Column

We zijn flexibel tot we barsten

Beeld ANP

We trekken ons terug in onze veilige bubbel. Verliezen we het vermogen elkaar te begrijpen en te bereiken? In een serie columns reist journalist Peter Henk Steenhuis langs de grenzen van onze taal op zoek naar de grenzen van onze werelden. Vandaag: flexibel.

“Omroepen en andere opdrachtgevers willen hoe dan ook flexibel omgaan met personeel en al te zware verplichtingen ontlopen,” zei arbeidsrechtdeskundige Johan Zwemmer, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en advocatenkantoor Stibbe afgelopen week in de Volkskrant.

De krant interviewde enkele journalisten die via een tussenbureau, een zogenaamd payrollbedrijf, worden betaald. Volgens de vakbond FNV zouden de omroepen op deze manier veertig procent op loonkosten besparen. De vakbond en de Nederlandse Vereniging van Journalisten NVJ waarschuwen ervoor dat de 'waakhonden van de democratie' zo hun werk niet goed doen, en pleiten voor een wetswijziging.

Flexibel is het basisbegrip in de discussie over vaste en minder vaste contracten. Het is een term waar iedereen vóór is. De zzp-er is blij met zijn flexibele leven, want hij ervaart zo de ultieme vrijheid. De werkgever pleit voor flexibiliteit, om betaalbare werknemers te houden. Flexibel is niet alleen een basisbegrip in discussies over contracten, het lijkt  een fundament geworden van onze moderne samenleving.

De Amerikaanse socioloog Richard Sennet zag dit in 1998 al aankomen, toen hij zijn inmiddels befaamde boek ‘De flexibele mens’ publiceerde. Als je mensen dwingt eindeloos flexibel te worden, leidt dit volgens Sennet wel leidt tot ontregeling, maar niet per se tot vrijheid.

Om het woord ‘flexibiliteit’ te duiden, gaat Sennet terug tot de vijftiende eeuw. ‘Flexibiliteit’ blijkt oorspronkelijk te maken te hebben met takken en bomen, het woord 'duidt  op het vermogen van de boom mee te geven en terug te veren, zodat de vorm zowel beproefd wordt als zich herstelt.’

Toch is er sinds de publicatie van het boek van Sennet wel een en ander veranderd. In flexibiliteitskwesties namen Amerika en delen van Europa volgens Sennet afgelopen decennia een andere positie in. Het gaat daarbij om vragen als: ‘Kan men mensen eindeloos dwingen zich te buigen? Kan de regering mensen iets meegeven van de buigzame kracht van een boom, zodat individuen niet breken onder de kracht van veranderingen?’

Sennet meent dat de verschillende antwoorden die Europa en Amerika op dit soort vragen geven, samenhangen met het verschil tussen het ‘Rijnlandse’ en het ‘Angelsaksische’ bestel – een onderscheid dat tegenwoordig gangbaar is. In het Rijnlandse model, dat onder andere bestaat in Nederland, Duitsland, Frankrijk, Scandinavië, delen werknemers en werkgevers de macht. Het is een verzorgingsstaat met goed geregelde pensioenen, hoog niveau van onderwijs en goede gezondheidszorg. Amerika en Engeland koesteren het andere model, het Angelsaksische, dat de vrije markt en het kapitalisme meer ruimte geeft.

Gezien de problemen waar onder meer journalisten nu tegenaan lopen, zou je kunnen zeggen dat we in het debat over flexibiliteit de Angelsaksische kant zijn opgeschoven. Werkgevers eisen flexibiliteit vanwege de kosten en ze krijgen tot nu die flexibiliteit.

Dat flexibele werknemers goedkoper zijn, is op de keper beschouwd vreemd. “Het is een economische wet dat flexibiliteit geldt kost, schreef Trouw. “Of het nu gaat om het huren van een kantoor of om het kopen van een flexibel vliegticket. Maar als het om werknemers gaat, gaat deze logische regel niet meer op.” 

Bovendien blijkt deze flexibiliteit slecht voor de gezondheid. Want “uit onderzoek blijkt dat mensen met een vast dienstverband minder risico lopen op een burn-out dan medewerkers met een flexibel contract." 

Zou het zo kunnen zijn dat we ons door de aanlokkelijke kanten van het woord ‘flexibel’ in de luren hebben laten leggen? Wij menen tegenwoordig zo flexibel te zijn als een wilgentak. In onze manier van communiceren, in onze relaties, in ons werk. Maar ondertussen buigen we zo ver door dat we dreigen te barsten; een van de fundamenten van de moderne tijd blijkt vrij wankel.

Het kabinet buigt zich dit najaar nog over de flexibele contracten. Je hoopt dat de regering, zoals Sennet adviseerde, werknemers iets meegeeft waardoor ze niet breken. Want bomen kunnen we nog opbranden, maar wat doen we met mensen die geknakt zijn omdat ze niet flexibel genoeg bleken? 

Onder de titel 'Welkom in Bubbelonië' neemt Peter Henk Steenhuis wekelijks bij Trouw woorden onder de loep. Lees hier eerdere columns terug.

Voor meer info: www.bubbelonie.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden