null

EssayNalatenschap Trump

Was Trumps presidentschap een mislukking? Dit leren zijn voorgangers ons over leiderschap

Beeld Maus Bullhorst

Hoe gaat president Donald J. Trump de geschiedenis in? Is hij de uitzondering, die ons vier dwaze jaren bezorgde, of blijkt hij de man die de spelregels definitief veranderde? De vraag dringt zich op: wanneer is een leider geslaagd?

Deze maand wordt Joe Biden beëdigd als 46ste president van de Verenigde ­Staten. Sommige van zijn 45 voorgangers worden ­herinnerd als grote presidenten, die ons iets leren over politiek leiderschap. Anderen zijn verdwenen in de mist van de geschiedenis.

Wat maakt een president tot een groot leider? Wie zijn de grote Amerikaanse presidenten? Op die vraag zijn heel uiteenlopende antwoorden mogelijk, die vaak ­afhangen van iemands politieke voorkeur of van de ­generatie waartoe iemand behoort. Wie het verleden duidt, zegt immers iets over dat verleden, maar ook over zichzelf. Het verleden staat verschillende interpretaties toe, is meervoudig.

In dit essay geef ik een antwoord op bovenstaande vragen, in de wetenschap dus dat hét antwoord niet ­bestaat. Waarschijnlijk leer je meer over politiek leiderschap in het gesprek over deze vragen dan van het uiteindelijke antwoord, dus kun je dit essay het beste als een gespreksleidraad zien. Af en toe komt Donald Trump voorbij, met enige voorzichtigheid, want het is wel heel vroeg om te oordelen over zijn rol in de historie.

Visie als een olifant

In een prachtige studie onderscheidt Harvard-hoog­leraar Joseph Nye twee soorten presidenten: transactiepresidenten en transformatiepresidenten. Een trans­actiepresident heeft weinig ambities, past op de winkel zoals Hans Wiegel dat vroeger kon zeggen, en verricht de transacties die daarvoor nodig zijn. Een transactie­president lost problemen op, pragmatisch, stap voor stap. Een transformatiepresident is ambitieus, die wil de grote verandering naar een betere samenleving in de praktijk brengen.

Wat blijkt volgens Nye? Transactiepresidenten doen het vaak heel erg goed. Juist zij brengen grote veranderingen teweeg. Waarom? Ze hebben geen loodzware, ambitieuze agenda, die hen in de weg zit. Daardoor kunnen ze flexibel reageren op onvoorziene ontwikkelingen. ‘Visie is als een olifant, die het zicht belemmert’, zei Mark Rutte ooit. Hij heeft naar eigen zeggen spijt van die uitspraak, maar er zit absoluut wat in.

John F. Kennedy, de 35ste president van Amerika, 1963. JFK werd het symbool van een nieuwe tijd, hij wist mensen te inspireren. Beeld REUTERS
John F. Kennedy, de 35ste president van Amerika, 1963. JFK werd het symbool van een nieuwe tijd, hij wist mensen te inspireren.Beeld REUTERS

George H.W. Bush – de oude Bush – is een saaie ­transactiepresident. Hij wordt geconfronteerd met twee grote internationale crises: de bezetting van Koeweit door Irak en de val van de Sovjet-Unie. Hij gaat er uiterst verstandig mee om.

De oude Bush kwam niet verder dan één termijn en wordt door velen niet herinnerd als een groot president; de tragiek van transactiepresidenten. Ze lossen problemen op, soms zonder dat we dat zien. Typerend voor een transactiepresident: na de val van de Muur krijgt Bush het advies Berlijn te bezoeken. Hij doet het niet, want hij wil niet ‘op de Muur dansen’. Dat provoceert de Sovjet-Unie en daar heb je niets aan, als president-probleemoplosser. Trump zou een heel dansfestival op de Muur hebben georganiseerd.

Visionaire kameleons

Een enkele keer komt een president met een transformatie-agenda wel een heel eind en verandert de samenleving fundamenteel van koers. Abraham Lincoln schaft de slavernij af en beëindigt de burgeroorlog. Franklin D. Roosevelt overwint het Amerikaanse isolationisme en trekt ten strijde tegen Hitler en Japan. Hij realiseert de New Deal en geeft de overheid een actieve rol in de economie. Veertig jaar later komt Ronald Reagan met een ideologische reset. Hij maakt een einde aan het geloof in big government. De overheid is niet de oplossing, maar het probleem. De markt moet volop de ruimte krijgen. Zijn neoliberale agenda heeft tot op de dag van vandaag grote invloed.

Maar nu komt de belangrijke toevoeging: Lincoln, Roosevelt en Reagan zijn ook opportunistisch. Ze zijn principiële pragmatici, visionaire kameleons, zoals een historicus mooi zegt. Lincoln doet wat moreel juist is: hij schaft de slavernij af. Maar hij is ook opportunistisch: hij gebruikt de afschaffing om zijn politieke positie te versterken en in sommige staten, die hem steunen, mag slavernij blijven bestaan.

Roosevelt moet balanceren tussen de dreiging van Hitler en het isolationisme in Amerika en heeft de hele politieke trukendoos nodig om Amerika de oorlog in te rommelen. Reagan laat, volledig in tegenspraak met zijn ideologie, de overheidsschuld gigantisch oplopen. De principiële transformatiepresident blijkt steeds een pragmatische transactiepresident.

Ik maak een uitstapje naar Angela Merkel. Zij heeft moreel gezag, ze is in de Trump-jaren het gezicht van de liberale democratieën. Tijdens de vluchtelingencrisis in 2015 heeft zij de morele moed om de grenzen te openen: ‘Er komt geen mensenmassa op ons af, er komen mensen op ons af’. Maar ze heeft ook een flinke dosis opportunisme. Het is al vaak beschreven: als haar tegenstanders een goed thema hebben om haar te bestrijden, kan ze als een blad aan de boom omdraaien. Ze neemt zonder blikken of blozen het standpunt van de tegenstander over en laat die met lege handen achter. Dat is echt kameleongedrag.

De communicator-in-chief

En dan is er de persoon van de president. John F. Kennedy is de jonge, dynamische president, het symbool van een nieuwe tijd. Hij heeft het vermogen om zich te verbinden met de Amerikanen, weet hen te inspireren. Bij Barack Obama zien we iets soortgelijks: jong, dynamisch, symbool van een nieuwe tijd en een fantastisch spreker. ‘Hij tilt me op’, zei iemand over Obama’s toespraken.

Roosevelt heeft zijn beroemde radio­toespraken, de gesprekken bij het haardvuur. Het gaat in zijn toespraken over ‘ik’ en ‘jullie’, ze zijn heel persoonlijk. Van Roosevelt wordt gezegd dat hij inhoudelijk niet erg sterk was, maar als je hem ontmoette, was het ‘alsof je je eerste fles champagne opende’. Bij Jimmy Carter is het andersom, meent zijn biograaf: die was heel analytisch, had veel denkkracht, maar de champagne sloeg meteen plat. Reagan is de Great Communicator, met heel veel humor.

De president is opperbevelhebber, commander-in-chief. Maar ook communicator-in-chief, de oppercommunicator. Presidenten moeten de Amerikanen kunnen troosten bij rouw en hen kunnen inspireren bij grote gebeurtenissen. Roosevelt, Kennedy, Reagan, Obama kunnen dat. Trump weet Amerikanen ook aan te spreken, maar nooit over partijgrenzen heen. Hij is een communicator, maar niet de communicator-in-chief.

De goede kant van de geschiedenis

Met kennis achteraf kunnen we een aantal belangrijke keerpunten in de geschiedenis construeren. En de vraag is altijd: wie stond aan de goede kant van die keerpunten en wie niet? Roosevelt doorbreekt het Amerikaanse isolationisme en komt aan de goede kant van de geschiedenis uit. Net als Reagan, die een historisch ontwapeningsakkoord met de Sovjets sluit.

Angela Merkel, de achtste bondskanselier van Duitsland. Zonder blikken of blozen maakt Merkel zich de standpunten van haar tegenstanders eigen. Beeld RV
Angela Merkel, de achtste bondskanselier van Duitsland. Zonder blikken of blozen maakt Merkel zich de standpunten van haar tegenstanders eigen.Beeld RV

George W. Bush – de jonge Bush – valt Afghanistan en Irak aan en lijkt aan de verkeerde kant van de geschiedenis terecht te zijn gekomen. Lyndon Johnson zet de Vietnam-oorlog door, dat is ook de verkeerde kant. Tegelijk zijn onder Johnson veel wetten aangenomen die de burgerrechten versterken, dus hij staat ook aan de goede kant van de historische streep.

Wij zien presidenten wel of niet aan de goede kant van de geschiedenis staan, maar hoe ze daar zijn beland, is een ingewikkelder verhaal. De jonge Bush maakt een eigen keuze om Irak aan te vallen. Als Johnson aantreedt, zit Amerika al midden in het Vietnam-moeras. Soms is sprake van wijsheid, soms van geluk. Volgens sommigen zijn de ontwapeningsakkoorden met de Sovjets vooral dankzij Gorbatsjov tot stand gekomen, maar ze staan op Reagans conto.

It’s the economy, stupid

En dan het killer-criterium: de stand van de economie. Reagan begint zijn presidentschap met een slechte economie, maar aan het einde van zijn eerste termijn is de boodschap: It’s morning again in America. Het economische optimisme spat er vanaf. Je kunt, wederom, discussiëren over de vraag aan wie dat te danken is, maar voor veel Amerikanen geldt: Reagan = voorspoed. Hij wordt herkozen en wint 49 van de 50 staten(!).

De oude Bush is tijdens zijn presidentschap immens populair, nadat Saddam Hoessein uit Koeweit is verjaagd. Toch verliest hij de verkiezingen van Bill Clinton, omdat aan het einde van zijn termijn de economie niet goed loopt. It’s the economy, stupid is het motto van de Clinton-strategen; als de economie niet loopt, ben je kwetsbaar. Trump hoopt op een sterke economie in zijn herverkiezingsjaar, maar door Covid-19 kan hij die kaart niet goed spelen.

Ook hier heeft onze herinnering iets oneerlijks. Een goede economie heeft een president ook aan zijn voorganger te danken of heeft soms weinig van doen met het overheidsbeleid. Maar zo werkt het vaak niet in onze herinnering. Economische voor- of tegenspoed wordt veelal de op dat moment zittende president toegerekend.

De onvoorziene gebeurtenis

De Amerikaanse economie doet het onder Carter heel slecht en daar komt een onvoorziene crisis bovenop: de gijzeling van Amerikaanse ambassademedewerkers in Teheran. Carter moet eindeloos onderhandelen. De ­gebeurtenis bepaalt voor een belangrijk deel zijn presidentschap en hij wordt niet herkozen.

Nog een uitstapje: Margareth Thatcher zit ook met een slechte economie en kampt bovendien met een gebrek aan populariteit. Haar onvoorziene crisis is de Falkland-oorlog met Argentinië, die het Verenigd Koninkrijk wint. Opeens is Thatcher immens populair, ze schrijft verkiezingen uit en wordt herkozen.

Zo heeft Kennedy heeft de Cuba-crisis, die op een wereldoorlog kan uitdraaien. Maar hij dwingt de Russen tot een terugtocht. De crisis van de jonge Bush is 9/11, die zijn volledige presidentschap definieert. Zijn reactie – invallen in Irak en ­Afghanistan – wordt door veel Amerikanen het liefst zo snel mogelijk vergeten. Trumps crisis is Covid-19. Zijn reactie op het virus heeft hem niet echt ge­holpen.

Ronald Reagan, de veertigste president van Amerika, 1981. Of het terecht is of niet, voor veel Amerikanen geldt: Reagan = voorspoed.
 Beeld Hollandse Hoogte / AFP
Ronald Reagan, de veertigste president van Amerika, 1981. Of het terecht is of niet, voor veel Amerikanen geldt: Reagan = voorspoed.Beeld Hollandse Hoogte / AFP

Events, my dear boy, events’, is het antwoord van de Britse premier Harold Macmillan op de vraag wat een regeerperiode bepaalt. De crisis en de reactie daarop zijn vaak belangrijker voor de waardering van een president, dan plannen en ambities. Soms overkomt die onverwachte gebeurtenis je, soms roep je die over jezelf af. Soms heb je veel opties om te reageren, soms niet. Carter heeft bijna geen andere mogelijkheid dan eindeloos onderhandelen met Iran. Hij weet dat die onderhandelingen hem zijn herverkiezing kunnen kosten. Hij is voor velen een van de slechtste naoorlogse presidenten, hoewel het lot van anderen belangrijker voor hem is dan zijn herverkiezing.

Ten slotte, hoe zal Trump worden herinnerd? Hij scoort op een aantal van de bovenstaande punten niet heel goed. Maar we weten het nog niet. Misschien wordt hij een soort transformatiepresident, die Amerika een U-bocht liet maken rond grote thema’s als China, de Navo en vrijhandelspolitiek. Iemand die de spelregels in Washington en in de internationale arena definitief veranderde.

Misschien wordt de constatering zijn dat we vier dwaze jaren hebben gehad, de eenmalige uitzondering. De Amerikaanse founding fathers ontwierpen een politiek systeem, dat de macht verdeelt over de president, het Congres en het Hooggerechtshof. In een handboek wordt het uitgelegd: ‘The American political system was designed by geniuses so it could be run by idiots’. Ofwel het politieke systeem is zo geniaal ontworpen, dat zelfs een idioot president kan worden, zonder dat het al te veel schade oplevert.

Misschien komt er een voetnoot in een volgende druk van dat handboek: ‘Een veelgenoemd voorbeeld is het presidentschap van Donald J. Trump’. 

Hans de Bruijn (1962) studeerde rechten en politicologie. Hij is hoog­leraar bestuurskunde aan de TU Delft. 

Lees ook:

Het 2019 van Donald Trump: eigenlijk best een mooi jaar

Impeachment of niet, 2019 was best een mooi jaar voor Donald Trump, zeker als je er in januari 2021 op terugkijkt. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden