'Ze zeiden dat mijn familie me zou vermoorden'

Mediha Ibrahim: 'Ik bid niet meer, want ik ben zo gelukkig dat ik weer terug ben.' Beeld Judit Neurink

IS vermoordde talloze yezidi's en probeerde hun geloof uit te roeien door vrouwen en kinderen te bekeren. Velen van hen zitten nu nog verborgen bij IS'ers, doodsbang om zich te melden. Als ze al weten dat ze yezidi zijn.

"Ik ontkende dat ik yezidi ben." Mediha Ibrahim zegt het schuchter. Want de kans om te ontkomen aan IS, dat haar al meer dan drie jaar als slaaf vasthield, liet ze bijna aan haar neus voorbijgaan. De kleine dertienjarige hapt met graagte in een pizza, in een restaurant in het Iraaks-Koerdische Zakho, vlak bij het kamp voor yezidi's waar ze met haar ooms en broertjes is herenigd. In de drie gezinnen van Turkse IS-strijders waar ze als moslimkind werd opgevoed, gold dit als een feestmaal. Nescafé met melk en veel suiker, waarvan ze gulzig twee koppen drinkt, kreeg ze al evenmin.

In augustus 2014 ontvoerde en doodde IS duizenden yezidi's uit de Iraakse Sinjar-provincie. Van de ruim zesduizend ontvoerde mannen, vrouwen en kinderen is de helft bevrijd. De rest wordt nog vermist, maar bij de bevrijding van IS-bolwerken in Irak en Syrië zijn maar enkele tientallen yezidi's aangetroffen. Het wordt steeds duidelijker dat IS hen met zijn eigen families wist te evacueren.

Yezidi-vrouwen zijn als seksslaven handelswaar, maar IS dwong hen ook om zich te bekeren tot de islam. Als onderdeel van de campagne om het yezidi-geloof uit te roeien, zijn de kinderen bij families van getrouwen geplaatst om in de islam te worden opgevoed. Dat gebeurde ook met Mediha.

Ze vertelt in het Turks over die tijd. "Ik ben het Koerdisch een beetje vergeten". Over hoe IS haar met haar familie uit Sinjar ontvoerde, en hen aanvankelijk samen opsloot. Hoe ze betrapt werden bij een poging te ontkomen uit het Iraakse IS-bolwerk Tal Afar, omdat de auto die vanuit Iraaks Koerdistan voor hen was geregeld panne kreeg. En hoe ze daarna van haar ouders en broertjes werd gescheiden, naar school gestuurd om Arabisch en de Koran te leren en toen in Tal Afar achtereenvolgens bij de buitenlandse families belandde van drie Turkse IS-strijders.

Tekst loopt verder na de foto

Yezidi-tempel in het Sinjar-gebergte, verwoest door IS. Beeld Hollandse Hoogte / Panos Pictures

Haar eerste eigenaar, de Turkse IS-strijder Abu Yousef, had drie vrouwen en veel kinderen. "Hij sloeg me en verkocht me aan een andere familie", vertelt Mediha. Bij Abu Ali en zijn vrouw Fatima uit het Turkse Bursa bleef ze geruime tijd, tot ze ten slotte werd doorverkocht aan de Turkse IS-strijder Abu Ahmed en Zahida die uit Konya kwamen. Bij hen werd ze beter behandeld, zegt ze. "Zahida was als een moeder, ze sloeg me nooit." Maar nieuwe kleding of cadeautjes kreeg ze evenmin, "en ze kuste me nooit, nee". Ze kreeg er wel een nieuwe naam: Hadjar. Hoe vond ze dat? "Niet zo heel erg."

Ze had zichzelf Turks geleerd, bad vijf keer per dag en las graag in de Koran. Ze kon nooit meer terug naar haar familie, werd haar ingepeperd. "Ik voelde me moslim, geen yezidi. Ze zeiden dat mijn familie me zou vermoorden omdat ik ons geloof had verlaten."

En daarom ontkende ze haar afkomst, toen ze met haar laatste Turkse familie na de val van Tal Afar in een speciaal gevangenenkamp voor buitenlandse IS-families terechtkwam. Daar werd iedereen verhoord, en werd haar en 'pleegmoeder' Zahida gevraagd of ze wellicht yezidi was. "Ik was bang, want eerst wist ik niet of zij misschien Daesh waren," zegt het meisje, de Iraakse naam voor IS gebruikend. En toen ze doorhad dat het de Iraakse federale politie was, was de angst niet minder: als uitkwam dat ze yezidi was, wachtte haar immers de dood.

Witte snor

Uiteindelijk was het Zahida, wier kinderen allemaal boven de twintig zijn, die over de veel jongere Mediha toegaf: "Die is niet van mij". Toen kon Mediha eindelijk toch de naam van haar vader noemen. Omdat die nog vermist wordt, net als haar moeder, kwam een oudoom haar ophalen. "Ik herkende hem, maar zijn snor was wit geworden", zegt ze. En opeens was alle angst weggevallen: "Ik was zo blij om hem te zien".

Veel yezidi's zitten net als Mediha in feite gevangen binnen families van IS-strijders en -aanhangers die uit de IS-bolwerken zijn gevlucht en vaak samen met gewone burgers in kampen in Noord-Irak worden opgevangen. Sindsdien zijn enkele kinderen zoals Mediha gevonden. Zij bevestigt dat er ook in het gevangenenkamp waar zij terechtkwam, meer meisjes waren zoals zij: "Yezidi-meisjes die bang waren om te spreken. Een van hen, Diana, kende ik uit het huis van Fatima."

Tekst loopt verder na de foto

Vluchtelingenkamp in Iraaks Koerdistan waar veel Yezidi's werden opgevangen toen IS in 2014 hun stad Sinjar veroverde. Beeld Getty Images

Yezidi-hulpverlener en arts Mirza Dinaye dringt erop aan actief naar de vrouwen en kinderen te zoeken. "We weten dat ze volledig geassimileerd zijn in de moslimgemeenschap. Ze denken dat het yezidi-geloof geëlimineerd is, en lijden vaak aan het stockholmsyndroom." Die term wordt gebruikt als er een speciale relatie is ontstaan tussen ontvoerden en hun kidnappers.

Yezidi's vormen een gesloten gemeenschap, waarin bekering tot een ander geloof verboden is. Kinderen uit een relatie buiten de groep zijn taboe. De ontvoerde vrouwen weten echter niet dat hun geestelijk leider iedereen die terugkeert absolutie heeft beloofd, en heropname in de gemeenschap. Voor de baby's van IS-strijders die ze meebrengen zette hij een weeshuis op.

Geïndoctrineerd

Omdat de vrouwen zodanig zijn geïndoctrineerd dat ze zich niet meer vrijwillig melden, moeten er speciale teams komen om hen te identificeren. Dat kan aan de hand van foto's die hun familieleden beschikbaar stellen, zegt Dinaye, en door hun accent. De yezidi's zijn herkenbaar aan de manier waarop ze zowel het Koerdisch als het Arabisch uitspreken.

Dergelijke gecoördineerde zoekacties komen niet van de grond. Daarvan geeft iedereen een ander de schuld. Arts Dinaye had al een team van vrijwilligers beschikbaar maar mocht naar eigen zeggen niet aan het werk gaan. De speciale yezidi-vertegenwoordiger bij de Koerdische overheid, Kheiri Bozani, zou hem zelfs bedreigd hebben: "Die doet niets als het hem geen geld oplevert".

Niet hij, maar anderen willen aan de verdwenen yezidi's verdienen, reageert een felle Bozani: "Er waren yezidi's die er een handeltje van maakten, die gevonden vrouwen terugverkochten aan hun familie", zegt hij in zijn kantoor in het Koerdische ministerie voor religie.

Bozani zegt zelf te willen zoeken naar verborgen yezidi's. Maar ook hij claimt daar geen toestemming voor te krijgen, waarbij hij wijst naar de provincie Nineve. De ontheemdenkampen waar de yezidi's waarschijnlijk zitten, vallen namelijk onder die provincie en daarmee onder Iraaks gezag, niet onder Iraaks Koerdistan. En zeker sinds het Koerdische referendum over onafhankelijkheid, in september, zijn de verhoudingen tussen de Koerdische en de Iraakse autoriteiten verslechterd.

Maar enkele dagen na een telefoontje van deze verslaggever naar de Provinciale Raad van Nineve, arriveert de verlangde toestemmingsbrief alsnog bij Kheiri Bozani.

Ontvoerd broertje

Corruptie, desinteresse van de autoriteiten, gebrek aan informatie: Sami Ergoshi, adviseur van de Koerdische premier Barzani, kan een heel rijtje van oorzaken opsommen waarom er zo weinig verborgen yezidi's worden teruggevonden. Zo waren veel kinderen nog heel klein toen ze gekidnapt werden. "Die herinneren zich niets meer, of weten niet meer van welke familie ze zijn. Het is niet makkelijk om hen te vinden."

Mediha's neef Khalef Amar (32) neemt daar geen genoegen mee. Hij laat een foto zien van haar ontvoerde broertje. Die heeft hij gevonden op het facebookaccount van een IS-strijder. Het kind was twee toen hij werd ontvoerd, maar Amar is er zeker van dat de vijfjarige op de schommelstoel zijn jongste neefje is. En hij bezweert dat hij hem net als Mediha's andere twee broertjes terug zal krijgen. Voor een van hen betaalde hij de IS-eigenaar via bemiddelaars 11.000 dollar.

Frustratie over de duizenden die maar niet terugkeren leidt tot activiteiten buiten de officiële kanalen om. Hadi Babasheik, de jongere broer en woordvoerder van de geestelijk leider, reist regelmatig naar de ontheemdenkampen op zoek naar yezidi's. Hoewel niet alle hulporganisaties die kampen runnen hem dat toestaan, trekt hij daar tips na. Op die manier heeft hij al een aantal vrouwen en kinderen gevonden. Probleem is nu wel dat tal van families, ook die van IS-aanhangers, alweer uit de kampen terugkeerden naar steden als Tal Afar en Hawija.

Yezidi-geestelijke Babasheik wil families die zich melden financieel belonen. "We gaan families langs en vragen: wie heeft er een kind dat yezidi is? En dan betalen we." Hij wist er Europese fondsen voor te verwerven en werkt samen met een Arabisch stamhoofd. Bevestiging komt er als het kind of de vrouw zelf nog de naam van de vader weet, soms moet een DNA-test uitkomst bieden.

Beproeving

Volgens neef Khalef Amar lijkt Mediha weinig over te hebben gehouden van de beproeving. Hij zegt dat ze niet seksueel misbruikt is - hoewel bekend is dat IS meisjes  boven de negen geschikt achten voor seks. Ook het bombardement dat ze in Tal Afar meemaakte, wist ze te verwerken. "Het was verschrikkelijk. Er stierven mensen", vertelt Mediha geëmotioneerd.

Ze speelt weer, en praat met iedereen, zegt Amar. En ze hield onmiddellijk op met bidden, terwijl haar twee teruggevonden broertjes daar nog dagenlang mee doorgingen. Mediha lacht erom, en kijkt naar de roze nagellak op haar vingers - verboden onder IS. "Nee, ik bid niet meer, want ik ben zo gelukkig dat ik weer terug ben."

Lees ook Yezidi-vrouwen emanciperen sneller na IS-slavernij

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden