ColumnEva Meijer

Zet de eindeloze stroom even stil

Onze leefwereld wordt overstroomd door beelden. Smartphones knippen selfie voor selfie gaatjes in de stof waar het ­bestaan uit geweven is en filmpjes van … zijn allang minder magisch dan … zelf.

Sinds De Quarantaine is een groot deel van het sociale en culturele leven gedigitaliseerd. De Amerikaanse ­filosoof Judith Butler denkt dat dat nieuwe manieren van verbinding kan opleveren. In een onlinelezing, ­georganiseerd door de Whitechapel Gallery, besprak ze hoe structuren van ongelijkheid bloot zijn komen te ­liggen door de coronacrisis en hoe deze crisis ons alternatieven aanreikt voor het neoliberale kapitalisme dat die ongelijkheid veroorzaakte. Onlinekunst is volgens haar zo’n alternatief. Het leidt tot nieuwe vormen van luisteren en kijken die deel uitmaken van nieuwe netwerken van zorg.

De filmpjes, optredens, lezingen en liedjes die de laatste maanden op het web verschenen, kunnen mensen inderdaad even uit hun miserie trekken. Maar deze vorm van zorg is over het algemeen listig, sust vaker in slaap dan dat het wakker kust. Iets op pauze kunnen zetten om een snack te pakken doet al wat met de aandacht. Dat het gefilmde vervolgens eeuwig herhaald kan worden, is natuurlijk een variatie op de dood, want wat is de dood anders dan een doorlopende herhaling van hetzelfde niets?

In ‘De lichtende kamer’ schrijft de Franse denker ­Roland Barthes over het kijken naar foto’s. Een foto krijgt betekenis tegen een bepaalde culturele achtergrond, Barthes noemt dit ‘studium’. Maar geraakt wordt de kijker door het ‘punctum’, in het Latijn een wond, een afdruk van iets scherps. Het punctum prikt door het studium heen, het is waar je oog aan blijft haken. ­Barthes onderzoekt dit verder aan de hand van zijn eigen voorkeuren voor bepaalde foto’s. Hoewel die deels cultureel bepaald zijn, is het kijken voor hem persoonlijk. Kijken is een handeling, een daad die het bekekene persoonlijk maakt.

Mensen kijken niet naar de foto, maar naar het afgebeelde

Op internet kijken mensen natuurlijk vaak niet echt naar de foto (de lijnen, het licht): ze kijken naar het afgebeelde. Daarmee gaat ook een deel van de inhoud verloren.

Barthes’ fotograaf ontvreemdt momenten uit de tijd, vist ze uit het grote vergeten, zet de beweging even stil. De gaten die daarmee in de tijd geknipt worden zijn ­miniem (zijn het kijkgaten? Maar waar kijk je dan nog naar?). Het resultaat bestaat op papier, traag spul dat uiteindelijk vergaat. Online bestaan talloze zaken inclusief mensen duizend keer vaker dan het origineel en ook nog eens veel langer. Bewaren kan belangrijk zijn, maar in de natuur leidt te veel vangen meestal tot ontwrichting.

Het internet kan een plek zijn voor intimiteit, voor nieuwe vormen van zorg, maar daarvoor is een wisselwerking nodig – zoals bij Nick Cave’s brievenwebsite The Red Hand Files, waar ik eerder al eens over schreef. ­Vragenstellers laten zichzelf zien; Cave antwoordt met dezelfde openheid.

Mensen laten natuurlijk vaak meer van zichzelf zien dan ze denken of willen, zelfs selfies kunnen een punctum hebben. Maar dat kun je pas zien als je je openstelt. Dat zet de stroom even stil, en was het ons daar uiteindelijk niet om te doen?

Eva Meijer (1980) is filosoof, schrijver en singer-songwriter. Ze promoveerde op de politieke stem van het dier en in 2011 debuteerde ze met de roman ‘Het schuwste dier’. Voor Trouw schrijft ze tweewekelijks een column. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden