null Beeld

ColumnStijn Fens

Wat Haarlem, de stad van mijn jeugd, mij nu leert

Een van de eerste dingen die ik zag in Haarlem toen ik op een ov-fiets vanaf het treinstation het centrum van mijn geboortestad­­ binnenreed, was een billboard waarop geschreven stond: ‘Welkom terug’. Er werd blijkbaar op mij gerekend.

Ik was na mijn middelbare schooltijd vaak terug geweest in Haarlem, maar de laatste keer dat ik er gefietst had, was ruim 35 jaar geleden. Toen fietste ik met zelfvertrouwen, nam risico’s en daagde de verkeerslichten uit. Nu was mijn rijgedrag onwennig en onzeker. Het feit dat ik een pak droeg – ik ging een bisschop interviewen – maakte van mijn bezoek iets officieels.

Toch vond ik weer mijn weg door de stad. De meeste gebouwen waren nog steeds bekend voor me, al waren er veel van eigenaar veranderd. De muziekwinkel dichtbij het station was er nog en ook schoenwinkel Barends, waar ik lang geleden met mijn moeder Kickers­­ (schoenen met een rond gat in de hak) kocht, had standgehouden tegen het verstrijken van de tijd. Voor de rest hadden koffieketens en textieltempels de winkelpanden ingenomen. Terwijl ik de Gedempte Oude Gracht – een van de hoofdstraten – op fietste, reden­­ opeens mijn oude schoolvrienden Rob en Jeroen naast me. Ik keek er niet eens van op. “Ik moet naar V&D, gaan jullie mee?”, vroeg ik. Toen we daar aankwamen, waren ze alweer weg en de V&D trouwens ook. Alleen het gebouw stond er nog. Ik keek naar binnen of ik de roltrappen kon zien. Dat lukte niet.

Ik moest door. Al snel reed ik door een straat waarvan de naam mij nog altijd exotisch voorkomt: de Tempeliersstraat. Daar wachtte ik altijd op bus 80 naar Zandvoort. In de dierenwinkel die mij dan enige afleiding bezorgde, huisde nu een meditatiecentrum dat mij rust en ruimte beloofde. Bus 80 reed net weg, was inmiddels van een andere maatschappij en had een andere kleur.

Groene koepel

De bisschop woonde naast de kathedraal die ik met haar groene koepel ook goed kende. Na het interview werden in de kathedraal foto’s van de bisschop gemaakt. Ik had de kerk eigenlijk nooit goed van binnen gezien. En ook hier gebeurde er iets eigenaardigs. Vanaf het priesterkoor keek ik naar de uitgang van de kerk en zag toen in zwart-wit mijn oom en tante na de kerkelijke inzegening van hun huwelijk (ruim zestig jaar geleden) weglopen. Ze keken om en zwaaiden nog even.

Enigszins in de war stapte ik weer op mijn fiets. Ik was al bijna bij het station, toen ik een gebouw­­ passeerde dat ik ook van vroeger kende. Het had mij altijd angst ingeboezemd vanwege zijn grote ramen en hoge plafonds. In mijn herinnering werd het gebruikt als school, maar welk type onderwijs er werd gegeven, weet ik niet meer.

Ik zette mijn fiets tegen de muur en keek naar binnen. Daar zat mijn moeder in haar rood-geruite jurk op een stoel. Helemaal alleen. Ik tikte op het raam, maar ze hoorde en zag me niet. Ik liep naar de andere kant van het gebouw en keek opnieuw door een raam. Voor het schoolbord stond juffrouw Joosten. Zij was mijn onderwijzeres in de vierde klas van de lagere school. Mijn klasgenoten uit die tijd zaten in de schoolbankjes. Ik besloot aan te bellen. De lang geleden overleden koster van de kerk uit het dorp waar ik vroeger woonde, deed open. “Doe me een plezier Stijn: laat ons en fiets door. Dat is ook beter voor jou.”

Het duurde nog een paar minuten voordat ik bij het station was. Er was duidelijk iets veranderd aan Haarlem. Het verleden was er nog wel, maar zat niet meer in de weg. Misschien kunnen we in deze tijd waarin we zo met ons verleden worstelen, wel iets leren van een stad als deze. Er staan huizen waar ooit racisten woonden of personen met een NSB-mentaliteit, een dezer dagen veelgebruikte uitdrukking. Diezelfde huizen zijn al een paar keer van eigenaar veranderd. Kijken nu anders tegen de dingen aan, maar weten heel goed wat zich binnen hun muren heeft afgespeeld. Vlakken niks weg, koesteren het verleden met verschuldigde eerbied of juist niet, maar willen vooral ook door.

Als een niet meer zo jonge man op de fiets die steeds weer oude, maar vooral ook nieuwe dingen ziet.

Trouw-redacteur Stijn Fens volgt de katholieke kerk al decennia op de voet en schrijft columns over het geloof en zijn persoonlijk leven. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden