Jeugdinstellingen

Zusters van liefde? ‘Ze hadden beter zusters van haat kunnen heten’

Tiny van Holstein-Fiolet (88): ‘Ik wist niks. Zo dom als ik ben geboren, zo dom hebben ze me gehouden.’Beeld Werry Crone

De verhalen van vrouwen over hun onvrijheid en uitbuiting bij de ‘zusters van liefde’ worden opgetekend bij kennisinstituut Atria. ‘Ik weet dat het onvoorstelbaar is wat ze me aandeden, daarom moet ik dit vertellen.’

Met licht trillende vingers, de nagels fluorroze gelakt, houdt Tiny van Holstein-Fiolet (88) een paar A4’tjes vast. Daarop staat haar verhaal over ‘de zusters van liefde’, zoals ze werden genoemd, voluit: de Zusters van Onze Lieve Vrouw van Liefde van de Goede Herder. Ferm begint ze voor te lezen. Over hoe ze op haar achtste onder hun hoede belandde. “Nou”, zegt ze met haar Haagse tongval, “Zusters van liefde? Ze hadden beter zusters van haat kunnen heten.”

Ze spreekt op een bijeenkomst van het oral history-project ‘Kinderdwangarbeid Meisjes Goede Herder’ dat Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis, heeft opgezet voor vrouwen die leden onder uitbuiting, dwangarbeid en psychische verwaarlozing bij de kloosterorde. Voor dit project zijn films gemaakt die op YouTube te zien zijn onder de titel ‘Alles ging op slot’. Eerder schreef NRC Handelsblad over de misstanden.

Naar aanleiding daarvan deed de commissie-De Winter onderzoek. Die concludeerde dat de ‘zeer behoudende religieuze idealen’ en ‘de absolute eis van gehoorzaamheid’ bij de orde maakte dat meisjes er nul privacy en nul vrijheid hadden. In de woorden van de onderzoekscommissie was er ‘een schrijnend gebrek aan persoonlijke en liefdevolle aandacht’ voor in totaal vijftienduizend slachtoffers. Vrouwen hielden artrose over aan het werken in de wasserij. Meisjes kregen last van chronische constipatie, omdat ook toiletbezoek aan strikte tijden was gebonden.

Vriendschap was verboden

De oprichtster van de congregatie, Mary Euphrasia, wilde meisjes heropvoeden die in haar ogen ontspoord waren. Meisjes hadden zwijgplicht en onderlinge vriendschappen waren verboden. Vriendschap was gevaarlijk, want dat zou leiden tot ‘bijzondere vriendschap’ – seksueel geladen, dus zondig contact. Je mocht dus “niet met z’n tweeën lopen, daar loopt de duivel tussen”.

Afgelopen week maakte de overheid bekend dat er een financiële vergoeding komt voor slachtoffers van falende jeugdzorg. Vorig jaar klonken al excuses aan de vrouwen die ooit door de overheid waren overgelaten aan de genade van de zusters. Het Clara Wichmann-fonds bereidt een proefproces voor tegen de congregatie, die wel excuses aanbood, maar de verantwoordelijkheid ook afwentelde op de ‘normen van die tijd’.

De gedachte achter het project van Atria is dat er behalve gerechtigheid ook aandacht moet zijn voor de waarheid. Dat vindt ook Tiny van Holstein-Fiolet heel belangrijk. “Ik heb heel m’n leven een dagboek bijgehouden, alles opgeschreven. Thuis heb ik nog stapels met boekjes. Dat komt: ik weet hoe onvoorstelbaar het is wat ze me aandeden. Daarom moet ik erover praten. Het zit niet in mijn hoofd, dit is echt gebeurd.”

Een hap zout

Mevrouw Van Holstein-Fiolets verhaal begint bij wat ze later van buren hoorde: ze zagen haar moeder een baby op de ijskoude zolder leggen. Het duurt even voor duidelijk is over wie mevrouw Van Holtein-Fiolet het heeft, want in plaats van ‘mijn moeder’ zegt ze ‘die oliebol’. “Omdat ik dat woord niet kan uitspreken.”

Met haar zes broertjes en zusjes ­belandde ze in de beruchte katholieke instelling Groenestein aan de Loosduinseweg in Den Haag. Het was er net een gevangenis, zegt ze. “Ik plaste nog in bed. De oplossing die de zuster daarvoor had: een hap zout in m’n mond. Nou, dat brandt. Je lippen gaan helemaal kapot. Kwam de hoofdzuster daar dan achter, dan kreeg ik nog meer straf. Moest ik drie dagen lang achter de tralies op zolder, op water en brood, de ­catechismus uitschrijven. Ik mocht er pas uit toen ik om vergeving vroeg en de voeten van de zuster kuste. Ze hadden allemaal van die rare straffen: ik ben ook op een strozak vastgebonden en zo van de trap af geschopt. En ik ben in een steenkoud bad gezet, en dan buiten drogen. De ijspegels stonden in je haren – vroeger vroor het dat ’t kraakte.”

Het was er ‘heel streng katholiek’, zegt Van Holstein-Fiolet. “Elke dag naar de kerk, elke dag biechten. ‘Heb je gezondigd tegen het zesde en negende gebod? Dat ging over onkuisheid. Daar kon je je héél makkelijk schuldig aan maken. In de douche moesten we omhoog kijken, zodat je niet naar je eigen lichaam keek – zij kwamen dan wel kijken of je dat niet deed, hè? Ik dacht: waar bemoeien ze zich mee?”

Naar huis om te werken voor haar moeder

Op haar twaalfde moest ze terug naar huis om te werken voor haar moeder en op haar zeventiende werd ze naar het internaat van de zusters in Velp gebracht.

“Dat was nog erger, daar moest je plat op de grond liggen, en zwarte kousen en een zwarte jurk dragen. Het lag in een bos diep in Brabant, waar je niks hoorde of zag. Je was zo afgesloten van de wereld, en door hoe ze je behandelden, kon je niet eens meer denken. Het was alsof je gedrogeerd was. Er waren een wip en een schommel, en de eerste week dat ik daar kwam, zag ik die jonge vrouwen daarop spelen. Belachelijk, dacht ik, dat is toch voor kinderen? Een paar maanden later deed ik hetzelfde. Dat was al het vermaak dat er was, vandaar.”

Ze vertelt dat iets als een nieuw schort al heel bijzonder was. “Dat komt uit de wereld, zeiden we dan tegen elkaar. Op fluistertoon, want je mocht niet praten over de wereld. Je pakte de stof goed vast tussen je vingers, alsof je zo contact kon maken met de rest van de wereld.”

Toen ze eruit kwam op haar 21ste, wist ze niet eens meer hoe ze de straat moest oversteken, vertelt ze. “Ik werd thuis al snel weer zo veel geslagen dat de buren de politie waarschuwden. Huilend belandde ik op het bureau. Zegt die agent: ‘Ach kind, is je verkering uit?’ Man, verkering? Ik wist niet eens wat dat betekende.”

Gesteriliseerd zonder dat ze het wist

Van de achterstand die ze opliep, merkt Van Holstein-Fiolet de gevolgen nu nog. “Ik wist niks. Zo dom als ik ben geboren, zo dom hebben ze me gehouden. Mijn man heeft me later de simpelste dingen moeten leren. En bij de gekste woorden dacht ik: waar hebben ze het over? ‘Tiny, wat ben je toch dom’, zei een vriendin dan. Mijn kinderen hebben me nog weleens uitgelachen. En zonder dat ik het wist, ben ik gesteriliseerd. Ja, de dokter zei: we gaan je steriliseren’ Ik zei: oké, dat zal dan wel, niet wetende dat het betekende dat ik geen kinderen meer zou kunnen krijgen. Dat had ik nog zo graag gewild. Ik kwam er dus pas na de operatie achter dat dat niet meer kon.”

Ze had toen al wel kinderen, vijf in totaal. “Dat heeft me erdoorheen geholpen in het leven. Ik had geen tijd om in een hoekje te zitten huilen. En ik was niks gewend, dus met heel weinig al blij. Bij het eerste goede huis waar ik terechtkwam, kreeg ik ’s morgens een kopje thee. Dan was ik zo ontroerd dat iemand dat voor me deed, dat ik ging huilen. Het werk dat ik ben gaan doen, koffie rondbrengen op het ministerie van oorlog, was natuurlijk helemaal leuk. Mensen praatten tegen je!”

Er zijn ook dingen die niet zo makkelijk te herstellen bleken, vertelt ze. “Ik ken m’n eigen broers en zussen niet. We werden als kinderen bewust in verschillende groepen gezet. Toen ik in de kerk een keer zwaaide naar m’n broertje, die ik een stuk verderop zag zitten, kreeg ik straf. Bij een van mijn zussen ben ik later nog weleens langs geweest. Maar ja, hoe doe je dat? Ze was net zo vreemd voor me als m’n buurvrouw.”

En: “Ik heb geen jeugd gehad. Daar heb ik best veel verdriet van gehad, van wat ik allemaal gemist heb.”

Strafkamp Alexandra

Het duurde nog lang voordat de misstanden bij de congregatie zouden worden aangepakt. Een schakel in dat proces is Joke de Wilde (58). Na de scheiding van haar ouders mocht ze niet bij haar vader wonen, maar moest ze bij haar moeder wonen. “Terwijl wij dag in, dag uit ruzie hadden.”

Zo kwam ze op haar dertiende in een instelling terecht, maar toen ze na een jaar toch naar haar vader wilde, mocht dat nog altijd niet. “Heel gemeen, ik moest daar nog een jaar blijven. Ik begreep het niet, dus ging ik spijbelen. Toen ging het echt mis: er werd voogdij ingesteld, en ik moest naar Huize Alexandra.” Dat was een tehuis van de Zusters van de Goede Herder in Almelo. “Ver weg uit Utrecht, weg bij alles, bij m’n vader vandaan.”

Alexandra was een ‘strafkamp’. “Ik dacht dat ik er kwam om te leren, maar we moesten er de hele dag handdoekjes naaien. Niet praten, maar naaien. Ik huilde om thuis, maar een non greep me bij m’n nek – dat mocht niet. Toen heb ik mezelf in mijn vinger genaaid, de naald dwars door mijn vinger geprikt. Zodat ik even niet meer kon naaien. Ik kreeg voor elkaar dat ik naar school mocht. Maar ja, zonder non erbij mocht je de poort niet uit, die ging de eerste dag mee naar school. Daar had je dan meteen een smet, ik schaamde me ­natuurlijk dood dat ik door een non werd gebracht.”

Het enige wat ik had gedaan, was spijbelen

Met die smet bedoelt ze dat er in Almelo werd gepraat over de meisjes die bij de zusters belandden. “Het heette dan dat je de hoer had gespeeld, of dat je iets crimineels had uitgehaald. Maar het enige wat ik had gedaan, was spijbelen, zodat ik bij mijn vader kon zijn.”

De Wilde denkt dat ze nog beter crimineel had kunnen zijn. “In de bajes word je gelucht, heb je privacy, mag je onderling contact hebben en elke dag naar buiten. Dat hadden wij allemaal niet. We mochten alleen even het binnenterrein over lopen om naar de kerk te gaan. Verder mochten we niet naar buiten. Alleen als het heel mooi weer was en we ons goed hadden gedragen, mochten we tussen de middag af en toe op de binnenplaats.”

Op een gegeven moment bedacht De Wilde iets: de ouders van een schoolvriendinnetje hadden een cafetaria en die vertelden haar over het Jongeren Advies Centrum. Toen ze zich daar meldde, schakelde iemand daar de Belangenvereniging Minderjarigen in.

“Zo kwam ik erachter dat tehuizen medewerkers toegang moesten geven als een jongere dat wilde. De vereniging werd na veel gedoe toegelaten en ze schoven aan bij overleg over aanpassen van het regime en opzetten van onderwijs. Zat ik daar met hen tegenover de nonnen, echt ­kicken. Er werd ingegrepen. Ik heb iets teruggedaan, ik heb Alexandra strijdend kunnen afsluiten. Dat heeft mij kracht gegeven. Ik voel me daardoor geen slachtoffer.”

Leven met de gevolgen

Maar het is niet gemakkelijk om met de gevolgen te leven: ze ging zwarte ­periodes door met depressies en psychoses. Ze is ook even opgenomen geweest.

“Ik heb de mavo niet kunnen afmaken – wat nog altijd een bepaalde onzekerheid meebrengt. Het is moeilijk voor mij om vrienden te maken, omdat ik iemand niet snel vertrouw. We moesten handdoekjes naaien van het merk Seahorse. Soms hebben ze die in hotels en dan verdom ik het om die te gebruiken. En de V&D verkocht ze, in allerlei kleuren. Ik heb weleens bij die schappen gestaan en gedacht: zal ik al die handdoeken eruit mikken?”

Na een vakantie in Thailand, waar ze in gesprek raakte met een monnik, ging ze zich verdiepen in de geschiedenis van haar moeder, die ook jaren bij de zusters woonde. “Ik ontdekte dat zij thuis zo veel geleden had, dat die in­stelling voor haar een bevrijding was. Vandaar dat zij nooit heeft begrepen waarom ik het er zo vreselijk had. Zo heb ik haar, heel laat, toch kunnen vergeven. En er kwam nog toenadering. Mijn moeder heeft me op haar sterfbed met haar laatste krachten zitten aaien. Dat had ze nog nooit gedaan.”

Lees ook:

Zusters van de Goede Herder willen dwangarbeid niet vergoeden

De Zusters van de Goede Herder willen geen regeling treffen met de vrouwen die jarenlang onbetaalde arbeid hebben verricht in de instellingen van de kloosterorde. De werkzaamheden pasten volgens de advocaat van de rooms-katholieke nonnen in ‘de pedagogische opvattingen van destijds’.

‘Overheid wist van uitbuiting meisjes bij De Zusters van de Goede Herder.’

Komt er genoegdoening voor de vrouwen die als tieners jarenlang onbetaald moesten zwoegen voor de nonnen? De Kamer praat erover.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden