Interview Liam Kofi Bright

Weg met de gedachte dat elke filosofiestudent Plato, Descartes en Kant moet kennen

Een standbeeld van Plato in Athene. Beeld Coulourbox

De filosofie is te homogeen, betoogt Liam Kofi Bright, verbonden aan de London School of Economics. Als we de canon loslaten, zal de filosofie er als geheel van profiteren. De canon veranderen is niet genoeg.

Liam Kofi Bright ziet eruit zoals je denkt dat een Britse filosoof eruitziet. Gehuld in een wollen vest en met borstelige baard ijsbeert hij door de collegezaal van de Universiteit Tilburg waar hij keynote speaker is van de conferentie Beyond the Canon, en spreekt in eloquent Brits Engels zijn publiek toe.

Toch is de boodschap die hij verkondigt juist in strijd met het cliché van de leunstoelfilosoof. Bright is ontevreden met de canon van de filosofie. De canon vat hij op als de verzameling teksten die je geacht wordt te kennen als je filosofie hebt gestudeerd. Hij betoogt niet dat we de canon moeten veranderen – een veelgehoorde klacht – maar dat de filosofie de canon moet opgeven.

Bright legt uit dat nu iedere student dezelfde bundel teksten kent die als onontbeerlijk worden gezien. Plato’s ‘Republiek’, Descartes’ ‘Meditaties’, Kants ‘Kritiek der zuivere rede’: elke filosofiestudent zou er tenminste een deel van hebben moeten gelezen, zo wordt er gedacht. Daar wil Bright vanaf: “Ik wil dat mensen ophouden met te denken dat je Plato gelezen moet hebben.”

Hoe heeft u de canon zelf ervaren?

“Toen ik mijn bachelor aan de universiteit van Warwick deed, kreeg ik een behoorlijk goede introductie in de kernteksten die je als filosoof geacht wordt te kennen en ik vond het erg leuk om de klassiekers te lezen. Er was wel een contrast tussen wat ik op de universiteit leerde en wat ik van huis uit had meegekregen. Mijn ouders ontmoetten elkaar bij de vereniging voor Jonge Socialisten en zodoende moedigde mijn vader me aan om zwarte socialisten als Frantz Fanon en C.L.R. James te lezen. Ik had dus een stevige achtergrond in de socialistische klassiekers, maar op de universiteit werd daar weinig mee gedaan.

“Toch was mijn ervaring niet heel negatief. Ik heb erg genoten van mijn studie, en als ik al tegen een gemis aanliep leverde dat geen emotionele wrijving op.”

Uw twijfels over de canon ontstonden dus later?

“De filosofische gemeenschap is heel actief online. Op Twitter, Facebook en online fora zoals Daily Nous wordt veel gediscussieerd over allerlei onderwerpen. (Lacht) Ik zit veel te veel op Twitter. Een paar jaar terug laaide er een discussie op over Chinese filosofie.

“Experts op het gebied van de Chinese filosofie betoogden dat er plek in het curriculum gemaakt moest worden voor de klassieke Chinese teksten. En ik had net wat Chinese filosofie gelezen en was het met hen eens. Ik was geschokt door hoe bijzonder weinig sommige filosofen van Chinese filosofie wisten en hoe bijzonder fel ze de canon verdedigden.

“Door die discussies begon ik me af te vragen wat er zo goed is aan de huidige canon. Hoe meer ik erover nadacht, hoe meer ik ervan overtuigd raakte dat het niet uitmaakt hoeveel je de canon verandert. Op zich is meer diversiteit al een verbetering op de status quo, maar sommige onderliggende problemen worden er niet door opgelost.”

Wat zijn die onderliggende problemen?

“Ik ben sociaal epistemoloog, en dat betekent dat ik kijk naar groepen mensen, zoals filosofen of wetenschappers, en hoe die bepaalde dingen ontdekken en tot nieuwe kennis en inzichten komen. Vanuit de sociale epistemologie kun je zeggen dat de groep filosofen er als geheel slechter vanaf is als iedereen dezelfde voorkennis heeft.” 

Een canon, vindt Bright, is dus niet per se slecht voor een filosofiestudent, maar voor de gemeenschap als geheel. Bright geeft een voorbeeld dat hij illustreert aan de hand van Isotype, een symboolalfabet ontwikkeld door Otto Neurath – toevallig ook een bekende filosoof.

“Stel bijvoorbeeld dat je twee onderzoekers hebt, gesymboliseerd door een duiker en een figuurtje op een sneeuwscooter. De duiker-onderzoeker kan bepaalde kennis verwerven, weergegeven als blauw vierkantje. De sneeuwscooter-onderzoeker kan die kennis niet verwerven, maar als hij die kennis zou hebben, kan hij er nieuwe kennis uit afleiden: de rode cirkel. Je hebt dus beide wetenschappers nodig om tot de kennis van de rode cirkel te komen. Als de wetenschappers niet met elkaar praten kunnen ze hun kennis niet combineren.”

Duikers en sneeuwscooteraars moeten met elkaar praten, dus. Bright wijst erop dat uit verschillend onderzoek binnen de sociologie, psychologie en economie blijkt dat kennis zich makkelijker verspreidt als onderzoekers verschillende achtergronden hebben. Ook blijkt dat foute ideeën minder makkelijk geaccepteerd worden in een diverse gemeenschap.

“Elke vorm van een canon homogeniseert: mensen leren dezelfde dingen, gebruiken dezelfde methodes om onderzoek te doen. Dat is wat een canon doet. Het heeft ervoor gezorgd dat het vakgebied te homogeen is geworden.”

Wat is het gevolg van die homogenisatie?

“Daarmee wordt het lastig om ideeën buiten de canon te zien als iets wat mogelijk interessant of voordelig is om te bestuderen. En daardoor krijgen mensen minder kans om te leren van een ander perspectief of om samen te werken.

“Er is veel tijd verspild met het opnieuw uitvinden van het wiel. In de jaren zestig werd er bijvoorbeeld een nieuw soort logica ontwikkeld, de epistemische logica. Die houdt zich bezig met wat mensen weten: als ik weet wat jij weet, wat kan ik daar dan uit afleiden? Twintig jaar later ontdekten economen dezelfde theorie. Al dat werk zou hen bespaard zijn gebleven als de twee groepen onderzoekers met elkaar in gesprek waren gekomen.”

Waarom kunnen die problemen niet gewoon worden opgelost door de canon diverser te maken?

“Een nadeel van de huidige canon zou kunnen zijn dat mensen die zich niet herkennen in de filosofen die ze bestuderen – veelal wit en mannelijk – ontmoedigd worden om filosofie te doen. Als de canon dat zou bewerkstelligen zou dat heel nadelig zijn. Maar de reden dat ik daar niet zo op leun, is dat je je kan indenken dat dat opgelost kan worden. Je kunt je een canon voorstellen die perfect divers is en allerlei soorten filosofen bevat.
Toch zou dat nog steeds betekenen dat iedereen dezelfde teksten leest en dezelfde filosofen bestudeert. Dus dan treden de negatieve effecten van homogeniteit die ik net noemde nog steeds op.” Bright heeft dus geen praktische, maar principiële bezwaren tegen het hebben van een canon, zegt hij.

“Waar ik me tegen verzet, is de omvang van de homogenisatie. Het kan best zijn dat je bijvoorbeeld op de Universiteit van Tilburg een bepaalde mini-canon hebt, maar het systeem als geheel moet juist heel divers zijn.” Dat een bepaalde school of universiteit een accent legt of bepaalde teksten behandelt, hoeft dus geen probleem te zijn, zegt Bright, als je maar van het idee afraakt dat iederéén dezelfde teksten moet bestuderen.

“Ik heb net het dagboek van Wu Yubi gelezen. Hij was een confuciaanse leermeester in het China ten tijde van de Middeleeuwen. Daarin beschrijft hij zijn moeilijkheden om te voldoen aan het confuciaanse ideaal. Het is misschien niet wat je verwacht van een filosofisch werk, maar ik garandeer je dat je dat boek kunt gebruiken om filosofie te doceren.”

Hoe ziet de wereld eruit zonder canon?

“Ja, uiteindelijk krijg je natuurlijk wereldvrede”, grapt Bright. “Zonder kanon, snap je ‘m?”

Dan serieus: “Docenten filosofie zullen, als ze nadenken over hoe een vak of curriculum ingericht moet worden, verwachten dat er op een gegeven moment wel plek ingeruimd moet worden om Plato’s ‘Republiek’ te lezen. Ik wil dat mensen ermee ophouden te denken dat je de Republiek móet kennen. Natuurlijk is het een heel goed boek, maar ik zou graag zien dat er verschillende keuzes gemaakt worden. Ik denk dat mensen zich dan langzaam maar zeker in veel verschillende richtingen gaan ontwikkelen. Dat er grotere verschillen ontstaan tussen bepaalde scholen en universiteiten. En dat zou nou mooi zijn.”

Lees ook:

Weg met de hegemonie van de witte filosoof

De filosofie is te wit, te mannelijk, verouderd, klinkt het. Is de filosofische canon toe aan vernieuwing?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden