Jelle's Weekdier Driedoornige stekelbaars

Oneetbaar voor ons, maar de favoriet van de lepelaar

Beeld Trouw, HH

Er zijn diersoorten waar je met groot ­gemak een dik boek over kunt volschrijven. De driedoornige stekelbaars is er zo een. Maar waar te beginnen? Zijn plaats in de stamboom van het vissenrijk; zijn interessante stekelige anatomie; zijn bijzondere parings- en voortplantingsgedrag; zijn leefwijze als trekvis die van zout naar zoet water migreert?

Eerst maar een anekdote. Jaren geleden was ik aanwezig bij de onthulling van een kunstwerk, of beter, bij de ingebruikname ervan. Het is een grote rood geschilderde ijzeren constructie naast een vijver aan de rand van het Rotterdamse Brainpark. De onthulling bestond uit het aanzetten van de pomp die water uit de vijver naar een grote, omlaag gerichte spuit bracht; het bleek een omgekeerde fontein. De aanwezigen hieven het glas, de spuit spoot water en een kwartier later dreven tientallen dode stekelbaarsjes aan de voet van het kunstwerk. Driedoornige stekelbaarsjes. Ik ben de aanblik nooit vergeten van zoveel aan een postmodern kunstwerk bezweken visjes.

De aanleiding tot deze ontboezeming is het bericht dat de provincie Utrecht momenteel vispassages aanlegt in de polder Groot Mijdrecht, bezuiden Amsterdam. Het gaat om een 17 hectare groot moerasgebied waar natuur wordt ontwikkeld en waar zich een rijke fauna van amfibieën, insecten en moerasvogels bevindt.

Die vogels moeten eten en ze eten graag stekelbaarsjes. Vooral lepelaars zijn verzot op de kleine, prikkelige visjes, maar die moeten er dan wel zijn; een geheel door dijken omgeven polder is lastig bereikbaar.

De evolutie houdt geen rekening met sluizen, dammen en dijken

Stekelbaarsjes zijn zogenoemde anadrome vissen, wat wil zeggen dat ze een deel van hun bestaan in zee leven, maar op enig moment het binnenwater opzoeken. Er zijn meer vissensoorten die dat gedrag vertonen, zalmen bijvoorbeeld, en rivierprikken. Het is een gewoonte die zich aan verschillende takken van de vissenstamboom voordoet en die dus meerdere keren in de loop van de evolutie is ontstaan. Het biedt kennelijk voordelen.

Waar de evolutie echter geen rekening mee heeft gehouden, is de aanleg van sluizen, dammen en dijken die de vissentrek hinderen of zelfs helemaal blokkeren. En dus zijn er weer kunstgrepen nodig om het anadrome trekgedrag te faciliteren. In het buitenland worden overbodig geworden stuwdammen soms verwijderd, maar in ons land zijn dijken zelden overbodig. Dan is de aanleg van vispassages of vistrappen de oplossing. De Mijdrechtse vogels zullen er dankbaar voor zijn (de mening van de stekelbaarsjes is uiteraard niet gevraagd).

Driedoornige stekelbaarsjes (Gasterosteus aculeatus) worden maximaal 10 centimeter lang. De rugvin is gedeeltelijk vervangen door stekels, twee grote vooraan en daarachter een kleiner exemplaar, gevolgd door een normaal vindeel. Ook de twee buikvinnen zijn vormgegeven als stekels, eigenlijk zou de naam vijfdoornige stekelbaars dus toepasselijker zijn. Schubben hebben de visjes niet, in plaats daarvan wordt het lijfje beschermd door een serie beenplaatjes die een omhullend pantser vormen.

Vrij vertaald betekent Gasterosteus aculeatus buikpantser met stekels. De visjes hebben geen economische waarde, ze zijn voor de mens oneetbaar omdat ze vooral uit die harde prikkers en beenplaatjes bestaan. Zelfs knapperend gefrituurd zal dat niks eetbaars opleveren, maar lepelaars denken daar anders over. Die lusten ze rauw.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden