Déjà vu

Ook de voorgangers van burgemeester Van Thijn droegen een heftig oorlogsverleden met zich mee

De Amsterdamse burgemeester Ed van Thijn (1934-2021) in 1983.  Beeld Hans van den Bogaard, ANP
De Amsterdamse burgemeester Ed van Thijn (1934-2021) in 1983.Beeld Hans van den Bogaard, ANP
Paul van der Steen

‘Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig’, staat al zo’n 75 jaar onder het stadswapen van Amsterdam. Koningin Wilhelmina verleende de stad daartoe het recht. Wanneer en waarom is niet helemaal duidelijk. Begin 1946 bij een herdenking van en vanwege de Februaristaking. Mogelijk gebeurde het pas ruim een jaar later vanwege de houding van de bevolking tijdens de Duitse bezetting.

Of de Amsterdammers in het algemeen zo heldhaftig, vastberaden en barmhartig waren, is zeer de vraag. De hoofdstad was in elk geval zwaar getroffen. Alleen al het feit dat de helft van de 110.000 Joodse Nederlanders die omkwamen tijdens de Holocaust ervandaan kwamen, spreekt boekdelen. En alle burgemeesters na de bevrijding tot aan de deze week overleden Ed van Thijn droegen een eigen, heftig oorlogsverhaal met zich mee.

Betrokken bij het verzet

De eerste, liberaal Feike de Boer, zat op eigen verzoek maar tien maanden. Hij wilde best even besturen maar daarna zo snel mogelijk weer terug naar de scheepvaart, waar hij vandaan kwam. De Friese boerenzoon en polyglot raakte tijdens de bezetting al vroeg betrokken bij het verzet. Hij was zowel gijzelaar als gevangene van de Duitsers geweest.

Arnold Jan d’Ailly volgde De Boer op in oktober 1946. De bankier, afkomstig uit een Hugenotenfamilie, was kort daarvoor lid geworden van de PvdA. Hij werd daarmee de eerste van een hele reeks sociaaldemocraten in het ambt. Anders dan De Boer aarzelde D’Ailly tijdens de oorlogsjaren lang over meedoen aan het verzet. Pas in de loop van 1944 ging hij overstag, maar vanaf dat moment wist hij vele miljoenen guldens binnen te halen voor de financiering van de spoorwegstaking.

Gijs van Hall, Amsterdams burgemeester van 1957 tot 1967, gold als dé bankier van het verzet. In 2018 verscheen zelfs een historisch niet helemaal accurate speelfilm met die titel. Zijn ook bij anti-Duitse daden betrokken, jongere broer Walraven van Hall werd verraden en in februari 1945 gefusilleerd. Van Hall sneuvelde als burgemeester door de snelle maatschappelijke veranderingen vanaf het midden van de jaren zestig. Hij worstelde met het bestuurlijke antwoord erop, en werd steeds meer gezien als een ouderwetse regent.

Burgemeester Gijs van Hall in 1967. Beeld ANP
Burgemeester Gijs van Hall in 1967.Beeld ANP

Jappenkampen

De nieuwe burgemeester van Amsterdam, Ivo Samkalden, zat tijdens de oorlog vast in vijf Jappenkampen. Daarna werd hij enige tijd gevangengezet door voorstanders van de onafhankelijkheid. Als minister van binnenlandse zaken liet hij een van de – toen nog – Vier van Breda vrij. Willy Lages, chef van de Sicherheitsdienst in het Amsterdam van de bezetting, leek namelijk aan terminale kanker te lijden. Uiteindelijk bleek de ziekte minder acuut: Lages leefde nog vijf jaar in vrijheid, wat Samkalden flink werd aangerekend.

In 1977 zocht Samkalden na zware jaren in een destijds altijd roerig Amsterdam de betrekkelijke luwte van de wetenschap op. Zijn opvolger Wim Polak had zijn beide ouders verloren door de Holocaust. Zelf overleefde hij als puber dankzij een onderduik in Twente.

De bevrijding wilde Polak vanwege het op dat moment onbekende lot van zijn ouders niet vieren. Hij trouwde met een koerierster van het verzet, die hij had leren kennen tijdens de onderduikperiode. Het onderwerp ‘oorlog’ stopten ze decennialang weg. Vanaf de tweede helft van de jaren zestig ging het hen weer bezighouden. Pas na zijn burgemeesterschap werd hij ook bestuurlijk actief in de Joodse gemeenschap.

Ed van Thijn, die na Polak kwam, betrok zijn persoonlijke verhaal (met het gezin ontsnapt uit Westerbork, los van zijn ouders ondergedoken op achttien verschillende adressen) nadrukkelijker in zijn burgemeesterschap. Het onbegrip bleef. “Ik heb het nooit kunnen bevatten”, zei hij tijdens de Nationale Dodenherdenking in 1991. “Die lange rijen van opgejaagde mensen. Die beestenwagens vol. Het einde tegemoet.”

Paul van der Steen bekijkt wekelijks het nieuws door een historische bril. Eerdere afleveringen van de rubriek Déjà Vu leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden