null Beeld
Beeld

PoëzieJanita Monna

Peter Verhelst schrijft poëzie vol mededogen, die zachtheid toelaat in een tijd van verharding

Janita Monna

Vanaf de puinhopen van deze tijd werpt Peter Verhelst een sprankelende blik op het jaar 2050. Is de redding nabij?

Hoop kende iedereen die wakker lag van de toekomst. Was de lockdown niet hét moment voor bezinning? Bood de stilstand niet alle ruimte om een nieuwe toekomst te ontwerpen? “De epidemie is de laserstraal die met uiterste precisie/ de vraag in de metalen plaat brandt:/ is de utopie dan toch mogelijk – de gouden stad/ waar je altijd van droomde.”

Wie een paar passen vooruit wil denken, doet er verstandig aan poëzie binnen handbereik te hebben. Want een gedicht kan zijn als een glazen bol, waarin de dichter met de glans van zijn verbeelding werelden van straks weerspiegelt. Zoals dat gebeurt in de nieuwe Peter Verhelst, een – alweer – weergaloos vormgegeven bundel, die een blik in de toekomst werpt: 2050, ook bovenstaande regels zijn daaruit afkomstig.

Science fictie dus, deze poëzie, en toch ook niet. Want in de eerste afdelingen zit de Vlaamse Verhelst vooral huiveringwekkend dicht op de tijd. Woorden die met ferme streken op papier gezet zijn, tonen de wereld aan diggelen, door ‘te veel te hard te snel’, door oorlog, verkwisting, natuurrampen, epidemieën. Een mens die zich verlaten voelt, overal de vijand ziet, zich vastklampt aan complotideeën, maar bovenal ‘nood/ aan een indrukwekkend, verbindend ritueel’ heeft.

Veiligheid is onze religie

Vanaf de rokende puinhopen voert Verhelst toekomstverkenningen uit. Gedreven door ‘de zoete illusie/ dat er ooit ergens uit een verhaal redding zal komen’ schetst hij zijn mogelijkheden voor 2050. Of dat allemaal utopieën zijn, is de vraag. Leven we dan een klinisch leven waarin gevaar op afstand houden het devies is? ‘Veiligheid is onze religie.’ Of trekt de toekomstige mens zich ondergronds terug? Zijn er vernuftige oplossingen voor vervuiling, klimaatopwarming? Hoe fascinerend is niet het idee van gevels van huizen de viezigheid uit de lucht kunnen filteren, om die als ‘dikke vacht’ aan zich te hechten. Tegelijk: zo ver weg is de ‘extreme intimiteit/ tussen lichaam en technologie’ niet meer, net zomin als de ‘cellulaire landbouw’. En ook de duurzame stad van de toekomst in Abu Dhabi, waar Verhelst over dicht, ligt al op de tekentafel.

Hoe mogelijk of onmogelijk de utopieën ook, hoe sprankelend of duister – ‘Misschien is de laatste mens al geboren’ –, 2050 bevat poëzie vol mededogen, die in een tijd van verharding zachtheid toelaat, en twijfel. Die, zoals in de schitterende slotcyclus, moed inblaast en verbeelding en kracht. ‘Graag geef ik je armen om de wereld te vangen als die omvalt.’

Peter Verhelst
2050
De Bezige Bij; 128 blz. € 22,99

Graag geef ik je armen om de wereld te vangen als die omvalt. Armen om

te omarmen wie moet worden vastgehouden (val) en om zelf omhelsd

te worden op sombere dagen (val!). En armen om jezelf te dragen, om

met jezelf in je armen op de eerste zwaluwen te wachten, zelfs als die niet

komen. Bloed dat door je aders ijlt, tot je op een dag of op een nacht weer,

zonder dat je het beseft dat je weer, dat diepe inademen, die glimlach,

dat uitrekken van armen en tenen, eindelijk weer, een zwaluw als een

beweeglijk vlammetje na een jarenlang donker.

Peter Verhelst

Janita Monna (1971) is journalist en recensent. Ze was redacteur bij Poetry International en nam het initiatief voor de jaarlijkse Gedichtendag. Voor Trouw schrijft ze over poëzie.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden