Said Bouharrou, vicevoorzitter van de Raad van Marokkaanse Moskeeën Nederland, tijdens de de openbare verhoren van de parlementaire commissie.

Moslimorganisaties

Wie spreekt er namens de moskeeën?

Said Bouharrou, vicevoorzitter van de Raad van Marokkaanse Moskeeën Nederland, tijdens de de openbare verhoren van de parlementaire commissie. Beeld ANP

De overheid zoekt  vaker contact met de islamitische gemeenschap. Maar wie praat er namens moslims met de overheid? En zijn dat wel de aangewezen figuren?

Hij komt toevallig net van een moskee, lacht Roemer van Oordt, op een terras in de eerste voorjaarszon. Dat ‘toevallig’ is ironisch bedoeld. De politicoloog, onderzoeker en publicist is kind aan huis in veel hoofdstedelijke moskeeën. En ook buiten Amsterdam is hij goed bekend met de ontwikkelingen in de islamitische gemeenschap. 

Samen met Ewoud Butter schreef hij ‘Zuilen in de polder? Een verkenning van de institutionalisering van de islam in Nederland’. In opdracht van het ministerie van sociale zaken maakten ze een overzicht van organisatievorming onder moslims op tal van terreinen en bieden ze duiding over de onderlinge dynamiek. Van Oordt: “De vraag hierom ontstond mede doordat de overheid steeds vaker contact zoekt, maar weinig zich heeft op de enorme diversiteit aan religieuze en etnische stromingen onder Nederlandse moslims.”

De afgelopen jaren zag hij de dossiers opstapelen waarbij ambtenaren – vooral bij het ministerie van sociale zaken maar ook bij Justitie, Onderwijs en Buitenlandse Zaken – beleid uitwerken die de islamitische gemeenschap raakt. Zo kwam er strikter toezicht op de bezoeken van buitenlandse predikers, een convenant over rituele slacht, en, meest recentelijk, de parlementaire onderzoekscommissie naar ongewenste buitenlandse financiering van moskeeën.

Overheid heeft niet altijd  zuivere overwegingen

Achter die wens van meer contact en de opstapelende dossiers gaan niet altijd zuivere overwegingen schuil, zegt Van Oordt. “Dit komt onder meer door de druk die anti-islamitische partijen uitoefenen. Na 9/11 worden moslims steeds meer als een veiligheidsprobleem gezien. Al is het slechts een heel klein percentage moslims dat radicaliseert, toch wordt alles steeds in dat perspectief getrokken. En zo worden moslims doorlopend over van alles bevraagd. Niet alleen door mensen een-op-een, maar ook door de overheid: juíst door de overheid.”

Vanaf eind jaren tachtig zijn er verschillende landelijke koepelorganisaties geweest die vaak na enige jaren weer uiteen vielen. Sinds de oprichting in 2004 vormt het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) een overlegstructuur waarin een aantal bestaande landelijke moskeekoepels zitting nam. Via het CMO worden de islamitische geestelijk verzorgers uitgezonden die in gevangenissen, in ziekenhuizen en bij defensie werken, zoals de Protestantse Kerk in Nederland dat doet voor de protestantse geestelijk verzorgers. En ze fungeren als eerste aanspreekpunt als de overheid contact zoekt met de islamitische gemeenschap. Aanvankelijk kreeg het CMO structurele subsidie, maar tegenwoordig ontvangt het alleen nog subsidie voor bepaalde projecten.

Marokkaanse moskeeën: Geen behoefte aan landelijke koepel

Voor de Turkse moskeeën geldt dat ze formeel goed vertegenwoordigd zijn in het CMO. Voor de Marokkaanse moskeeën is dat anders. De voornaamste reden: Marokkaanse moskeeën zijn amper verenigd in landelijke moskeekoepels. Van Oordt: “Schrijf dit maar op: Iedereen die zegt dat hij een groot deel vertegenwoordigt, die liegt. Veel Marokkaans-Nederlandse moskeeën hebben geen behoefte lid te worden van een landelijke koepel. Geheel terecht stellen ze zich volgens mij de vraag: wat hebben we daar aan? Dat de overheid baat heeft bij de verdere organisatie van het moskeelandschap spreekt voor zich. Maar de vraag is: wil de gemeenschap dit zelf?”

De afgelopen jaren trad een kleine koepel van Marokkaanse moskeeën op de voorgrond in de media en bij de gesprekken met de overheid, de Raad voor Marokkaanse Moskeeën in Nederland (RMMN) Die beweerde veel meer moskeeën te vertegenwoordigen dan kan worden hardgemaakt.

Vanuit de islamitische gemeenschap is er altijd kritiek geweest op het CMO. Dat het zich zou laten ringeloren door de overheid, maar ook dat het, als het op de Marokkaanse moskeeën aankomt, in werkelijkheid niet de achterban heeft die het op papier heeft. CMO-bestuurder Driss El Boujoufi is voorzitter van de Ummon, de Unie van Marokkaanse Moslimorganisaties in Nederland – en zit in die hoedanigheid dan ook in het CMO-bestuur.

“Ook hij heeft bijvoorbeeld geen adressenlijst van moskeeën die hij vertegenwoordigt”, zegt Van Oordt. “Maar daar is hij naar mij toe altijd heel open over geweest. In ons boek legt hij uit hoe dat werkt: als het ergens over gaat waar moskeeën iets aan hebben, een training bijvoorbeeld, of een lezing van hoog aangeschreven imams uit Marokko tijdens de ramadan, dan staan ze in de rij. Maar als het om andere onderwerpen gaat, geven ze vaak niet thuis.”

Moslims praten niet met één mond

Dat de overheid in gesprek wil, is logisch, zegt Van Oordt. “Maar wat er mis gaat is dat de overheid daarbij verwacht dat moslims met één mond praten. Dat kun je wel vergeten: de gemeenschap is nu eenmaal heel divers. Het gaat van heel ruimdenkende, nauwelijks praktiserende tot strikt orthodoxe moslims, en dan zijn ze daarnaast ook nog eens verdeeld naar etnische achtergrond.”

Een andere trend van de afgelopen jaren is de opkomst van regionale koepels, waar veel Marokkaanse moskeeën bij zijn aangesloten, en die sterker georganiseerd zijn dan de landelijke Marokkaans-Nederlandse koepels. Daar is de vertegenwoordiging van de jongere generatie in Nederland geboren en getogen moslims veel groter. Sinds kort nodigt de overheid hen ook wel eens uit bij overleg.

‘Hand in eigen boezem steken’ 

Een van die nieuwere regionale moskeekoepels is de Stichting Islamitische Organisaties Regio Haaglanden. Woordvoerder Abdelhamid Bouzzit is ook bestuurder van de imam Malik-moskee in Leiden, die hier voornamelijk de Marokkaanse gemeenschap dient. Volgens Bouzzit is het de hoogste tijd om ook landelijk te zorgen voor een sterker georganiseerde koepel. Anderhalve week geleden is een aantal regionale moskeebestuurders van Marokkaanse komaf bij elkaar gekomen voor een bespreking van plannen in die richting. “We moeten de hand in eigen boezem steken: de gemeenschap moet kiezen wie over haar praat. Als we hier stil over blijven, dan betekent dat eigenlijk dat we het goedvinden zo.”

Eerder hebben ze al bij de overheid aangegeven dat de huidige vertegenwoordiging ernstig tekortschiet, zegt Bouzzit. “Wij hebben voorgesteld om een landkaart te maken, zodat je een overzicht zou hebben van welke moskeeorganisaties bij welke koepels zijn aangesloten. Dat kwam er helaas niet door. Maar de ambtenarij en de ministers weten dus inmiddels heel goed dat er clubs aan tafel zitten die totaal niet transparant zijn, en bij wie de binding met de achterban niet op orde is. Dat vinden wij ook het gevaarlijke aan deze situatie. Dan beweert de overheid op bepaalde dossiers dat ze ‘de gemeenschap heeft geraadpleegd’, terwijl het maar een aantal figuren was. Maar ik begrijp ook wel dat ze zeggen: het is aan jullie zelf om een goed vertegenwoordigend orgaan op te zetten.”

‘Stel voorwaarden aan de organisatie’

Hoewel hij het daarmee eens is, zegt Bouzzit, vindt hij dat de overheid zelf ook verantwoordelijkheid is voor deze situatie. “Als zij stellen dat ze de moslimgemeenschap serieus nemen, dan kan ze het niet maken om met clubs aan tafel te zitten waarvan ze weet dat het individuen zijn die amper iemand vertegenwoordigen. Het CMO is door de overheid zelf ingesteld als centrale gesprekspartner. Ik zou zeggen: stel dan ook voorwaarden aan die organisatie ervan, qua draagvlak.”

Zorgen dat je organisatie op een goede wijze een achterban vertegenwoordigt, is niet ingewikkeld, zegt Bouzzit. “Het begint met transparant zijn over namens wie jij spreekt. Bij ons staan de organisaties die we vertegenwoordigen gewoon op onze website. We halen hen regelmatig bij elkaar voor overleg, en dan hebben we een agenda, we maken notulen. Zo halen we informatie op van wat er leeft.” Zulke dingen zijn niet vanzelfsprekend bij moskeebesturen.

Het gebrek aan professionaliteit is schrijnend, zegt Bouzzit: “Er zijn moskeeën die een vereniging zijn, maar die nooit bij elkaar komen. En er zijn moskeeën die een stichting zijn, en dan algemene ledenvergaderingen houden.”

‘Naar ons gekeken alsof we kerken zijn’

Het is hem al eerder opgevallen dat moskeeën van buitenaf, ook vanuit de overheid, een veel hogere organisatiegraad wordt toegedicht dan ze in werkelijkheid hebben, zegt Bouzzit. “Er wordt heel erg naar ons gekeken alsof we kerken zijn. Kerken, die zijn namelijk superprofessioneel. Er zit een kerkeraad, dat zijn vaak mensen die al een respectabele leeftijd hebben of op een of andere manier hun sporen verdiend hebben in het bedrijfsleven.

“Maar moskeeën zijn door vrijwilligers opgezet, de eerste generatie migranten, die gewoon alleen een plaats om te bidden nodig hadden. Meestal hadden ze geen idee wat er qua organisatorische vraagstukken op hen af zou komen. Bovendien zie je bij de kerkgemeenschappen dat ze behalve lokaal ook nog regionaal en landelijk goed georganiseerd zijn. Dat hebben we niet in de Marokkaanse moslimgemeenschap.”

Volgens Bouzzit wordt de urgentie over het probleem van de vertegenwoordiging sterker gevoeld nadat moslims zagen hoe de parlementaire onderzoekscommissie naar ongewenste buitenlandse financiering te werk is gegaan. “De hele opzet was al verkeerd: waarom alleen de islamitische gemeenschap ondervragen, als ook christelijke organisaties geld uit het buitenland ontvangen? Om nog maar te zwijgen over de PVV, die jaarlijks meer dan een ton ontvangt vanuit de Verenigde Staten? Tijdens de ondervraging zag je hoe het wantrouwen er dik bovenop lag. En dat ze gewoon heel slecht geïnformeerd waren over islamitische organisaties. Zulke dingen versterken het gevoel dat we als geheel onder vuur liggen, en er geen onderscheid gemaakt wordt tussen degenen die gelinkt zijn aan radicalisme en degenen die dat niet zijn.”

‘We willen niet over straat rollebollen’ 

Van gelovigen uit de achterban die stukjes van de livestream keken, kregen ze het na de verhoren voor de parlementaire commissie goed te verduren, zegt Bouzzit. “Ik denk dat voor het eerst voor veel mensen zichtbaar werd wat er misgaat. Wij kregen allemaal appjes: Waarom laten jullie CMO of RMMN daar praten namens moslims? Waarom gaan jullie hier als regionale koepels niet tegenin? Daarom zijn we bij elkaar gekomen. Wij willen niet gaan rollebollen over straat over wie de enige juiste vertegenwoordiger is. Maar dit zijn dus koepels die zich allemaal niet zien als aangesloten bij het CMO en de RMMN.”

Ook Van Oordt ziet dat problemen in de islamitische gemeenschap worden veralgemeniseerd door de politiek en in de media. “Let op, er is zeker een aantal dingen in de orthodoxe interpretatie van de islam waar ik persoonlijk niet vrolijk van word. Maar ja, dat heb ik bij Staphorst ook. Alleen als je als politici geen of onvoldoende onderscheid maakt tussen de problematische figuren en de rest van de gemeenschap, dan doet dat pijn bij mensen. En dan gaan ze zich daardoor moeilijker verhouden tot de samenleving. Met als gevolg dat de relatie tussen de islamitische gemeenschap en de overheid verslechtert.”

Lees ook:

Ramadan gaat meer om bezinning dan om wel of niet eten, zeggen deze jonge moslims

Het is Suikerfeest, het einde van de ramadan. Meer dan om het wel of niet eten, gaat het tijdens de vastenmaand om bezinning, zeggen vier jonge moslims. Slot van een tweeluik over de spirituele kant van de ramadan: de terugblik.

‘Je bent heel lief, maar dat buikdansen is jouw minpunt’

In de interviewserie ‘De Appel en de Boom’ vertellen ouder en kind over de rol van de islam in hun leven. Hoe anders zijn ze? In deel twaalf: Jihane El Fahidi en haar vader Ahmed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden