ColumnStijn Fens

Weg met jou, Dood, dacht ik

Ik herkende hem aanvankelijk niet, maar daar zat-ie toch echt bij de talkshow ‘Op1’, de Dood in hoogsteigen persoon. Aanvankelijk zat hij op wat ik maar de tweede ring zal noemen, gereserveerd voor gasten die nog even niet mee mogen doen aan het gesprek. Maar later, toen de dagelijkse coronaperikelen waren behandeld, schoof hij bij de presentatoren en politiek commentator Joost Vullings aan – die mocht blijven zitten. Dat gold ook voor Gerard Joling.

Nu kon ik de Dood pas goed bekijken. Hij had keurig gekamd haar, dat zag ik meteen, met een scheiding naar rechts. Gebruikte hij nu echt gel? Het leek er wel op. Verder zo’n ouderwetse bril met een zwart hoornen rand, zwart pak, wit overhemd, zwarte das met reliëf. Ook droeg hij op zijn linker revers een koninklijke onderscheiding. Tenslotte vielen mij zijn blanke, bijna doorschijnende handen op. Ze lagen voor hem op tafel, alsof ze de wacht hielden bij een kasteel.

“Volgende week is het Allerzielen”, hoorde ik presentator Charles Groenhuijsen zeggen. “De dag waarop wij onze overleden dierbaren herdenken. En daar zullen deze keer heel veel mensen bij zijn die door het coronavirus zijn gestorven. We praten erover met de Dood. Welkom.”

Mijn vader stierf alleen

De Dood keek op en zei vriendelijk glimlachend: “Dank u”. Hij keek ­Charles ontspannen aan. “We hebben u al vaker uitgenodigd, maar steeds kwam er wat tussen.” De Dood knikte. “Mijn werk heeft iets onvoorspelbaars. Soms kun je dingen plannen, maar meestal weet ik ’s ochtends niet hoe mijn dag eruit gaat zien. Dat maakt mijn werk ook zo afwisselend. Er viel toevallig een afspraak weg in mijn agenda en daarom kon ik vanavond hier naartoe komen.” Op dat moment zag ik hoe Joost Vullings, die links naast de Dood zat, zijn stoel iets verschoof, waardoor de afstand tussen hen beiden wat groter werd.

“Wat voor jaar het voor hem was”, wilde co-presentator Carrie ten Napel weten. De Dood ging even verzitten. “Kijk, ik doe dit werk nu al zo onvoorstelbaar lang en dan denk je dat je het zo langzamerhand wel weet, maar het jaar 2020 heeft toch ook weer zijn ­eigen dynamiek”, zei hij. “ Januari was normaal, eigenlijk vergelijkbaar met 2019. Op een gegeven moment kregen we berichten uit China. Om precies te zijn uit Wuhan. En daarna ging het ­helemaal los. Onvoorstelbaar. Ik heb natuurlijk talloze epidemieën meegemaakt, bijvoorbeeld die van Athene in 430 voor Chr. en natuurlijk de Spaanse griep, dus helemaal nieuw voor mij was een viruspandemie nu ook weer niet.”

Mijn gedachten dwaalden af naar de doden uit mijn eigen leven. Ik ging de kerkhoven af waar ze lagen en zag de zee voor me waarin hun as is uitgestrooid. Hoe was hun ontmoeting met die man gegaan, die nu op de televisie was? Mijn vader stierf alleen, in een ziekenhuisbed. Ik heb me altijd afgevraagd hoe dat gegaan is. Heeft de Dood zich eerst nog aan hem voorgesteld voordat hij hem meenam? Is hij eerst nog even bij het bed blijven staan, omdat hij misschien twijfelde? Als hij maar aardig is geweest voor mijn vader.

Alsof zijn werk niet van willekeur aan elkaar hing

Ik moest ook aan Harry Mulisch ­denken. Twee dagen eerder werd een documentaire over hem uitgezonden op de televisie, ter gelegenheid van het feit dat hij tien jaar geleden is gestorven. Familie en vrienden spraken over hem in zijn werkkamer die er nog precies zo uit zag als toen hij overleed. Ik schrok even toen Mulisch zelf de werkkamer binnen kwam lopen. Het bleek een archiefbeeld te zijn, maar het leek alsof hij de Dood alsnog overwonnen had.

Het gesprek bij Op1 kabbelde ondertussen voort. Hoe langer het duurde, des te meer ging ik me ergeren aan de Dood. Met zijn maniertjes, zijn uitstraling van ‘de dingen op een rijtje hebben’. Alsof zijn werk niet van willekeur aan elkaar hing. De een sterft vredig, omringd door zijn dierbaren, de ander wordt op barbaarse wijze gekeeld in een kerk. Weg met jou, Dood, dacht ik.

Tot ik de laatste vraag hoorde. Wat deed de Dood als hij zich wilde ontspannen? Het antwoord nam me toch voor hem in. “Ik hou ontzettend van lezen. Dat kan van alles zijn. Fictie, non-fictie. Thrillers, daar ben ik ook dol op. Verder heb ik de afgelopen tien jaar alles van Harry Mulisch gelezen. Dat had ik hem bij onze ontmoeting beloofd.”

Trouw-redacteur Stijn Fens volgt de katholieke kerk al decennia op de voet en schrijft columns over het geloof en zijn persoonlijk leven. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden