Een vrouw bidt voor de Kerk van het Heilig Graf in de oude stad van Jerusalem.

EssayHemelvaartsdag

Wat Hemelvaart ons over de coronacrisis kan leren

Een vrouw bidt voor de Kerk van het Heilig Graf in de oude stad van Jerusalem. Beeld AP

Voor wie erin wil geloven kan het bijna geen toeval zijn. De tijd van Pasen tot Hemelvaart en Pinksteren overlapt met de zich ontvouwende coronacrisis. En wie het wil zien, bevindt zich in precies dezelfde achtbaan van emoties als toen.

‘Raak me niet aan’, zei Jezus volgens de bijbelschrijver Johannes toen hij was opgestaan uit de dood. Hou afstand. In de veertig dagen die volgden tot Hemelvaart heeft hij het wellicht vaker gezegd. Ondertussen moet de groep volgelingen van Jezus terecht zijn gekomen in een mix van emoties die niet ver afstaat van waar we in coronatijd mee te maken hebben. Twijfel, hoop, ongeloof, angst.

En toen kwam Hemelvaartsdag. ‘Gaat u het koningschap over Israël herstellen?’, vroeg een volgeling van Jezus. Gaan we weer verder waar we gebleven waren, bedoelde hij. Nee, natuurlijk niet. ‘Dat is niet jouw zaak’, zei Jezus - en hij verdween in de wolken.

De desillusiefase 

Volgens inzichten uit de rampenpsychologie verloopt een crisis in drie fasen: de honeymoonfase, de desillusiefase en de reïntegratiefase. De eerste fase, de honeymoonfase hebben we dubbel en dwars meegemaakt. Het bracht een hartverwarmende eenheid teweeg in Nederland. Er werden talloze initiatieven opgezet om zorgmedewerkers te bedanken en ouderen een hart onder de riem te steken. Er werden liederen gemaakt en taarten gebakken.

Maar de honeymoonfase is niet lang vol te houden. Burgemeesters praten over een handhavingsprobleem. De NOS vraagt wat mensen terugkrijgen voor hun voorbeeldige gedrag. De realiteit van de coronacrisis dringt zich aan ons op en doet nieuwe overwegingen ontstaan. We beginnen te praten over doorgaan. Verder waar we gebleven waren. Zo snel mogelijk het nieuwe normaal in. De reïntegratiefase. Alles achter ons laten en doorgaan.

Maar dan slaan we een fase over. De desillusiefase. De fase waar de moderne mens volgens allerlei denkers zo ongelooflijk slecht in is geworden. Een fase van rouw, van verdriet, van boosheid en van lijden - en daar de woorden voor vinden. Van erkennen dat het leven ongrijpbaar is als een virus en zo oneerlijk als je het zelf niet zou kunnen verzinnen. En je daarbij neerleggen.

De rol van kunst

In het rijtje Pasen-Hemelvaart-Pinksteren, is Hemelvaart het moment van de desillusie. We zijn aan onszelf overgeleverd. De maatregelen raken uitgewerkt, de duiding is opgedroogd, maar het virus is er nog steeds. Een gigantische economische crisis klopt aan de deur en er zijn veel mooie dromen vervlogen. We zijn in de steek gelaten. ‘Raak me niet aan’, zegt Jezus, en: ‘Bemoei je met je eigen zaken’.

De desillusiefase is het domein van verhalen, van gesprekken, van religie en van kunst. Van contact en van mee-lijden. Van het benoemen van de ellende, zonder er een oplossing voor aan te dragen. Waar zijn de plekken waar je je verdriet kwijt kunt? Waar kun je herkenning vinden voor je emoties? Wat brengt onze machteloosheid onder woorden? Wie verbeeldt onze frustratie? Het is op dit gebied oorverdovend stil om ons heen.

In kerken gaat het tot vermoeiens toe over hoop en over volhouden. En de kunstensector bakkeleit al jaren over hoe haar nuttigheid kan worden uitgelegd, maar vervalt daarin vaak in hetzelfde nutsdenken als waar ze last van heeft. Kunstenaars roepen op tot het visualiseren van een nieuwe wereld en willen zitting nemen in Outbreak Management Team. Laat het ze vooral doen - maar wie biedt ons dan de troost waar Bert Keizer het in zijn column over had?

Kunst, verklaarde Leo Tolstoj eind vorige eeuw, bestaat bij de gratie van besmettelijkheid. Het bestaat omdat mensen wezens zijn die hun emoties kunnen overdragen aan anderen. En telkens als dat gebeurt, telkens als er zo’n emotie wordt overgedragen, dan is er sprake van kunst. Kunst is besmetting. Besmetting in een pure vorm, zonder rede, zonder plan, zonder denken in oplossingen.

Een man met een mondkapje loopt langs een graffiti-afbeelding van Jezus Christus in Buenos Aires. Beeld AFP

Raak me wél aan

In een tijd zonder fysieke aanraking, is zulke besmetting onmisbaar. Er moet gepraat worden over de ellende, zonder in oplossingen te denken. Er moet muziek gedeeld worden die ons alleen nog maar meer onderdompelt in verdriet. Er moet kunst gemaakt worden die krachtig resoneert met onze negatieve emoties. Omdat de emoties er zijn en omdat het oplucht om ze met elkaar te delen. Omdat de desillusiefase onvermijdelijk is. En er moet gepreekt worden over Hemelvaart. 

Raak me niet aan’, zei Jezus. En hij vertrok. Zijn volgelingen realiseerden zich dat ze alleen waren. Tien dagen later werd het Pinksteren. De fase, wellicht van reïntegratie. Jezus had beloofd een ‘trooster’ te sturen - en er gebeurde van alles, maar zichtbaar werd het nooit. God transformeerde van een probleemoplossende, alvermogende godheid in een onaanraakbaar idee. Hij veranderde van iemand die onze boontjes dopt, in een besmettelijke emotie.

Op Hemelvaart kiest de christelijke God er bewust voor om onzichtbaar en onaanraakbaar te zijn. God werd besmettelijk. Hij ging als een virus de wereld over. Een verhaal vol emoties dat bij miljoenen mensen resoneert. Een verhaal waar de goede afloop niet zeker van is, maar met een open einde. Een verhaal dat vaker verwarring en desillusie veroorzaakt dan we misschien zouden willen. Een eerlijk verhaal, een realistisch verhaal waar mensen zich in herkennen in voor én in tegenspoed.

Gerko Tempelman is filosoof, theoloog, dramaturg van muziektheatercollectief KASSETT en voorganger van Stroom Amsterdam waarmee hij de coronaklaagmuur.nl oprichtte.

Lees ook:

Waar is God in deze pandemie?

Wat God met de coronacrisis te maken heeft? Het eerlijke antwoord volgens priester James Martin: dat weten we niet. 

Lees ook:

Kunst biedt troost: het is ‘s avonds soms het enige dat je overeind houdt

‘Ik zou het bieden van troost in de vorm van een lach, een schilderij, een roman, een sonnet of een gitaarsolo willen aanwijzen als een van de drie belangrijkste bestaansredenen voor kunst', schreef Bert Keizer in zijn column. ‘Die andere twee weet ik niet. Kunst is op troostende wijze naast het leven van alledag staan. Overdag op je werk heb je er niet veel aan, maar ’s avonds is het soms het enige dat je overeind houdt.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden