Zin in het alledaagse

We zijn bekaf na een jaar pandemie. Zo krijgen we er weer een beetje zin in

null Beeld Nanne Meulendijks
Beeld Nanne Meulendijks

Waarom vallen de laatste loodjes van de coronacrisis zwaar? René Gude’s ideeën over zingeving verklaren waarom dat voor iedereen anders is. En wat je eraan kunt doen om er weer zin in te krijgen.


We zijn het zat, na een jaar coronacrisis”, zegt Henk Steenhuis. “Dan kun je wel zeggen: het eind is in zicht, nog even volhouden, maar daar krijg je echt niet meer zin van. Je zult je af moeten vragen: hoe krijg ik er weer zin in?”

Dat beaamt Johan Meijer, docent verpleegkunde aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). “Studenten en docenten voelden na al die tijd afstandsonderwijs een onbehagen. Het is niet leuk meer, zeiden studenten, maar ze hadden er geen taal voor. Met René Gude’s denken konden we die verlegenheid bespreken.”

René Gude (1957-2015) was Denker des Vaderlands. Hij bedacht een seculier zingevingsmodel, dat bestond uit vier facetten van ‘zin’. Voor Gude die kon uitwerken, stierf hij. Trouw-redacteur Henk Steenhuis had hem beloofd zijn werk voort te zetten en werkt nu aan een boek over zingeving op de werkvloer.

Het thuiswerken is veel vermoeiender dan elkaar in de ogen kijken

Steenhuis: “Dat we na een jaar epidemie bekaf zijn is een kwestie van zinverlies. De laatste loodjes van deze periode zijn voor iedereen zwaar, maar het maakt uit tegen welk aspect van zinverlies je aanloopt.

“Zin draait eerst om het zinnelijke, het lijf. Dat merkte ik bij een kennis, in de eerste lockdown wandelde ze een uur met de hond, maar ze is er klaar mee. Nu krijgt de hond tien minuten per dag buiten. Dan kun je wel zeggen: ‘hup meid, schouders eronder’, maar dat houd je geen jaar uit. Het lijf trekt het niet meer. Het thuiswerken is veel vermoeiender dan elkaar in de ogen kijken en zoomen zuigt energie.”

“Ik vrees dat we het lichamelijke niet op waarde schatten. Dat de terrassen weer een beetje opengaan, daar moet je niet geringschattend over doen. Lichamelijke nabijheid laat zich niet zoomen. Je kunt je collega, je vriendin of je leerling wel voortdurend op je scherm zien, maar na een aantal maanden wreekt zich dat je hem of haar tóch niet echt in beeld hebt.”

Typisch lichamelijk is de coronajaarring van 5 kilo vet, die de gemiddelde Nederlander aan het lijf heeft toegevoegd. Steenhuis: “Dat los je niet op door te zeggen: ga toch bewegen! Je kunt veel beter met een collega afspreken: morgen voordat we aan het werk gaan, hebben we allebei een stukje hardgelopen. En elkaar dan daarover bellen.”

Na een jaar anders werken begint het gebrek aan het zinrijke te wringen

Het tweede onderdeel van zingeving is het zintuiglijke, zegt docent Meijer. “Het gevoel voor schoonheid. Studenten missen het gebouw.” Steenhuis: “En ik mis de schoonheid van een concert. Dat voelde ik niet na een paar weken, maar nu inmiddels wel. En ja, die schoonheid thuis... mijn vloer ligt bezaaid met papieren en boeken. Fijn hoor, dat online-werken, maar je raakt er je mooie huis eigenlijk door kwijt. Onderschat niet wat dat met je doet, die verkantoring van je huis dat al minder thuis wordt.”

Om het uit te zingen, is Meijer zijn werkkamer mooi gaan maken. Steenhuis heeft nog een tip: “Op vrijdag alle kantoorspullen in een kamertje parkeren, je huis weer goed inrichten en daar in het weekeinde van genieten.”

Na een jaar anders werken begint het gebrek aan het zinrijke te wringen, aldus Steenhuis. “Je ervaart zin als je aan je taken toekomt, maar we werken harder dan ooit en we stoppen niet meer. Eerst was het wel efficiënt, we hadden minder reistijd en konden onze eigen tijd indelen. De crisis keert zich onderhand tegen ons.”

Sta ik wel achter de doelen van mijn leven?

Hij citeert wat de Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han over de prestatiemaatschappij schreef: “In deze dwangsamenleving draagt iedereen zijn eigen werkkamp in zich mee. Het bijzondere van dit werkkamp is dat je gevangene en kapo, slachtoffer en dader tegelijk bent.”

Klinkt dramatisch, relativeert Steenhuis, “maar vergeet niet dat juist nu de computer altijd aan staat, en dat we dus zélf continu aan staan. Dat put ons uit.”

Bezinning op je taken, en de grenzen daarvan, is juist bij de laatste loodjes hard nodig. “Praat daarover. Neem als bedrijf maatregelen om de taken af te bakenen. Stuur als manager gerust ’s nachts een mailtje, maar zorg ervoor dat dit pas om half negen in het postvak van de werknemer belandt.”

Het ‘afpellen van wat er allemaal niet leuk is aan een lange lockdown’, bracht volgens Meijer op de CHE het gesprek op gang over het laatste facet van zin, het zinvolle. “Het confronteert ons, docenten, met de vragen: sta ik wel achter de doelen van mijn leven? Is m’n werk nog zinvol? Waarom ben ik eigenlijk docent?

Met ze oplopen gaat niet achter een scherm

“Mijn collega’s en ik ontdekten dat we twee doelen hebben. De eerste is kennis overdragen – en dat lukt vaak wel online. Maar belangrijker vinden we dat we jongvolwassenen naar de volwassenheid begeleiden, richting baan. Met ze oplopen. Helaas, dat gaat niet achter een scherm. Dus zijn we veel meer één-op-één gaan werken, wandelen met studenten. Zo konden we met hen ook praten over hun ongenoegen, en dat afpellen met die inzichten over zingeving. Je kunt namelijk wel zeggen: ik heb er geen zin meer in, maar het is beter daar echt taal voor te vinden. Ik zie dat studenten daardoor hun eigen ‘geen zin’ veel beter kunnen duiden. Ook voor docenten geven Gudes zin-ideeën meer greep op de situatie. Het is een goed middel tegen machteloosheid.”

Lees ook:

Prestatiedruk, roeping, drijfveer: De zakelijke taal dringt door tot ons dagelijkse leven

Zakelijke taal dringt in alle sferen door. Peter Henk Steenhuis ontdekt hoe dat het onderwijs en de zorg fnuikt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden