Een ijsberg bij Groenland. Klimaatproblemen zijn een reden voor pessimisme, weet Wim van Vlastuin: ‘De wereld zit vol met spanning en stress en ik verwacht dat dat intenser zal worden’.

Theologisch Elftal Pessimisme

Zo hou je hoop in pessimistische tijden

Een ijsberg bij Groenland. Klimaatproblemen zijn een reden voor pessimisme, weet Wim van Vlastuin: ‘De wereld zit vol met spanning en stress en ik verwacht dat dat intenser zal worden’. Beeld AP

Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht. Ons land heeft een hardnekkige neiging tot pessimisme en somberheid over de toekomst. Kan de theologie helpen daaruit te komen?

Uit halfjaarlijkse onderzoeken van het SCP blijkt telkens weer dat wij Nederlanders ons meer dan ooit zorgen maken over de wijdere wereld: over normvervaging in de maatschappij, terrorisme, of de ­wereldpolitiek. Er is een tendens naar pessimisme, ook al hebben we het zelf vooralsnog erg goed. Maar voor hoe lang? Terwijl de economie nog op volle toeren draait, nemen zorgen over een naderende recessie toe. Ook op de beurs hangt pessimisme in de lucht. En dan scheerde er pas ook nog eens een asteroïde rakelings langs de aarde.

Wat valt er theologisch eigenlijk te zeggen over de toekomst? Maakt geloof optimistisch, geeft het ons het vertrouwen dat het allemaal wel goed komt? Of rekent het met de mogelijkheid dat de economie instort, het klimaat kapot gaat of dat de wereld zelf verwoest kan worden?

Volgens Lody van de Kamp, rabbijn en schrijver, is het een kwestie van balans. “In het jodendom kennen we het begrip bitachon, wat zoveel betekent als ‘godsvertrouwen’. God regeert ieders leven. Hij stuurt het welzijn en het ongeluk van ieder mens aan. Daar mogen wij op vertrouwen, dus we hoeven ons geen zorgen te maken. Maar in het ­jodendom kennen we ook het begrip hisjtadloet dat in feite de menselijke inspanningsplicht aanduidt. Als het in de schepping niet goed gaat, hebben wij wel de verantwoordelijkheid om in te grijpen en al het mogelijke te doen. Het draait om de juiste balans tussen die twee. We moeten niet nalaten te doen wat we kunnen, maar we mogen ook op God vertrouwen.”

Wim van Vlastuin, hoogleraar theologie en spiritualiteit van het ­gereformeerd protestantisme aan de Vrije Universiteit te Amsterdam: “Als gelovige herken ik me niet in het idee dat het vanzelf wel goed komt met deze wereld. Integendeel. Een belangrijke tekst daarbij is ‘Romeinen 8: de schepping is in barensnood’. De wereld zit vol met spanning en stress en ik verwacht dat dat alleen maar intenser zal worden. In de twintigste eeuw zijn meer mensen omgekomen door oorlog dan in alle andere eeuwen bij elkaar. De klimaatproblemen worden erger. Het kwaad gaat naar een climax. Dat is mijn grondhouding.”

Van de Kamp: “In de Talmoed staat: ‘In de schepping is de mens een partner van God’. God heeft in de eerste zes ­dagen de schepping uitgevoerd. Maar vanaf dag zes, vanaf het moment dat de mens werd geschapen, kreeg de mens de opdracht om samen met God de schepping in stand te houden. Toch is er een taakverdeling. De mens is niet de CEO van deze wereld, dat blijft God. Dat vinden wij lastig. Wij gaan graag uit van een maakbare wereld, waarbij wij het zelf zo mooi kunnen maken als we willen, maar zo werkt het dus niet. Maar het jodendom leert ook dat God na de zondvloed een eeuwige verbondenheid met de wereld beloofde, waarbij de schepping nooit meer zal worden vernietigd. Hij heeft de wereld geschapen om Hem moverende redenen, hij zal Zijn schepping ook in stand houden. Daar mogen we op vertrouwen.”

Van Vlastuin: “Ik geloof ook dat we mogen leven in dat verbond dat God na de zondvloed met Noach sloot. Het ­leven hier kan heel mooi zijn en er is genoeg om van te genieten. Daar ­mogen we blij mee zijn en dat mag vertrouwen geven. Maar ik geloof niet dat het heil binnen de grenzen van deze ­geschiedenis maakbaar is. Ik geloof dat Christus bij zijn wederkomst een nieuwe aarde zal scheppen en dat dan het echte leven begint. Dat geeft mij een bepaalde nuchterheid: we moeten onze verantwoordelijkheid nemen en de handen ineenslaan om bijvoorbeeld het klimaatprobleem aan te pakken. Maar niet in de verwachting dat daarmee alle problemen zijn opgelost. Mijn hoop richt zich niet op een oplossing van het klimaatprobleem, maar op iets dat buiten deze orde ligt.”

Van de Kamp: “Ik zie hoopvol uit naar de Messias. Dat is een wezenlijk onderdeel van mijn joodse geloof. Maar ik geloof dat deze schepping zal blijven bestaan en dat ze deel zal uitmaken van die messiaanse wereld. En ook tot die tijd zal de Schepper altijd zijn verantwoordelijkheid nemen naar de schepping en er voor zorgen dat er geen situatie ontstaat waar menselijk leven niet mogelijk meer is. En wij moeten dus ook onze verantwoordelijkheid nemen voor deze schepping.

“Ik ben altijd onder de indruk van al die momenten in de geschiedenis van het jodendom waarbij alle hoop vervlogen leek, en het plotseling weer terugkwam. Bijvoorbeeld na de Tweede Wereldoorlog: het Europese jodendom was werkelijk ­totaal vernietigd. En dan opeens, wat je daar verder ook van mag denken, drie jaar later is er een Joodse staat.”

Van Vlastuin: “Ik geloof dat de ­wederkomst van Christus en de nieuwe aarde onze orde overstijgen. Maar dat maakt niet dat deze wereld onbelangrijk is. Dat wordt gelovigen nog wel eens verweten: als je op een nieuwe ­aarde en hemel hoopt, ben je niet nuttig voor deze wereld. Maar C.S. Lewis zei eens: juist omdat we hopen op een nieuwe aarde, zijn we extra sensitief om te zien wat er nu allemaal nog ­onvolkomen is. Juist het besef dat onze orde moet worden vernieuwd, maakt sensitief voor alles wat nu nog onvolkomen is. Daardoor kunnen we ook alle gerechtigheid die nu geschiedt, herkennen als spoortjes van de uiteindelijke goede toekomst.”

Lees ook:

Waarom je maar beter een pessimist kunt zijn

‘Lach of sterf’, is het gebod waar de gemiddelde Zweed tot voor kort bij leefde. Maar het volk lijkt het optimisme-adagium zat. De inschrijving voor een opleiding pessimisme onder de noemer ‘Beter wordt het niet’ werd door het overweldigend aantal aanmeldingen binnen een dag gesloten.

Optimisten leven langer, en niet zo’n beetje ook

Optimisten houden het leven langer vol. Een stuk langer: de optimist wordt gemiddeld 10 procent ouder dan de pessimist, en zijn kans om de 85 te halen is anderhalf keer zo groot. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden