null

Woede

We worden steeds bozer. Deze andragoloog pleit voor woedetrainingen op school

Beeld MAUS

We worden steeds woedender, en dat is op zich niet erg, zegt Nico Koning, want woede zoekt een ventiel. Maar we mogen onze boosheid wel beter wegen: leidt ze alleen tot razernij of ook tot een vergelijk? Koning pleit voor woedetrainingen op school.

De waarde van woede, het nieuwste boek van Nico ­Koning (71), is een geografie van de boosheid. Een ­wetenschappelijk werk over een emotie zo oud als het mensdom, die zich evenwel, afhankelijk van de maatschappelijke constellatie, telkens anders heeft geuit. Op grondige wijze en doorspekt met Griekse mythen, filosofische noties en Bijbelse verhalen beschrijft Koning de evolutie die de woede heeft doorgemaakt in het tijdvak tussen de verticale, hiërarchische samenleving van weleer en de horizontale, democratische van nu.

Koning, andragoloog (vorming van volwassenen), begint bij de Grieks-Romeinse Oudheid, wanneer woede nog een voorrecht is van de heersers: het herenperspectief. Vervolgens bespreekt hij het Joodse denken, dat niet zozeer handelt over woede als wel afkeer van de heersende macht: het slavenperspectief. Daarna onder meer de Reformatie, die, op basis van dat Joodse perspectief, de weg baant naar daadwerkelijke woede tegenover de boven ons gestelden. Om te eindigen bij de moderne, emanciperende woede van de achttiende eeuw tot nu: Verlichting, arbeidersbeweging, feministen, ­homo’s en #MeToo.

Naast een uitputtende beschrijving van al die boosheidsvarianten, geeft het boek ook een beeld van hoe woede in de loop der eeuwen werd getoetst, bijvoorbeeld aan de vier kardinale deugden van Aristoteles: moed, maat, verstandigheid en rechtvaardigheid. Koning, oud-docent filosofie en ethiek aan de Hogeschool van Amsterdam, sluit af met een voorstel tot een nieuw weeg­instrument van hedendaagse woede. Daarmee vormt het boek tevens een opzet voor een moderniseringstheorie.

In de inleiding van uw boek stelt u twee kernvragen: waarom worden wij woedender en wat willen ­woedenden? Nou, vertelt u maar.

“We zijn woedender dan vroeger, terwijl ze er toen, vanuit onze tijd en cultuur bezien, natuurlijk net zo goed reden toe hadden. Alleen hielden de mensen hun woede voor zich. Nu doen we dat niet meer. We hebben ook meer rechten gekregen. Worden die niet ingelost, dan zijn we boos. Boosheid is geen zonde meer, zoals vroeger. Ze mag geuit worden. Wat woedenden verlangen, is meer vrijheid en gelijkheid. Daar draait het telkens om. Vóór de Verlichting speelden die begrippen geen rol. Men vond vrijheid en gelijkheid vooral gevaarlijk.”

Zal woede ooit verdwijnen?

“Dat is niet te hopen. Woede is een gezonde reactie op frustraties en pijn. In de moderne samenleving hebben we steeds meer vrijheden, maar daardoor ook steeds meer intermenselijke wrijving. Door onze woede te uiten, worden we weerbaarder. Slikken we onze woede in, dan laten we ons klein maken.”

Woede wordt in de Grieks-Romeinse Oudheid ingeperkt door deugden. Dat blijkt al uit het Gilgamesj-epos uit 2100 voor Christus, ’s werelds oudste geschreven verhaal.

“In dat epos uit Mesopotamië draait het om de spanning tussen moed en maat. Je moet moedig zijn, maar je angsten serieus nemen. Dus begin in je woede geen ongelijke strijd. In de Ilias voegt Homerus daar in de achtste eeuw voor Christus de deugd van de verstandigheid aan toe: Achilles houdt vanwege het langetermijnbelang zijn woede in. In de vijfde eeuw voor Christus komt in de Griekse tragedies rechtvaardigheid als toetssteen om de hoek kijken. Sterker, het wordt de centrale toetssteen voor woede. Aristoteles neemt de vier deugden samen, maar vindt rechtvaardigheid wel de belangrijkste.”

In het Joodse denken draait het om barmhartigheid voor de armen. Men kiest partij voor hen, maar komt niet in opstand tegen de heersers. Waarom niet?

“Dat was een realistische inschatting van de Joden. Hun religie is ­immers ontstaan uit machteloosheid: wij zijn ballingen en alleen God kan ons bevrijden, zie het Exodus-­verhaal. Woede is in zo’n situatie geen oplossing. Een keuze voor ­alleen angst is dat evenmin. De ­Joden kozen voor iets ertussenin: een gedeelde afschuw van de heersers en onderlinge solidariteit tussen de machtelozen. Een combinatie van hoop en afkeer.”

Volgens uw boek is deze Joodse slavenmoraal noodzakelijke grondstof geweest voor emancipatiebewegingen in latere eeuwen. Legt u eens uit.

“Met de gedachte: ‘zij zijn niet meer waard dan wij’ heeft het Jodendom de kiem gelegd voor tegenmacht, en dus emancipatie. Tegenmacht begint bij een innerlijke afstand ten opzichte van de macht. De oudtestamentische profeten deden niet anders, ­altijd in de hoop dat mensen beter met elkaar zouden omgaan, anders zouden zijn dan de hoogmoedige heersers.”

Ook Jezus heeft volgens u een rol van onschatbare waarde gespeeld voor de emancipatie van minderheden?

“Hij was nog radicaler dan de profeten. Bij de stoïcijnen en bij Paulus, die zich op de Stoa baseerde, had je drie trappen van gelijkheid: etnisch – tussen Grieken en Barbaren – tussen mannen en vrouwen en tussen de klassen. Maar Jezus ging veel verder. Hij breidde de solidariteit uit naar gekken, kinderen en zondaren als hoeren en tollenaars. Dat was ­alles bij elkaar uniek. Het idee dat je begrip moet hebben voor ieder die wordt veracht, komt waarschijnlijk van hem. Ja, ik denk dat je gerust kunt zeggen dat Jezus de kiem heeft gelegd voor emancipatiebewegingen van bijvoorbeeld feministes, homo’s en #MeToo.”

Pas tijdens de Reformatie, met name onder invloed van Calvijn, leerde men in opstand komen tegen de overheid. Vanaf toen was woede een actiemiddel?

“Zo zou je het kunnen noemen. Het begon met de opstand tegen de kerkelijke hiërarchie van paus, bisschoppen en priesters, met de Beeldenstorm als meest pregnante voorbeeld. Daarna de Franse Revolutie met haar woede tegen de adellijke overheersing, vervolgens de arbeiders vanaf eind negentiende eeuw, de feministen en homo’s in de tweede helft van de twintigste eeuw. De ene emancipatiebeweging lokt de andere uit. Tot aan #MeToo in onze tijd.”

U noemt woede à la de Franse ­filosoof René Girard mimetisch, ­besmettelijk.

“Je ziet het alleen al aan de woorden #MeToo. Jij woedend, ik ook. Je staat op uit je machteloosheid, pikt het niet meer en neemt anderen in je woede mee. Zonder mimese geen emancipatie. De Beeldenstorm is een voorbeeld van mimetische woede, evenals, in onze tijd, de Arabische lente. Die begon met een Tunesische straathandelaar die zichzelf in brand stak.”

Spelen deugden nog een rol bij ­moderne woede?

“Dat zou wel moeten. Sterker, het wordt steeds belangrijker in een democratische samenleving, waarin de woede groter lijkt te worden. Woede heeft ook iets gevaarlijks. Dat vraagt om zelfreflectie en toetsing vanuit een aangeleerd rechtsgevoel.”

Gebeurt dat voldoende?

Lachend: “Nee. Tijdens de boerenprotesten ramde een trekker de deur van het Groningse Provinciehuis. Dat was ongedisciplineerd gedrag, het ging richting wilde woede. ­Vroeger, in de verticale samenleving, moesten heersers worden getraind in de legitimatie van hun woede, nu in de horizontale, democratische maatschappij zouden we allemaal zo’n training moeten krijgen. ­Bijvoorbeeld via burgerschapsvorming op school. Je zou daar het ­belang van weerbaarheid kunnen aanleren, maar ook het vermogen om tot een vergelijk te komen. Dat zijn twee belangrijke vaardig­heden: die van het vreedzaam ­vechten en die van het afstemmen.”

U pleit voor een nieuw wegings­model van moderne woede. Hoe ziet dat eruit?

“Het draait om zorg voor ieders ­belangen. Corona is wat dat betreft een goede leerschool. Er is woede en pijn over de maatregelen, maar de meeste mensen hebben wel het idee dat de verschillende belangen tegen elkaar worden afgewogen, en houden zich daarom aan de regels. Woede zal altijd blijven bestaan, en zelfs groeien. Prima. We willen immers niet terug naar autoritaire verhoudingen. Maar ik zie tegelijkertijd een grotere neiging naar weging en reflectie. De noodzaak van een ­democratische discipline wordt breed gevoeld.”

De waarde van woede, Nico Koning, met een voorwoord van Hans Achterhuis, uitgeverij Damon, 472 blz., € 29,90

Lees ook:

Het beteugelen van geweld. ‘Soms moet je niets doen’

Einde van de geschiedenis? Niks daarvan. Een kwart eeuw nadat Fukuyama’s invloedrijke essay verscheen, lijkt het er sterk op dat zijn stelling - de strijd tussen ideologieën is voorbij - definitief bij het oud vuil kan. Verloren gewaande sentimenten in Europa, Amerika en Rusland zijn wakker gekust, oude vijandsbeelden nieuw leven ingeblazen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden