Een grafplaat in de gevel van de kathedraal van Parma, met rechts een afbeelding van Blasius van Parma.

Middeleeuwse filosofie

Wat een ‘duivelse’ filosoof ons leert over wetenschap en vrijheid

Een grafplaat in de gevel van de kathedraal van Parma, met rechts een afbeelding van Blasius van Parma.

Om te kunnen publiceren, moest Blasius van Parma zijn ‘ketterse’ denken aanpassen. Masterstudent Ted van Aanholt schreef een scriptie over de onterecht vergeten middeleeuwer. ‘Het jaar 1277 is een kantelpunt in de filosofie.’

Je hoort het nog steeds wel­eens. De filosofie begint bij antieke filosofen, daarna heb je dan de Middeleeuwen, en daar gebeurt niet zo heel veel, het gaat er vooral over God. En dan aan het eind van de Middeleeuwen vinden ze de antieke teksten terug en dan bloeit de filosofie weer op.” Ted van Aanholt (24), masterstudent filosofie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, ergert zich aan zulke uitspraken. De Middeleeuwen waren helemaal niet zo donker en middeleeuwse filosofen hielden zich heus niet alleen maar met theologie bezig.

Steeds meer mensen beseffen dat de Middeleeuwen écht belangrijk zijn geweest voor de filosofie. Toch krijgen teksten uit die tijd weinig aandacht, ontdekte Van Aanholt, die voor zijn masterscriptie onderzoek deed naar de nagenoeg vergeten ‘diabolische doctor’ Blasius van Parma (c. 1350-1416).

De Italiaanse filosoof werd op het matje geroepen omdat hij zich ‘niet aan het katholieke geloof had gehouden’, aldus de bisschop van Pavia, tevens rector aan de universiteit waar Blasius van Parma werkte. De bisschop dwong Blasius in 1396 te beloven dat hij zich voortaan netjes aan het geloof zou houden, vertelt Ted van Aanholt. 

De diabolische doctor

Wat zei hij dan voor ketterse dingen? “Dat is zo ontzettend boeiend, dat weten we niet. Het mysterie zal nooit volledig opgelost worden, maar het maakt het voor historici juist extra leuk om er scripties over te schrijven.”

Volgens Van Aanholt zal het niet zijn gegaan over het bezoeken van prostituees of overspeligheid; het waren zijn filosofische ideeën die Blasius van Parma de bijnaam ‘diabolische doctor’ opleverden. “Die bijnaam komt uit een manuscript over de ziel. Blasius brengt daar een aantal destijds opmerkelijke standpunten naar voren, zoals dat de ziel sterfelijk is en dus niet naar de hemel gaat.” Maar dat was waarschijnlijk niet de aanleiding voor de mysterieuze berisping van de bisschop/rector, want die was zelf behoorlijk vrijdenkend.

Blasius van Parma is een vergeten denker. Zeer onterecht, betoogt Ted van Anholt, die onderzoek naar de 'ketterse', middeleeuwse denker deed.Beeld Ted van Aanholt

Die berisping komt waarschijnlijk voort uit Blasius’ commentaren op de ‘Fysica’ van Aristoteles. In de Middeleeuwen was het becommentariëren van andere auteurs – met name Aristoteles – een gangbare vorm van filosofie bedrijven. “We hebben twee commentaren op de Fysica, eentje van vóór de berisping in 1396 en een van na die tijd. Het interessante is dat je een groot verschil ziet in de manier waarop Blasius daarvoor en daarna praat over God.”

Voor het eerst de zee tegenkomen

Die teksten lezen is zo gemakkelijk nog niet. Het gaat meestal om werk-manuscripten, aantekeningen van leerlingen tijdens de colleges van Blasius. Van Aanholt moest dus flink puzzelen om er een beetje leesbaar Latijn van te maken.

In de vroege tekst, van voor 1396, haalt Blasius God aan om zijn argumenten kracht bij te zetten, ontdekte Van Aanholt. Bijvoorbeeld als het gaat om de vraag hoe we nieuwe kennis verwerven. “Op meerdere plekken zegt hij letterlijk: dit is zó onmogelijk, zelfs God kan dat niet.”

Want stel dat je vanuit Blasius’ werkplek aan de universiteit van Pavia, net onder Milaan, naar de kust reist en voor het eerst de zee tegenkomt. “Je hebt dan een nieuw stukje kennis: er is niet alleen land op aarde, er is ook zee. Dat begrijp je door middel van je intellect. Dan zegt Blasius: zelfs God zou die nieuwe kennis niet zomaar in je geheugen kunnen stoppen. God kan wel kennis bij ons veroorzaken, maar die bereikt ons wel via het intellect – de zintuigen en het redeneervermogen. Op zich had Blasius daar God niet bij hoeven halen, maar zo maakt hij meteen aan zijn studenten duidelijk: die nieuwe kennis kan echt op geen enkele andere manier tot ons komen, behalve via het intellect.”

Kantelpunt van de middeleeuwse filosofie

En dan, in de tweede tekst, die van ná de bisschoppelijke berisping, keert Blasius het om. “Daar gaat het over de bedrieglijkheid van onze zintuigen. Hoe kunnen we er zeker van zijn dat onze zintuigen kennis kunnen veroorzaken? Maar dan concludeert hij: ‘We weten uit Genesis 1 dat God de aarde geschapen, dus veroorzaakt, heeft’. Er is dus oorzakelijkheid, want het staat in de Bijbel.” In de eerste tekst gebruikt Blasius God als argument voor de onmogelijkheid van bepaalde dingen, maar in de latere tekst gebruikt hij Gods almacht juist om te laten zien dat zulke dingen wél mogelijk zijn.

Waarom is dat zo controversieel? Waarom mag Blasius van Parma God niet gebruiken om te zeggen dat bepaalde dingen ónmogelijk zijn, zoals het verwerven van nieuwe kennis? “De opmerkingen die hij maakt, gaan recht in tegen de verordening van de bisschop van Parijs, in 1277. Dat is een van de kantelpunten in de middeleeuwse filosofie. De bisschop maakte een stel regels waarin stond welke dingen je niet mocht zeggen, die was bedoeld om de filosofen in het gareel te krijgen. Uiteindelijk werden die regels algemeen aangenomen in de katholieke wereld.” En in die wet staat ook dat God almachtig is en dat hij dus wél allerlei dingen kan die Blasius in zijn vroege teksten ontkende.

“De verordening van 1277 heeft interessant genoeg een intellectuele ontwikkeling veroorzaakt waaruit de natuurwetenschappen zijn ontstaan. Wat mij betreft is dat een van de interessantste momenten in de geschiedenis van de ­filosofie”, zegt Van Aanholt enthousiast.

Impuls voor de wetenschap

“Een aantal van die stellingen uit de wet van 1277 ging erover wat God allemaal kon. Hij kon bijvoorbeeld een vacuüm scheppen. Voorheen hadden filosofen betoogd dat vacuüms niet konden bestaan, want dat had Aristoteles nu eenmaal gezegd. Maar nu moesten die stellingen filosofisch verklaard worden. Filosofen gingen opeens nadenken: goh, als God een vacuüm kan scheppen, hoe ziet zo’n vacuüm er dan uit?” 

Zo ontstond er ruimte om over natuurfenomenen na te denken, legt Van Aanholt uit. “Uiteindelijk komt God steeds verder op de achtergrond te staan, en vanaf de Renaissance gaat het alleen nog maar over het vacuüm zelf en de eigenschappen daarvan.”

Door het bestuderen van de teksten van Blasius werd het Van Aanholt nog eens duidelijk wat het belang van wetenschappelijke onafhankelijkheid is. “Want in de tekst van ná 1396 weet je niet meer wat de overtuigingen van Blasius van Parma zelf zijn geweest, en wat meer ‘moetjes’ waren, wat hij schreef om zijn eigen veiligheid te garanderen. Je moet toch onderzoek kunnen doen zonder dat een rector van de universiteit over je schouder meekijkt. Die mag beoordelen of je werk wetenschappelijk genoeg is, maar niet of die het eens is met wat je zegt.” Gelukkig gebeurt dat in Nederland ook niet. Van Aanholt lacht. “Nee, ik studeer zelf aan een katholieke universiteit, en zelfs daar is dat niet het geval, gelukkig.”

Lees ook:

Rose Rand was een belangrijke denker en toch is ze vergeten

Rose Rand leidde een indrukwekkend leven en verrichte belangrijk denkwerk. Toch is de filosofe vergeten. Hoe kan dat? Onderzoek naar die vraag kan helpen om de problemen van minderheden in de wetenschap aan te pakken, vindt Katarina Mihaljević. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden