Beeld Trouw

ColumnWelmoed Vlieger

Wij zijn maar beperkte mensen, maar dat betekent niet dat we met lege handen staan

Er zijn twee manieren om naar de werkelijkheid te kijken. De ene is: de werkelijkheid zien als een wereld met dingen waar je iets mee kunt doen. De andere is: de werkelijkheid verstaan als gave en opgave.

Geen citaat dit keer van een oude denker, maar van een goede vriend. En ja, toch eigenlijk wel een oude denker, 83 jaar is hij nu. Onlangs overleed een van zijn beste kameraden, er is gedoe met zijn eigen gezondheid, maar hij laat zich er niet door terneerdrukken.

De werkelijkheid verstaan als gave. Als ik de nieuwsberichten lees over de zoveelste bloedige jihadistische aanslag op onschuldige mensen, over de genocide op de miljoenen Oeigoeren in China waar geen haan naar kraait, over de wrede wijze waarop Loekasjenko’s ­regime de vreedzame strijd voor vrijheid en democratie in Wit-Rusland keer op keer de kop indrukt, dan valt het me soms zwaar om de werkelijkheid als gave te zien.

Hoe te leven

Op die momenten moet ik steeds weer denken aan het boek ‘De gebroeders Karamazov’ van Dostojewski, dat ik opnieuw ben gaan lezen om maar niet te veel met de eindeloze golf nieuwsberichten bezig te zijn. In dit meesterwerk, want dat is het, wordt de botsing tussen verschillende wereldbeelden op uiterst confronterende wijze onder woorden gebracht, steeds met de wan­hopige en uiteindelijk onoplosbare vraag ‘hoe te leven’ als inzet.

In het boek gaat de atheïst Ivan Karamazov het gesprek aan met zijn jonge, gelovige broer Aljosja over het bestaan van het kwaad en van God. Ivan kan het ­afgrondelijke kwaad in de wereld en de even afgrondelijke redeloosheid in de mens onmogelijk rijmen met het geloof in God.

Aljosja daarentegen ­berust in een diep Godsvertrouwen, al is zijn ­geloof toch ook vaak een gevecht op het scherp van de snede met vertwijfeling en ongeloof. Zijn antwoord op het vraagstuk van Ivan vindt hij in de Onnoembare, in de verborgen God: ‘God is God, verborgen in een ontoegankelijk licht, verborgen in zijn majesteit. Wij kunnen Hem niet narekenen. Wie rechtstreeks deze wereld met al haar scheuren en barsten op de Allerhoogste betrekt, veroorzaakt kortsluiting. Die komt in een labyrint, een doolhof terecht.’

Niet met lege handen

Het roept een voorbeeld in mij op dat Viktor Frankl ooit gebruikte. Een borduurwerk ziet er aan de achterkant rafelig uit, maar aan de ­voorkant is er een mooi beeld. Wij zijn maar kleine en beperkte mensen, en overzien het geheel niet. Maar dat betekent niet dat we met lege handen staan.

Wat we wel kunnen, is opstaan tegen de numerieke naamloosheid van de massa en oog krijgen voor de ­concrete mens en zijn bestaan – de mens als enkeling. Dat zie je bij Dostojewski, dat zie je in het evangelie. Christus ging niet in op vragen over het leed in het ­algemeen, maar lenigde het concreet en zegt dan ­bovendien: Wie Mij gezien heeft, heeft de ­Vader gezien. Dat is me nogal een antwoord. Daarmee lichtte ­namelijk wel degelijk iets van het borduurwerk op, en niet zomaar iets.

Liefde is toch wat de werkelijkheid uiteindelijk draagt, met aan ons de opdracht om die, inderdaad als gave, door te vertalen in onze omgang met natuur en mensen. Niet als een stem van het massaal anonieme, maar als deze concrete mens die ik ben.

Welmoed Vlieger (1976) studeerde wijsbegeerte en wetenschap van godsdienst en levensbeschouwing aan de Universiteit van Amsterdam. Lees haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden