null Beeld
Beeld

In crisisBauke Koekkoek

Gedwongen opnames: al doe je nog zo je best, je kunt dit niet 'goed’ doen, alleen minder slecht

Bauke Koekkoek

Hoe ga je om met acute psychische problematiek en de hooggespannen verwachtingen van jouw hulp? Bauke Koekkoek schrijft over zijn werk bij de ggz-crisisdienst.

Tien procent van alle situaties in de crisisdienst is echte ‘gekte’, negentig procent een variant van moeite met het leven – aldus mijn grove schatting. Tweehonderd procent leed – dat weet ik zeker.

In onze ‘crisisbeoordelingskamer’ zit ik naast een zeer achterdochtige jongeman. Of beter: ik zit, hij staat. En zit. En staat weer. Tegenover mij een collega, op de gang een beveiliger. De kamer is hufterproof, zoals een separeercel in een psychiatrisch ziekenhuis. Gladde muren, verzonken ramen, rubberachtige stoelen. Er valt geen zinnig gesprek te voeren: hij springt van de hak op de tak, meent dat wij andere mensen zijn dan we zeggen en is ervan overtuigd dat zijn zus mishandeld wordt.

Dat laatste is op dat moment zeker niet correct: ze zit een kamer verderop en heeft ons net verteld hoe bang zij en haar moeder zijn voor hem. Al jaren ellende met een broer die dan weer bang, dan weer dreigend en dan weer agressief is. Vanavond belde hij zelf de politie: hij hoorde zijn zus schreeuwen uit het ruim van een vrachtwagen – mensensmokkel! De agenten troffen hem ontredderd langs de snelweg met een priem in zijn zak. Waarvoor die was, kon of wilde hij niet zeggen.

Een tijdrovende regelklus

Dit wordt een acute gedwongen opname. Sinds 1 januari 2020 genaamd ‘crisismachtiging’: in te zetten bij gevaar, voortkomend uit een psychische stoornis, dat niet af te wenden is behalve in een ziekenhuis. De burgemeester moet daarvoor akkoord geven, nadat de cliënt ‘gehoord’ is door een onafhankelijke beoordelaar – doorgaans telefonisch. Voor professionals is zo’n opname een tijdrovende regelklus, voor cliënt en naasten een ingrijpend drama.

Terwijl de jongeman schreeuwt en bonkt op de deur, waarschijnlijk omdat hij voorvoelt dat hij niet zomaar weer buiten staat, spreken we zijn moeder. Ze vertelt over haar zoon die als jochie mishandeld is en door – de nu afwezige – vader door het huis gegooid werd. Over de vervreemding van de laatste jaren, over zijn pertinente weigering iets van hulp te aanvaarden. Zelfs de huisarts is te veel. Ongevraagde bezoeken door hulpverleners die niets hebben opgeleverd. Mede daarom ‘pakken we nu door’, zoals dat in jargon heet.

Uren zitten er uiteindelijk tussen het telefoontje van de politie en het moment dat de jongeman kan gaan slapen. Uren veelal gevuld met formulieren invullen, wachten, bellen en regelen. Dat alles in de klinische omgeving van het ziekenhuis. Onze crisiskamer ligt dan wel aan de rand daarvan, de kamer waar hij wordt ‘opgenomen’ is maar twintig stappen verderop.

Nooit met enthousiasme

Ik heb al veel gedwongen opnames gedaan, nooit met enthousiasme. Deze omgeving vervangt het politiebureau, waar we – terecht – steeds minder komen. Maar ook hier houden we mensen tegen hun wil vast, en ik vraag me af of we in deze ziekenhuisomgeving niet te snel tot opname besluiten. Het zijn tenslotte ‘maar twintig stappen’.

Bij iemand thuis langsgaan is menselijk gezien ‘ideaal’: eigen omgeving, eventuele naasten dichtbij en nog enige kans op normalisering van de situatie. Logistiek is het echter een nachtmerrie: papierwerk doen in een vrieskoude auto, een familielid spreken in de badkamer en een huis dat letterlijk te klein is als iemand boos wordt.

Assistentie van politie is soms nodig maar twee agenten urenlang van de straat houden is slecht nieuws – voor henzelf en voor de rest van de stad. Bij vervoer moet de ambulance komen, en dat kan lang duren als er veel spoedritten zijn. ‘Logistiek drama’: klinkt kil en koud, maar als het misgaat is ook het menselijk drama niet te overzien.

Hoge verwachtingen

Sommigen zeggen dat gedwongen opnames te wijten zijn aan falende hulpverlening. Dat is me te makkelijk en voedt bovendien hoge verwachtingen. Al doe je nog zo je best, je kunt dit niet ‘goed’ doen, alleen minder slecht. Tweehonderd procent leed, ik zei het al.

Sociaal-psychiatrisch verpleegkundige en lector Bauke Koekkoek schrijft hier over zijn werk in de 24-uurs-crisisdienst van de ggz. Lees eerdere columns hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden