Het verhaal over misbruik bij het Leger des Heils begon met een telefoontje van Richard Bos, hier onherkenbaar gefotografeerd.

Verantwoording Misbruikonderzoek

Zo kwam het verhaal over seksueel misbruik bij het Leger des Heils tot stand

Het verhaal over misbruik bij het Leger des Heils begon met een telefoontje van Richard Bos, hier onherkenbaar gefotografeerd. Beeld Koen Verheijden

Misbruikverhalen zijn glad ijs voor journalisten, omdat de feiten vaak moeilijk te achterhalen zijn. Zo ging Trouw-journalist Rianne Oosterom te werk bij de verhalen over het misbruik bij het Leger des Heils.

Wat vond je het moeilijkst?

“Het bellen van de vermoedelijke dader voor wederhoor. Ik heb er dagen tegen aangehikt. Uiteindelijk kreeg ik hem aan de lijn. ‘Wat wilt u?’ zei hij,  argwanend nadat ik me introduceerde als journalist. Toen ik zijn naam noemde en vroeg of ik de goede persoon aan de lijn had, vroeg hij nog eens: ‘Wat wilt u?’. Ik wist even niet meer wat ik moest zeggen.”

De man aan de andere kant van de lijn wordt door Richard Bos – die Oosterom interviewde voor de krant - beschuldigd van seksueel misbruik dat zich in de jaren zeventig afspeelde bij het korps van het Leger des Heils in Winschoten. Dat was het vertrekpunt voor haar stukken, vandaag in Trouw.

Schrijven over misbruik is ingewikkeld, omdat het vaak het woord van de één tegen de ander is. Hoe ging jij daarmee om?

“Ik sprak meerdere keren met Richard Bos, om gedetailleerd door te kunnen vragen op het misbruik. En ik ging op zoek naar een feitelijke basis voor zijn verhaal; ik vroeg om ondersteunende documenten. Ik kreeg mailcorrespondenties tussen hem en het Leger des Heils toegestuurd, evenals de brieven die de organisatie schreef aan het Schadefonds voor Geweldsmisdrijven, die als onafhankelijke partij de hoogte van de schadevergoedingen bepaalde. Ook vroeg ik de zus van Bos of zij zijn verhaal kon bevestigen. Zij werd zelf ook misbruikt en kreeg een schadevergoeding. Daarna stuurde ik een lijst met vragen naar het Leger des Heils. Zij bevestigden dat ze schadevergoedingen hadden betaald.”

Was het verhaal daarmee voldoende gecheckt?

“Ik heb nog navraag gedaan bij het Schadefonds, of er inderdaad vergoedingen waren betaald aan slachtoffers van misbruik bij het Leger des Heils. Dat klopte, zeiden ook zij. Maar dat er vergoedingen zijn betaald, betekent nog steeds niet dat het misbruik ook echt heeft plaatsgevonden. Ik moest dus ook de vermeende dader om zijn visie op de zaak vragen. Maar hoe vind je iemand van wie je alleen een naam hebt? Ik hoorde van Bos dat het Leger hem verteld had dat de vermeende dader niet in hun systemen stond, dat zij het contact met hem verloren hadden. Om privacyredenen wilden ze tegen mij niet zeggen wat zij over de vermeende dader wisten.”

Hoe vond je de vermeende dader dan?

“Lukraak zoeken op zijn naam leverde niet echt iets op. Maar via Facebook vond ik zijn profielpagina. Ik stuurde zijn foto’s naar Richard Bos. Was dit de goede persoon? ‘Ja’, zei hij, ‘hij lijkt er nog steeds op’. Ik stuurde de man een bericht waarin ik kort toelichtte dat ik hem wilde spreken, maar kreeg geen reactie.

Na twee weken wachten besloot ik het anders aan te pakken. Omdat ik op Facebook zag waar hij woont, kon ik in de telefoongids gericht zoeken. Zo vond ik zijn huistelefoonnummer. Hij nam eerst niet op – in gesprek – maar toen ik het later nogmaals probeerde, kreeg ik hem te pakken. Ik legde uit waarvoor ik belde, en vrijwel direct zei hij dat hij niet met mij wilde praten. Hij zei dat hij Richard Bos niet eens kent en niets met het misbruik te maken heeft.”

Publiceer je een misbruikverhaal als de dader ontkent?

“In dit soort gevallen ben ik heel blij dat ik collega’s heb om mee te overleggen. Ik heb gesproken met adjunct-hoofdredacteur Martijn Roessingh, die onderzoeksverhalen begeleidt, en met de chef Verdieping, Wybo Algra. Wij waren het erover eens dat de ontkenning het verhaal niet onderuit haalt, omdat het Leger des Heils al een schadevergoeding betaald heeft aan Bos en de organisatie erkent dat zijn verhaal waar is. Ook heb ik een foto gezien waar de vermeende dader samen met Richard Bos opstaat. Uit de documenten van het Leger weet ik dat de man als officier werkte in Winschoten in de tijd dat Richard Bos daar opgroeide. Dat ze elkaar niet gekend hebben is dus onwaarschijnlijk. 

“Het blijft wel zo dat Richard Bos zijn verhaal doet vanuit zijn herinnering. Hoewel zijn verhaal ondersteund wordt door allerlei documenten van het Leger des Heils, komt het grotendeels voort uit zijn herinnering. Om deze reden schrijf ik vaak ‘zegt hij’, of ‘volgens hem’ in de tekst. 

“De ontkenning van de dader is als wederhoor belangrijk om te vermelden onder het interview met Bos, dat doen we dus ook. Omdat het misbruik niet bewezen is in een rechtszaak en de man het misbruik ontkent, noemen we zijn naam niet. Ook noem ik op aanraden van Wybo en Martijn zijn leeftijd of andere precieze details niet, om herleidbaarheid te vermijden.”

Hoe lang heeft het in totaal geduurd voor dit verhaal in de krant kwam?

“Het eerste contact met Richard Bos was ongeveer een jaar geleden. Het kan soms echt lang duren om misbruikverhalen afdoende te checken. Ik werkte er met tussenposes aan, en heb bewondering voor de grote dosis geduld die Bos aan de dag legde. Dit verhaal, vond hij, moest verteld worden.”

Lees ook:
Als kind misbruikt in het Leger des Heils, dat is een geheim dat je niet kunt begraven
Drie slachtoffers van misbruik bij het Leger des Heils hebben vorig jaar een schadevergoeding ontvangen, blijkt uit onderzoek van Trouw. Zij zijn niet de enigen, aldus de christelijke organisatie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden