Oorlogskardinaal

Zo werd kardinaal Jan de Jong gerehabiliteerd

Kardinaal De Jong (l) in 1950, tijdens een bezoek aan het Trapistenklooster Sion in Diepenveen.Beeld ANP

Het aartsbisdom Utrecht zet de aanvraag van een Yad Vashem-onderscheiding voor kardinaal Jan de Jong weer in gang. Twee jaar geleden werd die ingetrokken omdat er twijfels waren over zijn rol bij de rechtsgang van een oorlogsmisdadiger. Nu komt Joep van Gennip, historicus en postdoc-onderzoeker aan Tilburg University, met nieuw bewijs dat De Jong vrijpleit.

Eigenlijk waren er nooit twijfels over de heldhaftigheid van kardinaal Jan de Jong tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als er iemand symbool stond voor het geestelijk verzet tegen de Duitse bezetting­­ was het wel deze Amelander, aartsbisschop van Utrecht van 1936 tot 1955. De Jong vond dat hij niet mocht en kon zwijgen over de Jodenvervolging. Ook na zijn dood bleef het beeld van De Jong als monument van moed en onverzettelijkheid in moeilijke tijden intact, tot er twee jaar geleden een schaduw viel over zijn herinnering.

Het Holocaust herinneringscentrum Yad Vashem in Jeruzalem kent de eretitel ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’ toe aan niet-Joden die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog tegen de Jodenvervolging hebben verzet en daarbij grote risico’s hebben genomen. Ook voor kardinaal Jan de Jong werd een dergelijke onderscheiding aangevraagd. Hij leek in alles een logische kandidaat. Maar toen doken er berichten op dat een naaste medewerker van de kardinaal de rechtsgang van een notoire oorlogsmisdadiger had geprobeerd te beïnvloeden.

Die oorlogsmisdadiger was Wilhelm van de Loo, lid van het beruchte commando Pieters, genoemd naar de leider ervan Andries Pieters, dat in de laatste oorlogsmaanden verzetsstrijders oppakte, gruwelijk martelde en executeerde. Voor zijn oorlogsmisdaden werd Van de Loo op 25 juni 1949 ter dood veroordeeld. In een boek van journalist Stijn Wiegerinck over het commando wordt op grond van bronnen in het Nationaal Archief de suggestie geopperd dat monseigneur Felix van de Loo, toen hoofd van de kerkelijke rechtbank van het aartsbisdom Utrecht, zijn invloed heeft aangewend om zijn neef Wilhelm van het vuurpeloton te redden. De monseigneur was een vertrouweling van kardinaal De Jong. De vraag was of die hiervan op de hoogte was.

Kardinaal Eijk trok de aanvraag in

“Wiegerinck liet gewoon de bronnen spreken”, vertelt Joep van Gennip, historicus en postdoc-onderzoeker aan Tilburg University, in zijn overvolle werkkamer. “Hard bewijs tegen monseigneur van de Loo en De Jong ontbrak.” Toch trok Kardinaal Eijk de aanvraag in omdat hij niet wilde dat kardinaal De Jong en Yad Vashem in opspraak raakten. Het aartsbisdom beloofde wel dat, als nader onderzoek uitwees dat de zaken anders lagen, ze de aanvraag zouden heroverwegen. Zelf ging het aartsbisdom overigens geen onderzoek doen. “Misschien was het achteraf geen handige zet om die aanvraag in te trekken, maar ik begrijp het ook wel weer: er zong wat rond”, aldus Van Gennip.

De beschuldigingen werden herhaald in het boek ‘In dienst van de Nazi’s’ van Paul van de Water dat eerder dit jaar verscheen. Van Gennip leest eruit voor: “‘Helaas zijn de archieven van het bisdom niet toegankelijk’, staat er. En verderop: ‘De rol van de rooms-katholieke kerk bij de rechtsgang van Van de Loo is opvallend’. Dat er sprake was van inmenging lijkt welhaast zeker”, concludeert Van de Water. Hij schrijft verder: ‘Zolang de archieven van het bisdom gesloten blijven, zal er een kwalijke geur blijven hangen aan de rol van het bisdom bij het juridisch traject van Van de Loo’.” Van Gennip legt het boek weer weg. “Het verbaast mij zeer dat dit als conclusie staat in een boek dat nota bene onder auspiciën van het Niod wordt uitgegeven. Alle archieven die betrekking zouden kunnen hebben op de kwestie zijn gewoon toegankelijk.” Van Gennip heeft het over het archief van het aartsbisdom Utrecht dat is ondergebracht bij Het Utrechts Archief. “Daar heb ik documenten gevonden die kardinaal de Jong vrijpleiten.”

Van Gennip was bezig met een onderzoek naar de rol die de rooms-katholieke kerk speelde bij de resocialisatie van politieke delinquenten na de oorlog. In een map met allerlei archiefstukken vond hij eerst een brief van een kampaalmoezenier pater H. Heijdeman aan kardinaal De Jong, gedateerd 2 december 1949, bijna een half jaar nadat Van de Loo ter dood is veroordeeld. Pater­­ Heijdeman komt namens dertien ter dood veroordeelden met een bijzonder verzoek. Van Gennip leest opnieuw voor: “Zoudt U als Hoofd van de Katholieke Kerk bij den katholieken minister van justitie nog gratie kunnen en willen aanvragen in ’t belang van hun gezinnen?’ En aan het eind: ‘Bij voorbaat namens de belanghebbenden (onder wie ook de heer van de Loo, neef van uw officiaal monseigneur van de Loo) onze eerbiedwaardige dank.’

In dezelfde map stuitte Van Gennip op het antwoord van de kardinaal dat hij op 10 december schreef: ‘Na overweging van uw verzoek dd. 2 dezer, delen Wij U mede, – na overleg met o.a. Mgr. Van de Loo – dat Wij geen aanleiding vinden om een gratieverzoek in te dienen: de feiten zijn te erg, en overigens betwijfelen Wij, of de gezinnen er door gebaat zouden worden.’ Van Gennip: “Duidelijker kan het niet. Hieruit blijkt trouwens ook dat De Jong met Van de Loo heeft overlegd. We weten niet of Van de Loo los hiervan toch iets voor zijn neef heeft willen doen, maar dat is voor de aanvraag van de Yad Vashem-onderscheiding niet relevant.”

Uiteindelijk toch gratie

Van Gennip ontdekte nog iets anders. In september 1950, terwijl de rechtzaak tegen Wilhelm van de Loo in hoger beroep nog liep, adviseert hoofdaalmoezenier voor de justitiële inrichtingen, C.A.M. Kroon, kardinaal De Jong een verzoek voor een audiëntie af te wijzen van de echtgenote van Wilhelm van de Loo. Dat doet De Jong ook.

Uiteindelijk wordt het leven van Wilhelm van de Loo gespaard. Naar aanleiding van een psychiatrisch rapport zet de Bijzondere Raad van Cassatie in november 1951 het doodvonnis om in een celstraf van zeven jaar met dwangverpleging voor onbepaalde tijd. Van de Loo dient vervolgens een gratieverzoek in bij koningin Juliana, dat in januari 1952 wordt toegewezen. De resterende gevangenisstraf wordt kwijtgescholden, maar hij moet nog wel psychiatrisch verpleegd worden. Bij deze beslissing is volgens Van Gennip niemand van het bisdom betrokken geweest. “Zijn oom is dan al geen officiaal van het aartsbisdom meer en kardinaal De Jong is door ziekte al uitgeschakeld.” In 1956 wordt Van de Loo ontslagen uit een psychiatrische inrichting in Heiloo. Hij overlijdt in 1981 in Duitsland.

En zo lijkt de reputatieschade van Jan de Jong hersteld. Het aartsbisdom is volgens een verklaring ‘verheugd dat hiermee een pijnlijke suggestie is rechtgezet en gaat de aanvraag voor een Yad Vashem-onderscheiding voor kardinaal De Jong heropenen’. Van Gennip koestert zijn onverwachte vondst. Bijvangst van een vasthoudend historicus. “Mij heeft het gestoord dat door insinuaties die niet hard gemaakt werden, de aanvraag voor een onderscheiding werd ingetrokken. Dat is nu goedgemaakt. Kardinaal De Jong is gerehabiliteerd­­.”

Lees ook:

Kardinaal Eijk ziet af van aanvraag eretitel voorganger

Kardinaal Eijk heeft een aanvraag voor een Yad Vashem-onderscheiding voor kardinaal De Jong, een van zijn voorgangers als aartsbisschop van Utrecht, ingetrokken. Dat heeft het aartsbisdom Utrecht bevestigd tegenover de NOS.

Hoe de rooms-katholieke kerk opkwam voor ex-NSB’ers

Kerkhistoricus Joep van Gennip onderzoekt hoe de rooms-katholieke kerk ervoor zorgde dat collaborateurs na de oorlog in de samenleving konden terugkeren. Hij trekt een parallel met het heden: ‘Misschien kunnen kerken en moskeeën een rol spelen bij de terugkeer van ex-jihadisten in de maatschappij’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden