NaschriftJoost Arnold van der Ven

Een vogelbeschermer die wel van een kievitseitje hield

Joost van der Ven voert de purperkoeten.
 Beeld Privécollectie
Joost van der Ven voert de purperkoeten.Beeld Privécollectie

Joost van der Ven was een onconventionele en flamboyante belangenbehartiger van natuur en vogels. Pragmatisch sloeg hij wereldwijd bruggen tussen natuur- en vogelbeschermingsorganisaties. Zijn leven lang reisde hij kraanvogels achterna.


De wereld van Joost was onbegrensd. Lang thuiszitten was niets voor hem, het liefst wilde hij wegvliegen zoals de vogels die hij observeerde. Als groot vogelliefhebber maakte hij maandenlange reizen naar plekken waar op ornithologisch gebied van alles viel te ontdekken. Hij bezocht de meest exotische uithoeken van de aarde, vaak alleen en soms in gezelschap van andere vogelkenners, zoals Gerard Ouweneel. Ze hadden een goedmoedige onderlinge competitie: toen Joost hoorde dat Gerard tijdens een bootreis Nieuw-Caledonië zou aandoen om daar naar het enige bos te gaan waar de uiterst zeldzame kagoe voorkomt, nam hij het vliegtuig naar de archipel in de Stille Oceaan in de hoop als eerste te arriveren om de vogel te spotten.

Beiden leerden elkaar in de jaren zeventig kennen bij Vogelbescherming Nederland waarvan Joost in die tijd (vice)voorzitter was. Sindsdien maakten ze samen diverse reizen, onder andere in 2000 en 2001 naar Myanmar om een beeld te krijgen van de natuur in het noorden van het land. Maar het was hun vooral begonnen om de rozekop­eend die in de jaren dertig voor het laatst werd waargenomen.

Diep in de jungle

De expeditie door moeilijk begaanbaar gebied ging per auto, op olifanten en met een gehuurde korjaal met bemanning. Ze voeren over zijarmen van de rivier Irrawaddy diep de junglemoerassen in en overnachtten geregeld in een tentje op een zandbank. Joost genoot breed lachend van het avontuur, in ruige omstandigheden floreerde hij; met vanzelfsprekend gemak legde hij contact met de lokale bevolking.

Joost als baby met zijn zus Fieke. Beeld Privécollectie
Joost als baby met zijn zus Fieke.Beeld Privécollectie

De mysterieuze duikeend werd niet gevonden. Latere vruchteloze pogingen versterkten het vermoeden dat de eend is ­uitgestorven. Zijn publicaties over deze tochten werden in 2007 gebundeld in zijn boek Roze is een kleur. Joost die gek was op Oost-Azië, keerde jaarlijks terug naar Myanmar om daar natuur- en vogelbescherming van de grond te krijgen. Hij betrok jonge mensen bij zijn initiatieven en ging met hun mee de natuur in waar hij wees op de enorme vogelrijkdom. Vorige winter maakte hij zijn laatste grote reis naar het land en verscheen zijn boek Cranes in Myanmar.

Kraanvogels: er was geen andere vogelsoort die hem zo in vervoering bracht. Over de hele wereld reisde hij ze achterna om ze in al hun verscheidenheid te bestuderen en zich in te zetten voor bescherming van de populaties. Voor de International Crane Foundation rapporteerde hij in 1985 over de eerste internationale bijeenkomst in Hongarije en ook gedurende daaropvolgende jaren was hij als Europees coördinator actief bij bijeenkomsten in Europa en daarbuiten. Het was een van de vele functies waarin hij een belangrijke rol vervulde in contacten tussen natuur- en vogelbeschermers wereldwijd.

Joost als twaalfjarige. Beeld Privécollectie
Joost als twaalfjarige.Beeld Privécollectie

Passie voor de natuur en in het bijzonder voor trekvogels ontwikkelde hij in zijn jeugd en werd aangewakkerd door zijn natuurminnende onderwijzer op de katholieke lagere school in Bilthoven. Met grote gedrevenheid verzamelde hij alles wat hij kon vinden over het onderwerp en al gauw voelde hij zich zelfverzekerd genoeg om stukjes te schrijven die de Biltse en Bilthovense Courant publiceerde onder de kop: ‘Elfjarige schrijft deskundig over vogeltrek’.

Ontembare vrijheidsdrang

Joost was een buitenbeentje. In het gezin van Joop, professor arbeidsrecht in Utrecht, en Julie van der Ven was van meet af aan duidelijk dat hij, de een na oudste van acht kinderen, uit de pas liep. Hij had een ontembare vrijheidsdrang en fietste op een dag in z’n eentje, zonder een duit op zak, van Bilthoven naar een tante in Schijndel. Ontzag voor autoriteit was hem vreemd. Toen hij op zijn twaalfde naar kostschool moest bij de paters in Eindhoven was er geen land met hem te bezeilen. 

Op excursie, locatie onbekend. Beeld Privécollectie
Op excursie, locatie onbekend.Beeld Privécollectie

Al na het eerste trimester werd hij door de woedende directeur weggestuurd, waarna hij zijn middelbare school vervolgde op het St. Bonifatiuscollege in Utrecht. Zijn ouders hadden weinig vat op hem en konden niet voorkomen dat hij als jonge puber het zondagse kerkbezoek voor gezien hield. Liever bracht hij zijn tijd door met vrienden van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN) waarvan hij lid was geworden.

Niets was ooit zwart-wit bij Joost. Hij was moeilijk aan te sturen, maar kon ook heel attent en zorgzaam zijn. Hij hield van gezelschap en was tegelijk een einzelgänger die op zijn zestiende droomde van een vrij leven als schaapherder, en zichzelf alvast leerde breien. Uiteindelijk koos hij voor een studie economie terwijl hij intussen opklom tot voorzitter van de NJN. Het hoofdkwartier was gevestigd op de zolder boven de garage van zijn ouders.

Zijn economische achtergrond en bestuurlijke en organisatorische ervaring kwamen van pas toen hij in de jaren zeventig in dienst trad bij Staatsbosbeheer. Hij werkte zich op tot hoofdinspecteur Natuurbeheer en ontpopte zich als een slimme en vasthoudende belangenbehartiger van natuur en landschap – hij wist precies welke terreinen door aankoop veiliggesteld moesten worden.

Ruzie vond hij soms de beste manier 

Toch zorgde hij ook voor onrust. Hij was directief, dingen moesten gaan zoals hij wilde, ruzie vond hij soms de beste manier om iets voor elkaar te krijgen. Het dreef zijn bazen weleens tot wanhoop en leidde in zijn carrière meermaals tot bevordering naar een andere post.

Joost was een onorthodoxe natuurbeschermer die wel van een kievitseitje hield, maar ook privé was hij onconventioneel. Hoewel hij enige tijd getrouwd was en een zoon kreeg, was een standaardgezinsleven niets voor hem. Hij verkoos een ongebonden bestaan dat hij al gauw voornamelijk buiten het aangeharkte Nederland zocht. Hij werkte enige jaren bij het International Waterfowl and Wetlands Research Bureau in Engeland – waar bescherming van kraanvogels een van de doelstellingen was – en kwam vervolgens in contact met het ministerie van landbouw en visserij. Na een korte opleiding in Parijs werd hij door het ministerie benoemd als landbouwattaché, eerst in Ivoorkust en begin jaren negentig bij de Nederlandse ambassade in Moskou.

Zijn taak als belangenbehartiger van de agrarische sector nam hij serieus, zo regelde hij na een mislukte uienoogst zo’n massale import van Nederlandse uien dat in Nederland de prijs van uien omhoogging. Toch lag zijn hart in de eerste plaats bij natuurbescherming en was hij een spil in de samenwerking van Russische en Nederlandse natuurbeschermingsorganisaties. In Rusland voelde hij zich als een vis in het water. Hij zag nooit beren op de weg. Handig als hij was, vond hij altijd een uitweg in het soms corrupte en ondoorzichtige systeem van de Russische samenleving.

Crossen op het Rode Plein

Zijn bravoure hielp hem daarbij, aan regels liet hij zich niet al te veel gelegen liggen. Zo nam hij eens na een vrolijke avond uit met vrienden de kortste route naar huis: in zijn four­wheeldrive reed hij het Rode Plein op, hield stil bij het mausoleum van Lenin en gaf flink gas toen hij in zijn spiegel de gealarmeerde politie zag naderen. Hij had veel plezier om de geschrokken gezichten van zijn vrienden.

De avonden met Joost waren nooit saai: hij kon met veel humor vertellen over zijn belevenissen en ontmoetingen en zag erop toe dat het niet ontbrak aan culinaire geneugten. Overal kende hij restaurants waar hij binnen de kortste keren op goede voet stond met het personeel en als vriend werd ontvangen.

Recente foto van Joost. Beeld Privécollectie
Recente foto van Joost.Beeld Privécollectie

Op zijn vijfenvijftigste verliet hij de diplomatieke dienst om als consultant natuurbehoudsprojecten op te zetten en ­vogelexpedities te organiseren. Vaak maakte hij tochten naar streken in Centraal-Azië die na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie toegankelijk waren geworden voor buitenlanders. Langere tijd woonde hij in Kirgizië waar hij allerlei projecten initieerde om natuur- en vogelbescherming van de grond te krijgen. Om de jeugd er te interesseren voor natuurbescherming schreef hij een boekje over zwaluwen. Voor kinderen in Myanmar maakte hij een zelfde soort boekje over kraanvogels.

De lange reizen gaf hij grotendeels op toen hij meer bij zijn kleindochter Fleur wilde zijn. Hij was dol op haar en straalde van trots als hij over haar sprak. Ze ondernamen reizen en hij nam haar mee naar Texel en Frankrijk om grote kraanvogelpopulaties te zien. De laatste tien jaar kampte hij met fysiek ongemak en kreeg meerdere beroertes, maar anderen hoefden zich geen zorgen om hem te maken, vond hij. Hij zag vrienden, bracht hun potjes zelfgemaakte jam en had geen tijd om stil te zitten. Achter de geraniums belandde hij niet: een hartinfarct was waarschijnlijk de oorzaak van zijn plotselinge dood. De dag ervoor had hij met een bevriende bioloog vanuit zijn keuken gekeken naar een ijsvogel buiten op een tak.

Joost Arnold van der Ven werd geboren op 2 februari 1940 in Bilthoven en overleed op 20 januari 2021 in Cothen.

Trouw beschrijft wekelijks het leven van onlangs overleden gewone of bekende mensen. Hebt u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden