Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'De dokter moet meer weten van de dood'

Samenleving

Edwin Kreulen

Longarts Sander de Hosson: 'Wie zich beter voelt, leeft langer. We moeten af van het onderscheid tussen lichaam en geest. Dat zit alleen maar in de weg.' © Reyer Boxem

Net als zijn collega's wil ook Sander de Hosson zorgen dat zijn patiënten in leven blijven. 'Maar we moeten ons wel afvragen welke prijs willen we daarvoor betalen?' In zijn boek 'Slotcouplet', dat vandaag verschijnt, laat de longarts zien waarom dokters zich niet moeten beperken tot scans en medicijnen.

Hij was nog maar een paar weken co-assistent - aan het begin van zijn praktische opleiding tot arts - toen Sander de Hosson met een groep dokters aan tafel zat om een patiënt te bespreken, die er niet goed aan toe was. Tijdens dat overleg kreeg de groep de melding: de patiënt is dood.

Lees verder na de advertentie

"Ok", zei de arts en hoogleraar die de man behandelde. En dat was dat: men ging over naar de volgende patiënt.

Wie te horen krijgt dat hij doodgaat, worstelt met veel meer zaken dan de ziekte alleen. Met zingeving bijvoorbeeld.

Sander de Hosson

Is dit het? vroeg De Hosson zich direct af. Achteraf zegt hij: " En wij dan, de co-assistenten en verpleegkundigen die de man hadden meegemaakt: voelden wij hier niets bij?" Met een andere assistent ging hij kijken bij de net overleden man. "Het was confronterend: het lichaam in het bed, de familie die huilt. En buiten de kamer de wereld die gewoon doorrent."

Dit was een van de eerste momenten waarop De Hosson het doorkreeg. "Als arts had ik helemaal niets over de dood geleerd." Euthanasie en de combinatie van pijnbestrijding en sedatie aan het einde, dat was nog wel aan bod gekomen. De Hosson: "Maar dat is techniek. En daar was het bij gebleven."

Inmiddels is De Hosson al zeven jaar longarts. Hij behandelt astma en longontstekingen, gemiddeld eens in de week krijgt hij te maken met een patiënt die overlijdt. Uitgezaaide longkanker heeft een uiterst slechte prognose - 85 procent van de mensen overlijdt eraan, de helft daarvan binnen negen maanden. En ook longziekte COPD kan in vergevorderde vorm levensbedreigend zijn.

De hele patiënt

Hoe ga je daarmee om? Met vallen en opstaan heeft De Hosson dat geleerd, zo beschrijft hij in het boek 'Slotcouplet' dat vandaag verschijnt. Centrale boodschap: de dokter moet zeker in deze fase kijken naar de hele patiënt. Niet enkel naar scans of medicijnen. "Wie te horen krijgt dat hij doodgaat, worstelt met veel meer zaken dan de ziekte alleen. Met zingeving bijvoorbeeld. Met de vraag: waarom treft deze ziekte mij - veertiger, moeder van jonge kinderen? Dat laten mensen meestal terloops merken. Als ik daar als dokter niet op inga, doet niemand het. Ik ben geen zingevingstherapeut, maar ik kan wel doorverwijzen, bijvoorbeeld naar de geestelijk verzorger. Ik kan het herkennen, maar erkennen scheelt vaak ook al veel." Dat laat De Hosson ook in het boek zien: zelfs als hij slecht nieuws heeft te brengen maar dit actief en aandachtig doet, kan de patiënt dankbaar zijn.

Of neem die andere vraag die vaak sluimert bij longpatiënten: 'Dokter, zal ik stikken?' De Hosson: "Daarop kunnen wij wel een concreet antwoord geven: die angst is onterecht. U zult helaas overlijden, maar wij kunnen daarbij uw lijden - vaak sterk - verlichten."

Het komt misschien ook door de gedachte dat het hele leven maakbaar is, dat mensen dat lijden niet accepteren

Sander de Hosson

En wat te denken van de psychologie rond het sterfbed? De Hosson maakt het vaak mee: de patiënt is alweer een tijdje gebroken met een van de kinderen. "Dat herken je door tijdig te vragen: wie staat er om je heen? Als mensen nog maar een paar maanden te leven hebben, kunnen ze overwegen toch weer contact te zoeken." Het kost tijd, die gesprekken, geeft De Hosson toe. "Toen ik begon als longarts had ik nog wel eens ruim een half uur lunchpauze. Dat gebeurt steeds minder."

Vooral onbekendheid

De Hosson krijgt nogal eens opmerkingen van familieleden over het - veronderstelde - lijden van patiënten: 'Dokter, deze situatie moeten we toch eigenlijk niet willen?' Ook daarachter kunnen emoties spelen, zoals die van de echtgenote die al een week onafgebroken aan het bed zit en die helemaal op is.

Maar bovenal is er veel onbekendheid met sterven, signaleert de Drentse arts. Zoals bij de patiënte die hij laatst had, die binnen een paar dagen zou overlijden. Ze lag er volgens hem rustig en comfortabel bij, ze kreeg pijnstilling en ze was bijna in slaap gebracht. Toen kwamen de kinderen. "Ze lijdt enorm", zeiden ze tegen de longarts. "Ik vraag me dan af: wat willen we anders? Dit is nu eenmaal doodgaan, dat kan tijd vergen maar we kunnen dat tegenwoordig heel zorgvuldig begeleiden. Heel anders dan vroeger. Het komt misschien ook door de gedachte dat het hele leven maakbaar is, dat mensen dat niet accepteren."

Dokters kunnen veel meer dan vroeger, maar lang niet alles, waarschuwt De Hosson. De afgelopen jaren vertelden enthousiaste hoogleraren op televisie over veelbelovende kankertherapieën. "Moest ik weer mijn patiënten uitleggen dat ik ook hoop dat het succesvol wordt, maar dat zij er niets aan hebben omdat het nog zeker twintig jaar kan duren."

Artsen hebben een hekel aan de strijdmetafoor, waarin kanker wordt gezien als een 'tegenstander' en men het gevecht kan 'winnen'. Wie dan doodgaat, heeft blijkbaar niet hard genoeg gevochten. De Hosson draait het iets bij. "Ik denk dat mensen kunnen proberen om zo waardig en zinvol mogelijk de laatste fase door te maken. Dat is een strijd die echt niet makkelijk is, maar die je wel kunt winnen."

Misschien had ik het toch duidelijker moeten zeggen: 'u gaat dood'

Sander de Hosson

Tegenwicht

Veel van zijn patiënten in Assen zeggen na het slechte nieuws 'dokter, het is goed geweest'. Die hoeven geen verdere chemotherapie meer. Maar net als elders meldt zich ook bij de longarts de groep die 'alles uit de kast wil trekken'. De Hosson: "Als mensen het willen, verwijs ik door naar bijvoorbeeld immunotherapie, de nieuwe aanpak waarvan een klein deel van de patiënten baat kan hebben."

Soms vergeet hij tegenwicht te bieden. "Een tijdje terug had ik een patiënt die voor een derde keer therapie wilde. En zijn lichaam was al zo zwaar aangetast. Ik heb verwezen, maar kort daarna kreeg ik de overlijdenskaart. Misschien had ik het toch duidelijker moeten zeggen: 'u gaat dood'." Want al die ziekenhuisbezoeken, de bijwerkingen van de medicijnen, het kan de laatste levensfase flink verpesten. Aan den lijve ziet de longarts hoe deze houding het afscheid van partner, kinderen en vrienden kan vergallen.

Een andere keer gaat De Hosson juist heel bewust erg ver. In zijn boek beschrijft hij hoe hij met alle mogelijke middelen het leven verlengt van een vrouw die per se haar kleinkind wil zien. Puur medisch gezien is dat nutteloos, zelfs schadelijk. Maar de vrouw accepteert dat lijden. De dochter en de gynaecoloog werken ook mee: de baby wordt eerder geboren door middel van een keizersnede. "Ethisch kom je dan op de grens. Maar het is zo gegaan. En ik hoor van collega's dat het vaker gebeurt." De oma zal overlijden kort nadat ze haar kleinkind in de armen heeft gehouden.

Laatste danspasjes

Met veel humor schrijft De Hosson over absurde situaties. Zoals de keer dat hij een leeg ziekenhuisbed aantreft en dan ontdekt dat deze patiënt ervoor heeft gekozen om te overlijden op het bankje voor het ziekenhuis. Over de danseres die in haar laatste dagen nog elegante pasjes doet met de infuuspaal aan de hand. In werkelijkheid ging het allemaal net om iets andere mensen, want de longarts blijft als schrijver gebonden aan zijn beroepsgeheim, maar het gebeurde in grote lijnen wel zo.

Lezers van het boek zouden bijna denken dat De Hosson lol krijgt in al die sterfgevallen. "Dat is helemaal niet zo. Ik vind nadenken over mijn eigen dood ook eng. Je wilt alles doen om te voorkomen dat mensen overlijden. De vraag is wel: welke prijs wil je daarvoor betalen? Ik vraag patiënten daarom ook wat zij belangrijk vinden in de laatste fase van hun leven. Dan kom je uit op de dingen die wezenlijk zijn." Het antwoord kan enorm verschillen, zo laat De Hosson zien in het boek: de een wil per se zo lang mogelijk haar kleinkinderen meemaken en kiest dus sneller voor chemotherapie. Voor anderen 'hoeft het inderdaad allemaal niet meer'.

Je wilt alles doen om te voorkomen dat mensen overlijden. De vraag is wel: welke prijs wil je daarvoor betalen?

Sander de Hosson

Palliatieve zorg krijgt de laatste jaren veel aandacht. Grote steun in de rug was een Amerikaans onderzoek uit 2010 onder terminale longpatiënten. De helft van hen kreeg extra begeleiding van een palliatief team, waar men terecht kon met klachten als benauwdheid en pijn maar ook met depressieve gevoelens. Deze groep deed in de laatste levensfase minder een beroep op chemokuren dan de andere helft, maar leefde gemiddeld maar liefst drie maanden langer. Een verrassende uitkomst, want kankercellen woekeren toch immers gewoon door. "Blijkbaar spelen er meer mechanismen. Wie zich beter voelt, leeft langer. We moeten ook af van het onderscheid tussen lichaam en geest, dat zit alleen maar in de weg."

De aandacht in het ziekenhuis voor het sterfbed is verbeterd, zegt ook Sander de Hosson. "Maar ik merk ook bij jonge artsen dat er in de opleiding nog weinig aandacht is voor dit deel van de zorg. Drie maanden extra levensverwachting, als een medicijn dat zou bieden dan is er direct overal aandacht voor. Op dit onderzoek naar de winst van palliatieve zorg is nooit een vervolg gekomen. Terwijl er nog zoveel te winnen is. Het is mijn missie om met het boek dat duidelijk te maken."

Sander de Hosson: 'Slotcouplet'. Uitgeverij Arbeiderspers, 18,99 euro.

Lees hieronder twee fragmenten uit het boek van De Hosson. De fragmenten zijn ingekort door de redactie.

'Slaap zacht'

Ik ren terug naar de patiënt, in de wetenschap dat alles wat ik wil doen te laat zal zijn. Veel te laat.

Ik besef dat ik moet doen wat mijn collega doet. Zij zit gehurkt naast het bed. Het bloed zit in haar lichtblonde haar, op haar gezicht en overal op haar parelwitte doktersjas. Haar handen omsluiten de rechterhand van de vrouw.

Ik hurk aan de andere kant van het bed. Ik grijp de andere hand en we kijken naar haar ogen, die zich langzaam sluiten. Het bloeden stopt, terwijl wij haar handen vasthouden. We kijken elkaar kort aan en zijn stil. Mijn collega fluistert het in haar oor: 'Slaap zacht.' En daar sterft ze.

We moeten ook af van het onderscheid tussen lichaam en geest, dat zit alleen maar in de weg

Sander de Hosson

'Een deal voor de zaak'

Op haar schoot staat pontificaal een laptop, waarop ze tot mijn verbazing aan het typen is. Om haar heen zitten haar man en haar twee zonen. 'Ah. Ja. Ik ben met een deal bezig. Voor de zaak.' Ze moet drie happen lucht nemen om haar zin af te maken. 'Gaat om belangrijke zaken. Moet morgen rond zijn.' Haar vingers zijn blijven rusten op het toetsenbord. Ze zijn donkerblauw van het zuurstoftekort.

'Mevrouw!' Ik kijk haar diep in de ogen. 'Ik denk eigenlijk dat u morgen geen deal heeft. Ik denk namelijk dat u morgen dood bent.' Ik wijs naar haar zonen, naar haar man. 'U bent stervende, mevrouw. Dit is zo goed als zeker uw laatste avond met hen. Wellicht kunnen uw vingers, handen, hoofd bij hen zijn.'

In haar ogen verschijnen tranen.

Na het gesprek heeft ze haar computer niet meer aangeraakt.

Sander de Hosson

Sander de Hosson (40) twijfelde tussen journalistiek en geneeskunde, maar liet zich door zijn ouders overtuigen dat dokter een zekerder beroep is. Het handwerk van de longarts beviel hem goed tijdens de opleiding. Sinds 2011 is hij longarts in het Wilhelmina Ziekenhuis Assen. Hij schreef verschillende handboeken over palliatieve zorg. Een paar jaar geleden begon hij op een eigen website met blogs over dit deel van de zorg. Het Dagblad van het Noorden en de stichting Agora - die zich beijvert voor een beter levenseinde - trokken hem aan als columnist. Op Twitter geeft hij als @shossontwits zijn mening over allerhande actualiteiten in de zorg. De Hosson heeft met zijn partner twee jonge kinderen.

Deel dit artikel

Wie te horen krijgt dat hij doodgaat, worstelt met veel meer zaken dan de ziekte alleen. Met zingeving bijvoorbeeld.

Sander de Hosson

Het komt misschien ook door de gedachte dat het hele leven maakbaar is, dat mensen dat lijden niet accepteren

Sander de Hosson

Misschien had ik het toch duidelijker moeten zeggen: 'u gaat dood'

Sander de Hosson

Je wilt alles doen om te voorkomen dat mensen overlijden. De vraag is wel: welke prijs wil je daarvoor betalen?

Sander de Hosson

We moeten ook af van het onderscheid tussen lichaam en geest, dat zit alleen maar in de weg

Sander de Hosson