ColumnStijn Fens

Wij Nederlanders zijn verslaafd aan de voldoening van het gelijk krijgen

Lang geleden liep ik als kind met een ver familielid uit Amerika dat op familiebezoek was door het dorp waar ik ben opgegroeid. Ze was, geloof ik, het dochtertje van een nicht van mijn moeder en woonde in de buurt van San Francisco. Terwijl we door de straat waar ik woonde op weg waren naar een plek waar we konden voetballen, zag ik haar blik steeds van links naar rechts schieten. “Wat raar”, zei ze, “bij jullie kun je gewoon vanaf de straat bij anderen naar binnen kijken.” Nu zou ik tegen haar gezegd hebben: “Maar je kunt vanuit die huizen ook heel goed naar buiten kijken”.

We leven op dit moment achter glas en kijken veel uit het raam. Ik merk aan mijzelf dat ik de mensen die wel op straat lopen goed in de gaten houd. Houden ze wel 1,5 meter afstand tot elkaar? En waarom staat dat groepje jongeren daar om die scooter heen? Even tellen: het zijn er vijf. Terwijl het maximum qua groepsvorming toch drie is? Zal ik op mijn balkon gaan staan en ze tot de orde roepen?

Iets belerends

Ik sta niet alleen met deze alerte burgerhouding. Op dit moment houdt de ene helft van Nederland de andere helft in de gaten om te zien of die zich wel aan de coronageboden van de overheid houdt. We hebben het er maar druk mee. Zo riep de Veiligheidsregio Zeeland mensen deze week op niet meer alarmnummer 112 te bellen als ze groepen zien van meer dan twee personen. Afgelopen weekend keken nogal wat Nederlanders, thuis op de bank of achter in de tuin, met verontwaardiging op hun telefoon of tablet toe hoe hun landgenoten de stranden en de bossen opzochten. Die mensen waren meteen fout, de thuisblijvers goed.

Dit gedrag wordt ingegeven door soms onduidelijke regels en pure doodsangst, maar er zit ook iets belerends in. De toename van het aantal virologen in ons land houdt dezer dagen gelijke tred met die van het aantal moralisten. Wij Nederlanders zijn verslaafd aan de voldoening van het gelijk krijgen. Het bekende opgestoken vingertje.

Kwade vrijdenkers

Deze onuitroeibare kant van ons vaderlandse DNA zag je ook terug in een veenbrandje op Twitter deze week. Dinsdag maakte het kabinet bekend dat voor religieuze vieringen een uitzondering geldt op het samenkomstverbod dat de verspreiding van het coronavirus moet tegengaan.

Dat schoot in het verkeerde keelgat bij het Humanistisch Verbond. U weet wel: de organisatie die, als ze in een dorp vaststelt dat bij de kerk één invalidenparkeerplaats meer is dan bij het gemeentehuis, meteen met artikel 1 van de Grondwet begint te zwaaien.

Ook nu waren de vrijdenkers kwaad. De uitzondering die de regering maakte was ‘onbegrijpelijk’, stond er in de 112-brief aan minister Grapperhaus. “Het coronavirus is immers voor iedereen net zo gevaarlijk, godsdienstig of niet-godsdienstig. Het virus vraagt van eenieder dezelfde offers.” Het is bijna Bijbelse taal met die ‘offers’, maar dat zal wel per ongeluk zijn geweest.

Fanatieke zendeling

Op zichzelf had het Humanistisch Verbond gewoon gelijk, maar was het ook niet zo dat veel kerken en moskeeën zelf al bijna alle vieringen hadden afgelast? Bovendien zag ik in mijn tijdlijn op Twitter heel wat priesters en dominees die zelfs een beetje gegeneerd waren over de hun toebedeelde uitzonderingspositie. Nu stond er op dezelfde dag waarop dit relletje uitbrak, een stuk van Boris van der Ham, voorzitter van het Humanistisch Verbond, in De Telegraaf. 

Hierin pleitte hij voor meer verbinding in deze tijden van corona. Ook riep hij ons op om lid te worden van een vereniging of om vrijwilligerswerk te gaan doen. “We zien nu hoe belangrijk het is om in een vrije samenleving elkaar op te zoeken”, aldus­­ Van der Ham. Dit mooie, evenwichtige pleidooi stond wel erg in contrast met de toon van de brief aan de minister, die doorspekt leek met de geloofsijver van een fanatieke­­ zendeling.

Hoe vrij we onszelf ook denken, we blijven een land van dominees, van een opgeheven vingertje achter glas. Maar ook een aardig land van altijd voor elkaar klaarstaan. Bij de voordeur van het appartementencomplex waar ik woon, staat sinds twee dagen een lichtblauw krat. “Laat hier uw producten achter voor de voedselbank”, staat erop.

Ik ga de komende tijd nauwgezet in de gaten houden hoe snel dat krat gevuld wordt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden