Madame Marie Curie (1867-1934) in haar laboratorium. Haar stoffelijke resten werden in 1995 samen met die van haar echtgenoot Pierre Curie bijgezet in het Panthéon. Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/Fotograaf onbekend
Madame Marie Curie (1867-1934) in haar laboratorium. Haar stoffelijke resten werden in 1995 samen met die van haar echtgenoot Pierre Curie bijgezet in het Panthéon.Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/Fotograaf onbekend

Déjà VuLaatste rustplaats

In het Panthéon zijn vrouwen nog steeds ver in de minderheid

Paul van der Steen

Met een vanwege corona iets aangepaste ceremonie gaven de Fransen dinsdag Joséphine Baker een plek in het Panthéon in Parijs. Vrouwen zijn ver in de minderheid in deze tempel voor grote vaderlanders. Mensen die - zoals Baker - niet in Frankrijk ter wereld kwamen, zijn er eveneens schaars.

Sophie Berthelot (1837-1907) was de eerste vrouw die in het Panthéon werd bijgezet. Niet op basis van persoonlijke verdienste, maar als echtgenote van. Zij kwam aan de zijde te liggen van haar man Marcellin Berthelot, die vlak na haar stierf. Hij had naam gemaakt als scheikundige en politicus. In beide rollen tartte hij het geloof. Berthelot liet zien dat natuurlijke stoffen synthetisch waren na te maken. Dat was omstreden, want mat je jezelf daarmee niet een beetje de rol van de Schepper aan? Als politicus was Berthelot onder meer minister van openbaar onderwijs.

Pas in 1995 kreeg Sophie Berthelot in het Panthéon gezelschap van een tweede vrouw, een van buitenlandse origine bovendien. Marie Curie kwam in 1867 immers ter wereld als Marie Sklodowska in het Poolse Warschau, op dat moment onderdeel van het Russische tsarenrijk. In de zomer van 1895 verkreeg ze door haar huwelijk met vakgenoot Pierre de achternaam Curie en de Franse nationaliteit.

Samen met een collega-wetenschapper wonnen de echtelieden in 1903 de Nobelprijs voor natuurkunde. Hun onderwerp: straling.

Begraven in drie kisten

Pierre Curie overleed in 1906 bij een stom ongeluk. Hij struikelde bij het oversteken van een straat in Parijs en kwam onder een door paarden getrokken rijtuig terecht. Marie Curie, die in 1911 ook nog eens de Nobelprijs voor scheikunde won, overleed in 1934 op haar 66ste aan leukemie. Het vermoeden was dat die voortkwam uit langdurige blootstelling aan radium. Reden waarom Curie in drie kisten (een houten, een loden en nog eens een houten werd begraven op het kerkhof van Sceaux, vlakbij Parijs.

Op 8 maart 1994, Wereldvrouwendag, herhaalde de Franse president François Mitterand wat tal van vrouwen en vrouwenorganisaties al langer hadden laten horen. “Het is niet normaal dat nog geen vrouw in het Panthéon is toegelaten”, zei hij, daarmee Sophie Berthelot buiten beschouwing latend. “Ik denk dat een vrouw als Marie Curie naar het Panthéon moet, als haar familie dat toestaat.”

Die ging akkoord. In het daaropvolgende jaar verhuisden de resten van Marie en Pierre Curie naar het Panthéon. Vooraf werden die onderzocht. Daaruit bleek dat radium gezien de aangetroffen dosis waarschijnlijk niet aan de basis van haar dood had gestaan. Het nieuwe vermoeden: Marie Curie kon gerekend worden tot de late slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. Bij het met mobiele röntgenapparatuur aan het front van 1914-1918 had ze te maken gehad met te veel straling.

Nederlandse opperbevelhebber

In het Panthéon ligt ook één Nederlander, al maakte de geboortegrond van Jan Willem de Winter (1761-1812) deel uit van het keizerrijk van Napoleon. De hoge militair had de Fransen vanaf hun komst ook trouw gediend. Héél erg trouw. Hij schoot hoogstpersoonlijk een matroos dood, die weigerde om een eed van trouw af te leggen aan de nieuwe koning, Lodewijk Napoleon. Die vorst vond die daad van de opperbevelhebber van zijn leger te ver gaan. Lodewijk Napoleons broer Napoleon, op dat moment keizer, kon het wel waarderen.

Toen De Winter overleed, werd zijn trouw beloond met een staatsbegrafenis en een bijzetting in het Panthéon. Het hart van de generaal werd voor de plechtigheid verwijderd en naar de Bovenkerk in zijn geboorteplaats Kampen gebracht. Bij de urn met orgaan legt een inscriptie in Latijn uit waarom de generaal zowel aan de IJssel als aan de Seine ‘in eervol respect’ herdacht diende te worden.

Paul van der Steen bekijkt wekelijks het nieuws door een historische bril. Eerdere afleveringen van de rubriek Déjà Vu leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden