Een patiënt met apenpokken in Liberia, in 1971.  Beeld Gado via Getty Images
Een patiënt met apenpokken in Liberia, in 1971.Beeld Gado via Getty Images

Déjà vuApenpokken

De apenpokken laaien op, maar de pokken ‘oude stijl’ verdwenen

Paul van der Steen

In Nederlands-Indië werd in de eerste helft van de vorige eeuw al veelvuldig gewaarschuwd voor apenpokken. Vooral kinderen waren vatbaar voor de aandoening. Hun huid, met name die rondom de mond, kwam bij besmetting onder de blaasjes te zitten. Regelmatig de kroost goed wassen kon onheil voorkomen, adviseerden artsen. Bedrijven adverteerden in de Indische kranten met speciale zeep die de apenpokken minder kans zouden geven.

Met het virus dat op dit moment de nieuwskolommen beheerst, had de ziekte van toen niets van doen. De ‘apenpokken’ van destijds leken sterk op krentenbaard.

De huidige apenpokken werden pas in 1958 voor het eerst vastgesteld in een Deens laboratorium. Daar vonden twee pokkenachtige uitbraken plaats in groepen apen, die daar werden gehouden voor wetenschappelijke proeven. Zij bezorgden de ziekte haar naam, hoewel later kwam vast te staan dat andere dieren, onder meer kleine knagers, en mensen zelf veel meer verantwoordelijkheid droegen voor de verspreiding van het virus.

Jongetje in Congo

In 1970 werd de ziekte voor het eerst bij mensen geconstateerd. De patiënt met de primeur was een negenjarig jongetje in Congo. In de decennia die volgden kwamen bij tijd en wijle gevallen aan het licht in andere Centraal- en West-Afrikaanse landen: Benin, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Gabon, Kameroen, Nigeria, Liberia, Sierra Leone, Congo-Brazzaville, Zuid-Soedan. Rondom de ziekte bleven de nodige onduidelijkheden bestaan. Uitbraken vonden wel steeds plaats in min of meer vergelijkbare gebieden: op het platteland of aan de rand van regenwouden.

Mede dankzij de inspanning van de Wereldgezondheidsorganisatie, de WHO, werd de bestrijding van de gewone ‘pokken’ in diezelfde jaren steeds succesvoller. Ooit was die ziekte nog verantwoordelijk voor een tiende van alle sterfgevallen in de wereld. In 1967 ging het mondiaal nog om twee miljoen dodelijke slachtoffers per jaar. In het gebied waar de negenjarige Congolees in 1970 besmet raakte met de apenpokken, waren de gewone pokken op dat moment al enkele jaren verdwenen.

Succesvolle aanpak

De in 1796 door de Britse plattelandsdokter Edward Jennings ontdekte koepokkeninenting maakte de weg vrij voor een succesvolle aanpak van de ernstige ziektes (en overigens ook voor het soort vaccinaties dat van pas komt tijdens de huidige corona-uitbraak). Midden jaren tachtig van de vorige eeuw durfde de WHO in een 1500 pagina’s tellend rapport te stellen dat de ziekte was uitgeroeid. Het pokkenvirus, dat eeuwenlang zoveel dood en verderf had gezaaid, werd op dat moment nog op slechts twee plekken bewaard, keurig verdeeld over Oost en West: in een onderzoekscentrum in Moskou en op een soortgelijk instituut in Atlanta, uitsluitend voor wetenschappelijke doeleinden.

Met de apenpokken kwam het vooralsnog niet zover. In 2003 werd voor het eerst een uitbraak buiten Afrika vastgesteld. Amerikaanse artsen en geleerden telden in totaal 81 bevestigde en vermoedelijke gevallen in zes staten: Missouri, Ohio, Kansas, Wisconsin, Illinois en Indiana. Niemand overleed aan de gevolgen. Het spoor van de infectie leidde naar gedomesticeerde prairiehonden. Die bleken voor hun contact met de geïnfecteerden allemaal vlak naast uit Ghana geïmporteerde dieren te zijn gehouden.

Stigma

Een uitbraak in Nigeria (172 geregistreerde gevallen) was de grootste tot die van nu. De meeste patiënten waren mannen tussen de twintig en de veertig jaar. Het gaf de apenpokken bij sommigen – onterecht – het imago van een homoziekte. Ook aan aids kleefde bij de opkomst van de ziekte in de jaren tachtig van de vorige eeuw dat stigma.

De huidige uitbraak van apenpokken komt volgens sommige deskundigen niet onverwacht. Met het geschiedenis worden van de pokken ‘oude stijl’ liep ook het aantal vaccinatieprogramma’s terug. De mate van bescherming van veel Afrikanen is daardoor in de afgelopen tijd flink afgenomen.

Paul van der Steen bekijkt wekelijks het nieuws door een historische bril. Eerdere afleveringen van de rubriek Déjà Vu leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden