12 augustus 1925: Koningin Wilhelmina en prinses Juliana lopen door de Spoorstraat langs totaal verwoeste panden in Borculo. Beeld ANP
12 augustus 1925: Koningin Wilhelmina en prinses Juliana lopen door de Spoorstraat langs totaal verwoeste panden in Borculo.Beeld ANP

Déjà vuStormramp van 1925

De cycloon die een ravage aanrichtte in 1925: ‘Ut hed nogal gespurriet, meneer de koningin’

Paul van der Steen

De verwoestende kracht van de wervelwind was nog groter dan deze week in Zierikzee. De Standaard meldde op 11 augustus 1925 dat haar correspondent in de Achterhoek berichtte over de totale vernietiging van Borculo met inbegrip van ‘vier dooden en honderden gewonden’: “Een cycloon heeft in luttele minuten het stadje tot een puinhoop gemaakt en geen huis ongerept gelaten. De beide torens zijn omgeworpen en tot gruis geslagen, de huizen omver gesmakt. Een fabriek is verbrand.”

De burgers van Borculo waren overvallen: “Half wezenloos liepen de bewoners tusschen de puinhopen rond en met moeite kon men te weten komen hoe vreeselijk het gebeuren moet zijn geweest. Zij spraken van een snel vallende duisternis, een hevig onweer, even een windhuil en dan opeens een windzuiging als nooit gekend.”

De burgemeester sloeg alarm in Den Haag: “Bijna alle woningen en kerken zijn dermate verwoest dat van bewoning of gebruik geen sprake meer kan zijn. De straten zijn onbegaanbaar wegens puin en omvergeworpen bomen.”

De regering wilde best helpen, maar moest haar aandacht verdelen over een veel groter gebied. De zomerstorm had huisgehouden in een strook die liep van de rand van de Brabantse Peel tot in Twente.

Ook in het buitenland aandacht voor de storm

Het beeld was vrijwel overal hetzelfde: doden en gewonden, gebouwen die het in een oogwenk begaven. De wind wierp zware vrachtwagens omver en tilde brokstukken van verwoeste gebouwen en bij bedrijven opgeslagen voorraden op om ze kilometers verderop weer neer te kwakken. De financiële schade over het hele rampgebied bedroeg vele miljoenen guldens. De schatting van het aantal slachtoffers in Borculo uit De Standaard van 11 augustus kon iets naar beneden worden bijgesteld: het stadje in de Achterhoek had drie doden en tachtig gewonden te betreuren.

Behalve het gereformeerde dagblad besteedden ook andere kranten in binnen- en buitenland volop aandacht aan de gebeurtenissen. Na de correspondenten ter plaatse volgden de verslaggevers die van ver waren gekomen.

Koningin Wilhelmina en prinses Juliana bezochten de plek des onheils. Omgeven door heren met donkere pakken en bolhoeden maakten de in zomers-lichte outfits geklede, vorstelijke vrouwen hun ronde door de stad.

De koningin trok ook naar de getroffen gebieden in Noord-Brabant. Sommigen worden zo nerveus van dat hoge bezoek dat ze én dialect blijven spreken én kiezen voor een merkwaardige aanspreektitel. In het Brabantse Zeeland zegt boer Cornelis van den Elzen: “Ut hed nogal gespurriet, meneer de koningin.”

Ramptoeristen

Niet alleen de Oranjes komen. Het wemelde de eerste weken van de ramptoeristen in Borculo en omgeving. Mensen gingen op eigen gelegenheid. Busmaatschappijen boden speciale reizen aan. Volgens sommige schattingen kwamen tussen de half miljoen en een miljoen belangstellenden een kijkje nemen.

Nederland liet zich ook van zijn goede kant zien. Op tal van plaatsen werden inzamelingen gehouden voor de getroffen gebieden en werd gul gegeven. Voor een deel van de daklozen kwamen er noodwoningen.

Wat bleef was de herinnering aan een traumatische augustusavond. Die werd nog eens extra versterkt door een windhoos die begin juni 1927 opnieuw voor dood en verderf zorgde in de Achterhoek. De dorpen Beltrum en Neede behoorden nu tot de zwaarst getroffen plaatsen.

Borculo houdt de nagedachtenis aan de wervelwind nog steeds levend. Het stadje heeft een brandweer- en stormrampmuseum, waar de verwoesting van destijds zichtbaar wordt in woord en beeld. Op de plek, waar ooit de noodwoningen stonden, is het nu groen. Cycloonpark heet het daar.

Het Brabantse Langenboom kent een Tornadotuin, een reeks haagbeuken in wervelwindvorm geplant. In het nabijgelegen buurtschap Oventje is een net boven de grond omgebogen lantaarnpaal nog altijd te zien als stille getuige van wat het klimaat kan aanrichten.

Paul van der Steen bekijkt wekelijks het nieuws door een historische bril. Eerdere afleveringen van de rubriek Déjà Vu leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden