Protestantse Kerk in Nederland.

InterviewVerzetsgeschiedenis

Woede over WOII-schuldbelijdenis PKN: ‘De kerk schoffelt over de graven van verzetsmensen’

Protestantse Kerk in Nederland.Beeld Foto Maarten Hartman

Zondag belijdt de Protestantse Kerk in Nederland schuld voor de rol van de kerk voor, tijdens en na de oorlog. Die actie is een grote fout, vinden de nabestaanden van verzetsmensen.

Hoe belangrijk de kerk voor haar vader was? “Dan moet ik vertellen wat er gebeurde op de dag dat hij samen met een groep andere verzetsmensen de overval op het Arnhemse Huis van Bewaring pleegde”, vertelt Joke Scheepstra. Op zondag 11 juni 1944 lukte het Liepke Scheepstra om met zijn knokploeg die gevangenis binnen te dringen. Ze kwamen voor Evert Zwarts. Die was een maand eerder betrokken geweest bij de geslaagde overval op de Arnhemse koepelgevangenis, maar was niet lang daarna opgepakt. Het werd een zeer gedurfde, zeer riskante en zeer geslaagde operatie: Zwarts en 53 anderen werden bevrijd.

Terwijl de verzetsmensen en de bevrijde gevangenen Arnhem snel verlieten, en de stad op z’n kop stond vanwege de overval, kon Scheepstra het niet laten om naar de kerk te gaan. “Sommige kerkgangers die er meer van wisten verbleekten toen ze hem tegen vijven de kerk binnen zagen komen: de angst voor Duitse represailles na de bevrijdingsactie was groot. En er werd vanwege zijn verzetswerk al langer jacht op hem gemaakt. Mijn vader ging op de galerij zitten, met goed zicht op alle uitgangen. Maar hij móest er gewoon zijn, daar in de kerk. Om God te danken dat het gelukt was. Hij kon niet anders.”

Liepke Scheepstra – hij overleed in 2002 – speelde een grote rol in het verzet. Onder de schuilnaam Bob was hij een van de leiders van de Landelijke Knokploegen (LKP, voortgekomen uit de LO, de organisatie voor hulp aan onderduikers), en betrokken bij tal van verzetsacties. De LKP zorgde ervoor dat onderduikers van distributiebonnen konden worden voorzien. 

'Mijn maag draaide in een knoop’

Dat verzetswerk had alles met zijn geloof te maken, vertelt zijn dochter. “Als mensen hem toestemming kwamen vragen om iemand te liquideren die een bedreiging vormde voor het leven van anderen, dan zei hij: ‘Als het moet, dan moet het. Maar ga eerst op de knieën, ga eerst in gebed’. Dat geloof tekende veel verzetsmensen. De LO-LKP bestond voor het overgrote deel uit gewone burgers. Van de 1671 omgekomen medewerkers die zijn opgenomen in het gedenkboek ‘Het grote gebod’ was meer dan 90 procent lid van een kerkgenootschap.”

Daarom reageerde Scheepstra zo verbijsterd toen twee weken geleden bekend werd dat de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) zondag, tijdens de herdenking van de Kristallnacht, schuld zal belijden over de rol die de kerk voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog heeft gespeeld. Wat er precies in de verklaring staat, is nog niet bekend. De PKN heeft tot nu toe alleen een paar zinnen vrijgegeven. ‘Wij schoten tekort in spreken en in zwijgen, in doen en in laten, in houding en in gedachten’, is een van die zinnen. 

De schuldbelijdenis richt zich niet op individuele kerkleden of op plaatselijke gemeentes, zei PKN-voorman René de Reuver eerder in deze krant. Die hebben het volgens hem vaak heel goed gedaan. “Mijn maag draaide in een knoop bij die formulering”, zegt Scheepstra. “Het heeft veel van hen het leven gekost! Aan vrouw en kinderen werd hun man en vader ontnomen. Anderen zijn psychisch beschadigd geraakt. En nu kent ene De Reuver hen een goed rapportcijfer toe?”

Joke Scheepstra in het interieur van de voormalige Burgwalkerk, waar ds. Slomp ('Frits de Zwerver') in de winter van 1942-1943 de aanwezigen opriep Joden te herbergen.Beeld Martijn Gijsbertsen

Scheepstra – lid van de PKN, predikant en voorzitter van de Stichting Herinnering LO-LKP, die de herinnering aan het Nederlandse verzetswerk levend wil houden – doet een ‘dringend beroep’ op de kerkleiding om de schuldbelijdenis niet uit te spreken. “Hier wordt niet namens mij gesproken. Ik voel me miskend door mijn eigen kerkbestuur. Alsof je je eigen huis wordt uitgezet.”

'De Reuver heeft geen idee hoe groot en algemeen het verzet was’

Zo voelt Jan Slomp het ook. “De PKN pleegt grafschennis, de kerk schoffelt over de graven van de verzetsmensen”, zegt hij. Slomps vader was zeer actief in het verzet, en ook voor hem had dat alles met geloof en kerk te maken. Frits Slomp – als verzetsman kreeg hij de bijnaam ‘Frits de Zwerver’ – was gereformeerd predikant. In 1942 moest hij onderduiken, omdat hij vanaf de kansel fel van leer was getrokken tegen de Duitse bezetter. In die tijd richtte hij de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) op.

Dat werd de grootste verzetsorganisatie van het land. Slomp: “De Reuver heeft geen idee hoe groot en algemeen het verzet was. De LO-LKP was een groot oecumenisch ondergronds schaduwinstituut met 17.000 medewerkers die het merendeel van de 340.000 onderduikers hielp, inclusief 28.000 joden.”

Frits Slomp reisde vanaf het najaar van 1942 het land door om plaatselijke commissies voor hulp aan onderduikers op te tuigen. Daarbij hield hij preken die zijn boodschap kracht bij moesten zetten. Een van de preken ging over het bijbelverhaal van de vroedvrouwen Sifra en Pua. Zij verzonnen leugens om het bevel van de farao van Egypte te weerstaan: die had bevolen jongetjes die bij de Israëlieten werden geboren te doden (een van die jongetjes was Mozes, die later het volk Israël uit Egypte zou leiden). 

Slomp gebruikte de preek om te betogen dat het in oorlogstijd geoorloofd is om te liegen en dat het zelfs een plicht is van elke christen om dat soort sabotage te plegen. In 1944 werd Slomp opgepakt en opgesloten in de Arnhemse koepelgevangenis (waar hij op 11 mei door Liepke Scheepstra en diens verzetsvrienden uit werd bevrijd).

Voortdurende ambivalentie

“Ik ben predikant, net als mijn vader”, vertelt Slomp. “Al bijna zestig jaar. Maar nog nooit ben ik zo boos op mijn eigen kerk geweest.” Hun boosheid is die van velen, zeggen Slomp en Scheepstra. Slomp: “Ik heb in de afgelopen weken veel gesproken met mensen uit kringen van het verzet. Ze liggen er wakker van. Al die mensen die in de oorlog die zelfopoffering hebben gezien. Voor de kerk, voor volk, voor christendom, voor Christus. En dan dit. Ik protesteer niet tegen de schuldbelijdenis omdat mijn vader te kort zou zijn gedaan, maar omdat al die mensen in de LO-LKP, van wie er een op de tien zijn leven verloor, worden genegeerd.”

De PKN vroeg ter voorbereiding op de schuldbelijdenis aan VU-historicus Bart Wallet om het oorlogsverleden van de hervormde, de gereformeerde en de lutherse kerk te onderzoeken (die drie kerken fuseerden in 2004 in de PKN). “Er was zeker ook wel protest, maar dat was gemankeerd”, zei Wallet in deze krant. “Ze hadden zich duidelijker willen uitspreken, met minder angst voor de eigen maatschappelijke positie.” 

De keren dat de landelijke kerkbesturen zich wél uitspraken, werden die momenten ontsierd doordat men er vaak onderling verdeeld over was, zei Wallet. “Je ziet een voortdurende ambivalentie. Soms zijn er hele duidelijke en dappere statements, maar dan zijn er meteen weer terugtrekkende bewegingen.”

Collectes voor ‘bijzondere noden’ tijdens de oorlog

PKN-voorman De Reuver zei in deze krant dat de verklaring die hij morgen zal uitspreken een schuldbelijdenis is ‘van het instituut kerk voor het instituut kerk’, en dus niet gaat over het verzetswerk dat door individuele gelovigen en in plaatselijke kerken is verricht.

Maar dat onderscheid doet niets af aan de miskenning die ze voelen, zeggen Slomp en Scheepstra. Bovendien, vindt Slomp, valt ook het instituut kerk maar heel weinig te verwijten. “Nogal wiedes dat de synodeleiding ambivalent was. Als je fors protesteerde, pakte het juiste verkeerd uit. Het is alsof de PKN en Wallet helemaal geen notie hebben van hoe het was om in de oorlog te leven. Dat je voortdurend op je hoede moest zijn, zodat je niet verraden werd, of gepakt. Drie van de vier voorzitters van het Interkerkelijk Overleg (een samenwerking van de Nederlandse kerken die kort na de bezetting werd ingesteld en die zeven keer een gezamenlijk protest lieten horen, red.) werden gearresteerd als dat IKO weer zo’n protest uit deed gaan. De secretaris van de hervormde synode belandde in de gevangenis. De voorzitter van de gereformeerde synode was een van de 350 dominees die geholpen heeft om joden te verbergen. Tweehonderd dominees zijn gevangen gezet. Elf zijn er doodgeschoten, veertig zijn omgekomen in kampen en gevangenissen. En nu zegt De Reuver: het kerkelijke instituut heeft gefaald. Maar er waren haast geen mensen meer over om überhaupt nog te falen.”

Dr. Jan Slomp bij het op 27 maart 2015 bij Kamp Amersfoort onthulde monument voor schuilplaatsverleners.Beeld Martijn Gijsbertsen

Scheepstra: “Zwijgen betekent niet altijd lijdzaam toezien. Het kon ook tactisch zijn. Er werd bijvoorbeeld in kerken in de oorlogsjaren nogal eens gecollecteerd ‘voor bijzondere noden’. Zo werd het genoemd, zonder nadere toelichting. Maar de opbrengst van die collectes was voor hulp aan onderduikers. Als dat er duidelijk bij was gezegd – ja, dan had dat problemen gegeven natuurlijk. Maar de goede verstaander wist precies wat er mee bedoeld werd.”

Geen openlijk verzet, maar toch verzet

Ook Anneke Mast-Oostenbrug was geschokt door de aankondiging van de schuldbelijdenis. Een paar dagen nadat het nieuws daarover naar buiten kwam, schreef ze een e-mail aan deze krant om te vertellen over het verzetsverleden van haar ouders. “Ik was gekwetst. Ik dacht: nu moet ik opkomen voor mijn ouders. Ik moet ze eer betonen. Die schuldbelijdenis doet geen recht aan hun moed.”

De vader van Mast-Oostenbrug was in de oorlogsjaren hervormd predikant in Groot-Ammers. “Er waren de hele oorlog door joden in ons huis, en ook op allerlei andere plekken in het dorp. Tegelijkertijd onderhield mijn vader goed contact met de Duitse Ortskommandant, die in het nabijgelegen Schoonhoven verbleef. Hij ging er regelmatig heen en voerde dan gesprekken met hem, over van alles en nog wat.

“Op een zaterdag belde die Duitser mijn vader op: er zou de komende dinsdag een razzia in het dorp worden gehouden en het zou handig zijn als er dan een goede plattegrond van het dorp voor handen was. Of mijn vader daarvoor kon zorgen. ‘Dat is goed’, zei mijn vader, ‘maar vandaag is het zaterdag en moet ik mijn preek voorbereiden, en morgen is het zondag en dan moet ik preken, dus ik kan die plattegrond maandag leveren’. Zo ging het ook, maar voordat het dinsdag was, waren de joden die in het dorp verborgen zaten allemaal op andere plekken verstopt.” Geen openlijk verzet, maar toch verzet.

“Mijn vader is nooit opgepakt. Hij kreeg wel dreigementen, omdat hij vanaf de kansel voor de koningin bad.” In 1988 kregen de predikant en zijn vrouw de Yad Vashem-onderscheiding voor hun hulp aan joodse onderduikers.

‘Anti-joodse elementen in de kerk zijn een bitter feit’

In de brief die Joke Scheepstra eerder deze week aan de kerkleiding stuurde, en waarin ze de oproep deed om van de schuldbelijdenis af te zien, schreef ze: “Wie schuld belijdt, stelt zichzelf in staat van beschuldiging, en poogt dat zo mogelijk recht te zetten en ermee in het reine te komen. Dat is een zaak van verootmoediging. Wie andermans schuld belijdt, en die als het ware plaatsvervangend op zich neemt, stelt daarmee die ander in staat van beschuldiging. Het is geen verootmoediging maar zelfverheffing wat ik daarin proef.”

“Het is van elementair belang dat we grondig kijken naar hoe er in de aanloop naar de oorlog in de kerk is gesproken en gedacht over het jodendom”, zegt Scheepstra. “Het is zeker zo dat het anti-judaïsme (het afwijzen van de joodse religie ) in de loop van de kerkgeschiedenis een kwalijke rol heeft gespeeld. Maar anti-judaïsme is wat anders dan antisemitisme, waarin raciale en etnische vooroordelen leidend zijn. Dat anti-joodse elementen deel uitmaken van de kerkelijke traditie door de eeuwen heen is een bitter feit. Dat moet je onder ogen zien. Het is onze verantwoordelijkheid op zulke fouten alert te zijn en die te corrigeren. Maar daarover schuld belijden? Of over 1940-1945? Schuld belijden betekent: erkennen dat jij het gedaan hebt, dat je aansprakelijk bent. Maar wij hebben het niet gedaan. Ook de kerken van toen niet. Het kwam van buiten, het kwam uit Duitsland. Wij kennen de dilemma’s niet waar mensen toen voor stonden. Wie heeft het recht zich daarover een oordeel aan te matigen?”

Lees ook:

Kerken erkennen schuld voor falen voor en tijdens oorlog

De voorlopers van de Protestantse Kerk in Nederland hebben in de oorlog gefaald bij de bestrijding van antisemitisme. Daarvoor belijdt de kerk schuld.

Premier Rutte biedt excuses aan voor houding regering ten aanzien van Holocaust

Premier Mark Rutte heeft excuses aangeboden voor de Nederlandse houding ten aanzien van de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden