NaschriftMies Faber 1921 - 2021

Sergeant Mies Faber (1921 - 2021) bleef vrijgevochten

Mies van Bekkum, als 17-jarige op de mulo. Beeld Familie-archief
Mies van Bekkum, als 17-jarige op de mulo.Beeld Familie-archief

Na wat ze had meegemaakt in de Tweede Wereldoorlog kon de jonge Mies niet meer aarden in Nederland. Als één van de duizend jonge vrouwen meldde ze zich aan bij het vrouwenkorps van het Koninklijk Nederlands-Indisch leger. Haar tijd op Java bepaalde haar verdere leven van bijna honderd jaar.

Mies was al eind negentig toen haar kleindochter bedacht om haar oma haar levensverhaal te laten vertellen. Urenlang brachten ze samen door. Mies, die slecht zag en nog slechter hoorde, was inmiddels aardig bedreven in het liplezen. Glashelder van geest kon ze rustig twee uur achter elkaar vertellen. “Zo, we hebben lekker gewerkt”, zei ze dan opgeruimd.

‘Freule’ werd Mies vroeger ook wel genoemd. In het gezin waar ze als jongste van drie kinderen opgroeide, stond intellectuele ontwikkeling hoog in het vaandel. Haar vader was kandidaat-notaris en haar moeder was afgestudeerd als onderwijzeres.

Ook Mies kon goed leren en wilde na de mulo naar de hbs. Ze zou vanuit haar woonplaats Driebergen wel een eind moeten fietsen en dat vond haar moeder geen prettig idee. Mies had immers een zwak gestel, doordat ze te vroeg geboren was, zoals haar moeder vaak memoreerde. Gelukkig werd er degelijk lesgegeven op een kasteel op loopafstand van huis. Daar volgde ze een jaar onderwijs, samen met een meisje van adel. Met haar schrandere bruine ogen onder donkere wenkbrauwen had Mies ook wel iets statigs.

Met een domineeszoon

Na een jaar mocht ‘freule’ Mies alsnog naar de hbs waar ze, autonoom als ze was, aansluiting vond bij een anti-Duits clubje met alleen jongens – onder hen alweer een jongen van adel. Ze verloofde zich in deze periode met een domineeszoon, maar verbrak de verloving een paar jaar later, toen ze zich realiseerde dat ze vooral zijn familie zo leuk vond.

In 1942 haalde Mies haar hbs-diploma en kreeg een betrekking op het ministerie van justitie, waar ze onder meer rapporten uitwerkte. Kort nadat ze in dienst was getreden, werd het departement verplaatst naar Apeldoorn in verband met de bouw van de Atlantik­wall in Den Haag. Mies verhuisde mee en kwam terecht in het pension van mevrouw Bitter, waar behalve gewone gasten ook onderduikers een plek vonden.

’s Avonds speelde Mies met hen kaartspelletjes en deed ze kleine dingen voor het verzet, zoals het verbergen van een radio. Van alle spanning in die tijd werd ze, naar eigen zeggen, vroom en ze liet zich in maart 1944 dopen in de Nederlands-hervormde kerk, tussen de baby’s. Haar ouders, die haar niet gelovig hadden opgevoed, zaten in de kerkbanken, na een gevaarlijke tocht van Driebergen naar Apeldoorn.

Voetstappen op de trap

Mies lag nog niet lang in bed in het pen­sion op 30 september 1944, toen ze luid geschreeuw en zware voetstappen hoorde op de trap. Verstijfd hoorde ze hoe vlakbij haar jongens van de trap af werden gesleurd. Ook haar deur werd opengegooid. “Raus”, riep een Duitse soldaat haar toe, terwijl ze aan haar arm schudden. “Ik kan niet”, zei Mies, letterlijk verstijfd van angst. Toen hij haar zilveren polshorloge en laatste salaris zag liggen, pakte hij dat en vertrok.

Mies wist die nacht te ontsnappen uit het pension en rende door het bos erachter naar de veiligheid. Mevrouw Bitter zou later overlijden in concentratiekamp Ravensbrück en de twee bij haar ondergedoken ­geallieerde piloten werden gevangengenomen en een paar dagen later door de Duitsers neergeschoten.

Een kennis uit het verzet bracht Mies op de fiets naar Friesland, waar ze de rest van de oorlog doorbracht. Honger hoefde ze er niet te lijden, de altijd slanke Mies was welgevoed als nooit tevoren. De bevrijding vierde ze uitbundig in Leeuwarden, waar ze een optocht met padvinders voorbij zag trekken en haar vooral de jonge blonde vaandeldrager opviel.

In Friesland werd Mies opgeroepen door het ministerie van justitie, dat inmiddels weer in Den Haag was gevestigd, om haar werkzaamheden voort te zetten. Het dagelijks leven op kantoor viel haar zwaar, ’s avonds op haar koude zolderkamertje voelde ze zich eenzaam, begeleiding voor de diepe schok die ze door de inval in het pension had opgelopen was er niet.

Een uitweg

De oproep om zich aan te sluiten bij het vrouwenkorps van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger was voor de eigenzinnige Mies, die inmiddels al tegen de dertig liep, letterlijk een uitweg. Van de politieke situatie in het toenmalige Nederlands-Indië had ze, net als veel andere soldaten, weinig benul. Dat zij na een onderdrukking door een bezetter, nu zelf aan de kant van de ­bezetter stond, realiseerde ze zich pas veel later.

Mies van Bekkum met haar oudste dochter. Beeld Familie-archief
Mies van Bekkum met haar oudste dochter.Beeld Familie-archief

Mies nam verlof op van haar werk en voer in drie weken als een van de eerste Nederlandse vrouwelijke militairen op de Willem Ruys het avontuur tegemoet. Een oud klooster in Batavia – nu Jakarta – diende als kazerne en de vijf jonge vrouwen met wie Mies kamer 8 deelde, werden vriendinnen voor het leven. Al werden de soldaten van het vrouwenkorps ‘de meisjes’ genoemd, ze werden wel voor vol aangezien. Mies klom op tot sergeant der eerste klasse en werd secretaresse van de commandant van Batavia. Soms gingen er vier telefoons tegelijk en moest Mies ze in vier verschillende talen beantwoorden. Ze genoot.

Over aandacht van mannen had de donkerharige Mies niet te klagen. Dikwijls ging ze op stap met aardige cavaliers, tot ze de rijzige, blonde en knappe luitenant Johannes Faber ontmoette. Hij was de vaandeldrager van de padvinders geweest bij de bevrijding. Het duurde niet lang of het was bekend: sergeant Mies van Bekkum en de zeven jaar jongere luitenant waren een stel. ‘Mijn kleine Johannes’ noemde ze hem en hij noemde haar ‘kerel’ om haar vrijgevochten aard. Dolverliefd waren ze tegen het decor van het mooie, warme land, dat kort na het begin van hun romance zelfstandig zou worden.

Kostwinner

Vrijgevochten bleef Mies. Ook toen ze, terug in Nederland, trouwde met haar Johannes. Zij werd kostwinner, zodat hij zijn onderwijsakten kon halen. Mies bleef werken bij Justitie, tot haar werkgever ontdekte dat haar buik wel erg dik was. Zelf had ze ­nagelaten te melden dat ze zwanger was. ­Johannes probeerde haar nooit in een huisvrouwencorset te dwingen. De aankoop van hun eerste huis in Voorschoten liet hij aan zijn ‘kerel’ over.

Drie dochters kregen ze. Johannes was wiskundedocent geworden. Mies was helemaal gestopt met werken, maar bleef zich scholen en ontwikkelen. Als haar dochters thuiskwamen van school zat ze vaak verdiept in een boek op de bank. Ze was een ­betrokken en toegewijde moeder, maar ook bang om te verwennen en niet erg knuffelig.

Binnen het huwelijk van Mies en Johannes werd fel gediscussieerd en geruziet. Beide echtelieden waren zeer maatschappelijk betrokken en gaven bij verschil van mening geen duimbreed toe. Het was tegelijkertijd ook een stel dat bij mooie muziek de kamer door danste. In hun slaapkamer hing een verstild aquarel van Java, de plek die als een gouden draad door hun leven liep.

Angst overgehouden voor gesloten ruimtes

Mies kookte graag voor vrienden en daarna werd er vaak bridge gespeeld. Op zondagmiddag bezocht het stel regelmatig operavoorstellingen, al had Mies uit haar oorlogstijd een angst overgehouden voor gesloten ruimtes.

Toen Johannes met pensioen ging, bezochten ze samen verre landen. Ook gingen ze voor het eerst terug naar Indonesië. Zo’n reis konden ze maandenlang voorbereiden en na thuiskomst werden er uitgebreide verslagen en plakboeken gemaakt.

Toen Mies op haar tachtigste een heup moest missen, stelde Johannes zijn eigen heupoperatie uit. Dagelijks spoedde hij zich naar het bezoekuur om geen minuut te missen. Johannes zelf kreeg de ziekte van Parkinson en ze verhuisden samen naar het verzorgingshuis. Vlak na de verhuizing overleed hij, op zijn 87ste. Mies miste haar Johannes, maar genoot ook van haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Het liefst was ze in de tuin en al was ze ­vrijwel doof, ze hoorde de vogels nog altijd zingen.

Mies niet lang voor haar dood. Beeld
Mies niet lang voor haar dood.Beeld

Mies leerde om te appen en dat deed ze vol overgave. Uren was ze soms bezig de fouten uit een berichtje te priegelen, tot haar dochter zei dat appen hetzelfde is als kleppen. Mies trok haar wenkbrauwen op, maar was flexibel genoeg om vanaf dat moment de fouten maar te laten zitten. Ze bleef alert en maatschappelijk betrokken. Als een van haar dochters haar een nieuw verschenen boek aanraadde, had ze het meestal al ge­lezen.

Heb ik het allemaal wel goed gedaan?

Het jaar van de coronapandemie maakte haar eenzaam. Ze had alle tijd om te reflecteren op haar leven. Heb ik het allemaal wel goed gedaan?, vroeg ze zich dikwijls af. De pijn en afhankelijkheid vielen Mies al langer zwaar, maar toch zorgde ze ervoor dat ze er elke dag weer piekfijn uitzag.

Toen het einde toch nog onverwachts nabij leek te komen, werd de familie geroepen, maar Mies leefde weer op. Voor even. Ze vroeg de verzorging nog om een televisie op haar kamer, zodat ze de inauguratie van Joe Biden kon kijken.

Mies Faber-van Bekkum werd op 10 oktober 1921 geboren in Driebergen en overleed op 31 januari 2021 in Voorschoten.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden