Andreas Wohle & Bianca Gallant in de Lutherse Kerk in Amsterdam

Interview Zondig verleden

Zo verwerkt de Evangelisch-Lutherse Gemeente haar slavernijverleden

Andreas Wohle & Bianca Gallant in de Lutherse Kerk in Amsterdam Beeld Maartje Geels

De Evangelisch Lutherse gemeente in Amsterdam probeert de eigen rol in de slavernij te verwerken, onder andere in kerkdiensten en met symposia. Andere kerken zouden dit ook moeten doen, vinden de voorzitter van de diaconie Bianca Gallant en voorganger Andreas Wöhle.

Eigenlijk vond Bianca Gallant het allemaal gezeur. Kolonialisme, slavernij, discriminatie: “Ik was er helemaal niet mee bezig. Als mensen het daarover hadden dacht ik: waar hébben jullie het over. We wonen hier, we werken hier. Ik voel me prima.”

In het kantoor van de diaconie van de Evangelisch-Lutherse gemeente in Amsterdam, waarvan zij voorzitter is, maakt de 54-jarige Gallant ook nu de indruk dat ze zich goed voelt. Maar ze wuift de thema’s die andere zwarte mensen al jaren geleden op de agenda zetten, niet meer weg. Integendeel, samen met de president van de Lutherse synode, Andreas Wöhle, zet ze zich nu in om als kerken het slavernijverleden te verwerken en onder ogen te zien hoe dat nu nog doorwerkt.

De kerk is daar naar hun idee de uitgelezen plek voor. Het christelijk geloof gaat er in hun visie van uit dat het leven ‘gebroken’ is, dat fouten erbij horen en dat elk mensenleven verbonden is met dat van anderen. Concreet noemen zij hier: verbonden met de schuld over de slavernij, ook al is die ruim 150 jaar geleden afgeschaft. “Die basisgevoeligheid willen we aanbieden aan de samenleving”, zegt Wöhle, die benadrukt dat het komende symposium dat de kerk organiseert, net zo goed bedoeld is voor gelovigen als voor seculieren.

Zwart activisme

Zijzelf denken ook door hun persoonlijke achtergrond een zinnige bijdrage aan het gesprek te kunnen leveren: zij als zwarte vrouw afkomstig uit Suriname, achter-achterkleinkind van van oorsprong Afrikaanse tot slaaf gemaakten, hij als witte Duitser van na de oorlog, kleinzoon van een man van wie het haast niet anders kan dan dat hij meewerkte aan het naziregime.

Maar eerst terug naar Gallants ‘bekering’, die zich twee jaar geleden voltrok. Via de kerk was ze bij een conferentie in Londen van de internationale zendingsorganisatie Council for World Mission. Die heeft onderzoek gedaan naar haar koloniale verleden en is onder andere gestuit op zendelingen die allerlei rijkdommen uit Jamaica en verschillende Zuid-Amerikaanse landen hadden geroofd. Kerken waren ook anderszins nauw betrokken bij de slavernij, ze hielden het lange tijd in stand en legitimeerden het.

Gallant sprak er met zwarte leden van verschillende kerken, die tot op heden de pijn voelen over de geschiedenis van de zwarte tot slaaf gemaakten. Ze vertelden dat ze niet verder kwamen in het leven, achtergesteld werden, stage noch werk konden vinden.

Zelf heeft Bianca Gallant een andere geschiedenis. Ze werd geboren in Paramaribo in een Luthers gezin. Maatschappelijk betrokken, maar niet politiek actief. Zwart activisme was hun vreemd. “Slavernij en achterstelling kwamen nooit ter sprake, de generatie van mijn ouders heeft zich er niet in verdiept. Ja, we wisten van de mooie kleren, en de mooie muziek op de plantages. Maar er werd niet over de pijn gesproken.” Die houding hield ze nadat ze op haar achttiende in Nederland kwam, de Pabo deed, en in het onderwijs ging werken, nu als coach/begeleider.

Beeld Maartje Geels

Ik moet hier wat mee, als zwarte vrouw

In Londen schrok ze. “Ik vond de ervaringen van andere zwarte mensen enorm confronterend”, zegt Gallant. “Ik weet wel dat deze zaken ook in Nederland spelen, maar ik had dat nooit zo bekeken en gevoeld.” Waarom toen wel? “Het was in Londen één op één. In een kerkdienst waren mensen echt aan het treuren. Dat had ik niet eerder meegemaakt. Kennelijk moest ik dit eerst zelf ervaren en van dichtbij horen.” Ze nam een besluit: “Als dit nog zo leeft, dan moet ik er wat mee, als zwarte vrouw.”

Haar kerk, de Evangelisch-Lutherse, is in 2004 samen met de gereformeerde en de hervormde kerk opgegaan in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). De 10.000 a 15.000 Nederlandse lutheranen hebben hun inhoudelijke zelfstandigheid deels behouden. Zo is er een eigen lutherse synode waar lutheranen over het beleid praten en zijn er lutherse gemeentes.

Hun president is Andreas Wöhle. In Amsterdam is hij dominee van de Spuikerk, de kerk van Bianca Gallant. Die is multicultureel, met een behoorlijk aandeel Surinamers. Zij vallen in twee categorieën uiteen: zij die de pijn voelen van het verleden, en zij die dat juist uit de weg gaan, die het ‘op de plank’ zetten en, zoals Gallant het lachend zegt, na de kerk liever aan het gemberbier gaan.

Aha-moment in Jeruzalem

Ook Wöhle, geboren in 1958, groeide op in een Luthers gezin, in het West-Duitse Braunschweig. Als Duitser weet hij wat het is om om te gaan met de donkere kanten van de eigen geschiedenis. Altijd kreeg en krijgt hij – zeker in Nederland waar hij sinds 1986 woont – de vraag: uit wat voor familie kom jij? Nou, zijn grootvader was politiecommissaris. Hij kent de finesses niet, maar dat beroep zegt hem genoeg: “Het is waarschijnlijk dat hij deel is geworden van een fascistoïde structuur. Ik leef met het besef dat die duistere kant ook in mijn familiegeschiedenis heeft gespeeld.”

Zelf had hij in Israël een zelfde soort ‘aha-moment’ als Gallant in Londen. Toen hij als jonge atleet in Jeruzalem was, zag hij in de bus een man met zijn kampnummer op zijn arm getatoeëerd. Toen werd het nazi-verleden van zijn moederland ‘een onderdeel van mijn eigen existentie’.

Pratend over het slavernijverleden, komen dader- en slachtofferschap als het ware samen in het duo Wöhle en Gallant. Ze gebruiken daarvoor de klassieke christelijke term erfzonde, wat ze vertalen als collectieve verantwoordelijkheid voor iets waar je zelf niet bij bent geweest; de slavernij in Suriname werd in 1863 afgeschaft.

“Het is een keuze dat verleden niet weg te moffelen maar te aanvaarden, en er wat mee te doen. Daarvan word je meer mens”, zegt Wöhle. “Religieuze tradities kunnen helpen bij de omgang met dingen die je nu niet meer recht kunt zetten. Het moet ergens worden neergelegd. In de kerk kan dat, door in het openbaar schuld te belijden, door een klassiek biechtritueel, dat in de lutherse liturgie altijd voorafgaat aan de viering. Vervolgens moeten de puntjes op de i, en dat doen we met het slavernijproject.”

Essaywedstrijd

Schrijvers en wetenschappers uit Nederland, Suriname en het Caribisch deel van het koninkrijk kunnen meedoen aan een essaywedstrijd over het slavernijverleden en de kerken, en de manier waarop dat nog doorwerkt in de hedendaagse samenleving. De prijs wordt uitgereikt tijdens een symposium op 23 november over de heilzame verwerking van het slavernijverleden. Voor de organisatie werkt de Evangelisch-Lutherse Gemeente en Diaconie Amsterdam samen met NiNsee (Nationaal Instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis), Evangelische Broedergemeente Amsterdam-Stad & Flevoland en de Werkgroep Caraïbische Letteren.

Plaatsvervangende pijn

De Raad van Kerken, een overkoepelende organisatie van zowel de grote PKN en de katholieke kerk als een aantal kleinere kerkgenootschappen, legde in 2013 verantwoording af over het slavernijverleden. Maar op de wereldgebedsdag voor bevrijding uit de slavernij in 2018 na, hebben de twee Amsterdammers daar de afgelopen jaren weinig meer van vernomen. “De verklaring was vrijwel in het luchtledige. Prima, maar er was geen samenhang, nu is iedereen ermee bezig. De tijd is rijp dat dit een plek krijgt”, zegt Gallant.

Samen met oud-CDA-Kamerlid Kathleen Ferrier is zij bij het bestuur van de PKN geweest. Ze hebben erop aangedrongen dat de kerk met het thema aan de slag gaat. De PKN laat weten dat zeker te gaan doen. Over hoe dat precies gaat gebeuren wordt nog nagedacht, laat een woordvoerster weten.

De lutheranen in Nederland zijn daar al enige tijd mee bezig. Vanuit het landelijk bestuur heeft Wöhle contact gelegd met de Lutherse kerk in Ghana, ‘om te kijken of we meer boven water kunnen krijgen’. Dat ligt daar heel gevoelig. Duizenden Afrikanen zijn vanuit Ghana verscheept naar Suriname en Amerika. Maar er ontbreekt, zegt Wöhle, informatie over de geschiedenis van de inheemse gemeenschap die zijn mensen heeft verkocht.

Hun multiculturele lutherse gemeente in Amsterdam heeft de band met de Surinaamse kerk aangehaald. Er is eerder al een symposium geweest, gemeenteleden gaan naar Keti Koti, de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij in de Nederlandse koloniën.

Hun broeders en zusters in het Amsterdamse stadsdeel Zuidoost vieren overigens al jaren de herdenking samen met de leden van de Evangelische Broedergemeente, die in de achttiende eeuw uit de Lutherse kerk is voortgekomen.

Schuldbelijdenis

Maar de gemeente wilde ook naar het eigen aandeel kijken. Ook de Lutherse kerk heeft, zegt Wöhle, de bijbelse teksten over de zwarte Cham (een van de zonen van Noach), waarmee racisme en slavernij werden goedgekeurd, destijds nooit weersproken en zelfs gepropageerd.

Rond de anti-apartheidsstrijd in Zuid-Afrika hebben de lutheranen daar internationaal nog eens nadrukkelijk afstand van genomen.

Ook de Lutherse gemeente in Amsterdam heeft een beladen geschiedenis. Ze heeft in de achttiende eeuw een Lutherse predikant naar Suriname gezonden, die in Paramaribo als traktement een huis kreeg en drie slaven. “Daar moet je doorheen kruipen wil de kerk een plek worden om op een nieuwe manier met dit verleden om te gaan”, zegt de predikant. In een themadienst heeft hij het aanstellingscontract van zijn verre voorganger voorgelezen. Met die vorm van schuldbelijdenis wordt het openbaar en, zegt Wöhle, ‘kan niemand er meer omheen’.

Bianca Gallant zat op dat moment in de kerkbanken. “Als je het van de kansel hoort, is het iets anders dan als je er in een boekje over leest”, vertelt ze. “Zoiets raakt iedereen. Ik voelde de pijn, van mezelf, maar ik zat ook tussen witte mensen. Het moet verschrikkelijk zijn om dit aan te moeten horen als diegenen uit jouw groep de daders waren. Ik voelde ook plaatsvervangende pijn.”

Lichaam van Christus

Hoe moeilijk ook, deze belijdenis van schuld is volgens hen wel noodzakelijk om het verleden te verwerken. “Eerst herkenning, dan de erkenning, dan weer tot elkaar komen”, zegt Gallant. Vergeving hoort daar nog bij, maar daarvoor is het misschien nu te vroeg, zegt ze. “Elk woord doet pijn, maar elk woord is nodig om tot heling te komen”, verwoordt Wöhle dat gevoel.

Ze beseffen dat het voor andere, wittere kerken, nog moeilijker zal zijn om het slavernijverleden aan te snijden. Maar ze denken dat ook daar met liederen en bijbelverhalen veel te doen is om het gezamenlijke verleden te bespreken.

En als kerkleden niet zitten te wachten op zo’n controversieel maatschappelijk thema? “Ja, dat begrijp ik wel”, zegt Gallant. “Zo was het voor mij vroeger ook. In de kerk beleef ik de relatie met God en met de gemeenschap. Andere goede werken doe ik buiten de kerk. Totdat het relevant wordt, en dat is nu. Als het vanuit verantwoorde waarden en normen komt, dan is het deel van de kerk. Maar we gaan na zondag wel weer allemaal op onze eigen manier de wereld in.”

Wöhle ziet het zo: “We zijn samen het lichaam van Christus. In dat lichaam zijn er spanningen en schuld­relaties. Die kan je niet buitenlaten, die moeten aan de orde komen.”

Lees ook: 

Een week lang bidden tegen de slavernij van toen en nu

Kerken staan deze week stil bij de slavernij en de bevrijding daaruit. Dat brengt hen ook op moderne vormen van onderdrukking en racisme

Slavernijverleden herdacht in Amsterdam, nieuwe straatnamen voor voorvechters van slavernijbesef

De straatnamen in een nieuw gedeelte van de Amsterdamse wijk IJburg zullen worden gewijd aan 27 personen die hebben gestreden tegen kolonialisme en aandacht hebben gevraagd voor het slavernijverleden. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden