procent naar het vmbo, tegenover 52 procent van de Nederlandse kinderen

- Bijna een kwart van de Nederlandse kinderen gaat naar het vwo, tegenover 9 procent van de Turks- en Marokkaans-Nederlandse kinderen

- Van de Nederlandse beroepsbevolking heeft ruim 77 procent van de mensen zonder migratie-achtergrond een baan, tegenover ruim 49 procent van de mensen met een migratie-achtergrond

Lees ook:

Ongelijke kansen in onderwijs zijn direct gevolg van beleid

Kinderen uit lagere maatschappelijke milieus krijgen op school niet de kansen die ze verdienen. Die kansenongelijkheid vloeit direct voort uit het onderwijsbeleid van de afgelopen jaren.

Etnische diversiteit niet slecht voor schoolprestaties

Verschillende bevolkingsgroepen in een klas heeft geen negatieve invloed op de schoolprestaties, concludeert onderzoeker Lex Herweijer van het Sociaal Cultureel Planbureau.

Deel dit artikel

Hoge werkdruk en aandacht voor diversiteit gaan niet goed samen