Klein verslag Wim Boevink

De grenzeloosheid van de boekenmarkt

Er was boekenmarkt in de stad en toen ik eraan kwam, viel mijn oog het eerst op twee EHBO-medewerkers die in hun groengele hesjes op een bank onder een boom zaten. Aan boekenmarkten is altijd iets overweldigends en grenzeloos. Die in Deventer is de grootste. Je weet niet waar je moet kijken. Al die verlaten boeken. Het is als drijven op zee.

Rijen van ruggen in dozen. Geen alfabet. De enige verwantschap ertussen is vaak het genre. Op de rug die mijn aandacht trok stond: ‘Kees Fens. Het volmaakte kleine stukje’.

Fens! Grootmeester in zijn genre. En de titel was onweerstaanbaar voor een stukjesschrijver als ik. Het betrof hier een bundeling van zijn stukken, gekozen en ingeleid door Joost Zwagerman. Voorin lag, scherp gevouwen, een krantenknipsel met een bespreking van de biografie die Wiel Kusters schreef over Fens. Een attentie van de boekhandelaar.

Briefje van twintig

Altijd op zoek naar het volmaakte kleine stukje besloot ik de bundel te kopen, de handelaar vroeg er 10 euro voor. Ik wilde pinnen, maar dat ging niet. Ik moest omzien naar een automaat. Is er een plausibele logica in de locatiekeuze voor geldautomaten? Zo ja, dan ontging die mij volledig en het duurde ruim een kwartier voor ik terugkeerde bij de handelaar en hem een briefje van twintig gaf. Hij gaf me een briefje van tien terug en terwijl ik die in mijn zak stak zag ik een vertaling van Alfred Döblin’s ‘Berlijn Alexanderplatz’ liggen.

De vertaler was Nico Rost, over wie ik achterop las dat hij, oud-correspondent van De Telegraaf in Berlijn, met Döblin bevriend was geweest.

Ik sloeg een willekeurige passage open, over een kale man die in de Tiergarten gaat wandelen en daar een mooie jongen tegenkomt die de lust in hem wekt; ze gaan samen naar een hotel, maar weten niet dat de kamerdeur kijkgaten heeft waardoorheen ze door de hotelhouder worden bespied. De hotelhouder zegt dat hij het geziene moet melden bij de politie, en de kale man die thuis vrouw en kinderen heeft ziet zijn wereld instorten.

Vergeelde poëziebundels

Ik was overrompeld. Midden op die markt. Vijf euro, stond er met potlood voorin. Ik betaalde de handelaar van het tientje dat ik had en kreeg een briefje van 5 euro retour. Nu viel mijn oog op een kist met flinterdunne, vergeelde poëziebundels. Ze kostten een euro per stuk. Ik besloot alles in te zetten wat ik nog had en zocht koortsig vijf bundeltjes uit, eenvoudig door ze open te slaan en een paar strofen te lezen. De oogst:

‘Gedichten’ van L. Th. Lehmann (1948) vanwege: Ik bleef ‘t laatst achter in een hoek, naast Helga met de grote tanden, met tussen ons het liedrenboek, haar dijen naast mijn handen.

‘Transcultureel’ van G.J. Resink (1981) vanwege We lagen lip om lip en dij op dij.

‘Het bloeiend steen’ van W.S. Noordhout (1943) vanwege Dit is mijn land: er roepen grauwe wulpen en berken staan er, wit en ongeteld. Geschreven in een cel, clandestien verschenen.

‘Ruimtelijk geordend’ van Herman J. Peters (1984) vanwege De heuvels droegen hier groen haar, hoog opgekamd.

En ‘Het geluk weet niets van mij’ van Hanz Mirck (2002) vanwege de titel.

Ik dacht aan de liefde, waarmee de dichters dichtten, de uitgevers uitgaven en die ene euro die nu nog waarde was.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden