KerkmuziekWillem Vogel

Willem Vogel, nestor van de protestantse kerkmuziek, beschouwde zichzelf als een notenboer

Willem Vogel thuis aan de piano omstreeks 2000.

Honderd jaar geleden werd Willem Vogel geboren, een componist die van grote invloed was op de ontwikkeling van de naoorlogse protestantse kerkmuziek. ‘Zijn ijzersterke melodieën zullen blijven voortbestaan.’

Een doordeweekse avond in Amstelveen, begin jaren negentig. Willem Vogel zit aan zijn componeertafel. Eerder die week heeft hij van de predikant van de Amsterdamse Oude Kerk, Sytze de Vries, een tekst ontvangen die de dominee komende zondag graag wil zingen met de gemeente. De vraag: of Vogel het op muziek kan zetten. Het lied is na een dag af – Vogel werkt snel en doeltreffend. Hij pakt de telefoon om De Vries te bellen. “Heb je even?” vraagt hij De Vries. Vogel legt de hoorn op de piano en begint met kraakstem voor te zingen. “Wat vind je ervan?”

Zo werkte Willem Vogel (1920-2010), de componist, organist en koordirigent die een groot stempel drukte op de protestantse kerkmuziek. Wie het ‘Liedboek’ uit 2013 erop naslaat, treft zijn naam zo’n negentig keer aan. Vandaag is Vogels honderdste geboortedag. In de Kruiskerk in Amstelveen zou daarom vandaag eigenlijk een Vogelfeestje worden gevierd, met lezingen van Vogel-kenners en uiteraard veel muziek. Maar het coronavirus gooide roet in het eten.

Willem Vogel was organist, dirigent, maar vooral componist. Hij was enorm productief: in totaal schreef hij bijna tweeduizend stukken, van korte gezongen voorbeden tot uitgebreide orgelwerken. Hij introduceerde nieuwe muzikale vormen in de protestantse liturgie, waardoor gezongen muziek een belangrijkere rol kreeg in de eredienst.

Vandaag besteld, gisteren klaar

Wie was deze vlijtige musicus? Als iemand het weet, is het Sytze de Vries. Die werkte als dichter-predikant in de Oude Kerk jarenlang samen met Vogel. Samen produceerden ze in de jaren tachtig en negentig een groot deel van de liederen die nu ook in het Liedboek zijn terug te vinden. De Vries schreef de tekst, Vogel zette die op muziek.

De Vries: “Bij Willem was het altijd: vandaag besteld, gisteren klaar. Andere componisten moesten weleens kijken of ze inspiratie hadden, daar had hij nooit last van.” De kracht van zijn muziek zat hem vooral in de eenvoud, zegt De Vries. “Hij was genoeg ambachtsman om de liederen zo te maken dat de mensen het goed konden zingen. Daar ging het hem om. In de kerk zaten een keer een paar valse kraaien, toen schreef hij een psalm voor de vesper die zo simpel was ‘dat zelfs Jan en Lies het konden zingen’.”

“Vogel was er niet op uit om nieuwe klankwerelden te ontdekken of mensen met zijn muziek te shockeren, hij was meer ambachtsman dan een heel inventief componist”, zegt Christiaan Winter, die een proefschrift over Vogel schrijft. “Maar aan de andere kant doe ik hem zo ook tekort. Want hoe eenvoudig zijn melodieën ook lijken, ze zitten compositorisch toch verdraaid goed in elkaar. Elke noot heeft betekenis.”

Willem Vogel en Sytze de Vries omstreeks 1990.Beeld Arnold Vogel

Winter kende Vogel goed, want hij volgde hem op als cantor in de Oude Kerk. Een rasrelativist met een Amsterdams accent, dat was Willem Vogel, zegt hij. “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg, vond Willem.”

De relativerende houding uitte zich ook in Vogels fijne gevoel voor humor. “Een van de eerste keren dat ik hem ontmoette, kwam hij te laat binnen bij een vergadering”, vertelt De Vries. “Hij had een plastic zakje bij zich, met daarop: ‘De Notenboer. Altijd verse noten’. Zo beschouwde hij zichzelf, als een notenboer.”

Als stoffeerder aan de slag

Het grote arbeidsethos van Willem Vogel is deels terug te voeren op zijn jeugd. Vogel komt uit een traditioneel hervormd nest: niet vrijzinnig, maar zeker niet orthodox. Hij groeit op in de jaren dertig, een tijd van grote economische malheur. Hij is nog maar een tiener als hij als stoffeerder aan de slag moet, er moet brood op de plank.

Troost haalt Vogel uit orgelspelen, hij ontwikkelt een grote liefde voor het instrument. Maar werk en orgelspel gaan niet samen, want de zware fysieke arbeid maakt het onmogelijk om een goede speeltechniek te ontwikkelen. In de oorlog maakt Vogel een radicale keuze: hij neemt ontslag als stoffeerder en kiest voor de muziek. Hij volgt orgelcursussen en leert koordirectie, en legt zo de kiem voor zijn verdere leven.

Als de oorlog voorbij is, heerst in Nederland het gevoel dat alles anders moet, ook in de Nederlandse kerkmuziek. Voor de Tweede Wereldoorlog had de kerkmuziek geen belangrijke rol in de Nederlandse calvinistisch-protestantse eredienst, zegt Winter. “Kerkmuziek was een soort aanhangsel. Het was gemeentezang, punt uit, met een orgelstukje voor en een orgelstukje na.”

Vogel denkt samen met zijn collega-kerkmusici Frits Mehrtens en Maarten Kooij over nieuwe vormen van kerkmuziek. De grote inspiratiebron is de lutherse kerk in Duitsland, waar kerkmuziek een integraal onderdeel van de kerkdienst vormt. Muziek moet volgens Vogel en zijn collega’s net als in Duitsland in allerlei liturgische vormen terugkomen in de dienst, niet alleen als omlijsting. Bijvoorbeeld door het koor bijbelteksten te laten zingen, door wisselzang tussen de gemeente, voorzangers, het koor en het orgel, door korte gezongen gebeden en liederen.

Het lied 'De vreugde voert ons naar dit huis', in het handschrift van Willem Vogel. Tekst: Sytze de Vries.Beeld Nederlands Muziek Instituut

Vogels ster is rijzende

In Nederland ontbreekt vrijwel elk materiaal voor die nieuwe kerkmuziek, dus gaat Vogel zelf aan de slag. In zijn kerkmuziek is een grote rol weggelegd voor de cantorij, een vaste groep koorzangers die elke dienst liederen zingt en een belangrijke rol speelt in het vraag-en-antwoordspel tussen gemeente, koor, predikant en organist. In de Nieuwezijds Kapel in Amsterdam richt Vogel in 1963 zijn eigen cantorij op, de latere Sweelinckcantorij, die hij tot 1996 zou blijven dirigeren. In 1974 verhuist hij met zijn cantorij naar de Oude Kerk in Amsterdam, waar hij als cantor-organist wordt aangesteld.

Zijn ster is rijzende, Vogel schrijft veel. Het ‘Liedboek voor de Kerken’, dat in 1973 verschijnt, bevat twintig gezangen van Vogels hand. Ook op beleidsmatig en bestuurlijk vlak speelt hij een steeds belangrijkere rol; zo neemt hij zitting in de Commissie voor de Kerkmuziek van de Nederlandse Hervormde Kerk. Die commissie moet een frisse wind doen waaien door de kerkmuziek. Binnen enkele jaren zetten Vogel en zijn collega’s een kerkmuzieknetwerk naar Duits model op poten, compleet met kerkmuziekcursussen, kerkkoordagen, een tijdschrift, een uitgeverij en een arbeidsrechtelijke regeling voor kerkmusici.

In de Oude Kerk is Vogel op zijn plek. In de herfst van zijn leven ontwikkelt hij als cantor-organist vanaf de jaren tachtig een nauwe samenwerking met de nieuwe dichter-predikant, Sytze de Vries. De Oude Kerk is op dat moment op sterven na dood: er zitten op zondag nog maar dertig mensen in de kerk, er zijn plannen om het gebouw te sluiten. “We hebben toen samen besloten om dat niet te laten gebeuren”, zegt De Vries. Vogels Sweelinckcantorij, die op dat moment uit veel jonge mensen bestaat, wordt de kiem van waaruit de Oude Kerk herleeft. De kerkmuziek floreert in Amsterdam.

Willem Vogel (r) tijdens een Liedboekdag in de Utrechtse Domkerk tweede helft jaren zeventig. Beeld Arnold Vogel

In 1996 wordt Christiaan Winter aangesteld als de nieuwe cantor van de Oude Kerk. Vogel, dan 76 jaar, blijft nog een paar jaar aan als organist. Winter neemt de Sweelinckcantorij over, Vogels geestelijk kind. Winter: “Ik heb nooit enig commentaar van hem gehad. Dat je op die manier je levenswerk aan een jonge vent van 29 durft over te dragen, dat vind ik echt groots.”

‘Tja, ik had er twee’

Bij zijn aantreden krijgt Winter van Vogel een boek met motetten van hun illustere voorganger Jan Pieterszoon Sweelinck, met een tekst voorin. Wat er bij het overhandigen van het boek gebeurde, is typisch Vogel, zegt Winter: “Ik zei dankbaar: ‘Wat een mooi cadeau Willem!’ Het enige wat hij antwoordde was: ‘Tja, ik had er twee’.”

Ondanks de grote invloed die Vogel heeft gehad, vreest Winter dat de wereld waarin Vogel zich thuis voelde, snel aan het verdwijnen is. “Zijn werk vindt vooral weerklank in de gematigde, middle-of-the-road protestantse kerken, met een klein cantorijtje. Dat is nou typisch het gedeelte van het Nederlands protestantisme dat in rap tempo verdwijnt.”

Bovendien is de kerkmuzikale sfeer veranderd. “Koren trekken de aandacht naar zich toe, de dienst wordt rond de koormuziek gevormd. Terwijl een cantorij veel functioneler is, als medespeler in het liturgisch spel. En in opwekkingskerken zie je elementen uit de popmuziek, met bands en zangers die de gemeente aanvoeren. Kerkdiensten worden zo een soort entertainment.”

Sytze de Vries heeft meer hoop dat het werk van Vogel bestand zal zijn tegen de tand des tijds. “Zijn ijzersterke melodieën, die zullen blijven voortbestaan.”

Op internet vindt een alternatieve herdenking van Willem Vogel plaats: deze maand wordt op www.stichtingcantoraat.nl elke dag een bericht geplaatst over Vogel, met geluidsopnamen, foto’s, trivialiteiten, melodieën, kerkgebouwen en uitspraken die Vogels leven tekenen. Zie voor meer informatie de facebookpagina ‘Willem Vogel 100’.

Lees ook: 

Engelse traditie is hier een frisse kerkhit

Steeds meer mensen bezoeken de choral evensong, een Engelstalige kerkdienst met veel aandacht voor muziek. De evensong is populair bij orthodoxe protestanten, maar ook bij niet-gelovigen. ‘Er is een enorme hunkering naar reflectie, naar verstilling.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden