Nazi-kopstuk Adolf Eichmann stond in 1961 terecht in Israël voor zijn betrokkenheid bij de Holocaust. Beeld ANP/AFP
Nazi-kopstuk Adolf Eichmann stond in 1961 terecht in Israël voor zijn betrokkenheid bij de Holocaust.Beeld ANP/AFP

Déjà vuPaul van der Steen

Met Holocaustontkenners rekende de Duitse justitie in de jaren zestig al af

Paul van der Steen

Gevangenen dansten en zongen in Auschwitz-Birkenau. Buiten woedde een verschrikkelijke oorlog, maar binnen de omheiningen van het kamp werd goed voor de gedetineerden gezorgd. Een bevel om Joden uit te roeien en gaskamers hadden nooit bestaan. Dat soort waanbeelden overheersten in de in 1973 verschenen Die Auschwitz-Lüge van Thies Christophersen.

De boerenzoon uit Noord-Duitsland zei het te kunnen weten. Hij had immers gewerkt op een instituut voor plantenteelt vlak bij het beruchte kamp, waar ook gevangenen werden ingezet. Christophersen bleef zelfs na 1945 altijd trouw aan Hitler. Hij had in en buiten Duitsland contacten met extreemrechtse elementen, onder wie de weduwe Rost van Tonningen.

Anno 2022 vindt de Nederlandse minister van veiligheid en justitie Dilan Yesilgöz (VVD) de toename van antisemitisme zorgwekkend. Zo zorgwekkend dat ze een expliciet verbod op het ontkennen van de Holocaust in de wet wil opnemen.

Na alle ellende wilden de Duitsers vooruit

Het naoorlogse Duitsland heeft zo’n wet al langer. Daar ging een langdurige worsteling met de gruwelijke geschiedenis en hardnekkige fantasten aan vooraf. De Duitse bevolking wilde na 1945 liever niet met de massale vervolging en vernietiging van de Joden worden geconfronteerd. Geallieerden stimuleerden de bewustwording wel door mensen verplicht vertoningen van films over de concentratiekampen bij te laten wonen. Maar de meeste Duitsers hulden zich ondertussen het liefst in stilzwijgen. Na alle ellende wilden ze vooruit.

Dat het nationaalsocialisme een soort drug was geweest die een groot deel van de bevolking onder invloed had gebracht, was een van de meest verregaande schuldbekentenissen. Liever wezen de Duitsers, als het ging over verantwoordelijkheid, naar de nazileiders.

Bovendien het was oorlog geweest. Dan gebeuren nu eenmaal verschrikkelijke dingen, luidde een breed gedeelde mening. Alsof de aanhoudende bombardementen op Duitse steden geen misdaad waren. In de DDR kwam daar het nadrukkelijk uitgedragen antifascisme bij. Fout waren de anderen geweest.

In dat denkmilieu werden slechts weinig nazi’s van weleer bestraft. Veel anderen keerden terug op voorname posities. Als het ging om ontkenning van de Holocaust, boden in West-Duitsland twee wetsartikelen strafrechtelijk houvast: één over belediging en één over het verstoren van de nagedachtenis van overledenen. Het betekende dat nazaten zelf het initiatief een zaak moesten aanspannen.

Dat veranderde in de jaren zestig, toen Holocaustontkenning onder het verbod tot ophitsen van het volk ging vallen. Vanaf dat moment kon het Openbaar Ministerie eigenstandig tot vervolging overgaan.

Ongemakkelijke vragen aan oudere Duitsers

In die tijd werd ook het negeren van het verleden lastiger: het Eichmann-proces in Jeruzalem zette de volle schijnwerpers op de Jodenvervolging en jongere generaties begonnen ongemakkelijke vragen aan oudere Duitsers te stellen. De Bondsrepubliek maakte steeds meer werk van wat Vergangenheitsbewältigung en Geschichtsaufarbeitung was gaan heten: openlijke verwerking door de schuld onder ogen te zien.

In de jaren tachtig werden de bepalingen over ophitsen van het volk verder aangescherpt. De brochure Die Auschwitz-Lüge van Christophersen werd uiteindelijk verboden. De Duitse justitie hield hem zo scherp in de gaten, dat hij het land verliet. Hij verbleef in Denemarken, België, Groot-Brittannië, Zwitserland en Spanje en keerde pas vlak voor zijn dood in 1997 terug naar zijn geboorteland. Christophersen was toen al zo ziek, dat hij wist dat hij om die reden niet meer vervolgd zou worden.

De twee Duitslanden waren toen al verenigd. Vanaf 1994 was er een apart wetsartikel dat ontkenning, relativering en bagatellisering van de Holocaust verbood. Bij overtreding volgde meestal een geldboete. Notoire ontkenners verdwenen ook achter de tralies. De zwaarste straffen werden en worden uitgesproken voor gekwalificeerde Holocaustontkenning: niet alleen tegenspreken dat de vervolging en massavernietiging ooit hebben plaatsvonden, maar dat ook nog eens een middel noemen dat Joden gebruiken om geld te verdienen of om de wereldheerschappij te veroveren.

Paul van der Steen bekijkt wekelijks het nieuws door een historische bril. Eerdere afleveringen van de rubriek Déjà Vu leest u hier.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden