Theologisch ElftalSport

We zouden de waarde en het belang van sport moeten heroverwegen

De presentatie van het Al-Khor-stadion in Qatar, bij het begin van de bouw in 2014.Beeld Reuters

Sport kan het leven zin geven, zegt het theologisch elftal, en juist daarom moet er voortdurend op worden gereflecteerd. Maar daar gaat het mis.

Later dan de bedoeling was, begint dit weekend de Tour de France. De wielerklassieker staat altijd garant voor prachtige landschappen, onverwachte manoeuvres en heldhaftige overwinningen. Maar het is niet alleen maar mooi. De dopingverhalen uit de wielrennerij kennen we. En wielerwedstrijden in de afgelopen weken werden ontsierd door levensgevaarlijke valpartijen.

En wat te denken van al die andere ellendige verhalen uit de sportwereld? Ernstige misstanden bij de voorbereidingen van het WK in Qatar, of die keiharde coachingspraktijken in het turnen waarbij jonge meisjes hun onschuld verliezen. Het roept de vraag op: vraagt sport niet te veel offers?

Alain Verheij, theoloog en sportliefhebber, wijst op een lange traditie van kritiek op vermaak vanuit het christendom. “Het vroege christendom ontstond in een wereld waarin men zei: je krijgt het volk rustig met brood en spelen. Het christendom ging daar tegenin: christenen gingen niet de strijd aan, maar braken en deelden hun brood. En tijdens de spelen werden ze voor de leeuwen gegooid. Dus die afkeer van vermaak komt niet uit de lucht vallen. Ik moet denken aan de beruchte psalm 137. Die gaat over Babyloniërs die een joodse balling vragen om zijn lier te pakken. Ze willen vermaakt worden, willen entertainment, en die gevangene moet voor hen leuke liedjes bij het kampvuur zingen. In entertainment schuilt heel vaak een randje misbruik, zeker als er een machtsverhouding is.

“In die zin zijn die jonge turnsters, net als die stadionbouwers in Qatar, misbruikt voor ons vermaak. Die onethische kanten van vermaak moeten we onder ogen zien.”

Bas van der Graaf, predikant in de Protestantse Kerk en sportliefhebber, moet denken aan het woord ‘sportverdwazing’. “Met dat woord werd in bevindelijk gereformeerde kringen bijna standaard over sport gesproken. Nu houd ik, in tegenstelling tot die bevindelijke dominees, zelf ontzettend van sport, ik kijk er graag naar en beoefen het ook. Ik deel hun dualistische afkeer van lichamelijkheid niet: integendeel, ik voel in mijn lijf hoe wezenlijk het spel voor mij is.

“En daarom doet het me echt pijn nu ik moet constateren dat die dominees ergens toch gelijk hadden.”

Verheij: “Ja, er zit in sport wel een element van afgoderij. Die oudtestamentische tirades van profeten tegen afgoderij worden vaak verkeerd begrepen. We denken dat God jaloers was en niet van concurrentie hield, en dat dat de reden was om afgoden af te wijzen.

“Ik denk dat er iets anders speelde: die profeten kenden onze neiging om dingen te creëren die we zo groot maken dat ze offers gaat eisen die we eigenlijk niet willen brengen. En precies dat is er aan de hand in de sport en, in bredere zin, in de hele entertainmentindustrie. We brengen offers door in coronatijd gewoon op vliegvakantie te gaan. We offeren het milieu op aan ons vermaak in de Formule 1. Dat zijn offers die wij helemaal niet willen brengen, maar die we toch brengen omdat we ons gevoel voor realiteit kwijt zijn geraakt.

“En als ik nu weer lees hoe Spaanse kranten op de voorpagina spreken over oorlog, en dan blijkt dat niet om de wereldwijde strijd tegen corona te gaan, maar om Lionel Messi die weg wil bij FC Barcelona, dan weet ik dat we ieder gevoel voor realiteit kwijt zijn geraakt.”

Van der Graaf: “Tegelijkertijd moeten we er niet van wegkijken dat sport heel waardevol is. Zeggen dat sport maar een spelletje is, doet daar geen recht aan. Kijk maar hoe sportkoepel NOC-NSF de sport promoot: sport is volgens zijn website belangrijk voor de morele ontwikkeling, voor verbinding, nationale eenheid, enzovoorts.

“Sport is een fenomeen dat daadwerkelijk zingeving biedt en betekenis schept. En daarmee vereist het ook een voortgaande reflectie. Sport vereist grote discipline, maar er zou meer ruimte moeten zijn voor een geestelijke discipline, voor een theologie van de sport die vragen blijft stellen zoals: wil je als sportgemeenschap de opofferingsgezindheid van jonge sporters altijd maar stimuleren, of ben je dan op een gegeven moment als gemeenschap liefdeloos?”

Verheij: “Ik denk dat we de waarde en het belang van sport zouden moeten heroverwegen. Het was de kracht van die bijbelse profeten dat ze dingen terug konden brengen tot normale proporties. Ze wezen hun volksgenoten erop: waar jullie zulke grote offers aan brengen, dat zijn beeldjes die jullie zelf van hout en steen hebben gemaakt.

“Afgelopen zondag keek ik naar de finale van de Champions League. Vanwege corona was er geen publiek en ik zag hoe bij de ontknoping die voetballers stonden te springen en te hossen voor een leeg stadion. Toen dacht ik opeens: ja, zo ziet het er dus echt uit. Zonder het massale gejoel van publiek was er opeens niets episch meer aan, het was zelfs een vrij saaie kijkervaring.”

Van der Graaf: “Sport en spel horen heel wezenlijk bij ons mens-zijn, maar zoals kerkvader Augustinus zei: als je het goede van de schepping vergoddelijkt, dan gaat het mis.

“In de documentaire ‘Athlete A’, over een turnschandaal in Amerika, erkent een atlete dat de toewijding aan haar sport religieuze trekken had. Als sport zo ontzettend belangrijk wordt, als je er je identiteit aan gaat ontlenen en er zulke grote offers voor brengt, dan ga je in bijbelse termen ver over de grens. Iets dat op zichzelf goed is, ontspoort dan, en precies waar het religieus wordt, wordt het ook heel kwetsbaar voor misbruik.

“Ook in die zin is sport net religie: afhankelijkheid, macht en toewijding kunnen gemakkelijk een giftige cocktail worden.”

In het Theologisch Elftal legt Trouw een actuele vraag voor aan twee theologen uit een poule van elf.

Lees ook:

Verona van de Leur: Ik moest het perfecte plaatje zijn

Verona van de Leur (Gouda, 1984) voormalig turnster, werd vier keer Nederlands kampioen, won talloze medailles op EK’s en WK’s en werd in 2002 Sportvrouw van het Jaar. Na haar carrière stapte ze in de porno-industrie. ‘Je zou turnen een vorm van afgoderij kunnen noemen. Of je nou geblesseerd bent, uitgescholden of gekleineerd wordt: je gaat door.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden