GenadeInterview Ruard Ganzevoort

‘We verlangen van onze politici dingen die zij nooit kunnen waarmaken’

Beeld Anne Caesar

Tijdgeest heeft dit weekend als thema genade, een woord dat op onverwachte momenten opduikt. Zo vroeg premier Rutte om genade voor zijn minister na diens ‘coronabruiloft’. 

Theoloog en ongewild genade-expert Ruard Ganzevoort: ‘Wat gebeurt er als je zegt: wees een beetje genadig voor Grapperhaus? Is hij een autoriteit en moet de burger nu de leider vergeven? Of ligt hij op de grond en schenken we hem genade?’

Ruard Ganzevoort is ­decaan van faculteit theologie van de Vrije Universiteit en senator voor GroenLinks. Ooit, toen hij nog predikant was, scheef hij het boekje Mag ik er zijn? Over genade en veroordeling. Dat was nog voordat hij uit zijn ambt werd gezet omdat hij, getrouwd, vader van vijf zonen, besloot openlijk ruimte te geven aan zijn homoseksua­liteit en zijn leven te delen met een man.

Dit najaar was het vanuit het politieke veld dat ­genade de actualiteit bereikte: premier Mark Rutte deed in het debat over de ‘coronabruiloft’ van minister Ferd Grapperhaus een beroep op ‘de oude Nederlandse waarden van genade en mildheid’. Eerder al was ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers over genade begonnen toen geheel Den Haag over toenmalig VVD-minister Halbe Zijlstra ­heen viel vanwege de datsja-affaire. 

Ruard Ganzevoort (Haarlem, 1965) studeert theologie aan de Universiteit Utrecht. Hij was predikant in de Nederlandse Gereformeerde Kerk, doceerde aan de Theologische Universiteit Kampen en is nu decaan van de theologische faculteit van de VU. Sinds 2011 zit hij voor GroenLinks in de Eerste Kamer.

“Ik kan me het ­verlangen naar een ­normalisering van de verhoudingen wel voorstellen”, zegt Ganzevoort. “Het is inderdaad een kenmerk van onze tijd dat er hard geoordeeld wordt, denk ook aan de ophef over de afgebroken vakantie van de koning. Ik vind het niet verkeerd dat dan een tegengeluid klinkt: is dit nu de manier waarop we met elkaar om moeten gaan?”

We hebben een cultuur van afrekening, is dat genadeloos?

“In deze context vind ik het woord genade buiten­gewoon ingewikkeld. Genade kan niet in de plaats ­komen van verantwoording. Bij Rutte leek het daar wel een beetje op; alsof hij zo de angel eruit wilde halen: ‘We zijn allemaal mensen’. Dat is waar, maar Grapperhaus zat daar niet zomaar als mens, hij zat er als verantwoordelijk minister. En die verantwoordelijkheid is niet verdwenen als je over genade begint. Bij Halbe Zijlstra gold dat ook, net als bij de koning. Is het wel correct om in zulke situaties over genade te spreken? Zo niet, dan is het een retorische truc.”

Wanneer is het dan passend over genade te spreken?

“Ik maak onderscheid tussen genade en vergeving. Vergeving is gekoppeld aan schuld, genade aan ­schaamte. Bij schuld gaat het om iets dat je concreet fout hebt gedaan, waarvoor je vergeving kunt vragen. Bij schaamte gaat het om iets van jezelf dat je niet wilt laten zien, ­omdat je anders niet meer goed bent in de ogen van een ander. Dat gaat veel meer over je intrin­sieke waarde als mens. Gezien worden en je dan willen verbergen…”

Zoals Adam en Eva na de zondeval.

“Ja, dat is het eerste voorbeeld ervan. Ze hebben een keuze gemaakt waarvan ze weten: dit is niet wat we wilden. En dan gaan ze zich bedekken. In bijbelse taal betekent genade daarom dat iemands aangezicht weer over je valt – je wordt weer gezien, in positieve zin, ook als je niet bent wie je zou moeten zijn en tekortschiet. Schaamte is: ik trek me terug uit het licht. Genade is: je mag weer in het licht staan. Denk aan de woorden van Toon Hermans: een vriend is iemand die alles van je weet en toch je vriend wil zijn. Theologisch gezien heeft genade alles te maken met onvoorwaardelijkheid, zoals ouders onvoorwaardelijke liefde hebben voor hun kinderen, als het goed is.”

Niet een begrip om in te brengen in een debat over het handelen van een bewindspersoon.

“Daar gaat het eerder over schuld dan over schaamte. En bij schuld past opbiechten, verantwoording ­afleggen, en daarna kun je vergeving vragen. Al geldt voor zowel genade als vergeving dat het iets is dat je betoont aan iemand die kwetsbaarder is dan jij, iemand die afhankelijk is van jou en niet andersom. Als je machtsverhouding niet ook ter discussie stelt, wordt het vergeving vragen een instrument om de minder mach­tige onder druk te zetten. In plaats van dat die gewoon verantwoording aflegt.”

Ruard Ganzevoort (Haarlem, 1965) studeert theologie aan de Universiteit Utrecht. Hij was predikant in de Nederlandse Gereformeerde Kerk, doceerde aan de Theologische Universiteit Kampen en is nu decaan van de theologische faculteit van de VU. Sinds 2011 zit hij voor GroenLinks in de Eerste Kamer.Beeld ANP

“Wat gebeurt er nou als je zegt: wees een beetje ­genadig voor Grapperhaus? Is hij de autoriteit, degene die de leiding heeft, en moet de burger nu de leider vergeven? Of ligt hij op de grond, heeft een roedel wilde honden het op hem voorzien, dus schenken we hem ­genade? Maar dan is hij zijn autoriteit kwijt en kan hij de regels niet meer opleggen. Het schuurt in beide gevallen – dus wat vraagt Rutte nu eigenlijk als hij het begrip ­genade inbrengt?”

Maar worden in de politiek mensen niet te snel afgefakkeld?

“We verlangen van onze politici in elk geval dingen die ze nooit zullen kunnen waarmaken. Een morele zuiverheid van zeven dagen in de week en 24 uur per dag, het moeten bovenmenselijk goede mensen zijn. Ze moeten ook nog effectief zijn, alles weten, geen fouten maken. Er wordt op hen een autoriteit geprojecteerd die niet kan bestaan, en vervolgens worden ze inderdaad afgefakkeld. Dat is een bijna onmogelijke dynamiek om in te werken.”

Ik denk bij genade meteen aan de tegenpool zonde. Is dat terecht?

“Tegenover zonde staat vergeving, niet zozeer ­genade. Zonde heeft in mijn opvatting te maken met vervreemding, met iets kwijtraken, dat kan je onschuld zijn, maar het hoeft niet. Neem de bijbelse figuur van de verloren zoon, die zal ongetwijfeld gezondigd hebben, maar dat gold voor de oudste zoon evenzeer, en voor de vader ook, op zijn manier. Waar het om gaat is dat de vader zijn jongste zoon het onverdiende geeft; hij is welkom ongeacht verdienste. Genade is ook dat je iets in jezelf waar je niet blij mee bent, toch omarmt. Geen ­vergeving, maar zelfaanvaarding.”

Zelfaanvaarding is iets waar mensen mee kunnen worstelen, ook zonder religieuze connotatie.

“Zeker, wij worden in onze tijd afgerekend op onze prestaties, dat legt een nieuwe druk op mensen. Je ziet het bij burnouts, of bij de onbegrepen ziekten, daar zit vaak het gevoel achter niet meer te voldoen aan wat de samenleving vraagt. En dat voor jezelf niet te kunnen aanvaarden, daarom loop je vast. Een eigentijdse confrontatie met de behoefte aan genade.”

Toegespitst op de kerk: je zou willen dat die bekendstond om haar genadige karakter, maar dat is lang niet altijd het geval. Ook omdat kerken grenzen trekken.

“De kerk heeft altijd iets van de societas perfecta, de volmaakte samenleving, niet omdat ze dat is, maar ­omdat alle strijd die zij intern voert symbool staat voor de strijd die in de hele samenleving plaatsvindt. Wie accepteren we wel, wie accepteren we niet. Hoever ga je in het disciplineren van je leden – dat is in de kerkelijke tucht niet wezenlijk anders dan in het strafrecht.

“En de discussie over de ware kerk ging in feite over heiligheid: wie moet er buiten de gemeenschap worden gehouden om die heilig te houden en dus te beschermen. Ook dat zie je terug in de bredere gemeenschap van de samen­leving, denk aan de houding tegenover pedofielen.

“Daar tegenover staat het idee van de universele kerk, met de vraag of je überhaupt wel iemand mag buitensluiten. Die spanning zit in de samenleving, maar ook in de sym­bolische samenleving die de geloofsgemeenschap is. Het is ook een kwestie van identiteit: wie zijn wij nog als wij iedereen toelaten.”

Staat dat niet op gespannen voet met het idee dat de kerk een genadig instituut wil zijn?

“Ja, per definitie. Omdat het begrip genade in de evangeliën een fundamenteel onbegrensd ­begrip is.”

Bij Jezus wás het ook onbegrensd.

“Maar hij gaat er wel aan dood, dus de vraag is of het wel zo’n goede strategie is. De Franse filosoof en theoloog Jacques Ellul zegt: het subversieve van het christendom is dat het iets zegt dat eigenlijk niet kan en daarom gaat het perverteren als je het institutionaliseert. Je kunt wel zeggen: we zijn er voor iedereen en iedereen is hier welkom, maar er komt een moment dat je een grens trekt. Als je dit serieus neemt – de genade moet er zijn, maar kan er niet altijd zijn – weet je dat we altijd moeten blijven schipperen.”

Maar waar trek je de grens? Was het gerechtvaardigd dat u uit het ambt werd gezet omdat de groep een taboe wilde handhaven?

“Ik vind dat een legitieme vraag, dat vond ik toen en dat vind ik nog steeds. Mijn antwoord was: ik zie niet hoe mijn persoonlijke leven en mijn keuze om met een man te leven, mijn functioneren als predikant onmogelijk zou maken. Sterker nog: ik wil niet mee­werken aan die boodschap. Als ik mij vrijwillig zou terugtrekken, zou ik meewerken aan iets dat haaks staat op wat voor mij genade betekent. Vandaar dat ik mij ­er­tegen ­verzet heb. 

“Tegelijkertijd zag ik wel dat allerlei mensen in de kerk hier ontzettend mee aan het tobben waren, ze ­staken er meer tobberij in dan ik. Er waren niet veel mensen die erop uit waren mij kwijt te raken.”

De orthodoxie zal zeggen: de Bijbel geeft ons geen andere keuze.

“Daar kan ik mee leven. Dat heb ik toen ook wel eens letterlijk gezegd: als jullie vinden dat ik zondig, dan moet je me onder kerkelijke tucht stellen. Als je niet vindt dat ik zondig, dan moet er sprake zijn van aan­vaarding. Er is geen tussenweg. Iemand zei: ik zie het niet zozeer als zonde, maar als een handicap. Oké, zei ik, maar dan ga ik dus zondag weer preken. Of bedoel je dat we gehandicapten van de kansel moeten weren? Intussen is de vraag die ik mijzelf moet stellen: ben jij bereid te zien wat iemand drijft die hier moeite mee heeft?”

U bent zelf als elf-jarige slachtoffer van seksueel misbruik geweest. Speelt genade een rol bij de verwerking daarvan?

“Wel vergeving. In die zin dat ik het oordeel loslaat. Ik heb geen zin om de in de rol van slachtoffer te blijven zitten, en geen behoefte om in die sfeer stappen te ­zetten.”

Is er een confrontatie geweest tussen u en de dader?

“Nee, daar heb ik nooit behoefte aan gehad.”

En dat betekent niet dat er bij u wrok blijft leven, zoals soms wordt verondersteld?

“Ik vind dat bij vergeving hoort dat je bereid bent je innerlijke houding jegens die ander aan te passen. Ik blijf zeggen dat het niet had moeten gebeuren, hij had dit nooit moeten doen. Er zijn momenten dat ik wel nieuwsgierig ben: wat heeft hem nu gedreven? Maar niet zozeer dat ik ga proberen dat te achterhalen. Het heeft me al jaren gekost om een vorm van heling te ­bereiken.”

Waaruit bestaat die heling?

“Het begint bij de zelfaanvaarding, dat geldt voor veel mensen die met misbruik te maken hebben gehad en kampen met schaamte en alles wat daarbij hoort. Bij mij speelde dat ik enerzijds misbruikt was en anderzijds ook homoseksuele gevoelens had. In ­hoeverre had dat met elkaar te maken? Je hoort dat wel eens, net zoals in sommige kringen wordt gedacht dat het te maken heeft met een slechte relatie met je vader, wat overigens ook veel hetero’s hebben.

“Maar goed, ik moest daar uit zien te komen. Wat accepteer je van jezelf? Zelfaanvaarding – inclusief de donkere bladzijden, de onhebbelijkheden, de tekorten – is een belangrijke stap voor genezing.” 

Lees ook:

De bruiloft van Grapperhaus en het paaltje van Lubbers: politici zijn net mensen

De uitvluchten en smoezen waar politici mee komen als ze een misstap hebben begaan zijn er in vier soorten

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden