null Beeld

PoëzieJanita Monna

De schrijversblik van K. Schippers wordt gemist

Janita Monna

K. Schippers zag de ‘toevalsaanrakingen’ en terloopse ontmoetingen, die toch een groot deel van een mensenleven vullen.

Kun je de blik van iemand missen? Ja, dat kan. Lees maar: ‘Het is al zo lang/ voorbij en toch mis ik mijn vaders/ blik, hoe hij naar mij keek als/ ik at, toen ik nog een jongen was’. Het zijn regels van K. Schippers. Hij overleed afgelopen zomer, maar er lag nog een bundel en die is onlangs verschenen: Je moest me eens zien, poëzie die in alles helemaal Schippers is.

Want wie kon kijken als hij? Wie zag wat er nauwelijks was, of maar heel kort, wie had oog voor al die vluchtige gebaren, de ‘toevalsaanrakingen’, terloopse ontmoetingen, die toch een groot deel van een mensenleven vullen? ‘Het onzichtbare voorval is de kern van alle/ gewiekste voorvallen’.

Een schrijversleven lang hield K. Schippers de ‘verbazing op peil’. Bleef hij verwonderd over zelfs het meest vanzelfsprekende. Hij stelde vragen bij al die gebeurtenisjes die u en mij dagelijks overkomen. Op het oog ­vragen die een kind zou kunnen bedenken, maar die in al hun eenvoud raakten aan wat wezenlijk is: ‘Gedachte die wegglipt,/ hoe kom ik er weer op’.

Klankrijk en met wit vol betekenis

Het vluchtige waar hij woorden voor zocht, school ook in zijn regels. Al zijn de ­zinnen die soms aandoen als snelle notities, bij nadere beschouwing helemaal niet zo los, maar klankrijk en met wit vol betekenis. Met zijn precies gekozen taal, in het spel met ­typografie, vond hij ‘Woorden om niets er even te laten zijn’.

In Je moest me eens zien staan roerende herinneringen, vol eigenzinnige observaties: want wat zijn een stuk zeep en een blikje melk, in 1941 in een kast gelegd maar nooit gebruikt, jaren later nog? ‘Het zijn artikelen met pensioen’. Hier en daar worden flarden uit eerder werk hernomen. En er huist afscheid in de regels. Een diagnose wordt gesteld: ‘Als het me niet was verteld,/ zou ik niet weten dat ik het heb’.

Uit de periode van zijn stadsdichterschap van Amsterdam (2016-2018) nam hij een ­gedicht op voor Eberhard van der Laan, ‘nu hij zelf de leegte is geworden’. Maar bovenal peinst de dichter over zijn vrouw, want: ‘wie ziet je/ als ik er/ niet meer ben’. Aangeraakt worden door een blik, Schippers onbevangen poëzie zet aan tot écht zien.

Kun je een schrijversblik missen? En of dat kan.

null Beeld

K. Schippers
Je moest me eens zien
Querido; 88 blz. € 18,99

Zoon in trein

Wat is er weg? Een pen, een porte

monnee. Tien minuten, soms een dag,

je vindt het wel weer. Zo op en af

gebruik je wat tijd om het gemiste


terug te krijgen. Als je het weer

hebt, voel je je niet eens zoveel

rijker. Misschien even. Je had ‘t

toch al vlug en daarna is ’t niet


meer weg geweest. Andere dingen

zijn echt weg. Soms al jaren, je

hebt ze nog niet eens gemist. Voor

mij een bord, een biefstuk (steak)


zoals het heet. Het is al zo lang

voorbij en toch mis ik mijn vaders

blik, hoe hij naar mij keek als

ik at, toen ik nog een jongen was.

Janita Monna (1971) is journalist en recensent. Ze was redacteur bij Poetry International en nam het initiatief voor de jaarlijkse Gedichtendag. Voor Trouw schrijft ze over poëzie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden