Islamofobie

Wat betekent het woord islamisme? En hoe verhoudt het zich tot de islam?

null Beeld Brechtje Rood
Beeld Brechtje Rood

Islamisme is een veelgebruikte term in het publieke debat. Maar waar komt het woord eigenlijk vandaan, en waarom zouden we het gebruiken?

Djuna Spreksel

Ook dit jaar viel al een paar keer de term ‘islamisme’ in de kolommen van deze krant. Zo noemde buitenland-redacteur Arjen van der Ziel onlangs de Tunesische politieke partij Ennahda ‘gematigd islamistisch’, een karakterisering die hij ook gebruikt voor de Turkse president Erdogan. Columnist Sylvain Ephimenco riep vorige week in het kader van vrouwenrechten in Iran op om ‘waakzaam’ te zijn voor het ‘internationale islamisme’, een bedreiging die hij tegenover Nederlandse vrijheden plaatste.

Islamisme is een term die vaak valt in de mediaberichtgeving en tijdens plenaire debatten. Het verschil tussen het woord islamitisch en islamistisch is gering – er zit slechts een extra letter s in het woord. Maar uit de context waarin het woord ‘islamisme’ doorgaans wordt gebruikt, roept die ene letter meer associaties van onvrijheid en angst op. Maar wat is eigenlijk het verschil tussen de islam en het islamisme, en is islamisme inderdaad hetzelfde als religieus fundamentalisme?

Islamisme

Als het over islamisme gaat, denkt men in het Westen vrijwel direct aan terrorisme en geweld, ziet Emin Poljarevic, hoogleraar islamstudies aan de Uppsala Universiteit in Zweden. Dat is niet verwonderlijk als we nagaan waar de term vandaan komt, zeg hij.

Islamisme stamt volgens Poljarevic van ‘panislamisme’, een woord dat in de negentiende eeuw ontstond. Toen kwamen antikoloniale eenheidsbewegingen in het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Indonesië in opstand tegen de Franse, Britse en Nederlandse koloniale machthebbers. Ze streefden naar eenheid van alle moslims.

“Door Europese wetenschappers, adviseurs en beleidsmakers werd er een onderscheid gemaakt tussen een gevaarlijke islam met revolutionair potentieel, namelijk het panislamisme, en een meer achtergestelde en ongevaarlijke islam, gepraktiseerd door de lokale bevolking,” aldus Poljarevic.

Alarmistische lading

De term panislamisme, en later islamisme, bleef lange tijd beperkt tot academische kringen. In de jaren negentig dook het woord volgens Poljarevic op in de westerse media. Na de aanslagen van 9/11 kreeg islamisme een negatieve, alarmistische lading. Poljarevic plaatst dat in een bredere omslag in de mediaberichtgeving over moslims. “In de publieke opinie is de term een beschrijving voor antidemocratische bewegingen die lijnrecht tegenover het westerse liberalisme staan.”

Islamisme als onderscheiding tussen een ‘goede’ en een ‘kwalijke’ islam werkt tot op de dag van vandaag door, zegt antropoloog Martijn de Koning. Hij doet aan de Radboud Universiteit in Nijmegen onderzoek naar activisme onder moslims in Europa. Afhankelijk van politieke kleur wordt het woord islamisme volgens hem verschillend gebruikt.

“Als Geert Wilders het heeft over islamisme dan doet hij dat ten behoeve van zijn anti-islam-agenda, en dan zijn alle moslims per definitie islamisten, en dus gevaarlijk”, zegt De Koning. “Veel midden- en linkse partijen willen zich ten opzichte van rechts profileren en maken daarom juist een onderscheid tussen ‘gewone’ moslims die ‘meedoen’ in de samenleving, en islamisten.”

Stereotyperingen

Dat de term in de politieke arena wordt gebruikt om een onderscheid te maken met de islam die zich puur beperkt tot religie en dus ‘ongevaarlijk’ is, ziet ook Joas Wagemakers. Hij is universitair docent aan de Universiteit Utrecht, en gespecialiseerd in de intellectuele geschiedenis van de moderne islam. Onlangs verscheen zijn boek De Moslimbroederschap: ideologie, geschiedenis, nakomelingen.

Het onderscheid dient volgens Wagemakers ook om moslims uit de wind te houden. “Door over ‘de strijd tegen islamisme’ te spreken, wil men voorkomen dat er stereotyperingen over moslims ontstaan, alsof zij allemaal het kalifaat willen uitroepen. Het gevolg is helaas dat clichés niet verdwijnen, maar hun focus verleggen. Zo ontstaan er stereotyperingen over het islamisme zelf.”

Activistische en politieke invulling

In wetenschappelijke kringen worden de verschillende gradaties van islamisme onderzocht. Wagemakers definieert islamisme als een brede ideologische beweging, die niet gepaard hoeft te gaan met radicalisme en terrorisme. “Islamisme is een ideologie waarbij moslims de islam niet beperken tot geloofsovertuigingen en rituelen maar er ook een activistische en politieke invulling aan geven.”

Hij onderscheidt drie vormen. De zogenoemde ‘heroplevingsbewegingen’ vinden hun oorsprong in de overtuiging dat de islamitische normen en waarden ondergesneeuwd raken in de maatschappij, en een impuls nodig hebben. “Moslims delen bijvoorbeeld Korans uit op straat, om mensen te enthousiasmeren voor het geloof.”

Een andere vorm van islamisme wordt volgens Wagemakers onder meer belichaamd door de Moslimbroederschap, die probeert van onderop politieke macht uit te oefenen, door politieke partijen op te richten en mee te doen aan verkiezingen. Qua ideologie zijn ze vergelijkbaar met de Turkse AKP van Erdogan en Ennahda in Tunesië.

Ten slotte noemt Wagemakers de term ‘radicaal islamisme’. Dit zijn groeperingen die ingrijpende maatschappijhervormingen nastreven. “Onder radicale islamistische groeperingen kunnen IS en Al Qaida geschaard worden, die soms geweld gebruiken, maar ook Hizb-al-Tahrir. Die is op kleine schaal in het Midden-Oosten en Centraal-Azië actief, en in Europa vooral in Groot-Brittannië. Zij zijn geweldloos, maar beijveren wel al sinds de jaren vijftig dat er overal in plaats van natiestaten een kalifaat moet komen.”

Ook Poljarevic ziet dat islamistische groeperingen divers zijn: dé islamist bestaat volgens hem net zo min als dé nationalist. “Nationalistische bewegingen hebben verschillende strategieën om hun agenda over het voetlicht te brengen. Soms zijn ze democratisch, maar soms ook gewelddadig. Zo is het ook met islamisten, die zich constant aanpassen aan de realiteit en hun agenda’s herevalueren.”

Islamofobie

Vanaf het moment dat het woord islamisme haar weg vond naar het publieke debat in het Westen, zijn er periodes waarin de term vaker valt. “9/11 was een katalysator, daarna de inval in Irak in 2003,” zegt De Koning. “Vervolgens de verkiezingswinst van Hamas in Palestina in 2006, de Deense cartoon-controverse, de oorlog in Syrië vanaf 2014, en de aanslag op Charlie Hebdo in 2015. Je kunt er de klok op gelijkzetten.”

Aangezien islamisme vooral wordt begrepen als een anti-westers, fundamentalistisch gevaar, terwijl het meer is dan dat, wil De Koning wel van de term af. Hij roept journalisten en opiniemakers op om het woord niet zomaar te gebruiken. “Het woord islamisme wordt nu eenmaal gebruikt om islamofobie aan te wakkeren. Vraag je daarom steeds af: wat bedoel ik precies met het woord islamisme? Heb ik de term nodig? En als je het gebruikt, verduidelijk dan altijd naar de lezer toe wat je bedoelt.”

Ook Wagemakers meent dat voorzichtigheid geboden is. Tegelijkertijd is het ‘geen goede zaak’ als het gebruik van een term afhangt van mensen die ermee aan de haal gaan, zegt hij. “Islamisme is een ideologische stroming onder vele andere die op een -isme eindigen, zoals calvinisme of communisme. In die zin is het een goed woord. Bovendien weet ik zeker dat als we een vervangende term zoeken, dat woord op den duur ook een negatieve bijklank krijgt.”

Lees ook:

Hoogleraar islamstudies Christian Lange: ‘Het gaat in de sharia nauwelijks over de jihad of het strafrecht’

Hoogleraar Christian Lange won een prijs voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Een gesprek over de sharia, digitale onderzoeksmethoden en geur in de Koran.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden