Déjà vu

Overdreven gastvrijheid voor ‘sissend-schokkende gedrochten’

Hélène baron van Zuylen van Nyevelt bij het vertrek van Parijs-Amsterdam-Parijs. Beeld Alamy Stock Photo
Hélène baron van Zuylen van Nyevelt bij het vertrek van Parijs-Amsterdam-Parijs.Beeld Alamy Stock Photo

De eerste autorace op Nederlandse bodem in 1898 was voer voor nachtmerries, vermoedde het Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad: “Menig eenvoudig moedertje” zou dromen “van gedrochten, die sissend-schokkend komen aangevlogen over den grond, aldoor maar achter mekaar” en die alles omver reden “boomen en lantarens, mannen en vrouwen, kinderen en hondjes”.

Waar prins Bernhard junior een prominente rol speelde bij het terug naar Nederland halen van de Formule 1, ging ook bij de race Parijs-Amsterdam-Parijs eind negentiende eeuw het initiatief uit van een man van adel.

Etienne baron van Zuylen van Nyevelt (1860-1931) vertegenwoordigde een lange geschiedenis, maar bleef niet hangen in nostalgie. Hij omarmde de moderne tijd. Hij gaf architect Pierre Cuypers de opdracht om Kasteel De Haar te veranderen in een sprookjesslot en liet het tegelijk voorzien van de nieuwste snufjes, zoals elektrische verlichting en centrale verwarming. En hij ontpopte zich als een vroege automobielfanaat. In 1895 richtte hij de Automobile Club de France op, waarvan hij ruim een kwarteeuw voorzitter was. Dat gezelschap van fanaten organiseerde in 1898 de wedstrijd Parijs-Amsterdam-Parijs.

Reuzenschreden

De automobielindustrie had de toekomst, constateerde de Franse correspondent van De Telegraaf in die dagen: “Deze tak van nijverheid gaat met reuzenschreden vooruit. Over een paar jaar, als de twintigste eeuw voor ons haar poorten opent, zal er geen rijtuigpaard meer te Parijs te zien zijn.” Dankzij de wedstrijd Parijs-Amsterdam-Parijs konden de Nederlanders nu “de keur der Parijsche snelloopers voorbij zien snorren”.

In een week tijd legden de deelnemers aan de wedstrijd 1431 kilometer af. Van de zeven etappes voerden er drie deels of in zijn geheel over Nederlands grondgebied: van Chateau d’Ardenne naar Nijmegen, van Nijmegen naar Amsterdam en van Amsterdam naar Luik.

Niet alleen Etienne baron van Zuylen van Nyevelt reed mee, ook zijn vrouw, geboren als Hélène de Roth-schild was van de partij. Ze zat zelf achter het stuur van haar eigen voertuig, dat ze ‘de slak’ had genoemd.

Deze vrouwelijke pionier in de autosport kon in Nederland rekenen op voortdurende bloemenhulde. Al in Maastricht kreeg ze haar eerste ‘ruiker’ aangeboden. Ze versierde er haar automobiel mee.

De snelheden die nu op Zandvoort worden gereden waren in 1898 ondenkbaar. De Franse winnaar, Fernand Charron, deed ruim 33 uur over de etappes van Parijs-Amsterdam-Parijs. Dat betekent een snelheid van iets meer dan 43 kilometer per uur. Voor de burgers en de gebrekkige wegen van toen was dat nog steeds angstaanjagend hard. Deelnemers kwamen onderweg bovendien allerhande hindernissen tegen. Of ze moesten, zoals in Lent, gewoon even rustig wachten totdat het plaatselijke pontje hen de Waal over voer.

Zeldzaamheid

Voor de wedstrijd waren automobielen een zeldzaamheid op de Nederlandse wegen. Sommige toeschouwers maakten voor het eerst kennis met het fenomeen. De hoeveelheid nieuwerwetse voertuigen, die aan het oog voorbijtrok, was sowieso een noviteit. In Amsterdam kon iedereen de auto’s na de etappe van nabij bekijken.

Net als nu met de terugkeer van de Formule 1 op het circuit van Zandvoort, was in 1898 niet iedereen enthousiast over de manier waarop de rode loper werd uitgerold voor een race. In de Nieuwe Rotterdamsche Courant vroeg een briefschrijver zich af of de door de minister van waterstaat verleende toestemming “niet wat aan het belachelijke grenst en of in deze de gastvrijheid niet wat te ver is gedreven”. Dagenlang was de weg nu onveilig “voor equipages, rijwielen, voetgangers en dan nog wel in dit seizoen!”.

De Automobile Club de France toonde zich achteraf dankbaar. Niet aan het Nederlandse volk, maar aan koningin Wilhelmina. Bij de inhuldiging van de overgrootmoeder van prins Bernhard junior als vorstin, zes weken na Parijs-Amsterdam-Parijs, liet de Club een erepoort oprichten voor het achttienjarige staatshoofd.

Paul van der Steen bekijkt wekelijks het nieuws door een historische bril.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden