Archieven van het Vaticaan

Was oorlogspaus Pius XII een held of een vazal van Hitler?

15 oktober 1943. Een mensenmenigte verzamelt zich rond paus Pius XII tijdens een tour door Rome.Beeld AP

Trouw kreeg een eerste blik in de Vaticaanse archieven over oorlogspaus Pius XII, die vandaag opengaan. Zestien miljoen documenten moeten licht werpen op een van de meest omstreden pausen uit de kerkgeschiedenis. ‘Ah, u wilt een smoking gun?’

Een maandagmiddag in het Vaticaan. In de Vaticaanse Musea vergapen de toeristen zich aan duizenden kunstwerken met als absoluut hoogtepunt de Sixtijnse Kapel. Ze weten niet dat onder hen en achter de muur voor hen zich de archieven van het Vaticaan bevinden. Daarin vind je ook de zestien miljoen documenten over het pontificaat van Pius XII, een van de meest omstreden pausen uit de kerkgeschiedenis. Was hij nu een vazal van Hitler, zoals sommige van zijn critici beweren, of iemand die door stille diplomatie veel Joden gered heeft? Het antwoord ligt in die kilometerslange stellingkasten vol gerangschikt papier. Tot nu toe mocht niemand van buiten daarbij komen. Maar dat gaat veranderen.

Papa Pacelli

Op diezelfde maandag, twee weken voordat de archieven opengaan, loopt Johan Ickx ietwat gehaast over de Cortile di Belvedere, een grote binnenplaats van het Vaticaan. De Belg is verantwoordelijk voor het historisch archief van de sectie buitenlandse betrekkingen van het Vaticaan. Hierin bevinden zich alleen al meer dan twee miljoen documenten die betrekking hebben op het pontificaat van ‘papa Pacelli’, zoals Pius XII in het Vaticaan ook wel genoemd wordt. Ook dit archief komt beschikbaar voor historici. Trouw mag alvast een blik werpen.

De archivaris zigzagt door de geparkeerde auto’s, in zijn rechterhand een sleutel die hij net heeft opgehaald bij de Zwitserse garde. Uiteindelijk opent hij een onopvallende deur van een zo te zien eeuwenoud gebouw. Hij loopt naar binnen en doet het licht aan. We zijn in iets wat nog het meest op een leeszaal van een universiteitsbibliotheek lijkt: bureaus met daarop computers. Hier zullen de historici zich gaan melden, een wachtwoord krijgen en documenten kunnen opvragen, alleen digitaal. In zeven jaar tijd is een groot deel van het archief van Ickx over Pius XII digitaal gescand, waaronder de jaren van de Tweede Wereldoorlog. Er is hier geen wifi en je mobiele telefoon heeft hier geen bereik. Camera’s houden in de gaten of je niets onoorbaars doet.

Paus Pius XII op zijn werkkamer in het Vaticaan.Beeld AFP

Dit is de Torre di Borgia, gebouwd door de beruchte Spaanse pausfamilie aan het eind van de vijftiende eeuw. “Dit is geen pr-operatie”, zegt Ickx. “We doen dit om de wereld te laten zien wat er precies is gebeurd tijdens het pontificaat van Pius XII. Kijk: wat de paus niet gedaan zou hebben in de ogen van sommigen, dat is genoeg gezegd de afgelopen zestig jaar. Maar wat hij wel gedaan heeft, is volgens ons juist niet genoeg naar buiten gekomen. Ik denk dat veel mensen met open mond zullen kennisnemen van de inhoud van de archieven en wegslikken wat ze jarenlang gezegd en geschreven hebben. Let wel: normaal wacht de Heilige Stoel zeventig jaar nadat een pontificaat ten einde loopt met het openen van de archieven van de betreffende paus. Voor Pius XII heeft paus Franciscus een uitzondering gemaakt, ook om aan te sluiten bij andere archieven in de wereld. Daarom nu de opening en niet in 2028.”

Aanvankelijk had de ranke paus met zijn doorschijnende gelaat en zachte stemgeluid een uitstekende reputatie als het ging om zijn daden tijdens de Tweede Wereldoorlog, ook bij Joodse organisaties. Iemand als Golda Meir was vol lof. “Toen in de periode van de naziterreur ons volk een verschrikkelijk martelaarschap werd opgelegd, verhief de paus zijn stem ten gunste van de slachtoffers”, zei de toenmalige Israëlische minister van buitenlandse zaken bij Pius’ overlijden in 1958. Dat gunstige beeld kantelde door het toneelstuk ‘Der Stellvertreter’ (‘De Plaatsbekleder’) van de Duitser Rolf Hochhuth dat in 1963 op de planken verscheen. Zijn stelling was helder: Pius XII was volledig op de hoogte van de genocide op de ­Joden, maar heeft nagelaten de wreedheden van de nazi’s in het openbaar te veroordelen. Was hij wel tussenbeide gekomen, dan waren honderdduizenden Joden niet vermoord. Dat maakte Pius XII volgens Hochhuth zelfs tot een medeplichtige van de nazi’s. Een oud-directeur van de Securitate, de Roemeense veiligheidsdienst, beweerde in 2007 dat het toneelstuk deel uitmaakte van een KGB-campagne om Pius XII in diskrediet te brengen.

Zo ontstond het beeld van de zwijgende paus. Een beeld dat terugkeert in een boek uit 1999 van de Engelse schrijver John Cornwell met de venijnige titel ‘Hitler’s Pope’. Hij bestempelt Pius als antisemiet. Tegelijkertijd waren er felle tegengeluiden, ook uit Joodse kring. Ickx zelf betoogde een paar weken geleden voor de Verenigde Naties in New York dat van de 10.000 Joden in Rome die de oorlog overleefden, bijna zevenduizend dat te danken hadden aan Pius XII. “Hij stelde kerken, kloosters en ook het Vaticaan open voor zoals de paus het zelf zei ‘die arme Joden’.”

Toen paus Franciscus een jaar geleden bekendmaakte dat de archieven van Pius XII open zouden gaan, klonk hier en daar de hoop dat er eindelijk duidelijkheid zou komen over zijn rol tijdens de oorlog. Trouw mocht een aantal trefwoorden indienen om te zoeken in het archief van wat wel het Vaticaanse ministerie van buitenlandse zaken wordt genoemd. En dat op twee miljoen documenten. Daaronder ‘Adolf Hitler’, ‘Nederlandse bisschoppen’ en ‘Jodenvervolging Rome’. Alsof je met een gigantisch kanon probeert vanaf de aarde een verre ster te raken. Met wat geluk schamp je een planeet, maar de kans op een voltreffer is klein.

Zwarthemden weggestuurd

Ickx heeft voor ons een aantal mappen met originele documenten uit het archief gehaald die volgens hem beantwoorden aan onze zoekvraag. “U vroeg naar correspondentie met Adolf Hitler. Wij hebben geen brieven van de paus aan Hitler. Ook omgekeerd is er niets. Maar ook wat er niet is, zegt veel. Als Pius inderdaad de vazal van Hitler was geweest, hadden ze elkaar toch wel geschreven.” Ickx pakt het mapje ‘Fascismo olandese’ erbij. Daarin een vergeeld A4’tje met het verslag over een bezoek van Nederlandse zwarthemden aan Rome in 1936. Ze willen in het Vaticaan ontvangen worden. Eugenio Pacelli – de toekomstige paus Pius XII, dan nog kardinaal-staatssecretaris en in die functie onder meer hoofd van de Vaticaanse diplomatie – weigert een audiëntie. “Die lieden wilden zich waarschijnlijk beklagen over de afwijzende houding van Nederlandse bisschoppen ten opzichte van de NSB. Maar hij stuurt ze op diplomatieke wijze weg. Dat zegt iets”, aldus Johan Ickx. “Dit wijst toch in een andere richting dan de wereld doorgaans over Pius XII hoort.”

De Nederlandse bisschoppen – onder leiding van de moedige Jan de Jong, aartsbisschop van Utrecht – waren tijdens de oorlog fel anti-Duits en aarzelden niet hun afkeuring over het optreden van de bezetter publiekelijk te uiten. Bekend is de herderlijke brief die op 26 juli 1942 in alle rooms-katholieke kerken werd voorgelezen waarin de bisschoppen zich duidelijk uitspreken tegen deportaties van Joden die toen in ons land reeds op gang gekomen waren. ‘Het leed, dat hiermede over tienduizenden gebracht wordt, de wetenschap, dat deze maatregelen tegen het diepste zedelijk besef van het Nederlandsche volk strijden, en bovenal het indruischen dezer maatregelen tegen hetgeen van Godswege als eisch van gerechtigheid en barmhartigheid gesteld wordt, nopen de Kerken tot U de dringende bede te richten aan deze maatregelen geen uitvoering te geven’, schrijven de bisschoppen. 

Als reactie pakken de Duitsers tientallen ­katholiek gedoopte Joden op onder wie de later heiligverklaarde Edith Stein en voeren ze weg naar de vernietigingskampen. Toen Pius XII dat hoorde zou hij hebben ­besloten af te zien van een publiekelijke afkeuring van de Jodenvervolging uit angst voor represailles van de kant van de Duitsers. Tegen de katholieken en tegen de Joden. Dat hebben medewerkers van Pius later verklaard. Kerkhistoricus Ton van Schaik, die onder meer een boek over aartsbisschop De Jong schreef, begrijpt de opstelling van Pius. “Had hij inderdaad zijn stem verheven, dan waren de gevolgen alleen in Rome al desastreus geweest. Het bewijs daarvoor hebben we in Nederland gezien.”

‘Nederlanders zijn moedige mensen’

Bewijs dat de paus inderdaad deze afweging heeft gemaakt, is nog niet gevonden in de archieven. Maar zegt Ickx: “Pius heeft de Nederlandse bisschoppen altijd gesteund”. Hij pakt een nieuwe mapje van de stapel. Het bevat een verslag van aartsbisschop Cesare Osenigo, de nuntius in Berlijn, over de situatie van de katholieke kerk in bezet Nederland, gedateerd op 19 mei 1943 (de pauselijk vertegenwoordiger in Den Haag zat het grootste deel van de oorlog in Rome). Het Vaticaan werd goed op de hoogte gehouden, blijkt uit de door de tijd aangetaste volgetikte vellen papier. In diplomatiek Italiaans wordt het lijden van de kerk beschreven. 

De naam J.L. van Oppen valt, de toenmalige deken van Venlo die in februari 1943 in kamp Vught om het leven kwam en ‘padre’ Titus Brandsma, gestorven in Dachau op diezelfde 26 juli 1942. ‘Zijn lichaam werd gecremeerd’, staat er. En dan in de kantlijn, bij een passage over de weigering van een overgroot deel van studenten van de Katholieke Universiteit Nijmegen om een steunverklaring aan nazi-Duitsland te tekenen, een opmerking van een medewerker van Pius, met pen geschreven: ‘Men ziet dat de Nederlanders moedige mensen zijn’. Ickx: “Pius XII las dit allemaal ook. Hij moet het met dit compliment eens zijn geweest. Hij had grote bewondering voor de houding van Jan de Jong en zijn medebisschoppen.”

Oorlogspaus

Eugenio Pacelli is geboren op 2 maart 1876 in Rome, in een familie van juristen. In 1899 wordt hij tot priester gewijd en twee jaar later treedt hij toe tot de pauselijke diplomatieke dienst. Tijdens de Eerste Wereldoorlog is hij van 1914 tot 1917 secretaris voor het buitenlandse beleid van paus ­Benedictus XV. Vanaf 1917 is hij nuntius – pauselijk ambassadeur – in Duitsland. Later wordt hij kardinaal-staatsecretaris onder Pius XI en geeft in die functie leiding aan de Vaticaanse diplomatie. Op

2 maart 1939 – hij is die dag jarig – wordt hij tot paus gekozen. Hij neemt de naam Pius XII aan. Zijn relatief lange pontificaat wordt getekend door het feit dat hij de kerk moest leiden tijdens de moeilijke periode van de Tweede Wereldoorlog. Hij overlijdt in oktober 1958 en wordt opgevolgd door ­Johannes XXIII.

En dan de Joden in Rome. Als Benito Mussolini in juli 1943 als duce wordt afgezet, rukken de Duitsers op en bezetten de stad uiteindelijk. Het lot van de Joden in Rome lijkt dan bezegeld. Op 16 oktober van dat jaar pakken de Duitsers bij een razzia ruim duizend Joden op, om ze uiteindelijk af te voeren naar vernietigingskampen. En weer zou volgens zijn critici Pius XII te weinig hebben gedaan. Ickx laat een document van de dag van de razzia zien, waarin de Duitse jezuïet (en later kardinaal) Augustin Bea aan het Vaticaan vertelt hoe de SS bij hem aan deur kwam om een Jood te arresteren die in het Pauselijk Bijbelinstituut verborgen zat. 

De jezuïet wees op het bordje dat dit ‘Vaticaans extraterritoriaal gebied was’, diplomatiek beschermd terrein dus, vergelijkbaar met dat van ambassades. “Pius had ervoor gezorgd dat tientallen kloosters en kerkelijke instituten die status hadden”, zegt Ickx en hij wijst op een geschreven opmerking boven aan de pagina: ‘Gezien door de paus’. “De dag erna, en met zijn goedkeuring, anders had Pius dat wel laten weten.”

Dan gaat het snel. Ickx pakt een volgend document. Een brief van 17 oktober 1943, de dag na de razzia. Romeinse Joden die niet zijn opgepakt en nu ondergedoken zitten, vragen Pius of hij iets weet over het lot van hun weggevoerde familieleden en om hen van mate­riële en financiële middelen te voorzien. De paus laat weten dat ‘alles gedaan wordt wat in zijn vermogen ligt’. Dan een verzoek van de Amerikaanse ambassadeur bij de Heilige Stoel aan de paus van 21 oktober 1943 om 470 Joden op te vangen en ze zo van de ondergang te redden. “Zoiets vraag je niet als diplomaat als je een ­afwijzing verwacht”, zegt Ickx.

Uit de paar documenten die Trouw heeft mogen inzien, blijkt veel van wat Pius zou moeten vrijpleiten indirect bewijs te zijn. ­Harde feiten zijn het niet. Ickx: “Ah, u wilt een smoking gun? Die zou er toch nog weleens in kunnen zitten. Maar vergeet niet dat veel ­informatie in die tijd mondeling werd uitgewisseld. Wij weten dat de paus van alles op de hoogte was. Er bestaat geen bericht van hem in de trant van ‘Ik ga de Joden redden’. Wel zie ik voortdurend bewijzen opduiken dat Pius opdracht heeft gegeven aan zijn medewerkers om Joden te helpen en een oplossing te zoeken.”

Ten slotte is er toch nog Pius zelf. Een briefje uit september 1938, een half jaar voordat hij paus zou worden. Ickx herkent het handschrift van kardinaal Eugenio Pacelli, zoals hij toen nog door het leven ging. Als rechterhand van paus Pius XI (1922-1939) tekent hij zorgvuldig de woorden op ‘dat Italië niet de deuren of ramen gaat opengooien voor een golf van Duits antisemitisme’. Om dan toe te voegen: ‘We zijn allemaal zonen van Abraham’. Ickx: “Dit vertelt toch wel iets”.

Dan gaan de mappen dicht. Het woord is nu aan de historici.

Beluister ook de speciale aflevering van podcast De Roomse Loper die Stijn Fens en Christian van der Heijden maakten over paus Pius XII. 

Lees ook:

Tussen heiligheid en Holocaust

Een van de zaken waarover paus Franciscus zich moest buigen, was de zaligverklaring van een van zijn bekendste voorgangers, Pius XII, paus tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden